Misschien heb ik het halve boek al wel geschreven

Het is al een tijdje geleden dat ik een vraag van #50books heb beantwoord, maar de vraag die Martha afgelopen zondag stelde, zette me aan het denken:

Als je een boek zou schrijven, waar zou het dan over moeten gaan volgens jou?

Het zou geen fictie worden, want op dat gebied kan ik mijn hart meer dan ophalen als vertaler. Gelukkig zijn er nog veel boeken van Captain Johns onvertaald in het Nederlands…

Maar toch is de titel van deze blogpost ‘Misschien heb ik het halve boek al wel geschreven’. Nee, ik heb nergens een manuscript liggen, maar toch. Ik heb wel een idee over een boek, misschien een serie boeken die ik zou willen schrijven. Je weet wel, later als je groot bent. Het zou een studieboek worden. Dat houdt me op dit moment bezig. Ik heb me omgeschoold tot web developer en heb ook werk gevonden in die richting.

En ik miste iets in dat traject

En dat zou ik zelf wel willen schrijven. In mijn voorbereiding op de omscholingscursus ben ik niet helemaal over één nacht ijs gegaan. In volgorde las, volgde en las ik Lezen,  weten en niet vergeten van Mark Tighelaar, Learning how to learn van Barbara Oakley en Terry Sejnowki en A mind for numbers van Barbara Oakley.  Hoe meer ik tot me liet doordringen wat zij zeiden en schreven, hoe meer ik me realiseerde dat leren misschien pas echt een succes kan worden als het een gewoonte is. Dat ik meegedaan heb aan een blogreeks van Peter n.a.v. een boek van Leo Babauta zal bij hebben gedragen aan dat besef.

Leren als gewoonte

Vroeger had ik een docent Latijn die zei dat we elke dag met Latijn bezig moesten zijn. Toen vond ik het maar een rare bewering maar nu zie ik wel het belang in van oefening en van herhaalde oefening. Een van de hoofdstukken uit het boek van Mark Tighelaar heet niet voor niets ‘Herhaal het herhalen.’

En juist dat aspect mis ik in cursussen en boeken. Je maakt meestal wel oefeningen, die ook samenhangen, maar het blijft vaak bij een eenmalig iets. Beheers je de stof over een maand, kwartaal of jaar nog steeds?

Over dit aspect heb ik drie maanden terug al eens een blogreeks geschreven. Ik geloof namelijk in de kracht van gespreid herhalen, bijvoorbeeld met Anki.

Inmiddels heb ik een Anki kaartenset van bijna 1000 vragen over webtalen als HTML, JavaScript en PHP. Als ik daarover een boek zou schrijven, zou ik in ieder geval de programmeeropgaven en -voorbeelden grotendeels al hebben. En ik zou bij dat boek per hoofdstuk een Anki set beschikbaar stellen en lezers aanmoedigen de set aan te vullen. Zo’n combinatie boek met Anki zou ik best willen schrijven.

#WOT Onwelgevallig

Het waren spannende boeken. De eerste verhalen las ik op aanraden van van mijn fyaiotherpeute die haar zolder had opruimd. Biggles van de speciale luchtpolitie zat niet bij die zes Spectrum-pockets. Ik begon met Met Biggles in vijandelijk gebied en was meteen verkocht. Toen had ik echter nog totaal geen idee van hoe verkocht dat later zou blijken.

Dat er iets was met Captain Johns en Biggles wist ik toen ook nog niet. Pas jaren later hoorde ik dat ook hij van racisme was beschouwd. “Ook” omdat ik ongeveer tegelijkertijd hoorde dat Tien kleine negertjes van Agatha Christie in de ban was gedaan. Dat boek verscheen oorspronkelijk in het VK in 1939 Ten little niggers maar in de VS al gelijk in 1940 als And then there were none.

Biggles was dus enigszins besmet vanwege racisme en ik moet toegeven dat blackies tegenwoordig toch wat vreemd leest hoewel het in mijn Van Dale Groot Engels slechts de kwalificatie informeel meekrijgt. En ja, ik weet dat er een zin verwijderd is uit de heruitgave van Biggles in France uit de jaren negentig. Toch is dat niet het onwelgevallige van Biggles waar ik nu bij stil wil staan. Er is namelijk nog een eigenaardigheid aan de sommige verhalen van Captain Johns.

Van verhalen voor volwassenen naar de jeugd

Biggles verscheen voor het eerst in 1932 in het tijdschrift Popular Flying. Dat blad was bedoeld voor volwassenen. De Biggles-verhalen ook. Maar het was al snel duidelijk dat ook jongens de verhalen gretig lazen.

Biggles werd een jongensboekenheld. Dat had eigenaardige gevolgen. De eerste korte verhalen uit Popular Flying werden als boek gebundeld en aangevuld uitgebracht als The Camels are coming. Toen dat boek uitverkocht raakte, gebeurde er iets merkwaardigs: het boek werd niet meer herdukt, net als Biggles in France*. Pas in de jaren negentig kwam daar verandering in. Wel werden in de jaren vijftig de losse verhalen uit beide boeken verdeeld over twee andere boeken.

En die boeken werden vertaald. Biggles of the Special Air Police las ik bijvoorbeeld als Biggles van de speciale luchtpolitie. Maar ik durf niet te zweren dat ik het merkwaardig vond dat Biggles en zijn vrienden hun leven riskeerden voor limonade. Echt waar, voor limonade!

Wat was er aan de hand?

In de verhalen uit The Camels are coming werd gevloekt en in het verhaal The Balloonatics weet kolonel Raymond de hand te leggen op flessen vooroorlogse whisky. Die whisky wordt de prijs die Biggles’ 266e en Wilkinsons 287e squadron kunnen winnen voor het neerhalen van een Duitse observatieballon. Dat alles vergt natuurlijk veel te veel voor die tere kinderzieltjes. Dat moet limonade worden!

15 jaar geleden

Vandaag is het precies 15 jaar geleden dat Marvel M. Wagenaar-Wilm en ik Biggles en zijn basis presenteerden, onze vertaling van The Boy Biggles.

Biggles92

*Verhalen uit The Camels Are Coming  en Biggles in France verschenen overigens in 1941 ook als verhalen met een WO II-setting in Spitfire Parade.

#WOT Word On Thursday: Iedere donderdag geeft Martha/DrsPee een woord waarover je dan kunt bloggen/vloggen of anderszins invulling aan kunt geven onder de noemer #WOT.

 

#WOT 16-19 Opluchting

De grootste opluchting is natuurlijk dat het me eindelijk weer eens lukte om én in te loggen bij mijn blog én op ‘Nieuw bericht’ te klikken. Nu maar afwachten of het me dadelijk ook lukt om op ‘Publiceren’ te klikken.

Laat ik eerst een blogpost schrijven, wel zo handig. Over opluchting dus. Dat doet mij vandaag denken aan mijn hobby. Aan de boeken die ik vertaal. Iedere keer als een boek af is, ben ik opgelucht. Tegelijkertijd wil ik ook altijd weer meteen beginnen aan het volgende. Het lukt altijd om netjes te wachten tot het boek verschenen is voor ik met het volgende begin.

Ik vertaal gelukkig niet alleen. Ik vertaal altijd met een collega – die het ook voor z’n hobby doet. En we hebben een heel bestuur dat meeleest. Dat wil zeggen dat er toch redelijk wat mensen bij het vertaalproces betrokken zijn. We hebben in de loop der jaren wat afspraken gemaakt om een en ander te stroomlijnen. Dat loopt eigenlijk altijd soepel. Vooruit, op die ene keer na dan dat ik tot een uur of vijf in de nacht door heb moeten werken terwijl ik vier uur later al weer bezig was om de uitgestelde deadline te halen.

Gedurende het hele proces zijn er momenten dat je je werk met anderen deelt. We verdelen meestal de hoofdstukken en als je de jouwe af hebt, mail je ze naar je collega en het bestuur. Enerzijds voel ik dan altijd opluchting, het is weer even volbracht, maar natuurlijk ben ik anderzijds ook altijd gespannen. Is het wel goed genoeg? Net als veel mensen heb ik toch wel last van het bedriegerssyndroom. Ik doe maar wat, ik kan er eigenlijk niks van.

Gelukkig blijkt tot nu altijd dat ik er wel wat van kan. Het valt altijd mee met het commentaar. Natuurlijk gaan we hier en daar in discussie, maar altijd om de vertaling nog beter te krijgen. En altijd opbouwend. Ik ben zelfs tegenwoordig eindverantwoordelijk voor het hele proces, terwijl mijn collega nota bene een afgestudeerd classicus is die ooit errata et addenda samenstelde voor heel wat jeugdseries.

Tijdens het het hele proces ken ik toch heel wat momenten van spanning maar gelukkig is er altijd achteraf opluchting. Zoals eind maart toen Biggles en de nieuwe rekruut verscheen.

Biggles en de nieuwe rekruut

~ ~ ~ ~

#WOT Write On Thursday. Iedere donderdag geeft Martha/DrsPee een woord op waar je als blogger dan mee aan de slag mag.

#50books 2016 10 en 11: DWDD en Boekenweek

Dat ik  een paar weken behoorlijk minder frequent heb geblogd, heeft tot gevolg dat ik bij de series waaraan ik meedoe nu behoorlijk achterlig. Ik weet nog niet of ik dat ga inhalen maar het komt goed uit dat ik voor #50books vraag 10 en 11 toevallig kan combineren.

Vraag 10 is of je je bij de keuze voor je boeken liet beïnvloeden door De Wereld Draait Door en vraag 11 of je speciaal voor de Boekenweek naar de boekhandel gaat.

Om met dat laatste te beginnen. Ik kom minstens eens in de maand maar meestal vaker in een boekhandel en zorg er al jaren voor dat ik een boekenbon van mijn verjaardag bewaar voor de Boekenweek zodat ik dan een boek kan uitzoeken en het Boekenweekgeschenk erbij cadeau krijg. Dat is al jaren een traditie, al heb ik geen idee hoelang ik dat al zo doe omdat de Boekenweekgeschenken niet allemaal netjes bij elkaar in de kast zijn verdwenen maar op verschillende plekken staan en liggen.

De laatste jaren heb ik er een gewoonte van gemaakt om nog eens €2,50 extra te investeren met mijn boekenbon zodat ik ook het Boekenweekessay kan lezen.

Afgelopen maandag was ik daarom bij Van Piere in Eindhoven. Ik had me eigenlijk voorgenomen om met de nieuwste Simone van der Vlugt thuis te komen, maar kon Nachtblauw nergens vinden. Ik zal het dan ook voorlopig moeten doen met het dubbel gesigneerde boek dat ik al van haar heb.

Dus moest ik op zoek naar een ander boek. Keuze genoeg en ik zag ook Schuld van Walter van den Berg liggen. Daar had ik positieve berichten over gehoord van Hendrik-Jan en Peter dus dat leek me wel wat. Toevallig was het ook een boek van de maand van De Wereld Draait Door. Door dat laatste heb ik me voor zover ik weet niet door laten beïnvloeden omdat ik niet vaak naar het programma kijk en het boekenpanel dus ook maar af en toe zie. Soms laat ik het ervoor aanstaan, maar dit was de eerste keer dat ik daadwerkelijk een boek van de maand kocht. Niet omdat ik iets tegen De Wereld Draait Door heb maar DWDD zit niet echt prominent in mijn selectiecriteria, zo ik die überhaupt al bewust heb.

Zo kwam ik met Schuld bij de kassa en kreeg ik netjes het Boekenweekgeschenk erbij. Het essay had ik nergens gezien en toen ik ernaar vroeg bleek het al uitverkocht te zijn. Gelukkig bleek het bij de Bruna schuin tegenover nog wel voorradig zodat ik met een mooie oogst thuis kwam.

Oogst Boekenweek 2016

#50books vraag 6: Van mij hoeft het niet sneller…

Zou je sneller willen lezen?

Dat is de 6e vraag van Hendrik-Jan in #50books jaargang 2016. Mijn antwoord is tweeledig: ja, natuurlijk wil ik sneller lezen… als het boek spannend of meeslepend is en ik niet kan wachten hoe het verhaal zich ontvouwt. Als ik met ingehouden adem van pagina naar pagina ga, zoals me de laatste jaren overkomt bij de boeken van R.J. Ellory. Ja, dan wil ik sneller lezen.

Maar over het algemeen ben ik tevreden over mijn leestempo. Ik heb geen idee hoe hoog dat ligt. Toen ik nog op de middelbare school zat heb ik het eens een tijdje bijgehouden en kwam ik op zo’n veertig pagina’s per uur uit. Dat ging overigens over het lezen van fictie en was een tempo waarmee ik van boeken kon genieten en het verhaal goed kon volgen. Maar dat is lang geleden en ik heb geen idee hoe hoog mijn leestempo nu ligt.

Eerlijk gezegd maakt het me ook niet zo heel veel meer uit. Ik geniet van het lezen en zie dan ook weinig aanleiding om mijn leestempo te verhogen. Ik lees soms juist eerder trager om bewuster te kunnen genieten van wat ik lees en om het op me in te laten werken.

Bij informatieve boeken ligt mijn leestempo flink lager. Daar laat ik mij leiden door de vraag: begrijp ik wat hier staat? Dat bepaalt mijn tempo. Maar bij de informatieve boeken die ik de laatste tijd las, zat met Lezen, weten en niet vergeten van de door Hendrik-Jan al genoemde Mark Tigchelaar ook een boek waarin snellezen aan de orde kwam. De tips daaromtrent heb ik dan ook niet opgevolgd – als is het maar omdat het door mijn handicap voor mij onmogelijk is om een boek vast houden en met de andere hand de leesregel aan te wijzen.

Een tip over snellezen die ik wel uitprobeer op informatieve teksten en boeken en die me tot nu toe goed bevalt, is niet meer herlezen. Herlezen schijnt een slechte manier te zijn om iets te onthouden. In plaats daarvan probeer ik nu wat ik gelezen heb op te halen uit mijn geheugen. Te controleren aan de hand van aantekeningen.

Vermoedelijk kom ik woensdag op dit punt terug want minder lezen lijkt mij een effectievere manier om tijdwinst te halen bij het lezen dan snellezen.

~ ~ ~ ~

#50books: iedere zondag een vraag over boeken of lezen, dit jaar verzorgd door Hendrik-Jan.

Waarover gaan wij het hebben?

Nog steeds ben ik er niet helemaal uit hoe ik nu de Metamorphosen van Ovidius ga bespreken. Wel is me inmiddels duidelijk geworden dat het voor mij beter uitkomt de bespreking op zaterdagen te doen. Dat geeft me meer tijd om echt op de tekst in te gaan.

Voor nu kon ik het niet laten om toch even naar het Latijn te kijken. Ik moet constateren dat het op zijn zachtst gezegd roestig is geworden. Maar voor de liefhebber, hier zijn de eerste vier verzen van boek 1,

In nova fert animus mutatas dicere formas
corpora: di, coeptis – nam vos mutastis et illas –
adspirate meis primaque ab origine mundi
ad mea perpetuum deducite tempora carmen.

Een roestige vertaalpoging, met wat spiekwerk:

De geest doet mij spreken over gedaanten veranderd in nieuwe
lichamen: goden – want jullie veranderden ook die – blaas
mijn onderneming adem in en leid mijn lied dat vanaf de oorsprong
van de wereld eindeloos tot mijn eigen tijd doorgaat.

Eigenlijk ben ik al tijden van plan mijn kamer fatsoenlijk op te ruimen. Met een beetje geluk kom ik dan ook nog een Basisvocubularium Latijn tegen. De Basisgrammatica Latijn weet ik nog wel te vinden. Nou heb ik verder genoeg te doen, maar ik vraag me dus af waar dat boek gebleven is.

De gedachte die nu een beetje met me speelt is, dat als je de onderverdeling van Metamorphosen op Wikipedia erop naslaat, dan heb je in plaats van 15 boeken 105 verhalen verdeeld over 15 boeken. Dat is 2 jaar, met elke week een verhaal. In die tijd moet het toch mogelijk zijn om mijn kennis van het Latijn dusdanig op te vijzelen dat ik de tekst ook zonder vertaling kan lezen en een vertaling kan lezen om ook te genieten van de vondsten van de vertaler.

Ons werd op school altijd verteld dat Latijn en Grieks de exacte vakken van de alfa’s zijn. En exact kunnen denken kan natuurlijk geen kwaad.

Hoe dan ook, ik moet opruimen 😉

Maar het kan natuurlijk ook hybris, of audacitas, de Romeinse variant daarvan, zijn.

~ ~ ~ ~

In navolging van Hendrik-Jan die de klassieker Divina Commedia bespreekt en Peter die mij laat meegenieten van Don Quichot behandel ik Metamorphosen.

#50books – vraag 5 Over schrijfboeken

Wat vind jij van boeken over schrijven, een gruwel of een mooie aanvulling in je boekenkast?

Dat is Hendrik-Jans 5e vraag in #50books jaargang 2016. Mijn antwoord is dat hoewel ik nieuwsgierig ben naar hoe een auteur schrijft, ik er ook weinig moeite mee heb om dat hoe een mysterie te laten blijven.

Ik ben dus wel nieuwsgierig naar hoe het schrijfproces van mijn favoriete schrijvers eruitziet en ik was dan ook opgetogen toen ik in de biografie van Captain Johns (By Jove, Biggles! van Peter Berresford Ellis en Jennifer Schofield) een klein fragment las over hoe hij schreef. Het staat inmiddels ook op internet beschreven, mocht iemand interesse hebben.

Ik ben wel nieuwsgierig naar hoe het schrijfproces van een boek verschilt van het vertaalproces, of een psychologische roman een andere aanpak vergt dan een historische. Hoe de ene schrijver verschilt van de ander. Hoe schrijfmethodes zijn veranderd sinds de opkomst van pc’s. Maar aan de andere kant wil ik dat allemaal juist ook niet weten. Om die reden heb ik ook geen schrijfboeken in mijn boekenkast staan. Wel heb ik ooit het schrijfboek van Elizabeth George in de hand gehad (en uiteindelijk laten liggen). Dat boek, Wie schrijft…, las ik dus niet.

Wel kan ik me herinneren dat Jacques Vriens naar onze basisschool kwam. Hij vertelde ook iets over zijn creatieve proces. Hij had overal in huis notitieboekjes en schrijfgerei liggen zodat hij ideeën op het moment dat ze hem te binnen schoten op kon schrijven. De ervaring leerde hem dat als hij zijn ideeën niet opschreef, hij ze weer vergat. Als hij na een tijdje voelde dat hij genoeg ideeën had voor een boek, verzamelde hij zijn notitieboekjes en begon het lees- en daar na het schrijfproces. Al zal ik het ongetwijfeld versimpeld hebben weergegeven.

Daartegenover staan dan weer auteurs die geen enkele aantekening maken, zoals vader en zoon Nowee, wat Paul in deel 20 voor het raadsel stelde wat zijn vader met Percy had gedaan.

Nieuwsgierig maar geen schrijfboeken gekocht, dus. Toch overweeg ik een uitzondering te gaan maken voor On Writing van Stephen King. Daar heb ik zo veel enthousiaste verhalen over gehoord dat ik de verleiding misschien wel niet kan weerstaan.

Ovidius’ Metamorphosen: een inleiding

Vandaag las ik dan eindelijk de inleiding (en de verantwoording) die Marietje d’Hane-Scheltema schreef bij haar vertaling van Ovidius’ Metamorphosen. Het is die vertaling die ik de woensdagen van de rest van dit jaar en nog een tijd in 2017 wil gebruiken als basis van mijn bespreking.

Het idee dat ik vorige week kreeg is namelijk om vanaf volgende week maandelijks een boek – of misschien is het juister om van een boekrol te spreken, omdat Romeinen die gebruikten – te behandelen. En Metamorphosen telt 15 boeken. Dat betekent dus dat als ik het volhoud ik tot en met april 2017 op de woensdag met gedaanteverwisselingen bezig houd.  Dat is immers de betekenis van metamorfosen (ik gebruik hier even de Nederlandse spelling en niet de titel van het boek, die door de vertaalster met ‘ph’ is gespeld omdat zij dat meer recht vond doen aan het Latijnse origineel).

Vanaf volgende week ga ik dus echt beginnen met de vertaling. Ieder boek is weer onderverdeeld in een aantal verhalen. Aangezien ik per maand vier of vijf afleveringen hoop te gaan schrijven, kan ik er regelmatig zo’n verhaal uitpikken. De gemiddelde lengte van ieder boek is zo’n zeven- à achthonderd verzen, op een paar kortere uitzonderingen na.

Dat wordt in perspectief geplaatst door iets wat d’Hane-Scheltema in de inleiding schrijft: een dichter schreef gemiddeld 1 à 2 verzen per dag! Maar ze schrijft ook dat er aanwijzingen zijn dat Ovidius voor Metamorphosen soms 7 tot 8 verzen per dag haalde. Een van de mogelijke verklaringen hiervoor was dat Ovidius al lange tijd van plan was een epos te schrijven en dat hij dus fragmenten klaar had liggen die hij alleen maar hoefde aan te passen.

Imitatio en aemulatio

Deze twee termen zijn welhaast onvermijdelijk bij het bespreken van Griekse en vooral Romeinse (Latijnse) kunst en literatuur. Ook d’Hane-Scheltema noemt ze. Zij komt met een originele vertaling die ik graag overneem: nabootsing en ‘nieuwmaak.’ Volgens d’Hane-Scheltema was de Romeinse samenleving erg taalgericht, erg alfa. Welgestelde burgers (mannen en vrouwen) kenden hele literaire werken uit hun hoofd en waren op de hoogte van de ‘ars rhetorica’.

Wat Romeinse schrijvers vaak deden was dezelfde verhalen op een andere manier nogmaals vertellen. Metamorphosen van Ovidius is daarop geen uitzondering want het verhaalt over de Griekse en Romeinse mythologie, vanaf het begin tot aan de tijd van Ovidius zelf.

De verhalen die hij schreef waren voor zijn publiek bekend, het ging erom wat hij ermee deed ten opzichte van andere schrijvers. Het publiek kende de werken van die voorgangers en waardeerde originele vondsten.

Het lijkt mij dan ook niet onwaarschijnlijk dat ik bij een aantal verhalen ga vergelijken met andere auteurs om na te gaan hoe de imitatio en aemulatio in zijn werk is gegaan. Maar ik zal vermoedelijk ook regelmatig stilstaan bij stijlfiguren, mythologie of de Latijns versvorm en de gekozen  versvorm in de Nederlandse vertaling.

En ik hoop en verwacht ook vooral inspiratie op te doen bij het Divina Commedia project van Hendrik-Jan of het project van Peter, die nog niet weet of hij voor Moby-Dick of Don Quichot gaat kiezen.

#50books 4-16 Boeken die je gelezen ‘moet’ hebben

Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?

Dat is Hendrik-Jans 4e vraag uit #50books jaargang 2016. En is het een verduiveld lastige vraag. Ik kan me er natuurlijk gemakkelijk vanaf maken door te zeggen dat niets moet, maar dat doe ik niet.

Toch wil ik niemand de wet voorschrijven. De – ongeveer – 10 boeken die ik hieronder ga beschrijven zou iedereen wat mij betreft gelezen mógen hebben. Vrijheid, blijheid natuurlijk, wat boeken betreft. Ik noem de boeken in volstrekt willekeurige volgorde en kies daarom voor een opsomming met bolletjes in plaats van met nummers. Ieder boek zal voorzien van een korte toelichting over waarom het daar staat.

10 boeken die iedereen gelezen zou mogen hebben

  • Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt. Deze verhalen zijn me vooral voorgelezen. Herinneren kan ik het me niet meer maar ik heb me vaak later vertellen dat ik naar niets liever luisterde.
  • Eigenlijk mogen alle kinderboeken van Roald Dahl op deze lijst (en ben ik nu dus klaar) maar ik kies voor De Griezels. Ik leerde Roald Dahl kennen dankzij de schoolbibliotheek van de Mytylschool in Eindhoven. Ik had het geluk meestal snel klaar te zijn met de leerstof en mocht dan naar de bieb. Daar stond ongeveer alles van Roald Dahl en wat heb ik genoten.
  • Schateiland van R.L. Stevenson. Dit boek werd ons in een uitvoering voor moeilijk lezende kinderen voorgelezen op de Mytylschool en ik luisterde met rode oortjes, zo spannend. Toen ik na een paar maanden die versie zelf las, viel me dat behoorlijk tegen. Totdat ik tijdens mijn studietijd een vertaling van het complete boek las en weer net zo gegrepen werd als toen het ons werd voorgelezen.
  • In the shadow of no towers van Art Spiegelman. Ik heb Maus nog tegoed dus die kan ik niet noemen maar in de graphic novel In the shadow no towers is wanhoop voelbaar.
  • Het Yacoubian van Alaa al Aswani. Egyptische cultuur in romanvorm. Ik blogde er al eerder over.
  • Het woud der verwachting van Hella S. Haasse. Ik hou van geschiedenis en historische romans en deze roman over het leven van Charles d’Orléans tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) springt eruit.
  • Beekman en Beekman van Toon Kortooms. Het speelt hier in de buurt en ik heb me bovendien tranen gelachen tijdens het lezen.
  • Het zijn net mensen van Joris Luyendijk. Ik las dit boek over journalistiek net na mijn afstuderen en sindsdien volg ik het nieuws met andere ogen.
  • Dit is een lastige. Eigenlijk hoort hier The Zen Habits Method blogreeks van Peter Pellenaars te staan. Die reeks over Zen Habits – Mastering the art of change van Leo Babauta stelt mij in staat dagelijkse veranderingen in mijn leven aan te brengen (still counting) en vol te houden, waar dat voorheen niet lukte. Later las ik alsnog het boek en ging er zelf ook een serie over bloggen.
  • Wie een beetje van mijn passie voor Biggles wil begrijpen, zou Met Biggles in vijandelijk gebied of Biggles als spion mogen lezen. Of in de oorspronkelijke taal: Biggles flies east en The rescue flight.

Aanloop naar Ovidius’ Metamorphosen

Eigenlijk kan ik me weinig meer herinneren van mijn lessen Grieks en Latijn. Docenten zijn blijven hangen en een paar citaten. Dat is het wel. De eerste Lectio uit Redde Rationem begon met een verhaaltje dat Serpens in horto heette. Dat grap was dat die slang al in de tuin was, als hij nog op weg was geweest naar de tuin had er serpens in hortum gestaan. Dat was de eerste kennismaking met de werking van naamvallen.

Verder zijn me de nodige woorden en vervoegingen bijgebleven zoals ik zie video, vides, videt, videmus, videtis en vident plus nog een paar citaten. O tempora, o mores! (o tijden, o zeden!) waarmee Cicero’s aanval op Catilina begon. Gutta cavat lapidem, non vi sed saepe cadendo. Een waterdruppel holt een steen niet uit door geweld maar door vaak te vallen. Ceterum censeo Carthaginem esse delendam van Cato de Oude. Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden.

Van Grieks herinner ik me vooral dat als ik iets in het Grieks moet schrijven, ik het naderhand amper kon lezen. En dat we in de 4e klas altijd een aangekondigde onverwachte schriftelijke overhoring kregen de les nadat het proefwerk besproken was. En dat we om het geschonden vertrouwen op te vijzelen met enige regelmaat in de Septuagint lazen. Dat was Kerkgrieks, dus wat eenvoudiger.

Al met al waren Latijn en Grieks toch vooral talen en die lagen mij op de middelbare school. Grieks liet ik na de 4e vallen, maar dan hield ik toch nog Nederlands, Engels, Frans, Duits en Latijn over. Nu vrees ik dat die talen enigszins weggezakt zijn, vooral Duits en Latijn omdat ik die het minste ben blijven gebruiken na mijn diploma. Laatst heb ik weer iets met Frans gedaan en dat ging redelijk moeizaam.

Daarom denk ik na over hoe ik mijn kennis van deze talen weer op kan vijzelen. Ik heb de laatste maanden van alles over leren geleerd en dat kan misschien wel toegepast worden op talen.

Maar dat is voor later zorg. De teksten die we bij Grieks en Latijn lazen, spraken me aan en vandaar dat ik in navolging van Hendrik-Jans Divina Commedia project zelf ook iets wilde beginnen. Eigenlijk had ik dus vandaag namelijk willen starten met mijn bespreking van Metamorphosen van Ovidius. Gezien bovenstaande wil ik wel gebruik maken van Nederlandse vertalingen. Dit weekend eerst een planning maken en wat inleidingen lezen.