Twee vragen over leren

Met de CSS komt het na de HTML ook wel goed. Ik ben er nog niet of ik daarna verder wil met JavaScript, dat we op het werk niet gebruiken, of PHP, waar bij ons alles op draait. Goed, ik heb in ieder geval wat leesvoer over JavaScript gevonden, zodat ik in ieder geval een afgewogen keuze kan maken.

Toen ik met het hele idee kwam om serieus te gaan leren, koos ik er bewust voor om het wat niet al te dicht te timmeren. Ik wil juist de vrijheid hebben om me in datgene te verdiepen wat me op dat moment interesseert. Dus een nieuw onderwerp aanpakken als dat me begint te boeien. Niet stug vasthouden aan onderwerp x dus.

En eigenlijk gebeurde wat ik verwachtte.

Ik begon me voor heel andere dingen te interesseren dan ik dacht.  Hele fundamentele dingen. Ze vormen de basis voor het hele welslagen van het plan. Het zijn twee vragen:

  1. Hoe ga ik alles onthouden wat ik leer?
  2. Heb ik de creativiteit om het toe te passen?

Het antwoord op die eerste vraag kan natuurlijk zijn dat ik niet alles hoef te leren. Ik kan het immers ook opzoeken. Maar dat klopt slechts ten dele. Je moet immers weten dat je iets op kunt zoeken. Simpel voorbeeld: als ik niet weet dat het land Bolivia bestaat, kom ik ook niet op de gedachte om op te zoeken wat de hoofdstad van dat land is.

Dat geldt natuurlijk ook voor programmeertalen. Ik hoef ze niet van a tot en met z te beheersen, compleet met syntaxis en al (voor dat laatste gebruik ik Aptana), maar het is wel handig om te weten wat je met zo’n taal kunt, anders wordt het lastig om op te zoeken hoe dan.

Bij programmeertalen zoek ik het onthouden tot nu toe in een combinatie van theorie leren en die praktisch toepassen met oefeningen, onder andere van Codecademy.

Over het onthouden van wat ik nog meer ga leren, denk ik nog na. Aantekeningen maken, samenvatten, herhalen, toepassen, Evernote. En gisteren kwam ik bij Van Piere Lezen, weten en niet vergeten van Mark Tigchelaar tegen. Ik ben met een ander boek naar huis gegaan. Maar ik vast niet de enige die zich erop betrapt soms weinig te onthouden van wat hij leest.

De tweede vraag bezorgt me op dit moment meer hoofdbrekens.

Op meerdere blogs kwam ik het onderwerp creativiteit tegen en ik las er ook nog over in een nieuwsbrief. Het onderwerp houdt me al zeker twee en een half jaar bezig. Eigenlijk langer. Creativiteit zie ik als het staat zijn iets te creëren. De letterlijke betekenis van het woord dus. Dat gaat me niet slecht af, hoop ik, maar in samenhang met het eerste punt is het altijd voor verbetering vatbaar.

Daar ben ik meer over gaan lezen en ik ben begonnen met het 10 ideeën per dag principe van James en Claudia Altucher. Als je dat een half jaar volhoudt, schijn je een ideeënmachine te worden.

Maar ideeën en creativiteit zijn eng. Hoe dat zit, leg ik zaterdag uit in mijn column op Onzichtbaar Ziek.

Toevoeging zaterdag 14 maart:

Mijn column Creativiteit en ideeën zijn eng staat inmiddels online.