Mijn ‘andere hand’

Vandaag toch maar de post die ik gisteren had willen schrijven. Toen ik nog klein was, had ik het als ik het over mijn rechterhand had over mijn ‘andere hand.’ Alsof die er maar een beetje nutteloos bij hing. Eigenlijk was dat ook zo, want hoewel ik op het revalidatiecentrum bij de Mytylschool zowel fysiotherapie gericht op het ontspannen en oprekken van mijn rechterarm ( en -been) als ergotherapie kreeg met als doel mijn rechterhand nuttig te kunnen gebruiken, bleek dat laatste vrijwel onmogelijk.

De spanning op mijn arm bleek simpelweg te groot

Hoe dat werkt en uitziet kan ik je eenvoudig uitleggen aan de hand een uitsnede uit een foto.

andere hand

Zoals je ziet, klemt mijn rechterarm zich helemaal tegen mijn borst. Zoals ik gisteren al zei als gevolg van een ongecontroleerde aansturing vanuit de hersenen. Dat gaat mis op drie plekken waar je kunt buigen: de elleboog, de pols en de vingers. Die trekken allemaal samen als gevolg van het spasme. Wil je zelf bij benadering merken hoe dat voelt? Dat kan. Boots na wat je op de foto ziet en zet daarbij wat spanning op de scharnierpunten waar ik het net over had. Om het nog wat echter te maken: vouw je duim naar binnen in de handpalm. Je voelt de spanning op je hand en arm toenemen.

Ontspanning begint bij de duim

Maak met je vrije arm je gespannen duim maar eens vrij en strek die. Als het goed is, voel je de ontspanning door je hele arm komen. Ik noem dat altijd ‘de duim eruithalen’. Die spanning die jij zojuist hebt gevoeld die treedt bij mij de hele dag door op. Doet dat niet gruwelijk zeer, vragen mensen wel eens. Dat valt gelukkig mee. Ik heb er vooral last van als ik (veel) praat. Ik praat sowieso wat moeizamer omdat motorische handicap letterlijk mijn lichaam in de lengterichting doormidden snijdt. En dus ook mijn mond. Daarnaast slaat de spanning van het spasme soms op mijn stem. Wat helpt, is gaan staan. Staand praten is nou eenmaal ontspannend.

Andere remedies

Wat ik ook vaak doe, is het toepassen van een van de twee belangrijkste ontspanningsoefeningen. Die zijn gebaseerd op het eruit halen van mijn duim. De eerste oefening is het inschuiven van mijn linkerhand in de opening tussen duim en wijsvinger van de rechter. Linkerduim boven het stuk tussen de rechterduim en -pols waardoor mijn rechterduim in mijn linker handpalm komt te liggen;  rug linkerhand en vingers onder handpalm en vingers rechts. Dat werkt prima. En als ik iets op te biechten heb, dan is daar de tweede methode: de bidgreep, je vingers in elkaar verstrengelen alsof je gaat bidden. Die ken je zelf ook, dus die leg ik niet verder uit. Hij werkt zo goed omdat je je duim echt naar beneden moet drukken. Een variant is de bidgreep met gestrekte arm. Nog meer ontspanning.

Verandering op komst (dag 5)

Wat ook ontspannend werkt is dus wandelen. Dat heb ik vandaag dus weer gedaan.

Handgeschreven blog

handgeschreven blog

Kon je dit lezen? Ik ben benieuwd. Hieronder volgt een transcriptie, inclusief  enkele niet vloeiend lopende zinnen. Meer dan een letterlijke transcriptie is het namelijk niet.

Handgeschreven blog

Terwijl ik Elja’s blog over flow nog op me in laat werken val ik in een Nieuwsuur reportage over het verdwijnen van het handschrift op scholen. Dat er basisscholen zijn waar de leerlingen hun lessen volgen via een iPad en ook op een iPad leren schrijven, hoewel in beeld te zien is dat de leerlingen ouderwets – al hoop ik dat dat meevalt – schrijfles krijgen met pen en papier.

Ik hoop dat dat nog lang zo blijft. Dat kinderen met pen op papier blijven leren. Wetenschappelijk gezien schijnt het allerlei voordelen te hebben. Ik ga die voorbeelden niet opsommen aan de hand van links naar elders want werkende handgeschreven hyperlinks heb ik nog nooit gezien, jij wel? Ik kom er in een later blog nog terug.

Misschien speelt er nog iets mee. Je zult inmiddels wel gezien hebben dat mijn handschrift niet je dat is. Heeft te maken met mijn handicap. Daardoor ben ik gedwongen met links te schrijven. Op de mytylschool zeiden ze dat misschien wel nooit met de hand zou kunnen schrijven en als het dan toch mocht lukken, dan alleen blokletters. Gelukkig is zelfs aan elkaar schrijven gelukt. Een linkshandige met minder verfijnde motoriek blokletters laten schrijven geeft nog meer inktvlekken op je hand.

En zo heb ik op school en later tijdens alles met de hand geschreven, op de examens en tentamens na. Collegeaantekeningen tikte ik bij thuiskomst wel meteen uit. Net als dit blog morgen.

Schoenenblog

Elja schreef dat mode zeg maar niet echt haar ding was. Ik reageerde dat het ook niet het mijne was. Hoewel het dan niet echt haar ding was, wist ze wat mij betreft toch verbazingwekkend veel van spijkerbroeken, voor mij was het echt abracadabra.

Maar mode begint natuurlijk wat lager dan bij broeken, namelijk bij schoenen. Daar gaat deze blogpost dan ook want het zijn immers mijn schoenen die mij de hele dag dragen (vooruit, af en toe zijn het pantoffels) en ze verdienen het daarom eens goed in het zonnetje gezet te worden.

Het zijn namelijk niet zomaar schoenen, dat mag al wel duidelijk zijn uit mijn reactie bij Elja. Het zijn exclusieve schoenen. Confectie is aan mij niet besteed, dat durf rustig te bekennen, schaam ik niet voor want dat mijn schoeisel exclusief is – de pantoffels niet meegerekend dan – heeft niets met ijdeltuiterij te maken, maar is puur uit noodzaak geboren.

Maar ik doe wel zo’n twee jaar met een paar schoenen en ik gebruik dan ook eigenlijk maar één paar. Goed, als ik ze net heb, wil ik het oude paar nog een tijdje om en om dragen met het nieuwe maar dat duurt meestal niet lang.

Exclusieve schoenen die dan ook volledig op mijn wensen zijn afgestemd, voor minder doe ik het uiteraard niet, dat heb je inmiddels begrepen. Alles is mogelijk, zelfs legale perfecte namaak sportschoenen van bepaalde merken. Jaloers op iemand met hele mooie schoenen? Geen probleem. Kan geregeld worden.

Helaas is aan mij weinig eer te behalen. Als ik eerlijk ben is het enige wat mij aan schoenen interesseert of ik erop kan lopen en hoe vaak ook is geprobeerd mij een ander model schoenen aan praten: het mocht niet baten. Sinds mijn voeten uitgegroeid zijn, zijn de enige dingen er nog aan veranderen de kleur en af toe de leersoort. De rest blijft al jaren identiek.

Ik besteed dan ook enorm veel tijd aan het uitzoeken van die nieuwe schoenen die persoonlijk voor mij op maat worden gemaakt. Maar die maat en pasvorm staat dus al jaren vast en ook daar hoef ik dus weinig tijd aan te spenderen.

Ik loop binnen, kijk even de stalenring door et voilà. Twee maanden later krijg ik een telefoontje dat ik ze kan komen halen.

Welke exclusieve schoenenwinkel dat al die service levert? Misschien moet ik je teleurstellen want zo iets exclusiefs is niet voor iedereen weggelegd: ik heb het namelijk over een orthopedische schoenmaker. Vanwege mijn handicap.

En wel orthopedisch schoenmaker Ras van Buchrnhornen-Ras. Sjef Ras is net met pensioen maar ik ben hem dank verschuldigd omdat hij mij 25 jaar geleden van mijn moeilijke voeten af hielp. Uiteraard heb ik ook het volste vertrouwen in zijn opvolgers.

Hoe zo’n schoen eruitziet?

Linkerschoen binnenkantLinkerschoen

Zwaai niet met je handen maar luister naar de zee

Nee, dit bovenstaande is geen mindfulness tip – al kun je het gezien de frustratie die je misschien met deze tip kunt besparen, daar wel van spreken. Het is dus wel een tip, maar dan speciaal eentje voor mensen die een gehoorapparaat dragen.

Ik beschreef in mijn vorige post dat ik bezig ben met het het testen van nieuwe toestellen en dat dat tot nog toe geen onverdeeld genoegen was. Gisteren kon ik gelukkig weer terecht bij mijn audicien nadat ik haar al eerder telefonisch had uitgelegd wat het probleem was.

Zij stelde toen meteen voor het anti-feedbacksysteem te gaan testen en scherper te stellen. Dat leek me wel want als je werkgever al tegen je begint te roepen dat je dat toestel uit moet doen, dan ontstaat al gauw een onwerkbare situatie.

Ik kon me echter geen voorstelling maken van wat die test in zou houden. Ik wist dat de toestellen aan de computer zouden worden gehangen. Dat gaat via een soort klompje dat aan de onderkant van het toestel vastgeklikt wordt waar dunne draden aan zitten die weer in een plat kastje dat wel iets van een scanner wegheeft maar dan met draadingangen. En die is dan weer verbonden met de computer waar alle instelsoftware op staat. (Ik zal de volgende keer eens kijken of ik tot een betere beschrijving komen, of dat ik nog ergens foto’s kan vinden.)

Wat moest ik nu doen? Ik stelde me zo voor dat ik naar allerlei geluiden moest gaan luisteren om daarbij aan te geven of de toestellen ging fluiten. Gelukkig ben ik niet enige die bedacht heeft dat zo’n test juist voor slechthorenden vrij onpraktisch is. Maar hoe het dan wel moest?

Kijk, mijn oude toestellen hadden nog geen anti-feedbacksysteem. Controleren of ze floten hield simpelweg in dat ik met mijn hand langs mijn oren zwaaide en gekke bekken ging trekken. Als ik niks hoorde – en iemand anders ook niet – dan zat mijn rechtertoestel goed (links is nooit een probleem).

Dat was dus ook de strategie die ik bij het aanmeten toepaste: geen gefluit. En verder stond ik niet bij geavanceerdere methoden stil. Mijn audicien gelukkig wel toen ik mij meldde met mijn klachten.

Toen mijn toestellen aangesloten waren en ik ze weer in had, moest ik stil blijven zitten en niets zeggen. De computer zou testgeluiden naar de toestellen sturen waarmee het fluiten gesimuleerd kon worden en het antigeluid in geprogrammeerd. (Anti-feedbacksystemen zijn erop gebaseerd dat zodra het toestel gefluit waarneemt, er precies het tegenovergestelde geluid wordt geproduceerd zodat het fluiten wordt geneutraliseerd. Door de enorme snelheid waarmee dit gebeurt, blijft gefluit onhoorbaar, ook voor mensen met een beter gehoor).

En dat geluid wat ik te horen kreeg, had wel wat weg van het ruisen van de zee. Daar heb ik vijf minuten naar mogen luisteren gisteren. En het mooie is dat het probleem opgelost is en dat het niet ten koste gaat van de instellingen van mijn toestellen. Vroeger was namelijk zachter instellen van de toestellen soms de enige oplossingen.

Nu eindelijk echt testen!

Hoorapparaten: techniek staat voor…

Dit blog ben ik in eerste instantie gestart vanuit het idee om te gaan schrijven over mijn lichamelijke beperkingen, vandaar ook de naam. Nu gebruik ik het vooral om over hele andere dingen te bloggen, maar gelukkig dekt de titel nog steeds de lading. Nu wil ik weer een keer terugkeren naar het oorspronkelijke idee achter dit blog en schrijven over mijn nieuwe hoorapparaten.

Dat laatste valt nog maar te bezien want ik heb mijn toestellen nog maar op proef en al te tevreden ben ik er niet over. Maar laat ik ergens bij het begin beginnen. Mijn huidige toestellen zijn vijf jaar oud en dan worden reparaties niet meer vergoed en heb je ook weer recht op nieuwe. Vorige maand zocht ik dan ook mijn audioloog weer eens op. Een uitgebreide test en gesprek volgde en ik kreeg weer een verwijzing voor de audicien.

Nieuwe technieken

Tijdens ons gesprek kregen we het uiteraard over nieuwe technieken die de laatste jaren ingang hadden gevonden. Vooral  het feit dat de nieuwste generatie toestellen richtingsgevoelig zijn, zou volgens mijn audioloog veel voordelen bieden. Richtingsgevoeligheid komt er in het kort op neer dat je toestellen ‘zien’ naar wie jij kijkt, met wie je in gesprek bent, zodat wat die persoon zegt / personen zeggen, extra wordt versterkt en andere geluiden gedempt.

Erg interessant, maar ik werd pas enthousiast toen de anti-feedbacksystemen ter sprake kwamen. Ik zei namelijk dat ik met mijn oude rechter toestel regelmatig last had van piepen, fluiten of rondzingen: hoe je het ook noemen wilt: de officiële term voor het fenomeen is feedback. Daar had ik volgens mijn audioloog voortaan geen hinder meer van omdat de nieuwste hoorapparaten een ant-feedbacksystemen hebben. Dat stemde mij erg vrolijk want mijn enige klacht over mijn oude toestellen was eigenlijk dat fluiten.

Het had door een verkoudheid die ervoor zorgde dat ik het maken van de benodigde oorstukjes een week uit moest stellen nog wat voeten in de aarde, maar afgelopen week kreeg ik mijn nieuwe toestellen op proef.

Eerste dagen: so far so good

Tijdens het instellen trok ik mijn gebruikelijke gekke bekken waarmee ik mijn oude toestel (rechts) gegarandeerd mee aan het fluiten, rondzingen enzovoorts kreeg. Nu gebeurde er niets en ik hoorde ook goed.  We dachten thuis echt dat we er waren.

Maar na anderhalve dag…

Niet te geloven: piepen en fluiten. Toestel uitzetten, opnieuw indoen, oorstukje aanduwen (dat hielp bij de oude), het mocht niet baten.  Het was weekend, dus ik kon niks behalve balen. De dag erop ineens weer nauwelijks problemen en nieuwe hoop: zelflerende systemen? Vanmorgen ging het ook goed, tot ik een paar keer merkte iets niet goed te hebben en ik de toestellen harder zetten: niks meer mee te beginnen en van ellende het apparaat maar uit gedaan. En ik had mijn oude toestellen thuis gelaten omdat het zo goed ging.

Uiteraard belde ik (dat doe ik altijd links) de audicien. Ze zei dat er waarschijnlijk wat aan te doen viel. Morgenmiddag, dus ik heb weer hoop en hou jullie op de hoogte.

Dé vraag waarop ik het antwoord ga ondervinden

Het is allemaal leuk en aardig en ik ben ook heel blij met de wending die mijn leven de afgelopen tijd heeft genomen. Toch is er een maar en het goed om daar bij stil te blijven staan omdat dat in mijn geval een levensgroot verschil kan maken dat.

Sinds een aantal maanden heb ik weer een baan waar ik plezier in heb en waardoor ik me weer nuttig voel. Ik besloot het voorzichtig aan te pakken en andere dingen, waaronder bloggen, een tijdje op een lager pitje te zetten. Gelukkig gaat alles goed in mijn nieuwe baan en kreeg ik er veel energie van en zin om ook andere dingen te gaan doen, zoals voor Onzichtbaar Ziek. Weer voorzichtig om de balans niet te verstoren.

Ook dat ging weer goed en ik vond het allemaal zo leuk en nuttig om te doen. Laten we ook maar weer gaan bloggen. Kan best. Dat gaat niet fout. En ik ging maar vast plannen maken over wat wil allemaal nog meer wil gaan doen en waar ik al eerder over blogde.

En toen viel er vorige week ineens onverwacht een vertaalvoorstel in mijn mailbox. Naast een al geplande Nederlandse vertaling van een boek van Captain Johns stelde mijn medevertaler Roger voor nóg een boek te gaan vertalen. Razend enthousiast werd ik ervan want ik had dat boek toevallig net geleend van onze voorzitter en kon dus meteen aan slag. Nu weet ik uit ervaring dat al te groot enthousiasme niet meteen tot de beste vertalingen leidt, dus toch maar even ingebonden.

Eergisteren toch maar begonnen en helemaal gegrepen door het verhaal, vertalen en het wezenlijke spelen met taal dat vertalen is. Heerlijk vind ik dat en zou het liefste niets anders doen. In mijn hoofd neemt dat vertalen alles in beslag. Ik weet gezien mijn verleden dat dat een risico is, maar dat moet dan maar. Ik wil wel leuke dingen blijven doen. Juist die beginfase is een risico. Ik ben dan nog op zoek naar een balans tussen ijver, enthousiasme en realiteitszin.

Het ging gisteren dan ook al meteen fout. Nou kan ik me voorstellen dat bovenstaande niet helemaal te volgen is maar ik denk dat als jullie mijn column van gisteren voor Onzichtbaar Ziek lezen dat het wel wat duidelijker wordt.

Dé vraag kan ik dus niet beantwoorden, maar spannende tijden zijn het zonder meer.

Was ik gestopt of hield ik pauze?

Afgelopen maandag ging het bij #blogpraat over (weer) beginnen met bloggen. Zelf had ik net twee dagen eerder voor het eerst sinds lange tijd (4 maanden) weer eens serieus geblogd dus het thema kwam voor mij op het goede moment. Maar laat ik maar meteen met de deur in huis vallen en de vraag uit de titel van dit stuk beantwoorden. Ik hield pauze. Eerlijk gezegd: ik kan me op dit moment niet voorstellen dat ik ooit stop met bloggen. Daar vind ik het veel te leuk voor.

Maar waar ik moeite mee heb is het ritme vast te houden

Nee, ik blog met horten en stoten, dan weer eens periodes dagelijks, gevolgd door maanden stilte. Soms ook maanden waarin het bloggen ook niet echt knaagt, dat geef ik toe. Maar ook in die periodes weet ik dat het bloggen weer op ga pakken, dat het toch weer een keer begint te kriebelen. En dat die ‘een keer’ waarschijnlijk niet lang op zich laat wachten. Ik blijf blogs lezen en ik weet dat ik zelf vroeg of laat mijn WordPress open en op Publish ga drukken.

Ook dit is na vorige week weer een nieuw begin

Een begin met allerlei voornemens, maar die hou ik even voor me. Want juist te rigide eisen aan mijzelf en het feit dat ik daar soms niet aan kon voldoen, zorgde ervoor dat regelmatig pauzeerde. Niet voldoen aan die voelde aan als falen, dus hield ik op.

Ik blogde niet waarover ik wilde bloggen

Toen ik dit blog twee jaar geleden startte, wilde ik er iets heel anders mee dan ik ermee ben gaan doen. Ik wilde schrijven over hoe ik met mijn handicaps en/of beperkingen omging. Het liep die zomer allemaal iets anders dan gepland en toen ik een half jaar later het blog weer oppakte werd het weer een boekenblog. Ook mooi maar dus niet helemaal wat ik wilde. Daarnaast opende ik nog een blog, over jeugdboeken, maar ook dat was het eigenlijk niet. Vandaar dat ik met periodes bleef bloggen.

Aangesloten bij Onzichtbaar Ziek

In de zomer van 2012 had ik me echter ook aangesloten bij Onzichtbaar Ziek en in september vorig jaar schreef ik er voor het eerst. Daarna bleef het van mijn kant stil, tot vorige maand. Eindelijk voelde ik me goed genoeg om iets te gaan doen voor het team. En vorige week zaterdag was er dus mijn 2e column Ineens wist ik het: “Ik kan niks.”

En dat gaf rust

Rust om te weten dat ik datgene wat ik echt belangrijk vind bij Onzichtbaar Ziek kan schrijven zodat ik hier en bij Literaire jeugdhelden kan bloggen over wat ik leuk vind. En zonder schuldgevoel dat ik eigenlijk iets heel anders zou moeten schrijven.

Een schrijven met minder blogpauzes, hoop ik.

Botoxbehandeling (1)

Mijn nu volgende bekentenis zal mijn vrienden ongetwijfeld weinig verbazen: ik ben een ijdeltuit. Daarom keek ik ook al weken uit naar vandaag, 12 november stond nog niet goudomrand in mijn agenda. Vandaag vond namelijk mijn botoxbehandeling plaats. Maar… ik ging er niet voor naar de schoonheidskliniek.

Ik ging er gewoon voor naar mijn  revalidatiecentrum. De plek van behandeling was in tegenstelling tot waar botox om bekend staat niet mijn voorhoofd. Die rimpels vind ik veel te mooi/onbelangrijk om iets aan te laten doen. Mij ging het totaal niet om rimpels.

Waar ging het mij dan wel om?

Aan de foto die boven dit blog staat heb je misschien al gezien dat hoorapparaten draag. Daarnaast ben ik ook nog eens halfzijdig verlamd. Dat wil zeggen ik mijn rechter lichaamshelft niet goed kan gebruiken. Dat gaat letterlijk van top tot teen. Slikken en het bewegen van mijn mond gaat rechts moeilijker dan links. Mijn rechtervoet sleept wat achter mij aan. Extra nadeel aan dat schuin hangen van die rechtervoet is dat ik doordat nogal eens onzacht in aanraking kom met de grond. Zo heb ik gister een dikke knie en een schaafwond op mijn linkerelleboog opgelopen tijdens GLOW. Opstaan en verder lopen was gelukkig geen probleem.

Ga je die vraag nou nog beantwoorden?

Daar waar mijn handicap het meest zichtbaar is, is aan mijn rechterarm. Tot een aantal jaren terug schoot die arm bij ook maar de geringste pijlsnel om omhoog tot ongeveer schouderhoogte en stond de pols in een hoek van bijna negentig graden op mijn arm. Die arm en hand zaten dan vol spanning en het was altijd erg lastig om de ontspanning er weer terug in te krijgen. Dat ging wel door de vingers van beide handen in een bidgreep te verstrengelen en daarna langzaam de armen te strekken. Het is daarbij vooral van belang om ‘de duim eruit te halen’. Probeer maar eens je duim naar de muis van je hand te bewegen. Dan voel je de spanning in je hand. Ontspan nu weer je duim en zie dat je hele hand ontspant.

Die duim zit bij mij dus constant op slot

Net als mijn pols en de biceps waardoor ik mijn arm maar met de grootste moeite kon strekken – en dan nog alleen maar met hulp van anderen omdat voor dat strekken dwang nodig is tegen het spasme.

Mijn rechterarm was dus praktisch altijd gespannen en daardoor gebogen en bevond zich regelmatig op schouderhoogte. Plus dat door al die spanning praten lastiger werd. Het zag niet fijn uit, maar belangrijker nog: hoewel ik het ontkende had ik er eigenlijk wel last van. In de loop van de jaren was het steeds erger geworden. Nu stelde mijn revalidatiearts voor om botox te gaan gebruiken. In eerste instantie was ik verbaasd.

Botox is toch voor beroemdheden?

Om de rimpels in het voorhoofd weg te laten spuiten. Mijn arts legde uit dat dat in feite niet veel meer is dan het verlammen van bepaalde spieren waar ze ze zich ontspannen. Doe je dat op je voorhoofd,  dan verdwijnen de rimpels. Doe je dat in de spieren in je bovenarm dan ontspannen dan ontspannen die je arm en pols gebogen houden.

En het werkte. De komende week zal ik nog toelichten hoe dat gaat, zo botoxbehandeling en ik zal laten weten of ik nu – vijf maanden na de vorige benadeling – ook weer resultaat merk. Dat moet binnen drie dagen tot een week optreden. Ik hou jullie op de hoogte.

Meer dan een handicap

Gehandicapt, een beperking, een etiketje? Het zegt me allemaal niet veel. Ik ben van alles: tekstschrijver, lezer, vertaler, voetballer, vriend, reiziger, enz. En ja, ik ben lichamelijk gehandicapt en slechthorend. En dan heb ik ook nog iets, maar daar kwam ik pas veel later achter. Die lichamelijke handicap en slechthorendheid zijn maar een klein onderdeel van mijn persoonlijkheid. Ik sta nu nauwelijks meer bij deze beperkingen stil.

Dat wil echter niet zeggen dat dat mijn beperkingen geen invloed op mijn leven hebben gehad. Dat hebben ze wel degelijk. Mijn lichamelijke handicap zorgde ervoor dat ik naar de Mytylschool ging. Daar bleek dan weer dat ik mij lichamelijk dusdanig goed ontwikkelde dat ik in groep zes naar de openbare basisschool kon in het dorp waar ik woon. Ik kon toen inmiddels ook goed leren. In de eerste jaren Mytylschool was ik erg afwezig en gaf ik rare antwoorden. De conclusie was gauw getrokken: ik liep een beetje achter. Mijn ouders hadden een ander idee: misschien was ik wel slechthorend. Dat geloofde niemand. Maar uiteindelijk werd mijn gehoor toch onderzocht. Wat bleek? Met beide oren hoorde ik slechts 65 procent. Een jaar buisjes geprobeerd. Dat hielp niet. Op mijn zesde kreeg ik toen hoorapparaten: ineens kon ik wel mee in de klas en gaf ik antwoorden die ergens op sloegen.

Jarenlang ging alles goed. Basisschool werd gymnasium, zesde klas. Goede cijfers, ik hoefde het diploma alleen nog maar te halen. Helaas: dat ging niet door. Ik kreeg psychische problemen. Toen onverklaarbaar, nu denk ik dat het te maken had met een sociaal isolement waarin ik onbewust door mijn slechtere gehoor terecht was gekomen en nog wat andere oorzaken, zoals het niet kunnen halen van mijn rijbewijs. Afijn, ik zakte als een baksteen.

In die zomer kreeg ik echter mijn problemen onder controle en het jaar daarop slaagde ik zonder problemen. En dat terwijl een onderzoeker aan het einde van mijn depressie zei dat ik volgens de uitkomsten van zijn tests slechts met moeite de mavo aan zou kunnen. “Nou, meneer. Ik heb zonder al te grote problemen vijf gym gehaald…”

Vergissen is dus menselijk. Gymnasium werd universiteit. Helaas: na twee jaar opnieuw psychische problemen. Nu echt de tijd genomen om het uit te zoeken, want medicijnen pakken alleen de gevolgen aan. Na lang zoeken was er een diagnose: vertraagde informatieverwerking. Ik geef toe, dat was even slikken en paste niet echt bij studeren aan de universiteit. Maar wel bij het niet halen van mijn rijbewijs. En mij werd ook meteen verteld dat vertraagde informatieverwerking niets met intelligentie te maken had. Mijn psychische problemen konden daardoor worden verklaard. Ik overschatte mezelf, wilde te snel en probeerde achterstanden tevergeefs in te halen, wat voor mijn gemoed niet best was.

Nu ik dit weet gaat het prima. Al heb ik nog wel twee jaar extra studievertraging opgelopen door met mijn medicijnen te stoppen. Maar universiteit werd een baan en een nieuwe baan. Een baan die de cirkel rond maakte. Want dat hun beperkingen slechts een klein onderdeel van hun persoonlijkheid zijn, laat iedereen zien die ik dankzij Reëlle heb leren kennen.

~~~

Update 6 april 2022

Dit was op 6 april 2012 mijn allereerste blogpost, die ik schreef voor mijn toenmalige werkgever Reëlle. Daar is de post inmiddels niet meer terug te vinden dus leek het me aardig om het verhaal waar het bloggen voor mij allemaal mee begon hier neer te zetten. Met de kennis van nu vind ik het wel wrang om te lezen. Nauwelijks drie maanden na deze post bleek dat ik de plank flink had misgeslagen.