Zwaar maar lichtvoetig

Vandaag sprak ik iemand die mij al een tijdje kent. Ik spreek hem regelmatig en hij zei iets wat me aan het denken zette. Hij leest namelijk mijn columns voor Onzichtbaar Ziek. Hij vond ze wat zwaar van toon terwijl hij mij ‘in het echt’ kende als veel positiever. Mijn repliek was dat dit blog, dat hij niet leest, een stuk vrolijker is.

Maar toch: de onderwerpen die ik gisteren noemde waarover dit blog zou gaan, stemmen niet automatisch vrolijk. Daar kan ik tegen inbrengen dat ‘met zonder beperking’ natuurlijk heel ruim is. Niet beperkt in onderwerpkeuze bijvoorbeeld en daar ga ik absoluut gebruik van maken.

Toch zijn die onderwerpen best lichtvoetig te benaderen

En dat ga ik proberen. Natuurlijk neem ik mijn handicaps en slechthorendheid serieus, maar ik kan er regelmatig om lachen. En ik kan je verzekeren: van een manie word ik heel vrolijk. Dat al die ‘malloten’ om mij heen mij op dat moment helemaal niet meer begrijpen, ja, daar kan ik toch niks aan doen. Dat vertel ik een andere keer wel.

Nog zo’n misverstand

Ik zeg wel eens dat ik in een manie niks gedaan. Nou, ik was wel zo goed als manisch toen ik dit blog begon en vol schreef met een dozijn of wat blogposts. En ik rondde de eerste versie van een deel van een vertaling af. Ik bedoel maar.

Al met al neem ik mezelf serieus en jou als lezer natuurlijk helemaal, maar waar mogelijk met humor. Liefst met een verhaal dat aan tot nadenken stemt. Ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar bij mij werkt een verhaal het beste als een serieus onderwerp met enige lichtvoetigheid, frivoliteit of ronduit humor wordt benaderd. Maar ik kan me voorstellen dat alleen de columns het beeld geven dat ik misschien wat zwaarmoedig in het leven sta. Dat klopt niet. Nu niet. Een paar maanden geleden echter voelde ik me wat minder prettig. Niet dat ik dat in het dagelijks leven merkte, maar achteraf wel en ik denk dat het enige invloed had op mijn columns. Dit blog had er minder van te ‘lijden’, ook omdat ik hier minder zware kost serveer.

Het stemt dus tot nadenken maar ik hoop op dit moment vooral dat ik zware kost toch losjes kan brengen. Gewoon omdat ik volgens mij absoluut geen zwartkijker ben 😉

Verandering op komst (dag 7)

Van al dat wandelen kan ik gewoon geen zwartkijker worden. Morgenavond mag ik mijn hoopapparaten dus alweer inhouden.

Zichtbaar en onzichtbaar

Zichtbaar en onzichtbaar zijn twee uitersten van een schaal. Tenminste, dat dacht ik ooit. Tegenwoordig weet ik wel beter. Dat gaat een belangrijk onderdeel worden van de doorstart van dit blog. Doorstart. Groot woord, maar ik neem het wel in de mond.

Zichtbaar en onzichtbaar zijn misschien wel niet meer dan veronderstellingen. Als je bereid bent om dat in te zien, kun je beloond worden met veel nieuwe inzichten. Klinkt erg zen, yin en yang. Maar ik ga proberen om er meer van te maken. Door vragen te stellen. Aan mezelf maar ook aan jou als lezer.

Daar word ik wijzer van – dat heb ik nu al gemerkt – maar jij ook. Althans, ik hoop dat je mee wilt gaan op een reis waarvan ik nog geen idee heb hoelang hij zal duren of waarheen we zullen gaan.

Ik heb alleen een vage notie van de onderwerpen

Lichamelijke handicaps, slechthorendheid, manisch depressiviteit en ander ongemak.  En ik weet nog iets.

Het wordt persoonlijk

Wat ik vertel is mijn verhaal, mijn opvatting over iets. Maar het kunnen ook mijn vragen aan jou zijn. Het zou leuk zijn als jij dan in de comments of op je eigen blog antwoord geeft zodat we een echt digitaal gesprek hebben. En mettertijd misschien een tweet- of meetup.

Wat ik heb gemerkt is namelijk dat zichtbaar en onzichtbaar veel minder duidelijk zijn dan we vaak denken en dat daardoor ongewild en onbedoeld misverstanden en onbegrip ontstaan. Terwijl de wil er juist wel is, aan beide kanten.

Verandering op komst (dag 6)

Ook vandaag weer een heerlijk wandelingetje gemaakt. Waar dat al niet goed voor is.

Wandel je mee op mijn digitale reis?

Mijn ‘andere hand’

Vandaag toch maar de post die ik gisteren had willen schrijven. Toen ik nog klein was, had ik het als ik het over mijn rechterhand had over mijn ‘andere hand.’ Alsof die er maar een beetje nutteloos bij hing. Eigenlijk was dat ook zo, want hoewel ik op het revalidatiecentrum bij de Mytylschool zowel fysiotherapie gericht op het ontspannen en oprekken van mijn rechterarm ( en -been) als ergotherapie kreeg met als doel mijn rechterhand nuttig te kunnen gebruiken, bleek dat laatste vrijwel onmogelijk.

De spanning op mijn arm bleek simpelweg te groot

Hoe dat werkt en uitziet kan ik je eenvoudig uitleggen aan de hand een uitsnede uit een foto.

andere hand

Zoals je ziet, klemt mijn rechterarm zich helemaal tegen mijn borst. Zoals ik gisteren al zei als gevolg van een ongecontroleerde aansturing vanuit de hersenen. Dat gaat mis op drie plekken waar je kunt buigen: de elleboog, de pols en de vingers. Die trekken allemaal samen als gevolg van het spasme. Wil je zelf bij benadering merken hoe dat voelt? Dat kan. Boots na wat je op de foto ziet en zet daarbij wat spanning op de scharnierpunten waar ik het net over had. Om het nog wat echter te maken: vouw je duim naar binnen in de handpalm. Je voelt de spanning op je hand en arm toenemen.

Ontspanning begint bij de duim

Maak met je vrije arm je gespannen duim maar eens vrij en strek die. Als het goed is, voel je de ontspanning door je hele arm komen. Ik noem dat altijd ‘de duim eruithalen’. Die spanning die jij zojuist hebt gevoeld die treedt bij mij de hele dag door op. Doet dat niet gruwelijk zeer, vragen mensen wel eens. Dat valt gelukkig mee. Ik heb er vooral last van als ik (veel) praat. Ik praat sowieso wat moeizamer omdat motorische handicap letterlijk mijn lichaam in de lengterichting doormidden snijdt. En dus ook mijn mond. Daarnaast slaat de spanning van het spasme soms op mijn stem. Wat helpt, is gaan staan. Staand praten is nou eenmaal ontspannend.

Andere remedies

Wat ik ook vaak doe, is het toepassen van een van de twee belangrijkste ontspanningsoefeningen. Die zijn gebaseerd op het eruit halen van mijn duim. De eerste oefening is het inschuiven van mijn linkerhand in de opening tussen duim en wijsvinger van de rechter. Linkerduim boven het stuk tussen de rechterduim en -pols waardoor mijn rechterduim in mijn linker handpalm komt te liggen;  rug linkerhand en vingers onder handpalm en vingers rechts. Dat werkt prima. En als ik iets op te biechten heb, dan is daar de tweede methode: de bidgreep, je vingers in elkaar verstrengelen alsof je gaat bidden. Die ken je zelf ook, dus die leg ik niet verder uit. Hij werkt zo goed omdat je je duim echt naar beneden moet drukken. Een variant is de bidgreep met gestrekte arm. Nog meer ontspanning.

Verandering op komst (dag 5)

Wat ook ontspannend werkt is dus wandelen. Dat heb ik vandaag dus weer gedaan.

Iets te mindful?

Eigenlijk had ik vanavond een hele blogpost willen tikken over het spasme in mijn rechterarm. Ik had er zelfs al een foto voor genomen. Maar ja, toen had ik mijn yoghurt – vooruit, vandaag was het yoghurtdrink – op en ging ik dus wandelen. Ik had al bij Peter gelezen dan je je nieuwe gewoonte makkelijker eigen maakt als je een beetje let op mindfulness.

En laat dat voor mij nou dubbel opgaan

De beste manier om spasme in mijn arm tegen te gaan, is lopen en helemaal nergens aan denken. Dus niet denken dat je nergens aan moet denken, maar gewoon lopen. En een beetje opletten op al het verkeer dat in de omgeving van een metropool als Helenaveen allemaal tegenkomt.

Weet je wat het is?

Als ik gewoon loop en nergens over nadenk, loopt mijn hoofd leeg en word ik rustig. En dat is goed tegen mijn spastische arm. Waarom? Omdat zodra ik iets doe of denk er ook ongecontroleerde signalen naar mijn rechterarm en -hand gaan. Waardoor hand en arm richting mijn borst schieten. Denk ik niet of doe ik weinig, dan is er minder ruis in mijn hersenen en ben ik ontspannen.

Daarom ben ik dus wel degelijk in mindfulness geïnteresseerd en wil ik de principes misschien wel meer/bewuster toe gaan passen. Echt heel veel last heb ik niet van dat spasme, maar het blijft vervelend en ik moet vaak pauzeren om mijn arm soepel te houden. Wat dat betreft heb ik geen anti-rsi-pauzes nodig. Die bouw ik zelf wel in.

Er valt nog veel meer over te vertellen en dat ga ik ook zeker doen, maar niet vandaag. Vandaag werd ik iets te mindful en werd het laat. Dus doe ik wat mijn arm betreft nog één rekoefening en daar moet-ie het maar mee doen.

In een blogdip totaal van mijn sokken geblazen

Daar zat ik dan. In een blogdip. Van meer dan een maand. Nou is er één onderwerp waar ik altijd over kan schrijven,. hoewel dan het risico bestaat dat ik in herhaling verval. Drie jaar geleden ging het echt mis (1) Opmaat was dus zo geschreven en de reacties waren mooi. Maar de blogdip bleef. Die was ik al officieus aan het bestrijden via de Zen habits methode. Maar ik zat er aardig bij te kijken.

Het was donderdagavond. Ik dacht dat ik vrijdag een column te lezen zou krijgen. Die kwam dus donderdagavond al. Toen ik de aankondiging zag op Facebook had ik geen flauw benul van het feit dat dit een column werd die me letterlijk en figuurlijk van mijn sokken zou gaan blazen. En dat ik daarin niet de enige zou zijn.

Welke column dat was? Het was de column van Wil je het echt weten? van Quinta Koolen. Ze maakte nogal wat reacties los, om het maar eens eufemistisch te zeggen. Ik twitterde er al over dat ik niet meer klaag dat ik moe ben.

En dan vrijdag. Nog twee columns die me van de sokken bliezen. Van Julita. Die ken ik via #blogpraat en een tweetup. Over de lepeltheorie, maar dan zonder opsmuk, wat het nog beter maakte, maar vooral haar blog over praten over chronische pijn. Chronische pijn heb ik zelf niet, maar mijn rechterarm en -been functioneren niet helemaal naar behoren, mijn hoofd doet soms wat ik niet wil en mijn oren luisteren niet goed.

En daar praat ik dus misschien wel te weinig over.

Vandaar dat ik deze drie columns/blogs nog eens goed op me in laat werken om daarna met een reactie te komen. Na deze vooraankondiging.

Verandering op komst: dag 3

Ook vandaag weer een fijn rondje en aan het nadenken over een beloning.

Van start met improvisatie

Gisteren en vandaag waren dus de officiële startdagen van mijn nieuwe  gewoonte,  5 minuten wandelen per dag. Ik was er dan al wel vorig weekend  mee begonnen maar omdat toen het plan dat de kans op succes aanzienlijk moet verhogen nog in de maak was, telt die week slechts als een officieuze.

Maar op de eerste officiële dagen werd mijn plan al danig op de proef gesteld en moest ik er flink op los improviseren. Trigger van mijn nieuwe goede gewoonte is namelijk het eten van een bakje yoghurt. En aangezien we gisteren barbecueden werd het schema in de war gestuurd. Na een barbecue eet ik geen bakje yoghurt. Wat ik dan wel doe, als het niet te laat wordt, is naderhand nog een rondje lopen. En dat kon nu ook prima. Dus dag 1 was gered.

Voor vandaag was me ook al op voorhand duidelijk dat er geen bakje yoghurt in zou zitten. Oktober vorig jaar had ik natuurlijk nog geen flauw idee dat ik met zen habits bezig zou zijn. Toen reserveerden we namelijk onze tickets voor Soldaat van Oranje. En ja, je bent er misschien zelf al geweest of hebt van vrienden en bekenden gehoord hoe goed-ie was. Zo goed was-ie dus.

Gelukkig waren we ruimschoots op tijd en konden we van tevoren nog even naar zee en konden we daar nog wat rondlopen. En van parkeerplaats naar theaterhangaar. Kortom, alles kwam goed en ook vandaag heb ik mij aan mijn nieuwe gewoonte gehouden zodat morgenavond mijn hoorapparaten in mag houden.

PS: voortaan integreer ik mijn verslag over mijn nieuwe gewoonte in mijn blogs, tenzij er echt veel over te melden valt.

Verandering op komst

Alles viel op zijn plaats door de column Creativiteit en ideeën zijn eng die ik exact drie maanden geleden schreef voor Onzichtbaar Ziek. Door wat ik schreef en de reacties die ik daarop kreeg, heb ik eindelijk het gevoel dat ik mijn hopelijk laatste manie een plek heb kunnen geven en dat ik echt verder kon met mijn leven op een manier zoals ik dat zelf wilde.

Het gevoel was geweldig en is dat nog steeds. Ik durfde ook weer van alles aan te pakken. Maar daar diende zich het eerste probleem al aan. Ideeën genoeg. Iedere dag minstens tien ideeën opschrijven: ik hield het een week of wat vol en daarna met tussenpozen steeds een aantal dagen. Iedere dag een blokje om: ook twee weken en daarna met enige regelmaat. Wel gesprekken en een heleboel blogs plus boeken die half gelezen aan de kant gelegd werden.

Het voelde goed maar de echte verandering bleef uit

Dat was eigenlijk een beetje de achtergrond waartegen ik vorige week de blogpost Love moved me to write this for you van Peter Pellenaars over het boek Zen Habits – Mastering the Art of Change van Leo Babauta las. Uit zijn keuzelijst van tien mogelijke veranderingen koos ik meteen voor vijf minuten wandelen per dag. Vanwege mijn handicap is lopen toch al belangrijk voor me omdat het moeilijker gaat en oefening mijn benen soepel houdt. Bovendien heb ik in het verleden gemerkt dat lopen ook nog eens een positieve uitwerking heeft op het spasme in mijn rechterarm. Ik begon gelijk zonder vooropgezet plan met het uitvoeren mijn nieuwe goede voornemen.

Peter kennende had ik natuurlijk kunnen weten dat dat vooropgezette plan er wel degelijk zou komen. Mocht jij ook verandering nastreven dan kan ik je aanraden op het blog van Peter via The Zen Habits Method reeks na te lezen hoe je een gedegen plan ontwikkelt.

Voor mij ziet het plan er nu zo uit

  • nieuwe dagelijkse routine: 5 minuten wandelen
  • motivatie: het soepel houden van mijn rechterbeen en het verminderen van het spasme van mijn rechterarm
  • kleinst mogelijke stap om te beginnen: op en neer lopen naar de brievenbus in het dorp
  • belofte: aan het thuisfront
  • wanneer: na het bakje yoghurt een uur na het avondeten
  • trigger of aanleiding: het lege bakje yoghurt
  • herinneringen: her en der blokjes LEGO neergelegd; printje plattegrond dorp opgehangen; digitale agendanotitie op smartphone en op pc
  • verplichtingen: dagelijks bloggen over voortgang; de volgende avond geen hoorapparaten dragen wanneer ik een avond verzaak (behalve tijdens mijn wandeling want ik wil natuurlijk geen onveilige situaties creëren)

Wat ik zoek in een blog

De voorbije weken zijn een beetje eigenaardig geweest. Het liep allemaal anders dan ik had verwacht en ik had niet meteen zin om te bloggen, laat staan daarover.

Dat heb ik nu nog niet. Wel merk ik dat een en ander aan het bezinken is maar ik voel nog niet de behoefte om het hier te delen en aangezien ik voor mezelf blog – hoewel ik het prachtig vind als jullie er wat aan hebben – zullen jullie nog even geduld moeten hebben. Laat ik jullie echter geruststellen: er is niets ernstigs aan de hand en wat er gebeurt, biedt zeker kansen.

Maar toch een blog omdat ik na ging denken over Elja’s post Van kennisoverdracht naar inspiratie en verandering. Ik vroeg me af hoe ik daar zelf in sta en deze post is een poging die vraag te beantwoorden.

Toen ik dit blog 3 jaar geleden begon – met lichamelijke beperkingen en slechthorendheid als onderwerpen – was verandering wel degelijk een doel.   Verandering bij mezelf, maar ook bij anderen. Omdat het spreekwoord over leven en plannen waar bleek te zijn heeft dit blog een heel andere koers gevaren dan ik aan het begin verwachtte.

Naast dit blog schrijf ik ook columns voor Onzichtbaar Ziek. Vooral ook voor mezelf. Ik schrijf er over mijn omgang/worsteling met (de gevolgen van) manisch depressiviteit want hoewel het al bijna 3 jaar geleden is dat ik manisch was, voel ik me nog steeds niet even vrij als voor die (hopelijk laatste) manie.

Ik merk dat het schrijven van die columns mij goed doet. Bijna iedere keer slaag ik erin een probleem bloot te leggen waar ik in de voorbije periode mee deels onbewust heb geworsteld. Door  erover na te denken, maak ik het tastbaar, kan ik het relativeren en breng ik een oplossing dichterbij.

Maar Onzichtbaar Ziek trekt meer bezoekers dan dit blog. Dat was ook een reden om juist daar over dat onderwerp te gaan schrijven. Over manisch depressiviteit valt veel te schrijven, er zijn genoeg misverstanden en misvattingen, zowel bij mensen die manisch depressief zijn (geweest), als bij mensen in hun (directe) omgeving. Bewustwording is daarom belangrijk en als ik mijn steentje daaraan bij kan dragen, doe ik dat graag. Het raakt mij dan ook dat ik begrip voel in de reacties die ik krijg. Of in ieder geval merk ik dat veel mensen een poging doen om het te begrijpen.

Bij echt begrijpen komt ervaring kijken. Ervaring is voor mijn column dan ook een vereiste en dat geldt ook voor dit blog. Natuurlijk maak ik in mijn posts weleens gebruik van theorie, maar wat ik vertel moet mijn mening, mijn verhaal en mijn ervaring zijn. Dat is voor mij essentieel. Een zuiver theoretisch verhaal hoef je van mij niet te verwachten.

Dat is ook een keuze die ik maak bij het lezen van andere blogs. Een blog zonder levenservaring is voor mij geen blog.

Zonder dat lees ik een blog eigenlijk niet en volg ik het zeker niet. Het hoeft overigens allesbehalve dramatisch te zijn. Als jij als blogger je passie voor een onderwerp laat zien, laat merken dat je eraan verslingerd bent, dan heb je me voor je gewonnen.

Hier moet ik overigens de hand in eigen boezem steken want de reden dat mijn blog Literaire jeugdhelden stilligt, is dat ik er niet in slaagde op zo’n manier te bloggen dat het mijn passie voor het onderwerp aanwakkerde.

Terug naar het blog van Elja. Hoe verhoudt zich het bovenstaande tot content marketing en corporate blogs? Ik heb geen zin een definitie van content marketing op te zoeken maar een blog begint voor mij met levenservaring.  Ook bij corporate blogs. Ik wil een levend persoon zien. Pas dan wil ik in gesprek.

En het gesprek, dat is waar het bij mij om draait. Ik ben dan ook heel benieuwd hoe jij erover denkt.

Een nieuwe leestaal #50books – jaar 2015 – vraag 15

Welke taal zou jij graag beheersen zodat je eindelijk de boeken van een bepaalde auteur niet meer in vertaling hoeft te lezen?

Dat is Peters 15e vraag in zijn #50books reeks 2015. Het is natuurlijk een gewetensvraag voor een (hobby)vertaler als ik. Ik ben blij dat mijn favoriete auteur in het Engels schrijft (en niet in het Frans, zoals mijn collega-vertaler quasi gekscherend voorstelde omdat hij het boek dat hij wilde vertalen alleen in het Frans kon vinden en niet in het originele Engels. Die Franse vertaling had ik ook en het origineel had ik geleend van de voorzitter. In de Franse uitgave stond dat het een bewerkte vertaling was dus heb ik beide versies naast elkaar gelegd. Het Frans bleek grotendeels een bewerking te zijn en in mindere mate een vertaling. Dat plan heb ik mijn collega dus maar uit het hoofd gepraat.)

Dit beantwoordt in ieder geval de vraag waarom ik sindsdien geen vertalingen meer lees waarbij aangegeven staat dat het een bewerkte vertaling is.

Het lezen van dat Frans ging me overigens redelijk af, al moet ik toegeven dat ik uit ergernis over die bewerking slechts een beperkt aantal hoofdstukken heb gelezen. Duitse boeken heb ik sinds de middelbare school niet meer gelezen, hoewel ik er toen veel plezier aan beleefde en ik al jaren van plan ben om Der Vorleser van Bernhard Schlink te gaan lezen.

Maar om terug te komen op de vraag. Als het er al van komt, zou ik graag eerst mijn Frans en Duits op willen vijzelen want ik ben ergens wel nieuwsgierig hoe het lezen in die talen me nu echt afgaat.

Door mijn vertalingen heb ik de neiging om me bij boeken die ik in Nederlandse vertaling lees af te vragen wat het werk is van de auteur en wat van de vertaler. Soms zie ik ze ook zonder het origineel te kennen de mist in gaan. Zo las ik ooit in een verder prachtig vertaald boek van Kiran Desai over de Sovjetleider Gorbachev.

Helemaal bont maakte een vertaler van van de Gordianus-reeks van Steven Saylor het. Gordianus de Vinder was een Romeinse detective uit de tijd van Julius Caesar en Mark Anthony. Alleen noemen wij die man naar Romeins voorbeeld Marcus Antonius. Dan heb je als vertaler ergens iets gemist. Overigens moet ik misschien ter verdediging van de vertaler opwerpen dat ik niet meer weet of ik dit in een boek tegenkwam of op op de flaptekst op internet toen ik op zoek ging naar andere delen uit de serie.

Als ik dan toch een extra taal zou willen leren vanwege boeken die ik in vertaling las, dan zou het Zweeds zijn. Past niet echt bij wat ik op school leerde en ik had bij het lezen van de Wallanders van Henning Mankell en de Millenium-trilogie van Stieg Larsson soms echt het gevoel dat ik in het Zweeds nog meer gegrepen zou worden omdat het misschien dichter bij het Scandinavische gevoel zou brengen.

Niet over communicatie leerde ik maar over mezelf

Ik leer natuurlijk al veel langer, maar het is nu twee maanden geleden dat ik hier expliciet aankondigde dat ik meer wilde leren over het communicatievak en daar ook bewust over wilde gaan bloggen. Dat laatste heb ik iets minder frequent gedaan dan gepland maar ik merk wel dat ik de afgelopen maanden veel heb geleerd.

Alleen de richting waarin ik leerde is niet die richting die ik had verwacht. Je snapt dat ik vooral dacht te leren over het communicatievak en over de techniek die achter websites schuilgaat. Verder dan het opfrissen van mijn kennis over HTML en CSS ben ik niet gekomen. Dat is helemaal niet erg omdat kennis van andere technieken voor mijn werk een stuk minder relevant bleken dan ik aanvankelijk inschatte. De interesse in PHP/MySQL is echter wel gebleven en het zou me niet verbazen als ik dat later alsnog oppak. Voorlopig gaat de aandacht echter uit naar het afronden van de komende vertaling. Het werk daarvoor ligt al een tijdje stil maar ik begin nu wel zin te krijgen in een eindspurt.

Toch heb ik de afgelopen maanden geleerd, en wel over mezelf. Door te bloggen, columns te schrijven en daarover met mensen te praten. Vooral mijn column Creativiteit en ideeën zijn eng voor Onzichtbaar Ziek en de reacties daarop maakten veel bij me los. Het gaf zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen dat ik die vervelende periode drie jaar geleden definitief achter me kan laten en dat niet achter elke boom een beer verscholen hoeft te liggen. Dat, mits ik en mijn directe omgeving alert blijven, herhaling kan worden voorkomen.

En hoewel ik me dat twee maanden geleden absoluut niet had gerealiseerd, besef ik nu dat dat misschien wel de mooiste les is die ik maar had kunnen leren.

Om na toch op volle kracht het communicatievakgebied in te duiken want ik er ook steeds meer achtergekomen dat mijn hart ligt bij schrijven, vertalen en het op alle mogelijke manieren vertellen van verhalen.