#50books – vraag 14

Welk boek heeft jou verliefd doen worden op een stad of land?

Opnieuw een mooie vraag van Peter in zijn #50books reeks. Deze vraag zorgt bij mij voor hoofdbrekens. Om een antwoord te kunnen geven heb ik een wat vrijere interpretatie nodig. Ik kan namelijk niet één boek noemen dat mij verliefd heeft gemaakt op een stad of land. En nee, ook geen serie. Verliefd is in mijn geval ook een te groot woord. Ik ben nooit door een boek spoorslags richting de plaats van handeling afgereisd.

Verliefd. Misschien kan ik meer met ‘enthousiast maken voor’ of ‘geïnteresseerd raken in’. Ik geef het grif toe, dat klinkt een stuk minder romantisch, maar dan kan ik er wel wat mee. Ik kan en wil namelijk niet ontkennen dat zeven jaar gymnasium en de verhalen die je dan leest uit en over de Klassieke Oudheid ertoe hebben bijgedragen dat ik deelnam aan een Romereis en een Griekenlandreis. Maar dat ik daar nu reeds in verliefde toestand heen ging… nou, nee. En ik kan ook geen specifiek Grieks of Romeins verhaal aanwijzen dat daar speciaal voor zorgde. Maar het waren prachtige reizen en al waren het geen boeken die voor de verliefdheid zorgden; de reizen deden dat zeker wel, al is de liefde daarna tot op heden zuiver platonisch gebleven.

Die Romereis zorgde er jaren later wel voor dat ik Het Bernini Mysterie van Dan Brown toch kon verteren. Iets eerder had ik De Da Vinci Code gelezen en ik was dan ook benieuwd naar de voorganger van dat boek. Het Bernini Mysterie viel me tegen. Het verhaal hing in mijn ogen van te veel onwaarschijnlijkheden en zelfs onmogelijkheden aaneen om nog spannend én geloofwaardig te zijn. Bij De Da Vinci Code was ik nog bereid om mijn bezwaren tegen de geloofwaardigheid van het verhaal opzij te schuiven, bij Bernini lukte dat niet.

De reden waarom ik het boek toch nog met plezier heb gelezen is het feit dat het grotendeels is gesitueerd in Rome en de beschrijvingen van Brown mooie herinneringen boven brachten. Maar ik werd allesbehalve verliefd op Het Bernini Mysterie.

#50books – vraag 13

In hoeverre mag je rekening houden met de persoon van de auteur bij het lezen van zijn/haar fictie?

Dat is Peters 13e vraag in zijn #50books initiatief. Een vraag die bij enige herinneringen aan mijn studietijd boven bracht. Dat klinkt alsof die studietijd ergens in een ver verleden plaatsvond, maar ik studeerde 3 jaar geleden af dus dat valt nogal mee.

Termen als autonoom kunstwerk, mimesis, vorm of vent, close reading, Merlyn, deze vraag heeft voor mij allemaal in zich. Ik heb voor de geïnteresseerden de links naar de Wikipedia artikelen opgenomen. In het kort komt het erop neer dat al deze termen over de discussie of je bij het lezen/interpreteren van een boek wel of geen rekening mocht houden met de auteur (de vent, om in het idioom van de jaren ’30 te blijven). Alle andere hierboven genoemde termen horen bij de groep die literatuur als op zichzelf staand beschouwt. Mimesis heeft overigens niets met deze discussie te maken omdat een mimetische literatuuropvatting slechts wil zeggen dat je vindt dat literatuur de werkelijkheid moet nabootsen.

Die discussies vond ik op zich altijd wel interessant. Maar voor geldt toch: vrijheid blijheid in dezen. Van mij mag je kennis over de auteur betrekken op hetgeen hij heeft geschreven, maar dat hoeft niet. Zelf gebeurt het mij zelden dat ik mij door kennis over de auteur een boek anders ga lezen. En ik ga ook zelden op zoek naar meer informatie over bepaalde auteurs. Mij gaat het om het boek dat de schrijver heeft geschreven. Meestal is alles wat ik over een auteur weet datgene wat in of achterop het boek over hem of haar staat geschreven. En soms lees ik kranteninterviews met schrijvers. Ik hoop dat altijd maar dat ze niet te veel verklappen over boeken die ik nog wil lezen, wat meestal gelukkig niet het geval is.

Zo weet ik stiekem toch wel het een en ander van auteurs die ik graag lees, maar ik heb niet de indruk dat dit de manier waarop ik hun fictie lees, beïnvloedt. Dat zal deels te maken hebben met het feit dat ik eigenlijk niet op zoek ben naar verklaringen over hun werk als iets over een schrijver lees. Fictiewerk staat wat mij betreft los van het leven van de schrijver en als ik al iets weet over een schrijver koppel ik dat los van zijn werk. Wat ik weet over een schrijver vult zijn werk aan en het bijt nooit. En soms leest een biografie haast net zo lekker als fictie en blijft de fictie daarna toch zijn schoonheid behouden. De biografie over Capt. Johns, By Jove, Biggles! is bijna net zo spannend als de Biggles-boeken.

#50books – vraag 12

Welk dierenboek is je altijd bijgebleven? Dat is Peters 12e vraag in het kader van #50books. Een boek dat me altijd is bijgebleven is een prentenboek over een kikker. Tenminste, ik herinner me dat ik een jaar of 25 geleden een keer een boek mocht uitzoeken van mijn ouders. En ik meen me nog steeds een illustratie uit dat boek voor de geest te kunnen halen. Het boekje zelf is echter al jaren spoorloos. Ik ben net nog al mijn boeken langs gelopen, maar van een prentenboek met een kikker geen spoor. Maar het is me dus wel altijd bijgebleven.

Misschien heb ik bij die gelegenheid dat prentenboek met die kikker wel laten liggen ten faveure van een boekje waarin Lucky Luke vertelt over de cowboys. Cowboys en indianen konden mij in die tijd en later machtig boeien. Maar Jolly Jumper kan het antwoord op deze vraag niet zijn, want ik moest een hele tijd nadenken voor de naam van Lucky Luke’s schimmel me weer te binnen schoot.

Nee, dan de boeken die wel mijn antwoord op deze vraag vormen. In mijn geval gaat het niet om een dierenverhaal maar om een dier dat een belangrijke rol speelde in een serie die ik vroeger verslond. Het gaat om Lightfeet, het paard van Arendsoog uit de gelijknamige serie van vader Jan en zoon Paul Nowee. De scherpe ogen van Arendsoog, zijn vaardigheid met een revolver, de speurzin van Witte Veder… ze vormden onmisbare bestanddelen van elk avontuur.

Maar er was in ieder boek nog zo’n constante: de snelheid en schranderheid van Lightfeet. Arendsoogs trouwe viervoeter heeft hem uit aardig wat hachelijke situaties gered. Lightfeet was bijna een personage in de serie, dit in tegenstelling tot het paard van Witte Veder, dat geen bijzondere eigenschappen had en ook naamloos door het leven ging omdat indianen hun paarden nou eenmaal geen naam gaven.

Maar in elk boek werden de heldendaden van Lightfeet bezongen. Het was een van die heerlijke constanten die serieboeken die fijn om te lezen maken. In de reeks zaten twee boeken waarvan de titels mij echt deden schrikken. Dat waren deel 50: De verdwijning van Arendsoog en deel 62: Lightfeet ontvoerd! Dat kan toch helemaal niet. Gelukkig liepen beide avonturen goed af.

Lightfeet was dus echt een personage in de Arendsoog-reeks. Althans, zo heb ik dat altijd ervaren. Ook sprak er een enorme dierenliefde uit de verhalen, uit de manier waarop Arendsoog en Wtite Veder met hun viervoeters omgingen. Misschien was deel 62 daarom wel zo’n schok, dat iemand Lightfeet iets aan kon doen, dat kwam niet bij je op. Laat staan dat Lightfeet zich zou laten ontvoeren. Hij luisterde immers alleen maar naar Arendsoog en Witte Veder.

Jaren later las ik overigens in een kranteninterview iets dat voor een deel een verklaring kan zijn voor de dierenliefde die uit de serie spreekt. Toen Paul Nowee in 1975 door een hersenbloeding werd getroffen, werden zijn buren gealarmeerd door het geblaf van Pauls herdershond.

Mocht dit verhaal herinneringen oproepen, neem dan eens een kijkje op de Arendsoog Community en het bijbehorende Arendsoog Forum

#50books – vraag 11

Peters 11e vraag uit zijn #50books heb ik vorige week al deels beantwoord, maar dat kon ik toen nog niet weten. Vraag 11 luidt namelijk: Welk boek las je onlangs en wil je iedereen aanraden ook te lezen?

Ik kan boeken genoeg bedenken die ik aan kan raden. Als je interesse hebt in jeugdboeken, dan zijn een aantal van de boeken die ik in mijn andere blog bespreek, zeker de moeite waard. Maar ook voor Een stil geloof in engelen van R.J. Ellory, Het woud der verwachting van Hella S. Haasseof Het Yacoubian van Alaa al Aswani zou ik vurige pleidooien kunnen houden, maar dat doe ik niet.

Nee, ik kies voor de beantwoording van deze vraag voor boeken uit de categorie non-fictie. Het afgelopen jaar heb ik veel boeken gelezen waarin ervaringsdeskundigheid een rol speelt. Twee titels zijn mij daarvan het beste bij gebleven en het zijn die boeken waarvoor ik hier een pleidooi wil houden.

Welke boeken dat zijn?

Het eerste boek is +23. Een revalidatieproces in beeld van Annemiek van Munster. Dat boek heb ik vorige week bij vraag 10 dus ook al genoemd n.a.v. mijn verhaal over de Avond van het Spannende Boek 2012. Maar ja, toen wist ik natuurlijk nog niet wat Peters volgende vraag zou zijn. Het tweede boek is Onbeperkt mindful. Voluit leven ondanks een stapje terug van Kim Bergshoeff.

Het zijn twee boeken die indruk op mij gemaakt hebben. Beide boeken hebben me ook inzicht gegeven in dingen waar ik anders niet bij zou hebben stilgestaan. En dat is ook de reden dat ik deze boeken heb gekozen. Ze bleven hangen, ik bleef erover nadenken.

In +23 beschrijft Annemiek van Munster haar revalidatieproces bij Visio Het Loo Erf. Ze is namelijk zeer slechtziend.  +23 is de sterkte van haar lens in haar linkeroog, rechts is ze praktisch blind en daarnaast heeft ze moeite met het scherpstellen van haar blik en heeft ze een kokervisus van plusminus 40 graden. Haar slechte zicht heeft Annemiek altijd ontkend. Ze heeft een studie afgerond, werkt en leidt een druk bestaan. Totdat ze op een gegeven moment haar gezicht kapot valt op stoep. Dan stort ze in en besluit ze te gaan revalideren.

Indringend en humoristisch en leerproces

Dit lijkt een tegenstelling, maar dat is het bij Annemiek absoluut niet. Weliswaar is haar revalidatieproces zwaar, ze beschrijft het toch met humor. Ze is namelijk niet de enige die revalideert en samen met haar groepsgenoten haalt ze de nodige ongein uit. Dat is ook wel nodig, want hun revalidatie blijkt zwaar. Eigenlijk moeten de revalidanten alles opnieuw leren. Dat maakt het boek indringend. Je ziet ze met vallen en opstaan groeien en juist door de humor leef je extra mee. Ik geef toe dat ik me pas bij het lezen bij van +23 ben gaan realiseren wat voor stempel slechtziendheid op je leven kan drukken, hoeveel dingen voor zienden vanzelfsprekend zijn, maar dat voor veel mensen dus niet zijn.

In een lagere versnelling

Nee, ik beschouw mezelf niet als een zweverig type en dan toch een boek over mindfulness? Ja, maar dat komt doordat Kim Bergshoeff mij ook heeft doen stilstaan bij beperkingen, en wel die van mezelf. Vanwege van slechtere gehoor en halfzijdige verlamming behoor ik namelijk tot de doelgroep van Onbeperkt mindful. Volgens de tekst op de achterflap is het boek echt wat voor jou als je noodgedwongen het leven in een iets lagere versnelling moet leven. En daar geloofde ik dus helemaal niet meer van, nadat ik het boek had gelezen.

Niet alleen schrijft Kim er mooi en met passie voor haar onderwerp over, ze toont vooral aan dat mindfulness voor iedereen is. Ze laat met voorbeelden juist zien dat mensen met een beperking alles uit hun leven halen. Die verhalen van ervaringsdeskundigen – Kim heeft zelf de ziekte van Crohn – geven het boek meerwaarde, juist voor mensen zonder (gediagnosticeerde) beperking. Ze laat zien hoe je eenvoudig en praktisch je leven een stuk aangenamer kunt maken. En ze geeft ook nog eens handige tips hoe je je beperking invoelbaar kunt maken voor je familie en vrienden. Maar niet te vaak, want dat is voor allebei maar vervelend. Als je ziek bent, ben je immers ook maar een mens en dat is iets dat sommigen weleens vergeten: dat normale gespreksonderwerpen dan heel prettig kunnen zijn.

Inlevingsvermogen

Juist omdat beide boeken mij lieten nadenken over beperkingen waar ik eigenlijk nooit zo bij stilstond, kan ik iedereen +23 en Onbeperkt mindful aanraden. Lees ook de blogs van Annemiek en Kim want hun blogs geven een mooier beeld van de stijl van hun boeken, en deels van de inhoud, dan ik had kunnen geven met citaten.

Omslag +23 van Annemiek van Munster    Cover Onbperkt mindful door Kim Bergshoeff

#50books – vraag 10

Hoe +23 van Annemiek van Munster mij naar de Avond van het Spannende Boek leidde

Vandaag heb ik een kleine traditie in ere gehouden: ik heb een boekenbon van m’n verjaardag verzilverd en daarbij het Boekenweekgeschenk gekregen. Een dezer dagen ga ik het lezen. Eerst ga ik Biggles als kwajongen herlezen voor de Biggles-bijeenkomst overmorgen. Maar goed, dat terzijde. Terug naar de Boekenweek want Peters 10e vraag in zijn #50books initiatief was: wat betekent de Boekenweek voor jou?

Die vraag heb ik eigenlijk al beantwoord: jaarlijks een boekenbon verzilveren voor het geschenk. Dat geschenk lees ik dan ook wel, soms valt het tegen, soms valt het mee. Ben benieuwd naar De verrekijker. Daarnaast heb ik meerdere malen een Boekenweekgeschenk als treinkaartje heb gebruikt. Om een museum te bezoeken waar we al tijden naar toe wilden. Druk in de trein, maar ik heb geen hekel aan treinreizen. Er valt op zo’n dag ook wel wat te lachen en je hebt iets te lezen bij je. We hebben het een keer meegemaakt dat de conducteur binnenkwam en zei dat we het geschenk maar goed moesten lezen want als we bij onze bestemming aan waren gekomen, zouden we over het boekje overhoord worden…

Verder vind ik de Boekenweek niet zo interessant. Toch ben ik zoals de kop van dit stuk al doet vermoeden een keer bij een literair evenement geweest. Dat was afgelopen jaar toen ik naar de Avond van het Spannende Boek ging. Het was wel vermakelijk om eens mee te maken. Maar normaal zou ik er nooit naartoe zijn gegaan. Vorig jaar was de Maand van het Spannende Boek voor mij niet helemaal normaal. Het had allemaal te maken met een blog. Het communicatiebureau waar ik toen werkte, is gespecialiseerd in zorg en welzijn. Het is daar de gewoonte van blogs van ervaringsdeskundigen – ik schreef er mijn eerste blog – op de site te zetten. Zo plaatsten we er ook eentje van Annemiek van Munster. Zij is slechtziend en blogt daar op grappige wijze over. Afijn, ik ging haar volgen op Twitter, raakte met haar aan de praat, bekeek haar site en zag dat ze een boek had geschreven, +23, dat ik onmiddellijk ben gaan lezen. Ik kan het iedereen aanraden die wat meer inzicht – hoewel in dit geval misschien niet het juiste woord – wil krijgen in slechtziendheid. Annemiek schrijft er met vaart en humor over.

Maar hoe kwam ik dan op de Avond van het Spannende boek? Dat kwam door een tweet van Annemiek waarin ze vertelde dat ze mee had gewerkt aan het geschenkboekje voor de Maand van het Spannende Boek, De ooggetuige, van Simone van der Vlugt. Een paar weken voor de Avond zag ik weer een tweet van Annemiek. Zij en Simone van der Vlugt zouden op de Avond van het Spannende Boek geïnterviewd worden door Wim Brands. Leuk, dacht ik, daar wil ik heen. Toen vervolgens een collega zei dat dat echt iets voor mij was, heb ik me meteen aangemeld.

Zoals gezegd was het een leuke avond, al zag Annemiek mij eerst niet staan en kon ik haar later niet verstaan… Uiteindelijk hebben we elkaar kort gesproken en hield ik een dubbel gesigneerd exemplaar van De ooggetuige aan de avond over en voorzag Annemiek +23 van haar handtekening. En het dubbelinterview waarin Simone van der Vlugt en Annemiek vertelden hoe zij samen met Annemiek research deden voor De ooggetuige was verhelderd omdat het de ziende stil liet staan bij de vraag wat er gebeurt als je ogen je in de steek laten.

#50books – vraag 9

#50books begint al een mooi lijstje met vragen te krijgen. Peter postte vanmorgen al vraag 10, die in het teken staat van de Boekenweek. Die vraag zal ik nog tijdens de Boekenweek beantwoorden, maar ik wil eerst reageren op vraag 9: hoe kom jij aan je boeken?

Dat is eigenlijk heel verschillend. Als kind kreeg ik natuurlijk veel boeken voor mijn verjaardag en Sinterklaas. En omdat vrienden en kennissen eigenlijk zonder uitzondering wisten dat ik graag las, kreeg ik ook regelmatig boeken van hen als zij hadden opgeruimd. Zoals ik in vraag 1 al aangaf, begon mijn grootste boekenverzameling, die van de Biggles-reeks, met een een aantal boeken die ik van mijn fysiotherapeute kreeg. Daarnaast was ik in die tijd een trouw bezoeker van de bibliotheek.

Maar de boeken waar ik echt aan verslingerd was, wilde ik niet alleen van de bibliotheek lenen, maar wilde ik ook zelf gaan verzamelen. In eerste instantie was dat de Arendsoog-reeks. Het eerste boek dat ik zelf kreeg was deel 61, Jacht op een ‘Schaduw’,  met Sinterklaas 1991. Als ik het mij goed herinner had ik dat jaar in herfstvakantie op aanraden van mijn ouders – die de reeks uit hun jeugd kenden – via de bibliotheek deel 1, Arendsoog, gelezen. Ik was meteen verslingerd en gelukkig bleken er dus vele delen te zijn. En in de klas stonden er verschillende; hele oude exemplaren, in mijn ogen. Halflinnen zonder het bijbehorende stofomslag, leerde ik veel later op het Arendsoog Forum.

Niet veel later kwam bij de Arendsoog-reeks dus de Biggles-reeks. Dat betekende dus antiquariaten afstruinen. Arendsoog was nieuw nog wel te krijgen maar tweedehands was goedkoper en van Biggles waren er nog maar een stuk of wat nieuw te krijgen en die lagen vaak ook nog niet eens bij de boekhandel. Maar de Biggles-pockets van Het Spectrum waren tweedehands ruim voor handen. Dat was allemaal in de tijd dat wij thuis nog geen internet hadden. Het is me samen met mijn neef die ook fan was via familie, boekhandels en antiquariaten gelukt de hele Arendsoog-serie te verzamelen, hoewel ik een aantal jaren naar deel 49, Arendsoog en de Avondmannen, heb moeten zoeken. Uiteindelijk hadden we allebei onze serie compleet.

De Biggles-serie was wat moeilijker. Ik had weliswaar een keer het geluk dat ik er via een antiquariaat een stuk of 20 kon kopen voor een prikkie, maar daarna werd het moeilijker, zoals het ook daarvoor al moeizamer zoeken was. Gelukkig bood internet uitkomst en via de International Biggles Association kon ik het ontbrekende tiental bestellen. Daarna ging ik echter over op de Engelse originele boeken, al blijkt het begrip originele boeken bij Biggles rekbaar omdat sommige boeken in de vijftiger jaren behoorlijk zijn herschreven.

Veel van die Engelse boeken – en ook andere series van Johns – kon ik via de Bookshop en veilingen tijdens I.B.A. meetings kopen – zaterdag is er trouwens weer zo’n veiling. Inmiddels heb ik bijna alles van Johns, waarbij ik er ook verschillende heb gekocht via Antiqbook, Abebooks en Ebay.

Natuurlijk lees ik veel meer dan alleen Arendsoog en Biggles. Die boeken lees ik soms via de bibliotheek, maar meestal koop ik ze. Regelmatig weer tweedehands omdat ik al jaren naar de Deventer Boekenmarkt ga. En ik kan het niet laten om bij een boekhandel of De Slegte binnen te lopen als ik er ook voorbij had kunnen lopen. Gelukkig kan ik meestal de verleiding tot kopen weerstaan omdat ik mijn boekenbonnen thuis heb laten liggen.

Al met al is een boekencollectie omvangrijk. Bijna alle kast- en plankruimte is gevuld. Een tijd terug heb ik daarom maar eens een e-reader aangeschaft. Tot nog toe heb ik daarvoor nog geen boeken gekocht omdat ik eerst mijn stapel papieren boeken wil lezen. Die stapel is al wel kleiner geworden…

#50books – vraag 8

Hoeveel tijd lees je gemiddeld per week? Dat is vraag 8 van @petepel in zijn #50books initiatief. Ik heb er lang over na moeten denken voor ik de vraag kon beantwoorden. En eerlijk gezegd: ik heb geen idee. Daarvoor zijn een aantal redenen.

Reden 1: wat is lezen? Ook andere deelnemers aan het #50books initiatief worstelden met deze vraag. Als ik lezen zo ruim mogelijk opvat, betekenis 2, 3 en 4 uit het lemma ‘lezen‘ van het gratis Van Dale woordenboek Nederlands, dan ben ik eigenlijk de hele dag aan het lezen. Zo ruim wil ik lezen niet opvatten. Voor mij is lezen bij de beantwoording van deze vraag het lezen in een boek. Ik lees ook kranten, tijdschriften en blogs, maar de tijd die ik daaraan besteed, reken ik niet mee.

Reden 2: het schommelt nogal. Ik streef ernaar om iedere week minstens1 boek te lezen. Meestal lukt me dat ook wel. Eigenlijk zou ik het liefste 2 boeken in de week lezen, maar dat lukt regelmatig niet, zeker niet sinds ik zelf blog en blogs van anderen lees. Mijn andere blog, Literaire jeugdhelden.nl,  zorgt er echter wel voor dat ik iedere week een boek lees omdat ik daar jeugdboeken bespreek. Een andere reden voor die schommeling is mijn vertaalhobby. Als ik bezig ben met een vertaling heb ik minder tijd om te lezen. Gelukkig ben ik er bij de twee recentste en het boek waar ik nu aan bezig ben, wel in geslaagd te blijven lezen. Bij de boeken daarvoor had ik periodes dat ik weken geen andere boeken las. De derde ‘schommelrede’ is dat ik in de winter minder lees dan ik in het voorjaar en in de zomer. Dat komt doordat ik het liefste lees ik namelijk in de serre. Daar word ik tijdens het lezen door niets of niemand gestoord, wat op andere plekken in huis wel het geval is. En als ik weet dat ik niet op kan gaan in het boek, dan ben ik toch minder geneigd een boek te pakken. En eerlijk is eerlijk: als de t.v. aanstaat is dat ook wel makkelijk (maar ik lees vanwege mijn slechtere gehoor wel de ondertiteling).

Reden 3: als ik lees, verlies ik alle tijd uit het oog. Dan kan ik uren lezen zonder dat ik het in de gaten heb. Als ik opga in een boek staat de tijd voor mij helemaal stil. Als ik het boek dan wegleg heb ik geen idee hoe lang ik heb gelezen. Als ik het boek echt goed vind, ben ik helemaal in een andere wereld. Tijd bestaat dan voor mij niet meer.

Om die redenen kan deze vraag niet met een hoeveelheid tijd beantwoorden. Of misschien toch: liever nog wat meer tijd dan nu. Gelukkig komt het voorjaar er weer aan.

#50books – vraag 7

Ik luister zelden naar muziek en al helemaal niet als ik lees. En lezen over muziek doe ik ook al niet. Daarmee heb ik vraag 6 Ben jij een muzieklezer? in het #50books initiatief van @petepel beantwoord.

Bij vraag 7 Lees jij alleen in het Nederlands? kan ik gelukkig wat meer vertellen. Ik lees weliswaar voornamelijk in het Nederlands, maar ook in het Engels. In de eerste plaats zijn dat natuurlijk de Biggles-boeken die ik heb vertaald en waar ik het  in het kader van #50books al eerder over had. Die heb voor ik aan het vertalen begon natuurlijk intensief in het Engels en gelezen. En gedurende het vertaalproces blijf je het origineel lezen, zin voor zin, pagina’s voor pagina, hoofdstuk voor hoofdstuk; steeds is het originele Engels de bron, een soort heilige graal. Ik heb echt geen idee hoe vaak ik een boek dat ik heb vertaald in het Engels – en daarna in het Nederlands – heb gelezen. Ik heb weleens de indruk gehad dat ik zo’n boek ongeveer van buiten kende.

Nu zijn lezen, schrijven en vertalen de drie dingen die ik het liefste doe, dus je hoort mij niet klagen. Wat mij betreft ga ik nog veel boeken vertalen. Als het hobbymatig is, dan vooral de boeken van  Captain Johns. Ik geniet iedere keer van dat spel met taal en die boeken zelf gaan me zeker niet vervelen. Er staat in ieder geval weer een nieuw boek op stapel; de vertaling is. Mijn twee medevertalers en ik zijn bezig met de correcties. Vermoedelijk vind ik binnen #50books nog wel een gelegenheid om het te melden wanneer Gimlet van de commando’s is verschenen.

Ik lees dus vrij intensief in het Engels. Nadeel daarvan is wel dat gedurende het vertaalproces iets minder andere boeken lees. En die boeken die ik dan lees zijn Nederlandstalig, dat ontspant me dan meer dan ook nog eens een Engels boek te lezen. Alleen Nederlandse boeken, hetzij origineel of in vertaling. Dat vind ik soms jammer omdat ik de neiging om te kijken hoe de vertaler het gedaan heeft. Dan lees ik iets en dan denk ik: dat zou ik misschien anders vertaald hebben. Maar dan controleer ik dat weer niet aan de hand van de originele tekst.

Daarnaast zou ik ook in het Duits en Frans kunnen lezen. Ik ben een typische alfa en ik had vijf talen in mijn pakket zitten. En het lezen voor de lijst ging me erg makkelijk af. We konden bij alle talen zelf onze lijst samenstellen en ik had blijkbaar een gelukkige hand van kiezen want bijna alle boeken die ik koos boeiden me. En de boekenbeurten zelf gingen ook allemaal boven verwachting. Helaas heb ik na de middelbare school alleen Pilote de guerre van Antoine de Saint-Exupéry gelezen en al helemaal geen Duits.

Maar het volgende boek dat ik niet in het Nederlands lees is misschien wel een Spaans boek. Het toeval wil namelijk dat het vorige boek dat ik vertaalde The Camels are coming onlangs in Spaans verscheen.

#50books – vraag 5

De vijfde vraag die Peter Pellenaars stelt in zijn #50books reeks is: welk boek ben je nu aan het lezen? In mijn geval is dat De verdwijning van Eva Zomers dat is geschreven door Claire Polders. Aan het boek zit een verhaal vast. Claire Polders heeft namelijk dezelfde studie gedaan als ik (en zij deed er daarnaast nog eentje), maar dan een aantal jaren eerder. De publicatie van haar eerste roman, De onfeilbare trok dan ook enige aandacht op de universiteit en ze kwam er ook een keer over vertellen in Tilburg. Ze was immers na haar studie naar Parijs vertrokken. Naar die lezing ben ik niet geweest en het boek las ik ook al niet.

Ik kreeg in april vorig jaar een herkansing omdat Claire toen gastspreker was van het Dante Café dat de alumnivereniging organiseerde. Ze gaf een boeiende lezing over haar werk en in hoeverre haar studies (Cultuurwetenschappen en Filosofie) nut hebben voor haar schrijverschap. Na afloop sprak ik Claire over docenten waar we goede herinneringen aan bewaren, over schrijven, vertalen, bloggen. Afijn, het was een leuk gesprek. Helaas was ze al door de boeken die ze voor verkoop mee had gebracht heen en moest ik met lege handen terug naar huis.

Wel ging ik een aantal blogs op haar site lezen. Erg interessant en het leuke was ook nog dat ze het over een Engels woord had dat ik net bij het vertalen van Gimlet King of the commandos was tegengekomen. Weliswaar gebruikte zij dat in een andere betekenis dan die in mijn boek stond, maar toch. Ik besloot een gesigneerd exemplaar van haar tweede boek De verdwijning van Eva Zomers uit 2006 te bestellen.

Het boek bleef helaas maanden ongelezen liggen, maar nu ben ik er dan eindelijk aan begonnen. Ik heb pas de proloog en het eerst deel gelezen – oftewel 52 van de 312 pagina’s – maar het boek intrigeert me erg. Neem nou deze zin:

Het zal nog bijna een halve eeuw duren voor een jonge vrouw de puzzelstukjes aan elkaar legt en het zal te laat zijn om het de schilder uit te leggen.

De jonge vrouw uit het citaat is de Nederlandse Marga. Zij werkt in Parijs aan een biografie van de Vlaamse schrijfster Eva Zomers. Het boek bevat ook hoofdstukken uit die biografie. Benieuwd hoe die in het grote verhaal een rol gaan spelen. De schilder is de oude Lucien   (het hoofdverhaal is begin deze eeuw gesitueerd). Het boek lijkt – voor zover ik het nu heb gelezen – te gaan over hoe hun levens samenkomen.

Naast deze boeken heb ik deze week Max en de Maximonsters van Maurice Sendak en Het prentenboek als springplank. Cultuurspreiding en leesbevordering door prentenboeken van Piet Mooren plus de bundel Oordelen op maat, behorende bij het gelijknamige Tilburgse symposium over jeugdliteratuur uit 2007. Die boeken gebruik ik voor een reeks over prentenboeken op mijn nieuwe blog Literaire jeugdhelden.

50books – vraag 4

Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt?

Dit is Peters 4e vraag uit zijn #50books initiatief. Deze vraag biedt mij de kans iets recht te zetten, een omissie uit mijn antwoord op zijn 1e vraag goed te maken. Nadat ik mijn antwoord had gepost en ik het nog eens rustig nalas, zag ik tot mijn verbazing dat ik de naam van de auteur van het boek dat de meeste indruk heeft gemaakt in mijn vroegste jeugd niet had genoemd. Weliswaar was de naam van de betreffende schrijver wel te vinden op de bijgevoegde omslagillustratie maar ik had hem niet zelf genoemd en daarmee doe ik hem toch wel tekort.

Gelukkig biedt deze vraag uitkomst. De auteur van het boek uit vraag 1 is namelijk ook de auteur van wie ik alles lees, of in ieder geval van plan ben te gaan lezen. De man heeft namelijk bepaald geen bescheiden klein oeuvre. De schrijver over wie ik het hier heb ik Captain W.E. Johns – al was zijn eigenlijke rang Flying Officer en heeft hij zichzelf Captain genoemd omdat dat beter klonk.

Uit vraag 1 was je waarschijnlijk al wel duidelijk geworden dat ik iets heb – meer dan iets – met de Biggles-serie. De eerste boekjes die ik uit die reeks las smaakten naar meer. En gelukkig was er meer, want achterin de pockets stonden tientallen andere Biggles-titels genoemd. En die ging ik lezen en verzamelen. Al verzamelend kwam ik erachter dat er liefst 91 Biggles-boeken in het Nederlands waren vertaald. Het heeft me een jaar of acht gekost voor ik ze allemaal in mijn bezit had en nog iets langer voor ik ze allemaal had gelezen.

Maar ik was er inmiddels achter dat Johns nog veel meer had geschreven. Een overzicht van zijn Engelstalige oeuvre is hier te vinden. 169 boeken noemt de site. Daar zitten een paar doublures tussen, dus de International Biggles Association – waar ik lid van ben – houdt het op ruim 160 boeken. Dat zijn dus 65 boeken die in Nederland volstrekt onbekend zijn. Maar waar ik dus wel heel nieuwsgierig naar was en die ik in de loop van 10 jaar bijna allemaal wist te verzamelen. Ik mis nu nog slechts vijf Engelstalige boeken van Johns. Gelukkig kan ik daarna verder met de tijdschriften waaraan hij bijdrages heeft geleverd.

Met een oeuvre van ruim 160 boeken durf ik rustig te bekennen dat ik niet alles van Johns heb gelezen. Alles vertalen is wat veel gevraagd, maar alles lezen gaat me hopelijk wel lukken. Als ik die laatste boeken tenminste kan vinden, maar dat moet binnen de I.B.A. toch te doen zijn.

Tot slot wil ik nog even het in mijn ogen vreemdste boek van Johns noemen. Hij was een tuinier in hart en nieren en schreef daarover columns in het blad My Garden en het boek The Passing Show. Zelf heb ik absoluut geen groene vingers, maar een boek over tuinieren van een schrijver van avonturenverhalen, dat wilde ik weleens weten. En ik moet toegeven dat het een erg humoristisch boek was waar de liefde voor bloemen en planten vanaf spatte.

Johns heeft ook nog een atypisch boek het geschreven, het romantische Blue blood runs red. Naar dat boek ben ik nog op zoek.