Twee vragen over leren

Met de CSS komt het na de HTML ook wel goed. Ik ben er nog niet of ik daarna verder wil met JavaScript, dat we op het werk niet gebruiken, of PHP, waar bij ons alles op draait. Goed, ik heb in ieder geval wat leesvoer over JavaScript gevonden, zodat ik in ieder geval een afgewogen keuze kan maken.

Toen ik met het hele idee kwam om serieus te gaan leren, koos ik er bewust voor om het wat niet al te dicht te timmeren. Ik wil juist de vrijheid hebben om me in datgene te verdiepen wat me op dat moment interesseert. Dus een nieuw onderwerp aanpakken als dat me begint te boeien. Niet stug vasthouden aan onderwerp x dus.

En eigenlijk gebeurde wat ik verwachtte.

Ik begon me voor heel andere dingen te interesseren dan ik dacht.  Hele fundamentele dingen. Ze vormen de basis voor het hele welslagen van het plan. Het zijn twee vragen:

  1. Hoe ga ik alles onthouden wat ik leer?
  2. Heb ik de creativiteit om het toe te passen?

Het antwoord op die eerste vraag kan natuurlijk zijn dat ik niet alles hoef te leren. Ik kan het immers ook opzoeken. Maar dat klopt slechts ten dele. Je moet immers weten dat je iets op kunt zoeken. Simpel voorbeeld: als ik niet weet dat het land Bolivia bestaat, kom ik ook niet op de gedachte om op te zoeken wat de hoofdstad van dat land is.

Dat geldt natuurlijk ook voor programmeertalen. Ik hoef ze niet van a tot en met z te beheersen, compleet met syntaxis en al (voor dat laatste gebruik ik Aptana), maar het is wel handig om te weten wat je met zo’n taal kunt, anders wordt het lastig om op te zoeken hoe dan.

Bij programmeertalen zoek ik het onthouden tot nu toe in een combinatie van theorie leren en die praktisch toepassen met oefeningen, onder andere van Codecademy.

Over het onthouden van wat ik nog meer ga leren, denk ik nog na. Aantekeningen maken, samenvatten, herhalen, toepassen, Evernote. En gisteren kwam ik bij Van Piere Lezen, weten en niet vergeten van Mark Tigchelaar tegen. Ik ben met een ander boek naar huis gegaan. Maar ik vast niet de enige die zich erop betrapt soms weinig te onthouden van wat hij leest.

De tweede vraag bezorgt me op dit moment meer hoofdbrekens.

Op meerdere blogs kwam ik het onderwerp creativiteit tegen en ik las er ook nog over in een nieuwsbrief. Het onderwerp houdt me al zeker twee en een half jaar bezig. Eigenlijk langer. Creativiteit zie ik als het staat zijn iets te creëren. De letterlijke betekenis van het woord dus. Dat gaat me niet slecht af, hoop ik, maar in samenhang met het eerste punt is het altijd voor verbetering vatbaar.

Daar ben ik meer over gaan lezen en ik ben begonnen met het 10 ideeën per dag principe van James en Claudia Altucher. Als je dat een half jaar volhoudt, schijn je een ideeënmachine te worden.

Maar ideeën en creativiteit zijn eng. Hoe dat zit, leg ik zaterdag uit in mijn column op Onzichtbaar Ziek.

Toevoeging zaterdag 14 maart:

Mijn column Creativiteit en ideeën zijn eng staat inmiddels online.

Het roer mag om

Het schiet allemaal niet zo hard op als ik zou willen. Ik zou iedere vrijdag verslag gaan doen van de vorderingen die ik met leren maakte, maar mijn laatste blog daarover is alweer van een tijdje terug. Goed, ik had wat problemen met een van mijn hoorapparaten dus een onderwerp om over te bloggen had ik wel.

Maar het is allemaal hobby, het gaat mij erom dat ik mijn tijd op een plezierige manier besteed en dan liefst zodanig dat ik er ook nog wat van opsteek. Ik kan alleen nog weinig vorderingen melden. HTML5 zit er nu wel redelijk in – al heb ik geen website bedacht om dat allemaal mee in de praktijk te brengen – maar CSS schiet maar langzaam op.

Dat ligt er niet aan dat ik het niet interessant vind. Het is gewoon een kwestie van prioriteiten stellen en ik merk nu ik er wat bewuster over nadenk de laatste tijd dat ik in mijn vrije tijd vaak dingen doe die ik eigenlijk helemaal niet interessant vind.

Toch wat naar die tv zitten gapen, vooral als er sport op is. Maar ik maak vorderingen want er is nu schaatsen op en is geen tv in de buurt 😉

Langzaam kom ik er dus wel maar er valt nog veel te winnen. Boeken lezen mag ik ook wel wat meer. Ik lees er genoeg maar het zijn allemaal non-fictie studieboeken. Steek ik van alles van op, maar een goeie roman of detective heb ik al tijden niet meer gelezen. Bekend probleem als ik aan het vertalen ben en die vertaling schiet ook al niet op. Ja, hij is wel af – maar de correctieronde loopt nog. Het boek hoeft pas eind dit jaar helemaal af, maar ik heb er nog een paar meer waar ik mee aan de slag kan. Gelukkig is er volgende week weer een vergadering. Dat helpt, zo’n deadline.

Als ik het bovenstaande samenvat, dan kan ik stellen dat waar de plannen voortvarend waren, de uitvoering hapert. Helemaal niet erg op zich want is allemaal puur hobby en belangstelling. Dat is ook de reden van het ‘mag’ in de titel van dit blog. Op het werk speelt natuurlijk wel een moeten, maar daar gaat het prima en ik verdiep me nu in affiliatemarketing en SEO/SEA.

Toch wil ik dit patroon in mijn vrije tijd doorbreken. Ik heb dit weekend met het mooie weer veel gewandeld en heb wat dingen op een rijtje kunnen zetten. Ik moest in eens denken aan Peter Pellenaars’ blogpost over het uitstellen van datgene wat zo gemakkelijk is. Wil ik nu eindelijk weer een blog schrijven, dan ga ik niet live de ontknoping van het schaatsen volgen, maar kijk naderhand op teletekst of een moderner medium wel wie er heeft gewonnen.

Samen met Peters eerdere opmerkingen in de genoemde blogpost zorgt deze uitsteltactiek – die Peter bij Leo Babauta had gelezen – er hopelijk voor dat het roer om gaat.

Zwaai niet met je handen maar luister naar de zee

Nee, dit bovenstaande is geen mindfulness tip – al kun je het gezien de frustratie die je misschien met deze tip kunt besparen, daar wel van spreken. Het is dus wel een tip, maar dan speciaal eentje voor mensen die een gehoorapparaat dragen.

Ik beschreef in mijn vorige post dat ik bezig ben met het het testen van nieuwe toestellen en dat dat tot nog toe geen onverdeeld genoegen was. Gisteren kon ik gelukkig weer terecht bij mijn audicien nadat ik haar al eerder telefonisch had uitgelegd wat het probleem was.

Zij stelde toen meteen voor het anti-feedbacksysteem te gaan testen en scherper te stellen. Dat leek me wel want als je werkgever al tegen je begint te roepen dat je dat toestel uit moet doen, dan ontstaat al gauw een onwerkbare situatie.

Ik kon me echter geen voorstelling maken van wat die test in zou houden. Ik wist dat de toestellen aan de computer zouden worden gehangen. Dat gaat via een soort klompje dat aan de onderkant van het toestel vastgeklikt wordt waar dunne draden aan zitten die weer in een plat kastje dat wel iets van een scanner wegheeft maar dan met draadingangen. En die is dan weer verbonden met de computer waar alle instelsoftware op staat. (Ik zal de volgende keer eens kijken of ik tot een betere beschrijving komen, of dat ik nog ergens foto’s kan vinden.)

Wat moest ik nu doen? Ik stelde me zo voor dat ik naar allerlei geluiden moest gaan luisteren om daarbij aan te geven of de toestellen ging fluiten. Gelukkig ben ik niet enige die bedacht heeft dat zo’n test juist voor slechthorenden vrij onpraktisch is. Maar hoe het dan wel moest?

Kijk, mijn oude toestellen hadden nog geen anti-feedbacksysteem. Controleren of ze floten hield simpelweg in dat ik met mijn hand langs mijn oren zwaaide en gekke bekken ging trekken. Als ik niks hoorde – en iemand anders ook niet – dan zat mijn rechtertoestel goed (links is nooit een probleem).

Dat was dus ook de strategie die ik bij het aanmeten toepaste: geen gefluit. En verder stond ik niet bij geavanceerdere methoden stil. Mijn audicien gelukkig wel toen ik mij meldde met mijn klachten.

Toen mijn toestellen aangesloten waren en ik ze weer in had, moest ik stil blijven zitten en niets zeggen. De computer zou testgeluiden naar de toestellen sturen waarmee het fluiten gesimuleerd kon worden en het antigeluid in geprogrammeerd. (Anti-feedbacksystemen zijn erop gebaseerd dat zodra het toestel gefluit waarneemt, er precies het tegenovergestelde geluid wordt geproduceerd zodat het fluiten wordt geneutraliseerd. Door de enorme snelheid waarmee dit gebeurt, blijft gefluit onhoorbaar, ook voor mensen met een beter gehoor).

En dat geluid wat ik te horen kreeg, had wel wat weg van het ruisen van de zee. Daar heb ik vijf minuten naar mogen luisteren gisteren. En het mooie is dat het probleem opgelost is en dat het niet ten koste gaat van de instellingen van mijn toestellen. Vroeger was namelijk zachter instellen van de toestellen soms de enige oplossingen.

Nu eindelijk echt testen!

Hoorapparaten: techniek staat voor…

Dit blog ben ik in eerste instantie gestart vanuit het idee om te gaan schrijven over mijn lichamelijke beperkingen, vandaar ook de naam. Nu gebruik ik het vooral om over hele andere dingen te bloggen, maar gelukkig dekt de titel nog steeds de lading. Nu wil ik weer een keer terugkeren naar het oorspronkelijke idee achter dit blog en schrijven over mijn nieuwe hoorapparaten.

Dat laatste valt nog maar te bezien want ik heb mijn toestellen nog maar op proef en al te tevreden ben ik er niet over. Maar laat ik ergens bij het begin beginnen. Mijn huidige toestellen zijn vijf jaar oud en dan worden reparaties niet meer vergoed en heb je ook weer recht op nieuwe. Vorige maand zocht ik dan ook mijn audioloog weer eens op. Een uitgebreide test en gesprek volgde en ik kreeg weer een verwijzing voor de audicien.

Nieuwe technieken

Tijdens ons gesprek kregen we het uiteraard over nieuwe technieken die de laatste jaren ingang hadden gevonden. Vooral  het feit dat de nieuwste generatie toestellen richtingsgevoelig zijn, zou volgens mijn audioloog veel voordelen bieden. Richtingsgevoeligheid komt er in het kort op neer dat je toestellen ‘zien’ naar wie jij kijkt, met wie je in gesprek bent, zodat wat die persoon zegt / personen zeggen, extra wordt versterkt en andere geluiden gedempt.

Erg interessant, maar ik werd pas enthousiast toen de anti-feedbacksystemen ter sprake kwamen. Ik zei namelijk dat ik met mijn oude rechter toestel regelmatig last had van piepen, fluiten of rondzingen: hoe je het ook noemen wilt: de officiële term voor het fenomeen is feedback. Daar had ik volgens mijn audioloog voortaan geen hinder meer van omdat de nieuwste hoorapparaten een ant-feedbacksystemen hebben. Dat stemde mij erg vrolijk want mijn enige klacht over mijn oude toestellen was eigenlijk dat fluiten.

Het had door een verkoudheid die ervoor zorgde dat ik het maken van de benodigde oorstukjes een week uit moest stellen nog wat voeten in de aarde, maar afgelopen week kreeg ik mijn nieuwe toestellen op proef.

Eerste dagen: so far so good

Tijdens het instellen trok ik mijn gebruikelijke gekke bekken waarmee ik mijn oude toestel (rechts) gegarandeerd mee aan het fluiten, rondzingen enzovoorts kreeg. Nu gebeurde er niets en ik hoorde ook goed.  We dachten thuis echt dat we er waren.

Maar na anderhalve dag…

Niet te geloven: piepen en fluiten. Toestel uitzetten, opnieuw indoen, oorstukje aanduwen (dat hielp bij de oude), het mocht niet baten.  Het was weekend, dus ik kon niks behalve balen. De dag erop ineens weer nauwelijks problemen en nieuwe hoop: zelflerende systemen? Vanmorgen ging het ook goed, tot ik een paar keer merkte iets niet goed te hebben en ik de toestellen harder zetten: niks meer mee te beginnen en van ellende het apparaat maar uit gedaan. En ik had mijn oude toestellen thuis gelaten omdat het zo goed ging.

Uiteraard belde ik (dat doe ik altijd links) de audicien. Ze zei dat er waarschijnlijk wat aan te doen viel. Morgenmiddag, dus ik heb weer hoop en hou jullie op de hoogte.

MSX BASIC leerde ik nooit

Onze eerste computer was een MSX 2. Eentje van Philips, de NMS 8245 om precies te zijn. Het was herfst 1987 en ik was 7. Toen we de computer kregen, hadden we er nog geen monitor bij. De computer had veel weg van een typemachine omdat het toetsenbord geïntegreerd bovenop de schuin aflopende behuizing zat. In die behuizing zat ook nog een 720 KB 3,5 inch diskettestation en een houder voor cartridges. De monitor kwam een paar dagen na de computer. Geen nood want de monitor moest via een SCART-uitgang aangesloten worden. Dus hingen we er de eerste dagen de televisie er maar aan.

Het magische beginscherm

MSX BASIC

Het opstartscherm van de MSX 2

Dit was het scherm waarmee de MSX 2 opstartte als je er geen diskette in had zitten. Toen realiseerde ik het me niet, maar je startte dus niet op met een zogenaamd Disk Operating System – dat er overigens in de vorm van MSX DOS wel gewoon was – maar met een heuse programmeertaal: MSX BASIC. Al snel volgde de diskettes met programma’s, spellen en educatieve  programma’s van de Onderwijs Werkgroep OWG. De meeste van die diskettes startten automatisch op met een menu – dat, naar ik naar ontdekte, stond geprogrammeerd in het bestand autoexec.bas – maar bij sommige moest je zelf het programma starten dat je wilde gebruiken. Mijn vader leerde me al snel dat opzoeken met het commando files moest. Als je dan het programma dat je wilde openen had gevonden, tikte je load "soccer.bas" in, gevuld door een return en F5. Later leerde ik dat dat ook ineens kon: load "soccer.bas",r en return zorgden er ook voor dat het programma startte. Soccer was een van mijn favoriete spellen.

Het was de tijd van zelf programmeren

Ook mijn vader verdiepte zich in de edele kunst van het programmeren en ik vond het toen ik weer wat ouder was magisch om in zijn programmeerboeken te lezen. Vooral het Handboek MSX BASIC van A.C.J. Groeneveld keek ik regelmatig door. Echt programmeren deed ik niet hoewel ik wel een keer tegen een klasgenootje opschepte dat ik voor een diskette zonder opstartmenu dat zelf wel zou schrijven. Dat viel dus tegen. Maar ik vond veel van de programma’s en spellen op de MSX geweldig en beschouwde programmeren daarom als iets fantastisch.

Een spelcomputer met lesprogramma’s en een tekstverwerker

Zo zou je de MSX 2 voor mij kunnen beschrijven. Programmeren werd voor mij eigenlijk nooit meer dan bovengenoemde commando’s hoewel ik nog een tijdje bezig ben geweest met MSX LOGO, een op kinderen gerichte programmeertaal waarin spelenderwijs steeds moeilijkere opdrachten gegeven konden worden aan een kikker. Mijn vriendjes en ik beperkten ons vooral tot de spelletjes. Ik denk dat ik daar nog een keer op terug ga komen. Die MSX – of beter, de opvolger daarvan met 2 diskdrives – heb ik nog steeds en een jaar of 11 geleden heb ik samen met een neefje tijdens de carnavalsvakantie alle diskettes van de MSX op de pc gezet zodat we deze met een speciale DiskTool om konden zetten naar een formaat waarmee emulatoren uit de voeten konden. Voor de MSX was toen net een goede verschenen, BlueMSX. We hebben toen aardig wat jeugdherinneringen opgehaald. Ik gebruikte net als vroeger een joystick – aangesloten via de gamepoort van de grafische kaart – en mijn neefje met het toetsenbord. Toen de gamepoort uit zwang raakte, kocht ik speciaal voor die MSX-spellen een USB joystick. Die is echter nooit uit de verpakking gekomen.

Vanmiddag heb ik echter BlueMSX weer geïnstaleerd en ik heb vakantie…

PS: bovenstaande screenshot is gemaakt met BlueMSX.

Van fundament naar inzoomen

Vorige week schreef ik over mijn leerdoelen rond het communicatievak. Terecht kreeg ik in de commentaren al de vraag van Elja of het niet te breed was. Dat is het natuurlijk ook als ik al in al die gebieden specialist zou willen worden.

Maar dat is niet mijn bedoeling. Misschien had ik dat wat duidelijker mogen stellen. Wat wel mijn bedoeling is, is om een stevig theoretisch fundament te leggen onder het vakgebied waar mijn interesse naar uitgaat en waarin ik gelukkig ook mag werken, namelijk dat van content management.  Als dat fundament er ligt, weet ik ook welke specifieke onderdelen mij het meest boeien en daar kan ik verder op inzoomen.

Leren is schrappen

Het gezegde luidt anders, maar zo als het hier staat geldt het volgens mij ook. Vandaar dat ik dus eerst het vakgebied wil verkennen en een basiskennis op wil doen voor zo veel mogelijk deelgebieden. Vervolgens veel schrappen (waarschijnlijk gaat dat voor die vakgebieden betekenen dat ik me beperk tot het volgen van blogs) en echt inzoomen en meer lezen op het weinige dat overblijft.

Wat die onderwerpen gaan worden weet ik nog niet. Behalve dus met wat ik interessant vind, heeft dat natuurlijk ook te maken met wat ik op het werk het meest nodig heb. Ook dat ga ik uitzoeken.

Techniek

Vorige week gaf ik aan dat ik ook geboeid werd door de technische kant van het internet, de programmeertalen – al weet ik dat er een flinke discussie woedt of HTML/CSS, JavaScript en jQuery en zelfs PHP/MySQL daar wel toe behoren, wat de reden was dat ik vorige week koos voor de term webtalen.  Ik heb vaak genoeg gelezen dat het voor mensen die zich op een of andere manier met internetcommunicatie bezig houden handig is om HTML en CSS te beheersen. En dat geloof ik zelf ook.  Deze week ben ik daarom begonnen aan HTML & CSS van Jon Duckett. Het boek had ik eens gelezen en er staat genoeg in om een basis te leggen. Enige nadeel vond ik dat er geen oefeningen in stonden, omdat ik op dit moment geen plan heb om een website op te zetten. Daarom heb ik bij de bieb het boek HTML en CSS de basis van wijlen Andree Hollander geleend. Daar staan wel oefeningen in. Hopelijk gaat deze tweecomponentenlijm werken.

Vanuit de HTML/CSS basis kijk ik dan wel verder. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar PHP omdat mijn werkgever bij mijn sollicitatie vroeg of die taal beheerste. Ik ben er toen mee aan de slag gegaan maar ik kreeg al snel een programmerende collega. Daarom en omdat ik na een vervelende periode in mijn leven nu bijna 3 jaar geleden lange tijd misschien wel te alert ben geweest.

In ieder geval de komende week staat dus HTML/CSS op het programma – en afronding van mijn vertaling zodat ik ook na de de vakantie wat meer leertijd heb. Morgen nog een anekdote rond programmeertalen.

Leesdoelen – #50books 2015 vraag 1

Nadat ik eergisteren mijn leerdoelen voor de komende tijd formuleerde, ontkom ik er natuurlijk niet aan om ook mijn leesdoelen openbaar te maken, en laat de vraag naar je leesvoornemens voor 2015 nou net vraag 1 zijn van Peter in zijn nieuwe #50books reeks.

Mijn leerdoelen hebben als consequentie dat ik veel informatieve non-fictie zal gaan lezen. Mijn eerste doel is daarom al deze non-fictie af te wisselen met voldoende fictie. Romans, thrillers,  ik vind toch al dat ik ze wat weinig lees. Om van fantasy en Sciencefiction  maar te zwijgen.

Een ander vrij eenvoudig doel is om op te schrijven wat ik nu eigenlijk heb gelezen, welke boeken ik zoal oppak gedurende het jaar. Ik merk dat ik daar vaak geen idee meer over heb dus ik heb begin januari maar eens een simpel Word-document aangemaakt. Voorlopig nog geen Goodreads voor mij.

Een laatste doel – ik wil na eergisteren niet nog eens al te ambitieus worden – is om iedere week met een boek bezig te zijn. Dat zou met al dat leren wel moeten lukken, maar om dat plan deze week te laten slagen, zal ik dadelijk toch echt een boek moeten pakken.

Het jaar is natuurlijk al een dikke maand aan de gang maar ik kan gelukkig zeggen dat ik me aan bovenstaande voornemens redelijk aardig heb gehouden, tot nu toe.  En als het me lukt om mijn ideeën te realiseren kunnen jullie in in ieder volgen of ik non-fictie leest en misschien geeft #50books nog wel aanleiding om te laten zien welke fictie ik ter afwisseling lees.

Nieuwsgierig naar het (online) communicatievak

Als ik ergens langere tijd mee bezig ben, ga ik er vaak helemaal in op. Ik begin het steeds interessanter te vinden en zou het liefst alles willen lezen over dat onderwerp wat ik maar kan vinden.  Omdat dat niet gaat, blijft het in de praktijk vaak bij vluchtig lezen wat Google mij voorschotelt. Dan weet ik meestal weer even voldoende maar ik merk nu steeds meer dat het me eigenlijk niet tevreden stelt.

Ik wil meer weten, ik zoek echte verdieping, wil aan de slag met wat ik lees, niet om dat ene probleem op te lossen, maar om echt de diepte in te laten en me de materie eigen te maken zodat die in mijn systeem komt te zitten.

Dat klinkt waarschijnlijk veeleisend, maar ik die kennis natuurlijk niet van vandaag op morgen vergaren. Daar wil ik een langetermijnproject van maken. Je hoort en leest steeds over een leven lang leren. Nou, laat dit mijn vorm maar zijn. Lezen doe ik al behoorlijk veel, maar te weinig kritisch om er echt wat van op te steken. Ook boeken die ik voor studie oppik, lees ik te veel als leesboeken: te snel, te weinig aandachtig en zonder dat ik als ik het interessant vond er tijdens en na het lezen daadwerkelijk mee aan de slag ging.

Dat gaat hopelijk veranderen. Ik loop al een tijdje met het idee maar na komende week heb ik een week carnavalsvrij. Dat feest is niet helemaal aan mij besteed dus die week zou ik mooi als leesstudieweek kunnen gebruiken. De komende week is dan inventarisweek van mijn studiewensen. En dit blog wordt mijn openbare studieboek als stok achter de deur.

Interessegebied

De aankondigende stok achter de deur is geplaatst. Leren dus, maar wat? Na mijn studie Cultuurwetenschappen ben ik het communicatievak ingerold en dat is ook het vakgebied waar ik me verder in wil specialiseren. En online communicatie trekt mij op dit moment het meest omdat mijn baan vooral draait om het ontwikkelen van online concepten.

Zowel de technische achtergrond (webtalen als HTML/CSS, JavaScript/jQuery en PHP/MySQL) als de uitvoerende kant zoals hoe je goede webteksten schrijft,  hoe je een sociale media campagne opzet of nog groter, hoe je een (online) concept in de markt zet, heeft mijn interesse.

De komende week ga ik een leerlijst met blogs en boeken opstellen plus een soortement van leerplan. Voor de webtalen heb ik al boeken gevonden en ben ik voorzichtig begonnen. Voor de inhoudelijk kant heb ik de volgende boeken al gelezen, maar niet kritisch: Webdesign. Van concept tot realisatie van Hedwyg van Groenendaal, Meer omzet met je webshop (Jurjen Jongejan) en verschillende deeltjes in de Frankwatching/HayStack reeks In 60 minuten.

Mijn nieuwsgierigheid in daden omzetten en een theoretisch fundament bouwen onder de dingen waar ik me mee bezig houd, dat is de bedoeling. Volgende week vrijdag meer maar als jullie nog tips voor me hebben dan hoor ik het graag.

Wat mij bezig houdt

En daar bedoel ik dus niet mee dat ik het ergens zo druk mee heb dat ik niet meer aan bloggen toekom. Ik ben met een aantal dingen bezig en het lukt nog niet om ze allemaal gestroomlijnd uit te voeren. Is niet erg maar het bloggen schiet er als eerste bij in omdat daar geen extern moeten bij hoort. Nou is dat moeten absoluut niet negatief bedoeld, ik doe doe een heleboel dingen die moeten maar die ik toch heel erg leuk vind om te doen. Mijn werk bijvoorbeeld, mijn volgende vertaling. Mijn uitgever annex voorzitter en penningmeester van de International Biggles Association was niet helemaal enthousiast over mijn blogplan dus dan maar niet, maar we zijn inmiddels gevorderd tot de correctierondes.

Bij werk en vertaalhobby is er dus een extern moeten. Die nieuwe site moet dan en dan worden gepresenteerd en daar moet dit en dat nog voor gebeuren. En die vertaling moet ook voor een bepaalde datum af. Gezonde werkdruk, wat mij betreft.

Misschien hebben mijn blogs ook gezonde werkdruk nodig.

Mezelf een reden geven om te bloggen. Om het mezelf niet te moeilijk te maken neem ik me dus voor om gewoon te bloggen over wat mij bezighoudt. En wat ik daar dan weer van vind.

Richtingsensoren en onhoorbaar geluid

Zo was ik vanmorgen bij het audiologisch centrum. Mijn hoorapparaten zijn weer bijna vijf jaar oud, dus ik heb weer recht op nieuwe. Na wat tests het verwachte nieuws dat mijn gehoor in beide oren stabiel was. Als het anders was geweest, had het me verbaasd omdat mijn gehoor gelukkig al jaren hetzelfde is. Daarna werd het natuurlijk spannender: nieuwe toestellen. Welke zouden het gaan worden en wat kunnen die toestellen dat mijn huidige apparaten niet kunnen? De techniek staat niet stil en er kan steeds meer. Volgens de audioloog kwamen twee toestellen in aanmerking.

Beide hadden de voor mij nieuwe functie van richtingsensoren. Daar ben ik toch wel heel nieuwsgierig naar omdat ik dan misschien eindelijk een gesprek in een rumoerige ruimte kan volgen. Een andere eigenschap van het toestel dat de voorkeur had van de audioloog was dat deze onhoorbaar geluid hoorbaar kan maken. Ja, ja, dat dacht ik ook. Maar dit toestel kon blijkbaar hoge geluiden lager maken waardoor ze weer hoorbaar zijn.

Ik ben benieuwd. Wordt dus vervolgd.

Doe mee

Anderhalve week geleden kondigde Peter naar aanleiding van een blogpost van Elja een blogestafette of -marathon aan rond goede doelen. Welke vorm dat moest gaan krijgen, wist hij nog niet maar Kerstavond deed hij een oproep om mee te doen. Schrijf een blogpost waarin je aandacht vraagt voor een goed doel en zorg dat deze blogpost een week lang bovenaan je blog blijft staan.

Zelf vroeg Peter aandacht voor OneWorld. Wat OneWorld doet kun je het beste lezen op Peters blog. Ruud en Carel namen het estafettestokje van hem over en vroegen op hun beurt aandacht voor KiKa, kinderen kankervrij. Lees de verhalen van Ruud en Carel en doneer. Carolien vroeg aandacht voor het kerstpakket van Artsen zonder Grenzen dat levens redt. Lees ook haar verhaal.

Zelf herinnerde ik me toen ik Eerste Kerstdag Peters oproep las ook meteen een doel waar ik graag de aandacht op zou willen vestigen. Daarvoor moeten we bijna tien jaar terug in de tijd. Toen las ik namelijk in de Univers, het weekblad van de UvT, dat de schrijver Thomas Rosenboom geïnterviewd zou worden ter gelegenheid van de aansluitende opening van de Books 4 Life winkel. Dat leek mee allebei wel interessant dus ik ben daar uiteraard naartoe gegaan.

Books 4 Life bleek opgezet naar Engels voorbeeld (Oxfam Charity Shops). Het ging om een antiquarische boekwinkel die volledig op vrijwilligers draaide. Je kunt er boeken kopen en doneren en 90 procent van de opbrengst komt ten goede aan goede doelen. De helft naar Amnesty International en OxfamNovib en de andere helft gaat naar goede doelen die iedere winkel zelf uitkiest. Dat zijn vaak lokale initiatieven.

Naast een winkel in Tilburg zijn er inmiddels namelijk ook winkels in Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Maastricht, Nijmegen en Utrecht. En er is zelfs een filiaal in het Oostenrijkse Graz.

Tijdens mijn studie liep ik als boekenliefhebber regelmatig binnen bij de Tilburgse vestiging. Boeken doneren lukte mij niet, maar ik heb wel leesplezier beleefd dankzij Books 4 Life. Na mijn studie ben ik Books 4 Life een beetje uit het oog verloren, maar ik ga binnenkort zeker weer eens kijken want lezen en goede doelen steunen vind ik een fantastische combinatie. Misschien lukt het me zelfs wel om behalve boeken te kopen er enkele te doneren.

Meer informatie over Books 4 Life is te vinden op de website www.books4life.nl. Daar staan ook de sites, locaties en openingstijden van de winkels. Ik zou zeggen: loop eens binnen, koop of doneer een boek en steun daarmee goede doelen!

Update 30 december: voor goede doelen zet ik natuurlijk graag afbeeldingen met links op mijn blog.

 Peter Pellenaars schreef over OneWorld

doemee

Ruud Ketelaar en Carel de Mari schreven allebei over KiKa, kinderen kankervrij

kika

Carolien Geurtsen schreef over Artsen zonder Grenzen.

artsenzondergrenzen

Zelf schreef ik over Books 4 Life.

doemeebooks4life