En daar ging ik weer… tegen de vlakte

linkerschoenVanwege mijn lichamelijke handicap functioneert mijn rechter lichaamshelft niet goed. Ik kan mijn rechterhand bijna niet gebruiken en schrijf daardoor gedwongen linkshandig. Dat levert een niet al te fraai en niet zo leesbaar handschrift op. Daarom maakte ik mijn examens op een laptop en mijn tentamens op een pc. Van aanleg bijna ik namelijk gewoon rechtshandig maar verder dan een pen vasthouden kom ik met mijn rechterhand niet.

Ik heb vroeger op de Mytylschool nog wel een aantal jaren ergotherapie gehad om mijn rechterhand wat meer te gebruiken maar dat mocht helaas niet baten. Mijn rechterhand bleef mijn ‘andere’ hand, zoals ik als kind zei. Ik deed alles metlinks en dat ging best goed. Ik had wel fysiotherapie om mijn rechterarm en -hand soepel te houden en ook om netter te leren lopen. Volgens mijn fysiotherapeute liep ik soms als een olifant in een porseleinkast.

Het ging niet alleen om het soepel houden van mijn spieren en om netjes blijven lopen. Ik viel namelijk vaker dan gemiddeld. Dat had ermee te maken dat afrollen/afwikkelen van mijn rechtervoet moeilijk is. Voor mijn linkervoet en bij de meeste mensen voor beide voeten gaat dat na het zetten van een stap zo:

  • je landt eerst op je hak; de rest van je voet staat schuin omhoog;
  • vervolgens komt het midden van je voet op de grond;
  • tot slot volgen je tenen; waarna je je hak optilt en je op je tenen staat om daarmee af te zetten voor de volgende stap;
  • Na het afzetten en optillen van je voet gaat die voet alweer schuin, met de hak naar beneden en tenen omhoog.
  • Herhaling.

Let er maar eens op.

Bij mij gaat het met rechts iets anders

  • Ik land op mijn middenvoet of af en toe zelfs op mijn tenen; de hak hangt dan nog in de lucht;
  • de hak komt op de grond maar bij het afzetten en optillen schieten mijn tenen richting de grond;
  • mijn hak goed omlaag krijgen en de tenen omhoog lukt eigenlijk alleen als ik er goed op let;
  • het gevolg is dat mijn tenen erg laag hangen voor de volgende stap.
  • En dan kom je ze dus tegen: boomwortels, scheve stoeptegels of straatstenen.

Boem: daar lig ik.

Tenminste, gemiddeld 1 keer per jaar of zo; meestal weet ik me in dergelijke gevallen toch wel te redden zonder dat ik val. Eigenlijk doet er zich tijdens bijna elke dagelijkse wandeling wel een kandidaat valpartij voor. 99 van de 100 keer goed. Maar gemiddeld 1 keer per jaar niet dus. Gelukkig nog altijd zonder grote gevolgen. Afkloppen.

Een jaar of tien, vijftien geleden besprak ik mijn spasme in mijn arm en mijn wat moeilijkere lopen met mijn revalidatiearts. Voor de arm raadde ze botox aan; voor het lopen kon een beugel/veer helpen.

Aan de botox in mijn arm begon ik snel en daar heb ik nooit spijt van gehad. Voor benen vond ik dat het zelf af moest kunnen met mijn orthopedische schoenen. Tot ik twee weken geleden over een paar scheve straatstenen op het station viel: bril kapot; schaafplekken op knieën en elleboog; wondjes in mijn gezicht; pijnlijke ribben. Toen ik thuiskwam heb ik gelijk een afspraak gemaakt met mijn nieuwe revalidatiearts en daar kon ik eergisteren al terecht.

Verdict: waarschijnlijk een veer/beugel en ook botox in mijn rechterbeen. Maar eerst uitgebreid looponderzoek waar helaas een wachtlijst voor was. Wordt vervolgd.