#50books – vraag 9

#50books begint al een mooi lijstje met vragen te krijgen. Peter postte vanmorgen al vraag 10, die in het teken staat van de Boekenweek. Die vraag zal ik nog tijdens de Boekenweek beantwoorden, maar ik wil eerst reageren op vraag 9: hoe kom jij aan je boeken?

Dat is eigenlijk heel verschillend. Als kind kreeg ik natuurlijk veel boeken voor mijn verjaardag en Sinterklaas. En omdat vrienden en kennissen eigenlijk zonder uitzondering wisten dat ik graag las, kreeg ik ook regelmatig boeken van hen als zij hadden opgeruimd. Zoals ik in vraag 1 al aangaf, begon mijn grootste boekenverzameling, die van de Biggles-reeks, met een een aantal boeken die ik van mijn fysiotherapeute kreeg. Daarnaast was ik in die tijd een trouw bezoeker van de bibliotheek.

Maar de boeken waar ik echt aan verslingerd was, wilde ik niet alleen van de bibliotheek lenen, maar wilde ik ook zelf gaan verzamelen. In eerste instantie was dat de Arendsoog-reeks. Het eerste boek dat ik zelf kreeg was deel 61, Jacht op een ‘Schaduw’,  met Sinterklaas 1991. Als ik het mij goed herinner had ik dat jaar in herfstvakantie op aanraden van mijn ouders – die de reeks uit hun jeugd kenden – via de bibliotheek deel 1, Arendsoog, gelezen. Ik was meteen verslingerd en gelukkig bleken er dus vele delen te zijn. En in de klas stonden er verschillende; hele oude exemplaren, in mijn ogen. Halflinnen zonder het bijbehorende stofomslag, leerde ik veel later op het Arendsoog Forum.

Niet veel later kwam bij de Arendsoog-reeks dus de Biggles-reeks. Dat betekende dus antiquariaten afstruinen. Arendsoog was nieuw nog wel te krijgen maar tweedehands was goedkoper en van Biggles waren er nog maar een stuk of wat nieuw te krijgen en die lagen vaak ook nog niet eens bij de boekhandel. Maar de Biggles-pockets van Het Spectrum waren tweedehands ruim voor handen. Dat was allemaal in de tijd dat wij thuis nog geen internet hadden. Het is me samen met mijn neef die ook fan was via familie, boekhandels en antiquariaten gelukt de hele Arendsoog-serie te verzamelen, hoewel ik een aantal jaren naar deel 49, Arendsoog en de Avondmannen, heb moeten zoeken. Uiteindelijk hadden we allebei onze serie compleet.

De Biggles-serie was wat moeilijker. Ik had weliswaar een keer het geluk dat ik er via een antiquariaat een stuk of 20 kon kopen voor een prikkie, maar daarna werd het moeilijker, zoals het ook daarvoor al moeizamer zoeken was. Gelukkig bood internet uitkomst en via de International Biggles Association kon ik het ontbrekende tiental bestellen. Daarna ging ik echter over op de Engelse originele boeken, al blijkt het begrip originele boeken bij Biggles rekbaar omdat sommige boeken in de vijftiger jaren behoorlijk zijn herschreven.

Veel van die Engelse boeken – en ook andere series van Johns – kon ik via de Bookshop en veilingen tijdens I.B.A. meetings kopen – zaterdag is er trouwens weer zo’n veiling. Inmiddels heb ik bijna alles van Johns, waarbij ik er ook verschillende heb gekocht via Antiqbook, Abebooks en Ebay.

Natuurlijk lees ik veel meer dan alleen Arendsoog en Biggles. Die boeken lees ik soms via de bibliotheek, maar meestal koop ik ze. Regelmatig weer tweedehands omdat ik al jaren naar de Deventer Boekenmarkt ga. En ik kan het niet laten om bij een boekhandel of De Slegte binnen te lopen als ik er ook voorbij had kunnen lopen. Gelukkig kan ik meestal de verleiding tot kopen weerstaan omdat ik mijn boekenbonnen thuis heb laten liggen.

Al met al is een boekencollectie omvangrijk. Bijna alle kast- en plankruimte is gevuld. Een tijd terug heb ik daarom maar eens een e-reader aangeschaft. Tot nog toe heb ik daarvoor nog geen boeken gekocht omdat ik eerst mijn stapel papieren boeken wil lezen. Die stapel is al wel kleiner geworden…

#50books – vraag 8

Hoeveel tijd lees je gemiddeld per week? Dat is vraag 8 van @petepel in zijn #50books initiatief. Ik heb er lang over na moeten denken voor ik de vraag kon beantwoorden. En eerlijk gezegd: ik heb geen idee. Daarvoor zijn een aantal redenen.

Reden 1: wat is lezen? Ook andere deelnemers aan het #50books initiatief worstelden met deze vraag. Als ik lezen zo ruim mogelijk opvat, betekenis 2, 3 en 4 uit het lemma ‘lezen‘ van het gratis Van Dale woordenboek Nederlands, dan ben ik eigenlijk de hele dag aan het lezen. Zo ruim wil ik lezen niet opvatten. Voor mij is lezen bij de beantwoording van deze vraag het lezen in een boek. Ik lees ook kranten, tijdschriften en blogs, maar de tijd die ik daaraan besteed, reken ik niet mee.

Reden 2: het schommelt nogal. Ik streef ernaar om iedere week minstens1 boek te lezen. Meestal lukt me dat ook wel. Eigenlijk zou ik het liefste 2 boeken in de week lezen, maar dat lukt regelmatig niet, zeker niet sinds ik zelf blog en blogs van anderen lees. Mijn andere blog, Literaire jeugdhelden.nl,  zorgt er echter wel voor dat ik iedere week een boek lees omdat ik daar jeugdboeken bespreek. Een andere reden voor die schommeling is mijn vertaalhobby. Als ik bezig ben met een vertaling heb ik minder tijd om te lezen. Gelukkig ben ik er bij de twee recentste en het boek waar ik nu aan bezig ben, wel in geslaagd te blijven lezen. Bij de boeken daarvoor had ik periodes dat ik weken geen andere boeken las. De derde ‘schommelrede’ is dat ik in de winter minder lees dan ik in het voorjaar en in de zomer. Dat komt doordat ik het liefste lees ik namelijk in de serre. Daar word ik tijdens het lezen door niets of niemand gestoord, wat op andere plekken in huis wel het geval is. En als ik weet dat ik niet op kan gaan in het boek, dan ben ik toch minder geneigd een boek te pakken. En eerlijk is eerlijk: als de t.v. aanstaat is dat ook wel makkelijk (maar ik lees vanwege mijn slechtere gehoor wel de ondertiteling).

Reden 3: als ik lees, verlies ik alle tijd uit het oog. Dan kan ik uren lezen zonder dat ik het in de gaten heb. Als ik opga in een boek staat de tijd voor mij helemaal stil. Als ik het boek dan wegleg heb ik geen idee hoe lang ik heb gelezen. Als ik het boek echt goed vind, ben ik helemaal in een andere wereld. Tijd bestaat dan voor mij niet meer.

Om die redenen kan deze vraag niet met een hoeveelheid tijd beantwoorden. Of misschien toch: liever nog wat meer tijd dan nu. Gelukkig komt het voorjaar er weer aan.

#50books – vraag 7

Ik luister zelden naar muziek en al helemaal niet als ik lees. En lezen over muziek doe ik ook al niet. Daarmee heb ik vraag 6 Ben jij een muzieklezer? in het #50books initiatief van @petepel beantwoord.

Bij vraag 7 Lees jij alleen in het Nederlands? kan ik gelukkig wat meer vertellen. Ik lees weliswaar voornamelijk in het Nederlands, maar ook in het Engels. In de eerste plaats zijn dat natuurlijk de Biggles-boeken die ik heb vertaald en waar ik het  in het kader van #50books al eerder over had. Die heb voor ik aan het vertalen begon natuurlijk intensief in het Engels en gelezen. En gedurende het vertaalproces blijf je het origineel lezen, zin voor zin, pagina’s voor pagina, hoofdstuk voor hoofdstuk; steeds is het originele Engels de bron, een soort heilige graal. Ik heb echt geen idee hoe vaak ik een boek dat ik heb vertaald in het Engels – en daarna in het Nederlands – heb gelezen. Ik heb weleens de indruk gehad dat ik zo’n boek ongeveer van buiten kende.

Nu zijn lezen, schrijven en vertalen de drie dingen die ik het liefste doe, dus je hoort mij niet klagen. Wat mij betreft ga ik nog veel boeken vertalen. Als het hobbymatig is, dan vooral de boeken van  Captain Johns. Ik geniet iedere keer van dat spel met taal en die boeken zelf gaan me zeker niet vervelen. Er staat in ieder geval weer een nieuw boek op stapel; de vertaling is. Mijn twee medevertalers en ik zijn bezig met de correcties. Vermoedelijk vind ik binnen #50books nog wel een gelegenheid om het te melden wanneer Gimlet van de commando’s is verschenen.

Ik lees dus vrij intensief in het Engels. Nadeel daarvan is wel dat gedurende het vertaalproces iets minder andere boeken lees. En die boeken die ik dan lees zijn Nederlandstalig, dat ontspant me dan meer dan ook nog eens een Engels boek te lezen. Alleen Nederlandse boeken, hetzij origineel of in vertaling. Dat vind ik soms jammer omdat ik de neiging om te kijken hoe de vertaler het gedaan heeft. Dan lees ik iets en dan denk ik: dat zou ik misschien anders vertaald hebben. Maar dan controleer ik dat weer niet aan de hand van de originele tekst.

Daarnaast zou ik ook in het Duits en Frans kunnen lezen. Ik ben een typische alfa en ik had vijf talen in mijn pakket zitten. En het lezen voor de lijst ging me erg makkelijk af. We konden bij alle talen zelf onze lijst samenstellen en ik had blijkbaar een gelukkige hand van kiezen want bijna alle boeken die ik koos boeiden me. En de boekenbeurten zelf gingen ook allemaal boven verwachting. Helaas heb ik na de middelbare school alleen Pilote de guerre van Antoine de Saint-Exupéry gelezen en al helemaal geen Duits.

Maar het volgende boek dat ik niet in het Nederlands lees is misschien wel een Spaans boek. Het toeval wil namelijk dat het vorige boek dat ik vertaalde The Camels are coming onlangs in Spaans verscheen.

#50books – vraag 5

De vijfde vraag die Peter Pellenaars stelt in zijn #50books reeks is: welk boek ben je nu aan het lezen? In mijn geval is dat De verdwijning van Eva Zomers dat is geschreven door Claire Polders. Aan het boek zit een verhaal vast. Claire Polders heeft namelijk dezelfde studie gedaan als ik (en zij deed er daarnaast nog eentje), maar dan een aantal jaren eerder. De publicatie van haar eerste roman, De onfeilbare trok dan ook enige aandacht op de universiteit en ze kwam er ook een keer over vertellen in Tilburg. Ze was immers na haar studie naar Parijs vertrokken. Naar die lezing ben ik niet geweest en het boek las ik ook al niet.

Ik kreeg in april vorig jaar een herkansing omdat Claire toen gastspreker was van het Dante Café dat de alumnivereniging organiseerde. Ze gaf een boeiende lezing over haar werk en in hoeverre haar studies (Cultuurwetenschappen en Filosofie) nut hebben voor haar schrijverschap. Na afloop sprak ik Claire over docenten waar we goede herinneringen aan bewaren, over schrijven, vertalen, bloggen. Afijn, het was een leuk gesprek. Helaas was ze al door de boeken die ze voor verkoop mee had gebracht heen en moest ik met lege handen terug naar huis.

Wel ging ik een aantal blogs op haar site lezen. Erg interessant en het leuke was ook nog dat ze het over een Engels woord had dat ik net bij het vertalen van Gimlet King of the commandos was tegengekomen. Weliswaar gebruikte zij dat in een andere betekenis dan die in mijn boek stond, maar toch. Ik besloot een gesigneerd exemplaar van haar tweede boek De verdwijning van Eva Zomers uit 2006 te bestellen.

Het boek bleef helaas maanden ongelezen liggen, maar nu ben ik er dan eindelijk aan begonnen. Ik heb pas de proloog en het eerst deel gelezen – oftewel 52 van de 312 pagina’s – maar het boek intrigeert me erg. Neem nou deze zin:

Het zal nog bijna een halve eeuw duren voor een jonge vrouw de puzzelstukjes aan elkaar legt en het zal te laat zijn om het de schilder uit te leggen.

De jonge vrouw uit het citaat is de Nederlandse Marga. Zij werkt in Parijs aan een biografie van de Vlaamse schrijfster Eva Zomers. Het boek bevat ook hoofdstukken uit die biografie. Benieuwd hoe die in het grote verhaal een rol gaan spelen. De schilder is de oude Lucien   (het hoofdverhaal is begin deze eeuw gesitueerd). Het boek lijkt – voor zover ik het nu heb gelezen – te gaan over hoe hun levens samenkomen.

Naast deze boeken heb ik deze week Max en de Maximonsters van Maurice Sendak en Het prentenboek als springplank. Cultuurspreiding en leesbevordering door prentenboeken van Piet Mooren plus de bundel Oordelen op maat, behorende bij het gelijknamige Tilburgse symposium over jeugdliteratuur uit 2007. Die boeken gebruik ik voor een reeks over prentenboeken op mijn nieuwe blog Literaire jeugdhelden.

50books – vraag 3

Wat is jouw favoriete plek om een boek te lezen?

Over deze derde vraag van @petepel uit zijn #50books initiatief heb ik even na moeten denken. Ik meen namelijk van mezelf dat ik overal kan lezen. Geef mij een goed boek en ik lees, waar ik ook ben. Dat denk ik in ieder geval, want ik heb het niet overal waar ik ben geweest uitgeprobeerd. Misschien toch nog eens een doel. Maar een goed boek lezen kan altijd en overal, zeker doordat ik mijn hoorapparaten uit kan zetten en daardoor bijna van de wereld afgesloten ben en dus helemaal op kan gaan in het boek.

Bij nader inzien bleek ik toch een favoriete leesplek te hebben. Alleen duurt het waarschijnlijk nog een kleine twee maanden voor ik er weer van mijn boeken kan genieten. Het is er nu 10 graden en dat is me toch iets te fris. Dus nu zit ik een klein half jaar meestal ergens in de huiskamer te lezen, als de televisie uitstaat in een luie stoel bij het raam en anders aan de andere kant van de kamer.

Zo gauw het voorjaar wordt, verkas ik echter naar mijn favoriete leesplek. Daar heb ik dan van niemand last en veel geluid is er ook niet, dus mijn hoorapparaten kunnen aan blijven staan, al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik ze zelden uitzet.

Op dit moment is het dus nog maar 10 graden in mijn favoriete leesplek. Bovendien staat het er vol met planten die er overwinteren en liggen de stoelen bezaaid met van alles en nog wat. Straks, begin april en bij goed weer al eind maart, ga ik er opruimen zodat ik er in ieder weer kan gaan zitten lezen. Dan is het door de al wat sterkere ochtendzon alweer richting de 20 graden en blijft er de hele dag aangenaam.

Mijn favoriete leesplek is namelijk de serre achter het huis. Daar kan ik zeg maar van begin april tot eind september in alle rust van mijn boeken genieten. Er staat geen televisie dus daar heb ik geen last van. Lekker ongestoord lezen en doordat de serre alleen de ochtendzon heeft is het er nooit – nou ja op de ochtend na, misschien – te warm, maar juist de hele dag lekker aangenaam. Bovendien heb ik dan uitzicht op de achtertuin dus ik kan dan uit nog eens genieten van een mooi stukje – gecultiveerde – natuur.

Dus mocht je me in het voorjaar of in de zomer ’s avonds thuis zoeken, dan is de kans groot dat ik met een boek in de serre zit.

50books – vraag 2

Welk boek krijg je maar niet uitgelezen, hoe vaak je er ook aan begint?

Dat is de 2e vraag uit het 50books initiatief van @Petepel. Hij zorgde bij mij voor de nodige hoofdbrekens. Verreweg de meeste boeken die ik lees, lees van ik van kaft tot kaft. Misschien dat ik een stuk of 10 boeken waar ik in ben begonnen niet heb uitgelezen. De meeste van die boeken heb ik nog steeds geen herkansing gegeven. En die paar boeken die wel een herkansing kregen, las ik met veel genoegen helemaal uit.

Dat maakt het beantwoorden van deze vraag lastig want het tweede deel van de vraag maakt dat die boeken die ik slechts eenmaal las afvallen. Ik had al een keuze gemaakt uit een van de boeken waarin ik slechts een enkele poging waagde toen mij te binnen schoot dat er toch een boek was waar ik daadwerkelijk meerdere keren aan was begonnen en dat ik desondanks toch niet van kaft tot kaft uitgelezen kreeg. Nee, in drie pogingen bleef ik uiteindelijk iets voorbij de helft hangen.

Dat boek is dus mijn antwoord op vraag 2: De hut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe uit 1852. Toen ik eraan begon dacht ik nog dat het boek me geweldig aan zou moeten spreken. Geschiedenis, engagement, een boek waarvan wordt beweerd dat het daadwerkelijk invloed had op de geschiedenis van de Verenigde Staten, een thematiek die nog steeds actueel is – in mijn uitgave van het boek uit 1991 staat een nawoord waarin de 19e eeuwse situatie in Amerika wordt vergeleken met die van het 20e eeuwse Zuid-Afrika.

Kortom, het boek had van alles wat mij normaal gesproken in een boek aanspreekt en ik begon dan ook vol goede moed. Het was ook nog eens een lekker dikke pil dus ik had er echt zin in. Maar wat ging het moeizaam. Wat was het een langdradig beschreven verhaal: er gebeurde zo weinig. Het duurde zo wel heel lang voor ik mee ging leven met de personages. En dan was er weer een perspectiefwissel en moest ik ineens totaal andere personages gaan volgen.

Maar misschien was dit alles nog wel overkomelijk geweest als ik de hoofdpersoon, Oom Tom, niet zo’n passieve vent had gevonden. Iets meer actie van zijn kant had het boek misschien toch verteerbaar gemaakt naar mijn smaak. Nu kwam ik in drie pogingen in een tijdsbestek van twee jaar dus niet verder dan halverwege. Later kwam ik er trouwens achter dat veel Afro-Amerikanen tegenwoordig ook moeite hebben met de passieve houding van Oom Tom.

De hut van Oom Tom is dus mijn boek dat ik meer uitgelezen krijg. Maar mijn laatste poging is heel wat jaar geleden, dus misschien krijgt het binnenkort een herkansing.

50Books vraag 1: Met Biggles in vijandelijk gebied

Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?

Dat was vraag 1 van @Petepel in zijn 50Books uitdaging. Elke week komt Peter met een nieuwe vraag die je dan geheel naar eigen inzicht kunt beantwoorden.

Dat leek mij wel wat, die uitdaging maar de eerste vraag stelde me toch voor een probleem. Ik lees nogal veel, al moet ik schoorvoetend bekennen dat het de laatste jaren wat minder is geworden met mijn leeshonger, of althans mijn leeshonger naar boeken. Deze 50Books uitdaging heb ik dan maar gebruikt om weer wat meer boeken te gaan lezen. Genoeg om uit te kiezen dus, maar het probleem zit in dat vroegste jeugd. In die tijd las mijn moeder me altijd voor en naar wat zij erover vertelt moeten die boeken een geweldige indruk hebben gemaakt; Pinkeltje van Dick Laan, een dik boek met allerlei sprookjes en Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt. Ik ben blij dat ik me er zo kostelijk mee heb geamuseerd, maar ik kan het mij niet meer herinneren. Die boeken vallen dus af.

De eerste boeken waar ik nu nog bewust herinneringen aan heb zijn de boeken van Roald Dahl. Die las ik vanaf mijn 8e of 9e op de Mytylschool. Van die boeken heb altijd intens genoten, maar ik kan ook hier geen keuze maken, hoewel de ontknoping van Ieorg Idur, me nog steeds helder bij staat.

Toen ik 11 was, zeiden mijn ouders tegen me dat ik maar eens een Arendsoog moest lezen. Geweldige boeken vond ik het, en ik rustte niet voor ik ze alle 63 (en Arendsoog Extra) had gelezen en in mijn bezit had, hetgeen overigens jaren duurde.

Maar het boek dat de meeste indruk op mij moet hebben gemaakt, kreeg ik van mijn fysiotherapeute. Zij was met opruimen een stapeltje boeken tegengekomen. Of ik interesse had? Dat had ik natuurlijk. “Lees vooral die Biggles-boeken,” zei ze toen ze mij de boeken gaf. Er zaten 5 Biggles-pockets bij. Ik  begon met Met Biggles in vijandelijk gebied. Ik las het in één ruk uit en een nichtje van me moest ongeveer inbreken om mijn aandacht te trekken. Zo spannend vond ik het. En ja, dat ik daardoor mijn hoorapparaten vergat in te doen, zal er misschien ook wel iets mee te maken hebben.

Goed, ik wilde dus ook zo veel mogelijk Biggles-boeken lezen. Veel antiquariaten gezien. Maar na jaren was de serie eind jaren 90 bijna compleet. Ik ben toen een tijdje ziek geweest waardoor ik mijn eindexamen niet haalde. Toen ik weer beter was, werd ik gauw lid van de International Biggles Association om die laatste ontbrekende deeltjes aan te kunnen schaffen, zodat mijn 91-delige serie compleet was.

En ik bestelde meteen 2 Biggles-boeken die niet in het Nederlands waren vertaald. En het Engels waren er namelijk 96 verschenen. Dus ik bestelde The Boy Biggles en Biggles Air Detective. Ik vond het allebei leuke boeken, vroeg me af waarom die boeken nooit in het Nederlands waren verschenen… en ik begon The Boy Biggles zelf te vertalen.

Ik nam contact op met de voorzitter van de I.B.A. Zij wist ook niet waarom die boeken niet waren vertaald maar wilde het avontuur wel met mij aangaan. Zij ging op zoek nBiggles04oaar een uitgeverij. Dat duurde even en ondertussen haalde ik mijn eindexamen. In augustus 2000 was er een uitgever en gingen we weer aan de slag. Ik maakte de basisvertaling en samen corrigeerden we net zo lang tot het goed was. Dat was nog een hele klus, maar op 16 juni 2001 verscheen Biggles en zijn basis. Inmiddels zijn we 5 boeken (and counting) verder.

Maar het begon voor mij dus allemaal met Met Biggles in vijandelijk gebied, vandaar dat dat toch het boek is geweest dat in mijn vroegste jeugd het meeste indruk op mij maakte.