Nieuwsgierig naar het (online) communicatievak

Als ik ergens langere tijd mee bezig ben, ga ik er vaak helemaal in op. Ik begin het steeds interessanter te vinden en zou het liefst alles willen lezen over dat onderwerp wat ik maar kan vinden.  Omdat dat niet gaat, blijft het in de praktijk vaak bij vluchtig lezen wat Google mij voorschotelt. Dan weet ik meestal weer even voldoende maar ik merk nu steeds meer dat het me eigenlijk niet tevreden stelt.

Ik wil meer weten, ik zoek echte verdieping, wil aan de slag met wat ik lees, niet om dat ene probleem op te lossen, maar om echt de diepte in te laten en me de materie eigen te maken zodat die in mijn systeem komt te zitten.

Dat klinkt waarschijnlijk veeleisend, maar ik die kennis natuurlijk niet van vandaag op morgen vergaren. Daar wil ik een langetermijnproject van maken. Je hoort en leest steeds over een leven lang leren. Nou, laat dit mijn vorm maar zijn. Lezen doe ik al behoorlijk veel, maar te weinig kritisch om er echt wat van op te steken. Ook boeken die ik voor studie oppik, lees ik te veel als leesboeken: te snel, te weinig aandachtig en zonder dat ik als ik het interessant vond er tijdens en na het lezen daadwerkelijk mee aan de slag ging.

Dat gaat hopelijk veranderen. Ik loop al een tijdje met het idee maar na komende week heb ik een week carnavalsvrij. Dat feest is niet helemaal aan mij besteed dus die week zou ik mooi als leesstudieweek kunnen gebruiken. De komende week is dan inventarisweek van mijn studiewensen. En dit blog wordt mijn openbare studieboek als stok achter de deur.

Interessegebied

De aankondigende stok achter de deur is geplaatst. Leren dus, maar wat? Na mijn studie Cultuurwetenschappen ben ik het communicatievak ingerold en dat is ook het vakgebied waar ik me verder in wil specialiseren. En online communicatie trekt mij op dit moment het meest omdat mijn baan vooral draait om het ontwikkelen van online concepten.

Zowel de technische achtergrond (webtalen als HTML/CSS, JavaScript/jQuery en PHP/MySQL) als de uitvoerende kant zoals hoe je goede webteksten schrijft,  hoe je een sociale media campagne opzet of nog groter, hoe je een (online) concept in de markt zet, heeft mijn interesse.

De komende week ga ik een leerlijst met blogs en boeken opstellen plus een soortement van leerplan. Voor de webtalen heb ik al boeken gevonden en ben ik voorzichtig begonnen. Voor de inhoudelijk kant heb ik de volgende boeken al gelezen, maar niet kritisch: Webdesign. Van concept tot realisatie van Hedwyg van Groenendaal, Meer omzet met je webshop (Jurjen Jongejan) en verschillende deeltjes in de Frankwatching/HayStack reeks In 60 minuten.

Mijn nieuwsgierigheid in daden omzetten en een theoretisch fundament bouwen onder de dingen waar ik me mee bezig houd, dat is de bedoeling. Volgende week vrijdag meer maar als jullie nog tips voor me hebben dan hoor ik het graag.

Wat mij bezig houdt

En daar bedoel ik dus niet mee dat ik het ergens zo druk mee heb dat ik niet meer aan bloggen toekom. Ik ben met een aantal dingen bezig en het lukt nog niet om ze allemaal gestroomlijnd uit te voeren. Is niet erg maar het bloggen schiet er als eerste bij in omdat daar geen extern moeten bij hoort. Nou is dat moeten absoluut niet negatief bedoeld, ik doe doe een heleboel dingen die moeten maar die ik toch heel erg leuk vind om te doen. Mijn werk bijvoorbeeld, mijn volgende vertaling. Mijn uitgever annex voorzitter en penningmeester van de International Biggles Association was niet helemaal enthousiast over mijn blogplan dus dan maar niet, maar we zijn inmiddels gevorderd tot de correctierondes.

Bij werk en vertaalhobby is er dus een extern moeten. Die nieuwe site moet dan en dan worden gepresenteerd en daar moet dit en dat nog voor gebeuren. En die vertaling moet ook voor een bepaalde datum af. Gezonde werkdruk, wat mij betreft.

Misschien hebben mijn blogs ook gezonde werkdruk nodig.

Mezelf een reden geven om te bloggen. Om het mezelf niet te moeilijk te maken neem ik me dus voor om gewoon te bloggen over wat mij bezighoudt. En wat ik daar dan weer van vind.

Richtingsensoren en onhoorbaar geluid

Zo was ik vanmorgen bij het audiologisch centrum. Mijn hoorapparaten zijn weer bijna vijf jaar oud, dus ik heb weer recht op nieuwe. Na wat tests het verwachte nieuws dat mijn gehoor in beide oren stabiel was. Als het anders was geweest, had het me verbaasd omdat mijn gehoor gelukkig al jaren hetzelfde is. Daarna werd het natuurlijk spannender: nieuwe toestellen. Welke zouden het gaan worden en wat kunnen die toestellen dat mijn huidige apparaten niet kunnen? De techniek staat niet stil en er kan steeds meer. Volgens de audioloog kwamen twee toestellen in aanmerking.

Beide hadden de voor mij nieuwe functie van richtingsensoren. Daar ben ik toch wel heel nieuwsgierig naar omdat ik dan misschien eindelijk een gesprek in een rumoerige ruimte kan volgen. Een andere eigenschap van het toestel dat de voorkeur had van de audioloog was dat deze onhoorbaar geluid hoorbaar kan maken. Ja, ja, dat dacht ik ook. Maar dit toestel kon blijkbaar hoge geluiden lager maken waardoor ze weer hoorbaar zijn.

Ik ben benieuwd. Wordt dus vervolgd.

Doe mee

Anderhalve week geleden kondigde Peter naar aanleiding van een blogpost van Elja een blogestafette of -marathon aan rond goede doelen. Welke vorm dat moest gaan krijgen, wist hij nog niet maar Kerstavond deed hij een oproep om mee te doen. Schrijf een blogpost waarin je aandacht vraagt voor een goed doel en zorg dat deze blogpost een week lang bovenaan je blog blijft staan.

Zelf vroeg Peter aandacht voor OneWorld. Wat OneWorld doet kun je het beste lezen op Peters blog. Ruud en Carel namen het estafettestokje van hem over en vroegen op hun beurt aandacht voor KiKa, kinderen kankervrij. Lees de verhalen van Ruud en Carel en doneer. Carolien vroeg aandacht voor het kerstpakket van Artsen zonder Grenzen dat levens redt. Lees ook haar verhaal.

Zelf herinnerde ik me toen ik Eerste Kerstdag Peters oproep las ook meteen een doel waar ik graag de aandacht op zou willen vestigen. Daarvoor moeten we bijna tien jaar terug in de tijd. Toen las ik namelijk in de Univers, het weekblad van de UvT, dat de schrijver Thomas Rosenboom geïnterviewd zou worden ter gelegenheid van de aansluitende opening van de Books 4 Life winkel. Dat leek mee allebei wel interessant dus ik ben daar uiteraard naartoe gegaan.

Books 4 Life bleek opgezet naar Engels voorbeeld (Oxfam Charity Shops). Het ging om een antiquarische boekwinkel die volledig op vrijwilligers draaide. Je kunt er boeken kopen en doneren en 90 procent van de opbrengst komt ten goede aan goede doelen. De helft naar Amnesty International en OxfamNovib en de andere helft gaat naar goede doelen die iedere winkel zelf uitkiest. Dat zijn vaak lokale initiatieven.

Naast een winkel in Tilburg zijn er inmiddels namelijk ook winkels in Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Maastricht, Nijmegen en Utrecht. En er is zelfs een filiaal in het Oostenrijkse Graz.

Tijdens mijn studie liep ik als boekenliefhebber regelmatig binnen bij de Tilburgse vestiging. Boeken doneren lukte mij niet, maar ik heb wel leesplezier beleefd dankzij Books 4 Life. Na mijn studie ben ik Books 4 Life een beetje uit het oog verloren, maar ik ga binnenkort zeker weer eens kijken want lezen en goede doelen steunen vind ik een fantastische combinatie. Misschien lukt het me zelfs wel om behalve boeken te kopen er enkele te doneren.

Meer informatie over Books 4 Life is te vinden op de website www.books4life.nl. Daar staan ook de sites, locaties en openingstijden van de winkels. Ik zou zeggen: loop eens binnen, koop of doneer een boek en steun daarmee goede doelen!

Update 30 december: voor goede doelen zet ik natuurlijk graag afbeeldingen met links op mijn blog.

 Peter Pellenaars schreef over OneWorld

doemee

Ruud Ketelaar en Carel de Mari schreven allebei over KiKa, kinderen kankervrij

kika

Carolien Geurtsen schreef over Artsen zonder Grenzen.

artsenzondergrenzen

Zelf schreef ik over Books 4 Life.

doemeebooks4life

Geen idee wat hier komt te staan

Kennelijk is het alweer morgen alweer vier weken geleden dat ik mijn vorige blog postte. Ik voelde me prima toen ik dat verhaal schreef maar dat sloeg enigszins om. Hartstikke leuk, al die dingen die ik wilde gaan doen, maar op wat ik ga doen kan ik me altijd enorm verheugen. Ik kondig het aan en ik kondig het nog een keer aan.

Maar beginnen, daar draai ik omheen.

Eigenlijk doe ik dat nu alweer, want ik heb vandaag nog geen pagina uit Biggles does some homework vertaald en al ook al geen regels PHP-code geschreven. Wel al gewerkt voor de baas. Maar ik had dus een blogpauze te beëindigen.

Dat dus heb ik dus nu gedaan.

Ik heb nog wel meer ideeën rond mijn blogs maar daar zeg ik nu dus niets over. Eerst maar eens een begin maken. Wat het voor nu nog lastig maakt is dat ik nog niet dusdanig in het ritme zit dat ik verder kan gaan me dat waar ik mee bezig was. Nu voelt het iedere keer als opnieuw beginnen. Gelukkig weet ik uit ervaring met vorige vertalingen dat ik uiteindelijk wel in een ritme kom waarin ik iedere verder ga. Dus die vertaling gaat er gewoon. En naar PHP ben ik gewoon nieuwsgierig en dat is ook een aardige drijfveer

Op mijn zeventiende hoorde ik de vogeltjes pas fluiten

Door dit ontroerende filmpje van een baby die voor het eerst zijn ouders hoort praten en door deze open brief aan horenden van Jacob Jan ben ik zelf ook weer over mijn gehoor na gaan denken. In JJ’s open brief herken ik veel. Ik draag weliswaar geen CI’s maar tamelijk geavanceerde digitale hoorapparaten en het vermoeidheidsaspect merk ik minder. Wel kost luisteren (=verstaan) me soms zo veel moeite dat ik nauwelijks aan het gesprek deelneem.Verder kan ik de brief zo uitprinten en uitdelen aan mijn familie, vrienden en kennissenkring.

Het zette mij dus aan het denken en het leek me nuttig om dat denkproces min of meer op te schrijven. Chronologisch is niet meer te achterhalen sinds wanneer ik slechthorend ben. Niet vanaf mijn geboorte waarschijnlijk omdat toen niets is vastgesteld. Op school, de Mytylschool, maakte ik wel een afwezige indruk en gaf ik soms merkwaardige antwoorden. Maar omdat mijn woordenschatontwikkeling bovengemiddeld was, werd er niet aan slechthorendheid gedacht. Pas na lang aandringen van mijn ouders – thuis miste ik ook veel – werd er toch onderzoek gedaan. Met beide oren hoorde ik rond de 65 procent, vooral in de hoge tonen ontging mij veel.

In 1986 kreeg ik dus buisjes om te kijken of dat hielp. Het bood geen soelaas en een jaar later volgden toch hoorapparaten. Er ging een wereld voor me open, op school kon ik ineens meer dan goed mee en thuis luisterde ik uren en uren naar cassettebandjes, vooral sprookjes waren favoriet. Wat ik ook erg leuk vond was mezelf opnemen en wat ik gezegd had steeds opnieuw beluisteren.

Met of zonder hoorapparaten bleek dus een levensgroot verschil. Een verschil dat 10 jaar later nog groter werd. Ik kreeg de nieuwe digitale toestellen in plaats van analoge. Ik herinner me nog goed hoe ik weer buiten kwam nadat ik de toestellen aan had laten meten. Het was zomer en ik hoorde me toch een hoop geluid. Geen idee wat het was, nooit eerder gehoord. Het bleken kwetterende vogels te zijn. Tja, ik had weleens een uil, kippen of een koekoek gehoord, maar kwetterende vogels. Nee, die hoorde ik echt voor het eerst op de dag dat ik mijn digitale hoorapparaten kreeg.

Zo werd de wereld steeds groter, maar het spreekwoord “Het is een klein wereldje” blijft helaas toch gelden. Niet dat mijn wereldje te klein is, maar mijn gehoor blijft me parten spelen. Het is een van de oorzaken dat ik in groepen, bijvoorbeeld op school of tijdens mijn studie, toch een buitenbeentje bleef.In die groepen en rumoerige omgevingen heb ik eigenlijk niks te zoeken, maar ik heb natuurlijk ook mijn strategieën om er in voorkomende gevallen – ik kan ik niet aan ontkomen en soms zoek ik ze bewust op – maar daarover later meer. Voor nu: hoe goed hoorapparaten ook zijn, normaal functionerende levende oren blijven altijd beter.

 

Even rustig genieten

Raar, mijn column afgelopen zaterdag op Onzichtbaar Ziek,  plus datgene wat ik daarna hier uiteindelijk niet publiceerde, de reacties en mijn mijmeringen over dit geheel, lijken iets teweeg te brengen. Iets wat ik nu niet kan en wil duiden, maar wat veel vertrouwen geeft.

Het is ook niet nodig er precies de vinger op te leggen, maar het voelt aan of ik afscheid neem en tegelijkertijd aan iets heel moois ga beginnen. En dat terwijl het al mooi was. Het is dan ook geen pijnlijk afscheid – nu ben ik toch aan het duiden – maar misschien een vervolgstap waar ik misschien nu aan toe ben, waar ik nu het vertrouwen voor heb.

Laat ik er nu geen lange blogpost van maken, maar koesteren wat ik ervaar.

Het voelt vrijer

Gisteren schreef ik een post die nog steeds een concept is. Ik heb het net opnieuw gelezen en het was een prima tekst maar ergens klopte het niet. Ik hoefde het niet te publiceren. Wat ik in dat concept schreef mag ik namelijk ook ergens anders vertellen. En daar voelt het wel goed om te schrijven wat hier niet hoeft.

Hier schrijf ik over andere dingen maar dat ene onderwerp past hier voor mijn gevoel minder. Dus ga ik mezelf niet forceren maar schrijf ik mijn columns over dingen die me ook aan het hart gaan liever op Onzichtbaar Ziek.

Daar voelt het goed en het me iedere keer weer aan het denken. Een denken dat inzicht biedt, ruimte schept en dat helpt een lastig stemmetje te duiden of gerust te stellen. Ik hoop zover door te groeien dat dat stemmetje zo veel vertrouwen in mijn doen en laten heeft dat het me laat begaan en zich pas meldt als er iets aan de hand is. Want ik heb er vertrouwen in dat er dan nog tijd genoeg is.

Nu meldt het stemmetje zich nog op voorhand, ik luister nog wel maar zet mijn plannen wel door omdat ik voel dat ik mijn plannen op een realistische manier uit wil voeren.

Als het schrijven van en nadenken over columns voor Onzichtbaar Ziek mij dat allemaal brengt en me ook een gevoel van vrijheid geeft, waarom zou ik er dan hier nog over schrijven?

De komende week ga ik toch maar huiswerk maken

En nee, ik ga geen nieuwe opleiding en ja, ik ga mezelf misschien PHP leren maar nee, dat bedoel ik dan weer niet. Vandaag was ik voor de verandering zoals ieder jaar op de eerste zondag van augustus in Deventer. En daar heb ik een boek ingeleverd. Aan dat boek gaan we, misschien, voorlopig, nog niet verder. Wat er nu ligt, voldoet lang niet aan de eisen. Aan die eisen gaat het uiteraard wel voldoen. Het is nu echter afwachten op de kopieën. Gelukkig heb ik al andere kopieën liggen en kregen die voorrang van de voorzitter. Daarvoor gaan we dus huiswerk maken. Ik in ieder geval, want mijn collega is nog op vakantie.En wie weet heeft een andere collega ook nog wel zin in een portie huiswerk.

Huiswerk dus in de vakantie voor mij vrijdag begint. Lezen kan gelukkig alvast.

Verder meer dan geslaagd in Deventer, de helft van de twee boeken die we zochten gevonden en thuis gekomen zonder al te veel collateral damage aan onze boekenkasten maar wel met weer een aantal niet gezochte mooie boeken die vast ook het nodige leesplezier op gaan leveren.

Note te self: plaats binnenkort een mooi vraagtekentje  in de zijbalk aan de rechterkant.

#50books vraag 40 Herinnering aan een begin

Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welke goede voorbeelden ken je?

Dit is Peters 40e vraag uit zijn #50books reeks. Over het eerste gedeelte van die vraag kan ik kort zijn. Ik heb er nu een aantal dagen over na kunnen denken omdat het er steeds maar niet van kwam dit blog te schrijven maar ik de vraag al had uitgekozen. Maar eerlijk gezegd is me slechts één zin te binnen geschoten en dat waren er twee. Dat leg ik dadelijk wel uit.

Van veel boeken die ik heb gelezen, kan ik me nog maar weinig letterlijk herinneren. Ik ben niet iemand die hele passages uit zijn favoriete boeken kan opdreunen. Ik onthoud veel meer de sfeer van het boek en wat voor gevoel ik had tijdens het lezen. En de grote lijnen van het verhaal. Details zoals citaten of (begin)zinnen die zijn voor mij een stuk lastiger.

Om die reden kan ik het tweede deel van deze vraag dan ook niet uitgebreid beantwoorden. Toch is me al vrij snel nadat ik vorige week deze vraag weer las een voorbeeld te binnen geschoten. Ik foetel wel een klein beetje want het niet de eerste zin van het boek want de hoofdstukken worden vooraf gegaan door een voorwoord van de auteur. En die eerste zin die ik mij herinner, is de eerste zin van het eerste hoofdstuk, niet van het voorwoord.

En die eerste zin luidde: The year was 1912. Een weinig spectaculair begin, dat geef ik grif toe. En het is ook niet om die reden dat deze zin mij bij is gebleven. Ik herinnerde mij die zin ook in eerste instantie in het Nederlands als Het was in het jaar 1912De Engelse zin komt uit het boek The boy Biggles, de Nederlandse zin komt uit de vertaling van dat boek, Biggles en zijn basis. Die zin – die ik naar ik me meen te kunnen herinneren in eerste instantie als Het jaar was 1912. vertaalde – is dan misschien niet zo’n heel bijzondere, hij is me wel altijd bijgebleven. En is daarmee een symbolische herinnering geworden aan een het begin van een mooi project dat nog steeds loopt en dat van mij nog jaren door mag gaan.