Plannen voor 2021

Zo, ik heb net Elja’s projectenlijstje voor 2021 gedownload en ingevuld. Vorig jaar ook gedaan, maar na een aantal maanden kwam de klad erin omdat ik het lijstje te veel als dagelijkse gewoontelijst zag en het dan behoorlijk demotiveerde als iets niet lukte. Bovendien had ik het veel te specifiek ingevuld. Voor het komende jaar probeer ik gewoon als een extra motivatie te zien en met de algemene categorieën die ik nu heb gebruikt, moet dat hopelijk ook wel lukken.

Wat zijn dan mijn plannen voor 2021?

  • De vertaling van Mossyface eindelijk afronden.
  • Mijn NaNoWriMo boek herzien en kijken wat ik er verder mee wil.
  • Blijven lezen en leren. En uiteraard daarvan hier verslag doen omdat dat op zichzelf al leerzaam is.
  • Kijken hoe serieus ik werk wil maken van schrijven en dit blog.
  • Veel blijven wandelen.

Uiteraard heb ik nog meer noten op mijn zang maar ik denk dat dit al met al een mooie lijst is want ik wil het jaar natuurlijk niet dicht gaan timmeren met allerlei dingen die ik graag wil gaan doen. Dat is allemaal leuk en aardig maar ik realiseer me ook dat het leven is wat er gebeurt terwijl je andere plannen maakt, zoals onder andere John Lennon en Reader’s Digest al wisten.

Kortom, je kunt plannen maken dat het een lieve lust is en ideeën zo veel hebben, het pakt toch vaak anders uit. Dat was nog een reden dat ik het ook redelijk algemeen heb geformuleerd. Leren is dan beter dan Spaans leren of Responsive Web Design leren. Daar wil ik graag nog wat keuzevrijheid hebben. Dit geeft me de ruimte om ergens mee te stoppen als het niet bevalt. Die had ik dit jaar natuurlijk ook al maar dan liet ik mijn te specifieke kolom staan en bleef die aanstaren. Nu zijn de kolommen mooi herbruikbaar.

Benieuwd hoe ik er 31 december 2021 op terugkijk. Dan een year in review afspraak.

~~~

Afbeelding van Steve Buissinne via Pixabay

To blog on or not to blog on?

Toen ik 29 november besloot om iedere dag te gaan bloggen, beloofde ik mezelf dat ik na ongeveer een maand een zou evalueren. Dat heb vanavond gedaan en de uitkomst is duidelijk: ik blog door. Omdat ik in november al elke dag was gaan schrijven voor mijn boek, had ik natuurlijk gemerkt dat ik dat leuk vond. Het verschil met een boek is je dan meer vanuit een inhoudsopgave werkt. Mijn blogonderwerpen komen iets spontaner tot stand, al sluit ik niet uit dat ik ook hier met een onderwerpenlijst ga werken. Niks mis mee, ik ben er alleen nog niet mee aan de slag gegaan.

Voorlopig heb ik ook nog wel ideeën genoeg en bloggen over boeken is me dit jaar weer prima bevallen dus daar ga ik mee door. En misschien nog wat bloggen over mijn boek of vertaling in wording. Er dient zich altijd wel wat aan. En mijn beperkingen waar dit blog ooit mee begon, zullen ook nog wel stof opleveren.

Toch gebeurde er ook iets wat ik niet had verwacht

De grootste verrassing die een maand iedere dag schrijven en daarna dito bloggen opleverde, was er eentje die ik allang door had moeten hebben, gezien mijn interesse in gewoontevorming. Simpel gezegd komt het hierop neer: als je ergens plezier in hebt, bijvoorbeeld in een hobby, maar je doet het weinig, dan heb je daarin niet vaak plezier. Doe je datgene waarin je plezier hebt vaker, dan heb je vaker plezier. Doe je het elke dag, dan heb je elke dag plezier.

Het is bepaald niet de ontdekking van de eeuw maar toch is dat wat mij met bloggen of schrijven gebeurde. Ik deed het voorheen af en toe als ik inspiratie had of als er iets moest worden geschreven. En dan vond ik het leuk om te doen. Maar nu doe ik het al twee maanden iedere dag en heb ik daardoor veel meer plezier, elke dag. Het bloggen of schrijven zelf en je erop voorhand al op verheugen. En doordat je iets plezierigs vaker doet, herken je dat plezier ook veel beter.

En de extra bonus is natuurlijk dat ik me nu echt ben gaan realiseren wat de kracht van goede gewoontes is: meer plezier. Waarom zou je jezelf dat niet gunnen?

Dus ik blog met dezelfde frequentie door.

~~~

Afbeelding van DarkmoonArt_de via Pixabay

Hoe mens, erger je niet

Mens erger je niet!

Ergens niet aan denken is moeilijker dan ergens wel aan denken. Dat is althans mijn ervaring. En in Good habits, bad habits van Wendy Wood las ik dat daarin niet de enige ben. Ze haalde een onderzoek aan waaruit precies dit bleek: het was voor de proefpersonen moeilijker om ergens niet aan te denken dan wel aan iets te denken.

Ik ervaar bij een ergernis precies hetzelfde: ik weet dat ik er niet moet denken maar je begrijpt dat zodra je dat bewust doet, je precies het tegenovergestelde bereikt want daardoor denk je er juist wel aan. Toch denk ik dat het voor mij belangrijk is om me wel bewust te zijn van ergernissen omdat ze dus het prille begin vormen van een opflakkering van mijn bipolaire stoornis en daarom het ideale moment om in te grijpen, ik ben namelijk nog bij mijn positieven.

Hoe te handelen bij een ergernis?

Dan heb ik dus een ergernis en daarmee is me ook duidelijk wat en wie me ergeren. Soms gaat het dan zo voorbij, op dezelfde manier als je een drang naar een slechte gewoonte soms over kunt laten gaan door er niet aan toe te geven.

Houdt zo’n ergernis echter een aantal dagen aan en merk ik ook andere signalen zoals frustratie en extra spanning op mijn spastische arm, dan is het tijd om serieus te gaan kijken wat er aan de hand is. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheden dat ik dan een soort time-out aan kan vragen: ‘hé, ik moet oppassen, want ik voel me nu zoals ik me voelde toen ik de vorige keren manisch werd.’

Ik kan dan hulptroepen inschakelen om te kijken waar de ergernis vandaan komt. Gelukkig zie ik dan al snel in dat niemand het op mij gemunt heeft, zoals ik bij vorige manieën wel zo ongeveer dacht. Dan deden persoon x of y niet wat ik wilde of belangrijk vond en dat was minachting naar mij toe. Inmiddels realiseer ik me al jaren dat dat typische manie-gedachten zijn en dat iedereen gewoon zijn best doet en dat er zeker geen sprake is van minachting. Als je het zo allemaal leest, klinkt het misschien vreemd of sterk, maar dat is wat een manie in de basis met mij doet: ondergetekende is geweldig en sommige anderen zijn maar sukkels waaraan ik me dan ga ergeren.

Voorkomen dat ik anderen weer sukkels ga vinden

Want natuurlijk realiseer ik me dat die gedachte onzin is. Reden temeer om de ergernis te nemen voor wat hij is: een ergernis en niets meer dan dat. En ook je realiseren dat je soms ergernis uit moet spreken (in ieder geval voor jezelf) om te kijken te wat je dan precies en kijken of je dat samen op kunt lossen. Lukt dat niet, of niet afdoende, besef dan – zoals ik al eerder aangaf – dat iedereen zijn best doet maar dat het misschien niet altijd tot tevredenheid van jou zal lukken, en dat het nooit persoonlijk is. En dat je het daarmee los moet laten. Gelukkig lukt me dat ook steeds beter, ook omdat omdat ik weet waar het alternatief toe kan leiden.

~~~

Bron afbeeding: Onderwijsgek at nl.wikipedia, CC BY-SA 3.0 nl, Koppeling

Waarom mens, erger je niet

Mens erger je niet!

Als je het zo leest, lijkt de ontdekking dat er een ergernis voorafging aan mijn manieën haast een triviale. Iedereen ergert zich toch wel eens, en daar is toch nog niks mis mee? Klopt als een bus. Alleen heb ik door mijn bipolaire stoornis kennelijk de pech dat ik anders reageer en daar kan ik maar beter rekening mee houden. Toen ik in 2018 aan mijn collega’s vertelde dat ik manisch vroeg een van hen hoe het kon dat zij dezelfde situatie meemaakte maar er niet door van streek raakte, terwijl dat bij mij duidelijk wel het geval was.

Ik waardeerde haar vraag maar kon niet echt een bevredigend antwoord geven. Ik ben gewoon gevoeliger voor dat soort situaties en daar moet ik rekening mee houden, hoe moeilijk dat ook is. Let wel, dit is ruim voordat tot me doordrong dat de component ‘ergernis’ een rol speelde. Gelukkig zag ik de manie van 2018 wel aankomen omdat er zich een situatie aandiende die op zichzelf al risicovol was. Ik kon snel ingrijpen en de toch al geplande zomervakantie versterkte het genezingsproces. Maar een jaar later was ik ziende blind. Er stond van alles in mijn signaleringsplan. Allemaal dingen waarvan ik wist dat ik ze moest vermijden. En dat deed ik ook keurig. Van sommige dingen bedacht ik varianten en omdat het varianten waren, konden ze geen kwaad, meende ik.

Dat bleek een misrekening, maar daar kwam ik rijkelijk laat achter. Te laat want bij mijn terugblik toen alles achter de rug was, bleek dat de manie al snel mijn beoordelingsvermogen beïnvloedde. Ik voel me dan steeds beter en dat verklaart het goedpraten van signalen. Pas op het moment dat het met een klap Boem, ho en tot hier en niet verder is, kom ik tot inzicht. En dan is het te laat.

Oorzaken zijn eigenlijk al gevolgen

Ik speur dus naar oorzaken die omdat ze optreden op het moment dat het proces van het manisch worden al in gang is gezet, moeilijk te detecteren zijn. Van begin tot eindpunt van de manie zit bij mij – zo blijkt iedere keer achteraf – zo’n zes tot acht weken. Weken waarin je dus in theorie in kunt grijpen. Maar doordat die manie steeds sterker wordt in die periode is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Die manier van signaleren vond ik uiteindelijk onbevredigend omdat het gewoon niet goed genoeg werkte. En ik begon me af te vragen waarom ik al die dingen in mijn signaleringsplan, of de varianten daarvan steeds deed. Dat moest toch een oorzaak hebben?

En toen deed er zich een situatie voor dat ik me aan iets en iemand ergerde en dat gevoel herkende ik. Het deed zich namelijk iedere keer voor voorafgaande aan de signalen die uiteindelijk tot een manie leidde, realiseerde ik me. Die manieën heb ik namelijk zelf en met hulp tot vervelens toe geanalyseerd de afgelopen anderhalf jaar.

Ik herkende dus een ergernis en kon opzij stappen in plaats van me door die ergernis te laten leiden. En ik denk dat ik daarmee erger heb voorkomen.

~~~

Bron afbeeding: Onderwijsgek at nl.wikipedia, CC BY-SA 3.0 nl, Koppeling

Mijn leermoment van 2020 is verwoord in een gezelschapsspel

2020 is met alle coronna-ellende natuurlijk een jaar om snel te vergeten. Gelukkig is die ellende aan mij voorbijgegaan. Afkloppen natuurlijk, maar ik ben niet ziek geweest. Daarnaast ben ik nogal introvert en stond mijn baan niet op de tocht. Dus ik heb geen reden tot klagen.

Misschien toch wel want voor deze periode tussen Kerst en Oud & Nieuw had ik een persoonlijke terugblik op 2020 gepland en een voorbereiding van het nieuwe jaar. Een aantal dingen lukte niet, maar dat zijn natuurlijk dingen waar ik van kan leren om ze volgend jaar alsnog te laten lukken. Zo was ik van plan dit jaar zes kilo af te vallen en dat heb ik niet gehaald. Het positieve is dan dat ik wel afgevallen ben. Maar daarover maak ik zaterdag 2 januari de balans op. Dat het wekelijkse zaterdagse weegmoment net na Eerste Kerstdag viel, vertekent de boel misschien. Maar ten opzichte van eind vorig jaar ben ik nog steeds lichter; deze laatste week nog een keer goed opletten en dat blijft zo.

Het is me daarnaast ook gelukt om 25 boeken te lezen, maar daarover meer op 1 januari want ik ben van plan komend jaar aan de Goodreads Reading Challenge mee te gaan doen.

Voor mij stond 2020 echter vooral in het teken van het ruimen van het laatste puin van 2019. Toen kreeg ik voor mij volkomen onverwacht toch weer een manie. Het hele uitzoekcircus begon dus weer van voren af aan. In 2019 leidde dat nog niet naar de duidelijkheid waarnaar ik op zoek was, mede doordat een deelonderzoek doorgeschoven was naar dit jaar.

Dit jaar werd het onderzoek afgerond en hoewel het allemaal behoorlijk confronterend was, heeft het me wel geholpen. Veel praten, reflecteren, nadenken, combineren en live meemaken plus ervaren, voelen hoe het voelt plus herinneren en herkennen. Terugdenken aan hoe het eerder was.

Ja, de vorige keer. Dat leek helemaal aan het begin best op hoe ik me op een bepaald moment dit jaar voelde. En die keer daarvoor eerlijk gezegd ook. Durf ik te geloven dat ik iets op het spoor ben? En wat dan? Durf ik het te benoemen? Is er dan toch een gevoel dat ik tot nu toe over het hoofd heb gezien dat iedere keer dat mijn bipolaire stoornis opflakkerde, aanwezig was?

Bespreken en uitwerken. Wat voel ik nu? Ergernis? Staat dat al in mijn signaleringsplan? Nee, maar het gevoel is er wel. Net als die eerdere keren, realiseer ik me. Ik kan eigenlijk niet geloven dat ik dat steeds gemist heb want ik kan van al mijn manieën aanwijzen aan wat en daarna aan wie ik me helemaal aan het begin van het proces steeds ergerde.

Net zoals ik me op dat moment ergerde. Gelukkig ben ik nu gewaarschuwd en weet ik de ergernis met ingeschakelde hulp in te dammen en weg te nemen. Maar het gevoel dat dit het begin had kunnen zijn van erger blijft. Nog meer nadenken en overleggen. Maar de conclusie neemt vaste vormen aan. Ergernis is steeds het constante (en over het hoofd geziene) beginpunt geweest. Ik heb de pech dat door mijn bipolaire stoornis zoiets kleins (gemakkelijker) de katalysator kan zijn die dingen op gang brengt die wel in het signaleringsplan stonden. Maar ik werd me er nu van bewust dat aan al die dingen dus een gevoel voorafging.

Dat was ergens tegen het einde van de eerste lockdown. Nu is het jaar bijna afgelopen en heb ik deze kennis kunnen testen en geloof ik steeds meer dat ik het goed heb gezien. Mens, erger je niet. Niet te lang achter elkaar in ieder geval zodat de ergernis niet met me aan de haal kan gaan.

~~~

Bron afbeeding: Onderwijsgek at nl.wikipedia, CC BY-SA 3.0 nl, Koppeling

Eindelijk In de ban van de Ring

Vlak nadat ik in 2000 of 2001 hoorde dat het verfilmd ging worden, kwam ik het tegen bij, meen ik, de V&D waar ik eigenlijk vooral belangstelling had voorde boekenafdeling. Ik kocht er ook het merendeel van mijn niet-tweedehandse Arendsoogboeken. Maar toen zag ik dus een dikke pil liggen waarvan ik wist dat het een klassieker was: In de ban van de Ring van J.R.R. Tolkien.

Misschien was het omdat het zo’n lijvig boekwerk was, hoe dan ook, het belandde ongelezen in de kast en ondanks dat ik rond de verschijning van de films wel ooit dacht: ik moet er toch eens aan beginnen, deed ik dat nooit. Bijna ieder jaar komt de gedachte dat ik het boek nu eindelijk eens ga lezen wel bij me op. Maar het bleef jarenlang bij die gedachte en de rug van het boek vervaalde behoorlijk, al is nog steeds te lezen dat het om In de ban van de Ring gaat; de rug heeft alleen een valere kleur en een stuk van de voorkant ook, op plekken waar de zon bij kon doordat andere boeken minder omvangrijk zijn.

Maar bij boeken gaat het mij niet om uiterlijke schijn, het gaat om de inhoud. En dit jaar dacht ik weer: ik ga het nu toch eindelijk lezen. Het leek al bijna dezelfde kant op te gaan als ieder jaar. Ja denken, nee doen. Maar of het nu kwam doordat ik op Facebook nog een verwijzing tegenkwam naar de films, ik besloot gistermorgen de dikke pil uit de kast te pakken en ik ben daadwerkelijk begonnen.

Laat ik het erop houden dat dat de reden was dat ik gisteren op Eerste Kerstdag niet blogde en dat ik me er vandaag met een jantje-van-leiden van afmaak. Want ik baal als een stekker dat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw geen vrij heb gevraagd.

~~~

Bron afbeelding: Goodreads

Nachtmis met een knal

Kerstavond. Maar dan zonder vrienden en zonder nachtmis. Dat laatste vind ik eerlijk gezegd minder erg. We gingen al die jaren meer omdat een vriend van me koren op keyboard begeleidt. En na afloop Brabantse worstenbroodjes. Lekker.

De afgelopen twee jaar was er toch al het een en ander veranderd. Ik ging niet meer ter communie. Niet uit principe maar omdat ik in 2017 de kerstnacht bij de weekendpost van de huisarts in het ziekenhuis in Helmond belandde, alwaar mij twee hechtingen werden aangemeten.

Dat zat zo. Gewoontegetrouw gingen we allemaal op voor het lichaam van Christus. Dat kreeg ik uitgereikt door de pastoor of een acoliet, dat heb ik uiteraard niet onthouden. Toen we terugliepen ging het nogal mis. Er waren wat mensen blijven zitten en of we daarom nu een rij achter ons bankje inliepen om vanuit de middenpad in onze rij uit te komen of dat het zelfs al misging op weg naar de hostie. Ik weet het niet precies meer. Het viel niet mee die avond. Hoe het dan ook weer precies is gegaan maakt ook niet uit. Het resultaat loog er niet om. Het waren van die banken waar aan de rug het knielbankje vast vast zat. En bij de pad zit dan zo’n ijzeren strip die bank met knielbankje verbindt.

En terwijl ik het middenpad op wil lopen, til ik kennelijk mijn voet niet goed op. En blijf ik waarschijnlijk hangen onder dat ijzer als ik een stap naar voren doe. Ik lanceer me zelf en kan me niet opvangen omdat ik over rechts val. Het ging hard, ik moet heel even ‘out’ zijn geweest. Er is paniek en bloed. Net boven mijn rechter slaap. Gelukkig is er onder de kerkgangers ook een EHBO’er, die te hulp snelt. Ze stelt wat vragen en ik geef samenhangende antwoorden. De kerkvloer is een beetje rood maar ik heb het idee dat het met mij wel gaat en die indruk heeft de vrouw van de EHBO ook. Maar toch beter even naar de huisartsenpost.

Zo gaat het gezelschap dus na de nachtmis niet richting worstenbroodjes maar richting het ziekenhuis, waar de nachtpost van de huisarts is. Daar blijken twee hechtingen noodzakelijk te zijn. Daarna zijn we door onze vrienden naar huis gebracht, de worstenbroodjes hebben we maar laten zitten.

Dus: fijne feestdagen, maar wees vooral ook voorzichtig!

~~~

Afbeelding van ddzphoto via Pixabay

Toch naar Linux?

Na mijn propedeuse aan de UvT koos ik in het collegejaar 2001/2002 in eerste instantie voor de opleiding Taal & Kunstmatige Intelligentie (TKI). Algauw kwam ik erachter dat het erg veel grammatica was en daar had ik na al die jaren Latijn en iets minder jaren Grieks mijn buik wel van vol. En van een aantal andere vakken begreep ik niet al te veel. Vandaar dat ik al snel de overstap maakte naar Cultuur & Letteren. Dat paste beter bij me.

Waarschijnlijk is het aan die overstap te danken dat ik nooit Linux ben gaan gebruiken. TKI was een echt Linux bolwerk en al tijdens een propedeusevak kwamen we erachter dat een van de docenten, Hans Paijmans, coauteur was van het allereerste Nederlandstalige boek over Linux: Linux: de PC als Unix-workstation uit 1994. Het boek schijnt ook online te staan of hebben gestaan want ik kon geen link vinden die werkte. Linux zelf bestaat overigens sinds september 1991.

Als ik die opleiding serieus was gaan volgen, denk ik dat ik ook Linux was gaan gebruiken. De hele TKI-staf gebruikte het en had mijn distributie al gevonden en heb de cd’s zelfs nog ergens liggen. Door de overstap naar Cultuur & Letteren kwam het er niet van. Het had geen meerwaarde en mijn Groot Van Dale Woordenboek Engels draaide op Windows en ik had geen behoefte aan tijdens het vertalen een virtuele machine te installeren om Windows programma’s onder Linux te kunnen draaien. Dus bleef ik Windows gebruiken.

Vandaag echter deed zich echter op het werk een situatie voor waarin het handig zou zijn om Linux te gebruiken. Dat moet ik morgen nog even overleggen maar zelfs al komen we tot een andere oplossing dan denk ik toch dat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw toch een keer ga experimenteren met Linux. Waarschijnlijk via een Bootable USB stick. Ik ben nu namelijk toch wel nieuwsgierig geworden. Wordt vervolgd.

~~~

Image by OpenClipart-Vectors from Pixabay

Nee, het stond er echt niet in

Vanmorgen heb ik toch nog gauw even het signaleringsplan erbij gepakt. Niet dat ik bang was dat er iets aan de hand was. Het was meer dat ik hier op dit blog een bewering had gedaan die ik toch graag wilde controleren: ik schreef dat ik niets gedaan had wat in mijn signaleringsplan stond. En ik herinnerde me iets waardoor ik mij niet voor kon stellen dat die bewering juist was.

En toch was dat zo want wat ik mij herinnerde, stond inderdaad niet in mijn signaleringsplan. Niet letterlijk en ook niet omschreven. Daar heb ik bij het opstellen toch een behoorlijke blunder begaan. Want het had er gewoon in moeten staan. Letterlijk en meer algemeen omschreven. Ik heb dat gedrag vorig jaar wel herkend, ondanks dat het niet in mijn plan stond, en realiseerde me dat het leek op iets wat ik tijdens een eerdere manie ook deed.

Maar, redeneerde ik, toen tijdens die manie, deed ik het het heel anders dan nu. En dat is een wereld van verschil. Daar heb ik mezelf een tijdje mee in slaap gesust. Een goede anderhalve week of zo. Ik kon mijn gedrag rationaliseren. Stond evenement XYZ niet op stapel en waren mijn handelingen in dat licht niet volkomen verklaarbaar? En ik kreeg toch leuke reacties?

Het kon allemaal geen kwaad en ik ben blij dat ik gedaan heb wat ik gedaan heb, maar ik realiseer me al een hele tijd dat het gedrag was dat op een manie wees. Ook al was de uitingsvorm dan niet helemaal hetzelfde als tijdens een vorige manie.

Niet dat het gewraakte gedrag nu zo vreemd was maar het is maar de vraag of ik het ook gedaan had als ik niet manisch aan het worden was. En als het daar nou bij was gebleven, was het tot daaraan toe, maar er waren meer signalen. En de combinatie maakte het gevaarlijk.

Dat zijn 2 lessen

  1. Signalen uit een vorige manie mag je letterlijk nemen maar je moet uitkijken dat je daardoor dingen die erop lijken niet mist. Simpel voorbeeld. Als in de sloot springen in je signaleringsplan staat, dan is het verstandig om dat zo te lezen dat in het kanaal springen ook daaronder valt.
  2. Context is ook belangrijk. Sommige dingen uit een signaleringsplan kunnen op zichzelf staand misschien geen kwaad, maar vraag je bij herkenning wel af of ze passen in patroon van andere dingen die ook in het plan staan. Dat is toch vaak het geval, heb ik geleerd en daarom is alertheid toch geboden.

Daarom kijk voortaan naar het patroon waarin bepaald gedrag zich voordoet. Al hoop ik het niet meer nodig is want in de blogpost die ik in de eerste alinea aanhaalde beschreef ik al dat ik voortaan hopelijk op basis van gevoelens – en daardoor eerder – kan signaleren.

~~~

Afbeelding van Pete Linforth via Pixabay

De kortste dag

Vanaf morgen worden de dagen weer langer. En het is bijna Kerstmis en Oud en Nieuw. In deze vreemde tijden blijven dat tenminste zekerheden. Wel vreemde zekerheden, want alleen Eerste kerstdag blijft zoals gepland. Het is niet anders. Omdat het toch al zo’n rare tijden zijn, heb ik eromheen ook maar geen vrij gevraagd.

Ergens heb ik het gevoel dat ik zit te wachten op een nieuwe start. Maar in deze lockdown kan weinig dus ik weet het niet. Ik wacht nog steeds op het ideale moment om toe te gaan passen wat ik over gewoontes heb geleerd. Maar nu heb ik besloten eerst nog Atomic habits van James Clear te gaan lezen. Ik begin er morgen aan dus ik verwacht dat ik er dit jaar nog wel een aantal blogposts aan zal wijden. (Uiteraard is dat uitstelgedrag, maar ik las er uit verschillende bronnen lovende woorden over dus ik ben nieuwsgierig en het onderwerp interesseert me.)

Aan de andere kant kun je ook zeggen dat ik al op 1 november ben begonnen met toepassen wat ik geleerd heb. Sinds die dag schrijf ik elke dag, aan mijn boek, op mijn blog of beide. Dus wat zeur ik nou? Moet het een soort mystieke ervaring zijn waardoor alles ineens anders is? Misschien. Ik heb er een beetje een handje van om als iets niet precies op een bepaald tijdstip lukt, het dan maar te laten zitten. En uiteraard zorgt mijn interne criticus er wel voor dat ik het dan laat mislukken.

Ja, ik weet dat ik beter niet naar mijn interne criticus kan luisteren, naar mijn Kabouter, maar het is ergens ook wel makkelijk. Een andere term voor die Kabouter is de childish mind van Babauta. En je childish mind wil dat alles bij het oude blijft; het gruwt van verandering; zeker als daar moeite voor moet worden gedaan. En dus doe je niets; stel je uit wat je meteen moet doen en doe je meteen wat je uit moet stellen.

Maar panta rhei kai ouden menei, zoals de oude Grieken al wisten. Je kabouter, je interne criticus of je childish mind voeren dus een achterhoede gevecht. Jij wint, want alles stroomt en niets is blijvend. En elke dag is dus goed om te beginnen met veranderen, maar omdat ik dus van symboliek houd, begin ik (weer) slechte gewoontes af te leren op de dag dat dagen langer worden.

~~~

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay