Exacte vakken en ik

mathematics-1044089_640

Nu ik bezig ben met A mind for numbers van Barbara Oakley ontkom ik er natuurlijk niet aan dat ik terugdenk aan mijn eigen worsteling met wiskunde en de andere exacte vakken. Ze lagen me niet echt en ik had veel meer plezier (plus betere punten) bij de talen en een vak als geschiedenis.

Nu ik dit boek lees worden enkele vermoedens die ik over over hoe ik indertijd met die vakken omging bevestigd. Ik ging er niet goed mee om, dat wist ik, maar het is eigenlijk wel verklaarbaar. Op de basisschool was ik wel goed in rekenen maar met machtsverheffen met sommen als ‘Hoeveel is 65?’ging het niet zo goed. We moesten altijd een pagina per dag doen en meestal was ik met een uur makkelijk klaar. Bij machtsverheffen was ik echter uren bezig en lukte het nog niet.

Tot op een dag mijn leraar een keer keek naar hoe ik bezig was. Onze berekeningen maakten we op blanco wit papier. Wie mijn gedwongen linkshandige handschrift kent, kan zich voorstellen dat 65 onder elkaar uitschrijven met uitrekenen bij mij misgaat. En dat gebeurde dus ook. Een hele reeks van zo’n onmogelijk uitgeschreven sommen verklaarden mijn lage punten en de lange tijd die ik over deze sommen deed. Toen we besloten ruitjespapier te gaan gebruiken was dat probleem opgelost.

Middelbare school

Maar op de middelbare school kwamen de problemen terug. Mijn schrijftempo ligt namelijk ook lager, zeker met grafieken en ruimtelijk figuren en de hele mikmak. Dus ik kreeg nooit al mijn sommen binnen een redelijke tijd af, proefwerken werden nattevingerwerk omdat ik altijd extra tijd nodig had maar die er niet altijd was en er dus maar een opgave werd geschrapt.

Waar het volgens A mind for numbers op neerkomt is dat je vooral moet oefenen, slim oefenen – maar over dat slim in een latere post misschien meer. Ik maakte nog niet de helft van de sommen.

Daar kwam nog bij dat ik bij de eerste lichting van de basisvorming zat en dat betekende dat veel methodes nog niet beschikbaar waren. Dus kwamen de docenten met veel dictaten. Dat kon ik nooit bijhouden met pennen. En ik was te verlegen om hulp te vragen aan medeleerlingen of het probleem bij docenten aan te kaarten.

Bij het leren van proefwerken zat ik dus meermaals opgescheept met onvolledige aantekeningen. Als het dan ook nog niet echt je interesse heeft, komt dat je punten niet ten goede. Terwijl ik wel hogere punten kon halen. Het gebeurde namelijk een keer dat de docent Natuurkunde besloot zijn dictaten zelf uit te typen. Nu had ik dus werkbare aantekeningen en toevallig was het ook nog eens een onderwerp waar mijn vader verstand van had. Mijn punt zat bij de hoogste van de klas. Helaas had ik de pech dat er voor dat proefwerk veel onvoldoendes waren en de docent ons voortaan weer liet pennen. Met desastreuze gevolgen voor mijn punten.

Uiteindelijk kwam het met mijn exacte vakken goed – ik kon ze laten vallen. Alleen Wiskunde A hield ik tot in de 6e klas. Na twee schoolonderzoeken stond ik – met jarenlang meestal een 5 – een voldoende. Toen werd ik echter ziek en moest het eindexamenjaar overdoen. Zonder Wiskunde A want dat had ik voor mijn vervolgopleiding niet nodig.

De voldoende en de ondertitel van A mind for numbers stemmen hoopvol. Die luidt namelijk: How to Excel at Math and Science (Even If You Flunked Algebra). Uitblinken is niet nodig maar ik heb op basis van wat ik nu gelezen heb – en door de MOOC – wel het idee dat ik mijn beheersing mijn ‘exact denken’ kan verbeteren voor dingen waar ik het nodig voor heb.

@foto via Pixabay met CC0 verklarinG