Fotograferen met 1 hand

Toen ik besloot een smartphone te gaan kopen, dacht ik dat ik nu eindelijk eens foto’s zou gaan maken. Mijn eerste fototoestel was er uiteraard eentje waar fotorolletjes in moesten en dat bleek niet mijn hobby.

Omgekat toestel

Ik kan maar 1 hand gebruiken en dat is mijn linkerhand. Dat maakt fotograferen er niet gemakkelijker op. Al die toestellen zijn namelijk gemaakt op bediening met de rechterhand. Voor linkshandigen onhandig, voor mij in die tijd onpraktisch. Ik kon gewone toestellen eigenlijk niet bedienen. Stad en land hadden we afgezocht naar een toestel voor linkshandigen. Er bleek weleens een toestel speciaal te zijn omgebouwd maar dat was zo’n hels karwei dat het bij een eenmalige actie bleef. Voor mij dus geen oplossing.

Gelukkig had ik een handige vader. Hij bedacht dat het mogelijk moest zijn om de zelfontspanner via een zelfgemaakte houder aan de linkerkant van het toestel vast te maken. Ik kon het toestel dus links bedienen terwijl de bediening rechts ook gewoon bleef functioneren. Het werkte voor mij prima. Alleen die rolletjes bleven lastig, daar moest ik altijd iemand voor vragen. En ik vergat het toestel altijd. Helaas kan ik het toestel nu niet vinden maar mocht ik het alsnog tegenkomen, dan zal ik er een foto van maken en plaatsen.

De digitale camera

Toen de digitale camera’s opkwamen, duurde het even voor ik mee ging. Ik was niet zo’n fotograaf. Maar uiteindelijk ging ik uiteraard om want digitaal is toch een stuk makkelijker dan met die rolletjes. En mede door die rolletjes werden de toestellen ook een stuk kleiner. Ik kon nu met mijn wijsvinger over het toestel heen op de sluiterknop drukken. Ombouwen voor bediening met links bleek niet nodig. Enige kleine probleem was dat het lusje te kort was. Ik kon het niet om mijn linkerarm doen. Probeer maar eens uit of dat met jouw toestel wel gaat. Ik ben benieuwd. Gelukkig was daar een eenvoudige oplossing voor: het lusje helemaal oprollen, er een knoop inleggen en er een lanyard aan vastmaken. Kon ik het toestel om mijn nek hangen. Wel zo veilig als omdat ik het toestel immers maar met één hand kan vasthouden. Al met al was er eigenlijk maar één probleem. Ik vergat het toestel steeds.

De smartphone

Toen ik een smartphone kocht, dacht ik dan ook dat ik eindelijk veel zou gaan fotograferen. Mijn telefoon had (en heb) ik altijd bij me. Dat probleem was dus opgelost. Alleen had ik er totaal geen rekening mee gehouden dat het mij nauwelijks lukte de telefoon tijdens het fotograferen stil te houden. Je drukt immers op het toestel als je een foto neemt. Wat ik ook probeerde, het lukte niet.

Tot gistermorgen: mijn telefoon lag aan de lader en ik pakte hem ineens ongemerkt anders vast dan normaal. Met mijn vingers in lengterichting gestrekt achter het toestel, in plaats van een paar vingers in breedterichting. Eureka, zo kan ik misschien wel fotograferen.

Nu, een dagje oefenen later, lukt foto’s maken terwijl ik het toestel rechtop houd prima. Als ik het toestel draai in landschapsrichting, zeg maar, is het iets lastiger, maar ik heb ik vertrouwen in dat dat met enige oefening ook nog wel gaat lukken.

Lukt het of lukt het niet?

Vandaag hield ik de hele dag de weersvoorspellingen bij. Zou het lukken of toch niet? Kou, regen, niets houdt de echte matadoren (lees: eigenaars van een hond) tegen. Wij hebben katten. Daar moet ik het dus niet van hebben.

Maar vanmorgen had er zich bij een gewaagd plan postgevat. Hoe het kwam weet ik niet, opeens was het er. Realistisch? Nee. Waarschijnlijk zou het mislukken, maar dat zou geen ramp zijn. Eén keer per jaar ben ik erg ijdel en laat ik mij flink onderhanden nemen met botox. Dat had je niet achter mij gezocht, hè. Wat veroorzaakt al die rimpels nou? Juist, samentrekkingen van spieren in het gezicht. En wat voor voor het gezicht werkt, kan ook voor spieren in de arm worden gebruikt, dat was zelfs het oorspronkelijke doel van botox. Meer over mijn botox-avonturen kun je hier lezen.

Maar waarom kom ik daar nou op?

Als mijn botox begint te werken ontspant mijn rechterarm en dan kan ik iets wat ik normaal niet kan. Allebei mijn handen in de zakken van mijn winterjas. Je voelt ’m al komen: vandaag wilde ik kijken of dat nog steeds lukte. Nu heb ik mijn laatste injecties begin december laten zetten, dus het was een erg optimistisch om te denken dat de botox nog steeds zou werken. Officieel gaat-ie drie maanden mee, in de praktijk een aantal maanden langer maar omdat de zomer voor warmte zorgt en ik tijdens de werking van de botox enkele maanden flink inspannende fysiotherapie heb gehad om maximale ontspanning en rek te bereiken en omdat ik zelf nog steeds allerlei oefeningen doe, had ik hoop dat het mogelijk zou zijn.

Het bleek ijdele hoop

De hele dag hield ik het weer dus in de gaten. Het was in ieder geval jassenweer. Ik besloot een uur eerder te gaan wandelen dan normaal omdat dat mij de beste kans leek om het droog te houden. Ik begon zodra ik een honderd meter had gelopen en mijn arm soepel was poging te doen deze in mijn jaszak te krijgen. Ik zeg ‘krijgen’ omdat ik daarvoor ook mijn linkerhand nodig heb. Ik kan mijn rechterarm redelijk strekken, maar hij gaat niet vanzelf in een jaszak. Met pas werkende botox injectie al niet, en nu al helemaal niet. Ik kreeg mijn hand er gedeeltelijk in, maar hij sprong er vrijwel meteen uit. Als het goed gaat, kan ik de hand er gedeeltelijk in stoppen, waarna die ontspant en ik hem even later er helemaal in kan stoppen. Vandaag lukte het niet. Misschien lag het eraan dat bij de zomerjas van vandaag de opening van de zakken minder royaal is dan die van de winterjas…

Zwaar maar lichtvoetig

Vandaag sprak ik iemand die mij al een tijdje kent. Ik spreek hem regelmatig en hij zei iets wat me aan het denken zette. Hij leest namelijk mijn columns voor Onzichtbaar Ziek. Hij vond ze wat zwaar van toon terwijl hij mij ‘in het echt’ kende als veel positiever. Mijn repliek was dat dit blog, dat hij niet leest, een stuk vrolijker is.

Maar toch: de onderwerpen die ik gisteren noemde waarover dit blog zou gaan, stemmen niet automatisch vrolijk. Daar kan ik tegen inbrengen dat ‘met zonder beperking’ natuurlijk heel ruim is. Niet beperkt in onderwerpkeuze bijvoorbeeld en daar ga ik absoluut gebruik van maken.

Toch zijn die onderwerpen best lichtvoetig te benaderen

En dat ga ik proberen. Natuurlijk neem ik mijn handicaps en slechthorendheid serieus, maar ik kan er regelmatig om lachen. En ik kan je verzekeren: van een manie word ik heel vrolijk. Dat al die ‘malloten’ om mij heen mij op dat moment helemaal niet meer begrijpen, ja, daar kan ik toch niks aan doen. Dat vertel ik een andere keer wel.

Nog zo’n misverstand

Ik zeg wel eens dat ik in een manie niks gedaan. Nou, ik was wel zo goed als manisch toen ik dit blog begon en vol schreef met een dozijn of wat blogposts. En ik rondde de eerste versie van een deel van een vertaling af. Ik bedoel maar.

Al met al neem ik mezelf serieus en jou als lezer natuurlijk helemaal, maar waar mogelijk met humor. Liefst met een verhaal dat aan tot nadenken stemt. Ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar bij mij werkt een verhaal het beste als een serieus onderwerp met enige lichtvoetigheid, frivoliteit of ronduit humor wordt benaderd. Maar ik kan me voorstellen dat alleen de columns het beeld geven dat ik misschien wat zwaarmoedig in het leven sta. Dat klopt niet. Nu niet. Een paar maanden geleden echter voelde ik me wat minder prettig. Niet dat ik dat in het dagelijks leven merkte, maar achteraf wel en ik denk dat het enige invloed had op mijn columns. Dit blog had er minder van te ‘lijden’, ook omdat ik hier minder zware kost serveer.

Het stemt dus tot nadenken maar ik hoop op dit moment vooral dat ik zware kost toch losjes kan brengen. Gewoon omdat ik volgens mij absoluut geen zwartkijker ben 😉

Verandering op komst (dag 7)

Van al dat wandelen kan ik gewoon geen zwartkijker worden. Morgenavond mag ik mijn hoopapparaten dus alweer inhouden.

Zichtbaar en onzichtbaar

Zichtbaar en onzichtbaar zijn twee uitersten van een schaal. Tenminste, dat dacht ik ooit. Tegenwoordig weet ik wel beter. Dat gaat een belangrijk onderdeel worden van de doorstart van dit blog. Doorstart. Groot woord, maar ik neem het wel in de mond.

Zichtbaar en onzichtbaar zijn misschien wel niet meer dan veronderstellingen. Als je bereid bent om dat in te zien, kun je beloond worden met veel nieuwe inzichten. Klinkt erg zen, yin en yang. Maar ik ga proberen om er meer van te maken. Door vragen te stellen. Aan mezelf maar ook aan jou als lezer.

Daar word ik wijzer van – dat heb ik nu al gemerkt – maar jij ook. Althans, ik hoop dat je mee wilt gaan op een reis waarvan ik nog geen idee heb hoelang hij zal duren of waarheen we zullen gaan.

Ik heb alleen een vage notie van de onderwerpen

Lichamelijke handicaps, slechthorendheid, manisch depressiviteit en ander ongemak.  En ik weet nog iets.

Het wordt persoonlijk

Wat ik vertel is mijn verhaal, mijn opvatting over iets. Maar het kunnen ook mijn vragen aan jou zijn. Het zou leuk zijn als jij dan in de comments of op je eigen blog antwoord geeft zodat we een echt digitaal gesprek hebben. En mettertijd misschien een tweet- of meetup.

Wat ik heb gemerkt is namelijk dat zichtbaar en onzichtbaar veel minder duidelijk zijn dan we vaak denken en dat daardoor ongewild en onbedoeld misverstanden en onbegrip ontstaan. Terwijl de wil er juist wel is, aan beide kanten.

Verandering op komst (dag 6)

Ook vandaag weer een heerlijk wandelingetje gemaakt. Waar dat al niet goed voor is.

Wandel je mee op mijn digitale reis?

Mijn ‘andere hand’

Vandaag toch maar de post die ik gisteren had willen schrijven. Toen ik nog klein was, had ik het als ik het over mijn rechterhand had over mijn ‘andere hand.’ Alsof die er maar een beetje nutteloos bij hing. Eigenlijk was dat ook zo, want hoewel ik op het revalidatiecentrum bij de Mytylschool zowel fysiotherapie gericht op het ontspannen en oprekken van mijn rechterarm ( en -been) als ergotherapie kreeg met als doel mijn rechterhand nuttig te kunnen gebruiken, bleek dat laatste vrijwel onmogelijk.

De spanning op mijn arm bleek simpelweg te groot

Hoe dat werkt en uitziet kan ik je eenvoudig uitleggen aan de hand een uitsnede uit een foto.

andere hand

Zoals je ziet, klemt mijn rechterarm zich helemaal tegen mijn borst. Zoals ik gisteren al zei als gevolg van een ongecontroleerde aansturing vanuit de hersenen. Dat gaat mis op drie plekken waar je kunt buigen: de elleboog, de pols en de vingers. Die trekken allemaal samen als gevolg van het spasme. Wil je zelf bij benadering merken hoe dat voelt? Dat kan. Boots na wat je op de foto ziet en zet daarbij wat spanning op de scharnierpunten waar ik het net over had. Om het nog wat echter te maken: vouw je duim naar binnen in de handpalm. Je voelt de spanning op je hand en arm toenemen.

Ontspanning begint bij de duim

Maak met je vrije arm je gespannen duim maar eens vrij en strek die. Als het goed is, voel je de ontspanning door je hele arm komen. Ik noem dat altijd ‘de duim eruithalen’. Die spanning die jij zojuist hebt gevoeld die treedt bij mij de hele dag door op. Doet dat niet gruwelijk zeer, vragen mensen wel eens. Dat valt gelukkig mee. Ik heb er vooral last van als ik (veel) praat. Ik praat sowieso wat moeizamer omdat motorische handicap letterlijk mijn lichaam in de lengterichting doormidden snijdt. En dus ook mijn mond. Daarnaast slaat de spanning van het spasme soms op mijn stem. Wat helpt, is gaan staan. Staand praten is nou eenmaal ontspannend.

Andere remedies

Wat ik ook vaak doe, is het toepassen van een van de twee belangrijkste ontspanningsoefeningen. Die zijn gebaseerd op het eruit halen van mijn duim. De eerste oefening is het inschuiven van mijn linkerhand in de opening tussen duim en wijsvinger van de rechter. Linkerduim boven het stuk tussen de rechterduim en -pols waardoor mijn rechterduim in mijn linker handpalm komt te liggen;  rug linkerhand en vingers onder handpalm en vingers rechts. Dat werkt prima. En als ik iets op te biechten heb, dan is daar de tweede methode: de bidgreep, je vingers in elkaar verstrengelen alsof je gaat bidden. Die ken je zelf ook, dus die leg ik niet verder uit. Hij werkt zo goed omdat je je duim echt naar beneden moet drukken. Een variant is de bidgreep met gestrekte arm. Nog meer ontspanning.

Verandering op komst (dag 5)

Wat ook ontspannend werkt is dus wandelen. Dat heb ik vandaag dus weer gedaan.

Handgeschreven blog

handgeschreven blog

Kon je dit lezen? Ik ben benieuwd. Hieronder volgt een transcriptie, inclusief  enkele niet vloeiend lopende zinnen. Meer dan een letterlijke transcriptie is het namelijk niet.

Handgeschreven blog

Terwijl ik Elja’s blog over flow nog op me in laat werken val ik in een Nieuwsuur reportage over het verdwijnen van het handschrift op scholen. Dat er basisscholen zijn waar de leerlingen hun lessen volgen via een iPad en ook op een iPad leren schrijven, hoewel in beeld te zien is dat de leerlingen ouderwets – al hoop ik dat dat meevalt – schrijfles krijgen met pen en papier.

Ik hoop dat dat nog lang zo blijft. Dat kinderen met pen op papier blijven leren. Wetenschappelijk gezien schijnt het allerlei voordelen te hebben. Ik ga die voorbeelden niet opsommen aan de hand van links naar elders want werkende handgeschreven hyperlinks heb ik nog nooit gezien, jij wel? Ik kom er in een later blog nog terug.

Misschien speelt er nog iets mee. Je zult inmiddels wel gezien hebben dat mijn handschrift niet je dat is. Heeft te maken met mijn handicap. Daardoor ben ik gedwongen met links te schrijven. Op de mytylschool zeiden ze dat misschien wel nooit met de hand zou kunnen schrijven en als het dan toch mocht lukken, dan alleen blokletters. Gelukkig is zelfs aan elkaar schrijven gelukt. Een linkshandige met minder verfijnde motoriek blokletters laten schrijven geeft nog meer inktvlekken op je hand.

En zo heb ik op school en later tijdens alles met de hand geschreven, op de examens en tentamens na. Collegeaantekeningen tikte ik bij thuiskomst wel meteen uit. Net als dit blog morgen.

Schoenenblog

Elja schreef dat mode zeg maar niet echt haar ding was. Ik reageerde dat het ook niet het mijne was. Hoewel het dan niet echt haar ding was, wist ze wat mij betreft toch verbazingwekkend veel van spijkerbroeken, voor mij was het echt abracadabra.

Maar mode begint natuurlijk wat lager dan bij broeken, namelijk bij schoenen. Daar gaat deze blogpost dan ook want het zijn immers mijn schoenen die mij de hele dag dragen (vooruit, af en toe zijn het pantoffels) en ze verdienen het daarom eens goed in het zonnetje gezet te worden.

Het zijn namelijk niet zomaar schoenen, dat mag al wel duidelijk zijn uit mijn reactie bij Elja. Het zijn exclusieve schoenen. Confectie is aan mij niet besteed, dat durf rustig te bekennen, schaam ik niet voor want dat mijn schoeisel exclusief is – de pantoffels niet meegerekend dan – heeft niets met ijdeltuiterij te maken, maar is puur uit noodzaak geboren.

Maar ik doe wel zo’n twee jaar met een paar schoenen en ik gebruik dan ook eigenlijk maar één paar. Goed, als ik ze net heb, wil ik het oude paar nog een tijdje om en om dragen met het nieuwe maar dat duurt meestal niet lang.

Exclusieve schoenen die dan ook volledig op mijn wensen zijn afgestemd, voor minder doe ik het uiteraard niet, dat heb je inmiddels begrepen. Alles is mogelijk, zelfs legale perfecte namaak sportschoenen van bepaalde merken. Jaloers op iemand met hele mooie schoenen? Geen probleem. Kan geregeld worden.

Helaas is aan mij weinig eer te behalen. Als ik eerlijk ben is het enige wat mij aan schoenen interesseert of ik erop kan lopen en hoe vaak ook is geprobeerd mij een ander model schoenen aan praten: het mocht niet baten. Sinds mijn voeten uitgegroeid zijn, zijn de enige dingen er nog aan veranderen de kleur en af toe de leersoort. De rest blijft al jaren identiek.

Ik besteed dan ook enorm veel tijd aan het uitzoeken van die nieuwe schoenen die persoonlijk voor mij op maat worden gemaakt. Maar die maat en pasvorm staat dus al jaren vast en ook daar hoef ik dus weinig tijd aan te spenderen.

Ik loop binnen, kijk even de stalenring door et voilà. Twee maanden later krijg ik een telefoontje dat ik ze kan komen halen.

Welke exclusieve schoenenwinkel dat al die service levert? Misschien moet ik je teleurstellen want zo iets exclusiefs is niet voor iedereen weggelegd: ik heb het namelijk over een orthopedische schoenmaker. Vanwege mijn handicap.

En wel orthopedisch schoenmaker Ras van Buchrnhornen-Ras. Sjef Ras is net met pensioen maar ik ben hem dank verschuldigd omdat hij mij 25 jaar geleden van mijn moeilijke voeten af hielp. Uiteraard heb ik ook het volste vertrouwen in zijn opvolgers.

Hoe zo’n schoen eruitziet?

Linkerschoen binnenkantLinkerschoen

Zwaai niet met je handen maar luister naar de zee

Nee, dit bovenstaande is geen mindfulness tip – al kun je het gezien de frustratie die je misschien met deze tip kunt besparen, daar wel van spreken. Het is dus wel een tip, maar dan speciaal eentje voor mensen die een gehoorapparaat dragen.

Ik beschreef in mijn vorige post dat ik bezig ben met het het testen van nieuwe toestellen en dat dat tot nog toe geen onverdeeld genoegen was. Gisteren kon ik gelukkig weer terecht bij mijn audicien nadat ik haar al eerder telefonisch had uitgelegd wat het probleem was.

Zij stelde toen meteen voor het anti-feedbacksysteem te gaan testen en scherper te stellen. Dat leek me wel want als je werkgever al tegen je begint te roepen dat je dat toestel uit moet doen, dan ontstaat al gauw een onwerkbare situatie.

Ik kon me echter geen voorstelling maken van wat die test in zou houden. Ik wist dat de toestellen aan de computer zouden worden gehangen. Dat gaat via een soort klompje dat aan de onderkant van het toestel vastgeklikt wordt waar dunne draden aan zitten die weer in een plat kastje dat wel iets van een scanner wegheeft maar dan met draadingangen. En die is dan weer verbonden met de computer waar alle instelsoftware op staat. (Ik zal de volgende keer eens kijken of ik tot een betere beschrijving komen, of dat ik nog ergens foto’s kan vinden.)

Wat moest ik nu doen? Ik stelde me zo voor dat ik naar allerlei geluiden moest gaan luisteren om daarbij aan te geven of de toestellen ging fluiten. Gelukkig ben ik niet enige die bedacht heeft dat zo’n test juist voor slechthorenden vrij onpraktisch is. Maar hoe het dan wel moest?

Kijk, mijn oude toestellen hadden nog geen anti-feedbacksysteem. Controleren of ze floten hield simpelweg in dat ik met mijn hand langs mijn oren zwaaide en gekke bekken ging trekken. Als ik niks hoorde – en iemand anders ook niet – dan zat mijn rechtertoestel goed (links is nooit een probleem).

Dat was dus ook de strategie die ik bij het aanmeten toepaste: geen gefluit. En verder stond ik niet bij geavanceerdere methoden stil. Mijn audicien gelukkig wel toen ik mij meldde met mijn klachten.

Toen mijn toestellen aangesloten waren en ik ze weer in had, moest ik stil blijven zitten en niets zeggen. De computer zou testgeluiden naar de toestellen sturen waarmee het fluiten gesimuleerd kon worden en het antigeluid in geprogrammeerd. (Anti-feedbacksystemen zijn erop gebaseerd dat zodra het toestel gefluit waarneemt, er precies het tegenovergestelde geluid wordt geproduceerd zodat het fluiten wordt geneutraliseerd. Door de enorme snelheid waarmee dit gebeurt, blijft gefluit onhoorbaar, ook voor mensen met een beter gehoor).

En dat geluid wat ik te horen kreeg, had wel wat weg van het ruisen van de zee. Daar heb ik vijf minuten naar mogen luisteren gisteren. En het mooie is dat het probleem opgelost is en dat het niet ten koste gaat van de instellingen van mijn toestellen. Vroeger was namelijk zachter instellen van de toestellen soms de enige oplossingen.

Nu eindelijk echt testen!

Hoorapparaten: techniek staat voor…

Dit blog ben ik in eerste instantie gestart vanuit het idee om te gaan schrijven over mijn lichamelijke beperkingen, vandaar ook de naam. Nu gebruik ik het vooral om over hele andere dingen te bloggen, maar gelukkig dekt de titel nog steeds de lading. Nu wil ik weer een keer terugkeren naar het oorspronkelijke idee achter dit blog en schrijven over mijn nieuwe hoorapparaten.

Dat laatste valt nog maar te bezien want ik heb mijn toestellen nog maar op proef en al te tevreden ben ik er niet over. Maar laat ik ergens bij het begin beginnen. Mijn huidige toestellen zijn vijf jaar oud en dan worden reparaties niet meer vergoed en heb je ook weer recht op nieuwe. Vorige maand zocht ik dan ook mijn audioloog weer eens op. Een uitgebreide test en gesprek volgde en ik kreeg weer een verwijzing voor de audicien.

Nieuwe technieken

Tijdens ons gesprek kregen we het uiteraard over nieuwe technieken die de laatste jaren ingang hadden gevonden. Vooral  het feit dat de nieuwste generatie toestellen richtingsgevoelig zijn, zou volgens mijn audioloog veel voordelen bieden. Richtingsgevoeligheid komt er in het kort op neer dat je toestellen ‘zien’ naar wie jij kijkt, met wie je in gesprek bent, zodat wat die persoon zegt / personen zeggen, extra wordt versterkt en andere geluiden gedempt.

Erg interessant, maar ik werd pas enthousiast toen de anti-feedbacksystemen ter sprake kwamen. Ik zei namelijk dat ik met mijn oude rechter toestel regelmatig last had van piepen, fluiten of rondzingen: hoe je het ook noemen wilt: de officiële term voor het fenomeen is feedback. Daar had ik volgens mijn audioloog voortaan geen hinder meer van omdat de nieuwste hoorapparaten een ant-feedbacksystemen hebben. Dat stemde mij erg vrolijk want mijn enige klacht over mijn oude toestellen was eigenlijk dat fluiten.

Het had door een verkoudheid die ervoor zorgde dat ik het maken van de benodigde oorstukjes een week uit moest stellen nog wat voeten in de aarde, maar afgelopen week kreeg ik mijn nieuwe toestellen op proef.

Eerste dagen: so far so good

Tijdens het instellen trok ik mijn gebruikelijke gekke bekken waarmee ik mijn oude toestel (rechts) gegarandeerd mee aan het fluiten, rondzingen enzovoorts kreeg. Nu gebeurde er niets en ik hoorde ook goed.  We dachten thuis echt dat we er waren.

Maar na anderhalve dag…

Niet te geloven: piepen en fluiten. Toestel uitzetten, opnieuw indoen, oorstukje aanduwen (dat hielp bij de oude), het mocht niet baten.  Het was weekend, dus ik kon niks behalve balen. De dag erop ineens weer nauwelijks problemen en nieuwe hoop: zelflerende systemen? Vanmorgen ging het ook goed, tot ik een paar keer merkte iets niet goed te hebben en ik de toestellen harder zetten: niks meer mee te beginnen en van ellende het apparaat maar uit gedaan. En ik had mijn oude toestellen thuis gelaten omdat het zo goed ging.

Uiteraard belde ik (dat doe ik altijd links) de audicien. Ze zei dat er waarschijnlijk wat aan te doen viel. Morgenmiddag, dus ik heb weer hoop en hou jullie op de hoogte.

Dé vraag waarop ik het antwoord ga ondervinden

Het is allemaal leuk en aardig en ik ben ook heel blij met de wending die mijn leven de afgelopen tijd heeft genomen. Toch is er een maar en het goed om daar bij stil te blijven staan omdat dat in mijn geval een levensgroot verschil kan maken dat.

Sinds een aantal maanden heb ik weer een baan waar ik plezier in heb en waardoor ik me weer nuttig voel. Ik besloot het voorzichtig aan te pakken en andere dingen, waaronder bloggen, een tijdje op een lager pitje te zetten. Gelukkig gaat alles goed in mijn nieuwe baan en kreeg ik er veel energie van en zin om ook andere dingen te gaan doen, zoals voor Onzichtbaar Ziek. Weer voorzichtig om de balans niet te verstoren.

Ook dat ging weer goed en ik vond het allemaal zo leuk en nuttig om te doen. Laten we ook maar weer gaan bloggen. Kan best. Dat gaat niet fout. En ik ging maar vast plannen maken over wat wil allemaal nog meer wil gaan doen en waar ik al eerder over blogde.

En toen viel er vorige week ineens onverwacht een vertaalvoorstel in mijn mailbox. Naast een al geplande Nederlandse vertaling van een boek van Captain Johns stelde mijn medevertaler Roger voor nóg een boek te gaan vertalen. Razend enthousiast werd ik ervan want ik had dat boek toevallig net geleend van onze voorzitter en kon dus meteen aan slag. Nu weet ik uit ervaring dat al te groot enthousiasme niet meteen tot de beste vertalingen leidt, dus toch maar even ingebonden.

Eergisteren toch maar begonnen en helemaal gegrepen door het verhaal, vertalen en het wezenlijke spelen met taal dat vertalen is. Heerlijk vind ik dat en zou het liefste niets anders doen. In mijn hoofd neemt dat vertalen alles in beslag. Ik weet gezien mijn verleden dat dat een risico is, maar dat moet dan maar. Ik wil wel leuke dingen blijven doen. Juist die beginfase is een risico. Ik ben dan nog op zoek naar een balans tussen ijver, enthousiasme en realiteitszin.

Het ging gisteren dan ook al meteen fout. Nou kan ik me voorstellen dat bovenstaande niet helemaal te volgen is maar ik denk dat als jullie mijn column van gisteren voor Onzichtbaar Ziek lezen dat het wel wat duidelijker wordt.

Dé vraag kan ik dus niet beantwoorden, maar spannende tijden zijn het zonder meer.