3 kwartier zitten? 1 kwartier bewegen

Begin dit jaar stond het display van de weegschaal op 87,1. Ik weeg me al een jaar of tien elke zaterdagochtend. Dat begon na mijn afstuderen omdat ik toen vond dat ik te zwaar was. Volgens mijn BMI klopte dat ook want ik woog 94 kilo. Dat was iets meer dan tien kilo te zwaar en dat zat me dwars. En het moment dat ik student af was, leek me een mooie gelegenheid om te zorgen dat er wat gewicht af ging en liefst zo veel dat ik onder een BMI van 25 uit zou komen. Nu hadden we al een aantal jaar een van de eerste boeken van Sonja Bakker in de kast staan en aangezien ik ooit voor een kennis een boek van Michel Montignac had meegebracht van de Deventer boekenmarkt en ik dat boek toen ook maar meteen zelf ook had gelezen en ik dat behoorlijk ingewikkeld vond terwijl het boek van Bakker er een stuk eenvoudiger uitzag en bovendien veel meer aansloot bij ons bestaande eetpatroon – onze porties waren met vaak twee keer opscheppen gewoon te groot – was de keuze voor het boek van Sonja Bakker snel gemaakt.

Een paar weken na mijn afstuderen begon ik en negen weken later woog ik 7,5 kilo minder; dus er was werk aan de winkel omdat ik dus nog van 2,5 à 3 kilo te weinig was kwijtgeraakt. Het bleek gelukkig vrij eenvoudig om ook zonder dieetboek te blijven afvallen. Het gezondere eetpatroon was gelegd en uiteindelijk stokte de teller medio 2012 op 73,2 kilo of daaromtrent – ik heb geen zin het nu op te zoeken. De laatste kilo’s gingen er heel gemakkelijk af door een manie. Maar het was ook die manie die ervoor zorgde dat de weegschaal weer de andere op begon te gaan omdat mijn medicatie flink werd opgehoogd en een van die medicijnen bij meer dan 1 op de 3 zorgt voor gewichtstoename en ik helaas tot die groep behoorde. Ik ging dus uiteindelijk in een jaar of zeven naar 87,1 kilo.

En dat zat me dus absoluut niet lekker; ik wist wel dat het vooral het medicijn was geweest dat voor die toename had gezorgd maar ik wist ook dat die medicijnen jammer genoeg een blijvertje zijn. Daar moest ik het mee doen en een beetje extrapoleren stemde niet tot tevredenheid; dan zou er ieder jaar 2 kilo bijkomen. Dat maakte me niet tot vrolijker, te meer omdat mijn wandelgewoonte sinds vijf jaar niet tot een gewichtsdaling had geleid of tot stoppen van de stijgende lijn want ook dat was paar jaar geleden ook nog een mooi resultaat geweest.

Nu zat ik aan het begin van dit jaar namelijk weer boven een BMI van 25. Toch maar weer Sonja Bakker erbij gemaakt. Niet al te strikt en het hielp dan ook maar een kilo of 3. Door opletten heb ik erg nog 2 kilo afgekregen maar daarmee lijkt de bodem in zicht. Ik zit weliswaar weer op een gezond gewicht maar ik wil graag een aantal kilo’s buffer hebben want ik weet inmiddels hoe verraderlijk de medicatie die ik slik, is.

Dus heb ik het volgende bedacht:

  • Iedere dag (een uur) blijven wandelen zolang het daglicht dat na mijn werk toelaat;
  • Blijven letten op eten en snacks
  • Drie kwartier zitten = 1 kwartier bewegen (van ‘s morgen 08:30 tot ‘s avonds 21:00). Al zat dat onder werktijd iets ingewikkelder zijn, maar ik ben van plan eerst een week uit te proberen of het iets is en ik heb nog een week vakantie.

Hopelijk gaan er daarmee nog een 2 kilo’s af dit jaar zodat ik dit jaar onder de tachtig eindig.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Waarom ik beter ga lopen van nieuwe hoorapparaten

linkerschoen

Mijn lichamelijke handicap zorgt ervoor dat ik niet zo netjes loop. Ik til mijn rechtervoet eigenlijk niet voldoende op en daardoor struikel ik regelmatig bijna. En gemiddeld één keer per jaar struikel ik echt. Dat komt enerzijds dus doordat ik mijn rechtervoet niet hoog genoeg optil en anderzijds doordat ik op mijn tenen loop. Dat klopt niet. Ik loop niet op mijn tenen maar als ik met rechts een stap zet, gaan mijn tenen omlaag. Mijn rechtervoet hangt na het optillen dus altijd schuin in de lucht, met de tenen richting de grond. Wat weer onhandig als je in een bos loopt want dan heb je altijd kans dat je een boomwortel tegenkomt waar je tenen dan lekker achter kunnen blijven haken. En als je dan pech hebt, ga je zandhappen en dat is precies wat me aan het begin van de zomer een keer overkwam.

Een ander probleem is dat ik moeite heb met afrollen. Ik klos met mijn rechtervoet. Die komt soms komt nogal hard neer. Nu loop ik wel regelmatig in een bos maar op stoepen kan het soms best vervelend zijn. Het zorgt ervoor dat mijn rechterknie extra zwaar belast wordt want die moet in zo’n geval de klap opvangen. Daar heb ik gelukkig nog geen last van maar dat wil ik wel zo houden en daarom let ik al een hele tijd op hoe ik mijn rechtervoet neerzet en ik heb het idee dat het effect heeft.

Wat is dat effect dan?

Ik loop soepeler, afrollen lukt steeds beter en ik land minder hard bij het neerzetten van mijn rechterbeen. En sinds een week heb ik dus flink sterkere hoorapparaten op proef en hoor ik alles iets luider. Gelukkig niet onaangenaam luider, maar wel luider dus. Maak ik dan een een misstap – klossen met mijn rechtervoet – dan hoor ik dat ook harder dan met mijn oude toestellen.

En dat weet ik weer om te zetten in extra motivatie om nog beter te letten op het neerzetten van mijn rechtervoet. Tot nu toe lukt dat naar tevredenheid want ik heb het idee dat minder vaak te hard neerkom op mijn rechtervoet. Zo zie je maar dat nieuwe hoorapparaten meer gevolgen hebben dan je in eerste instantie misschien zou denken. Ik had tenminste nog stilgestaan bij dit positieve effect.

Nieuwe schoenen

En misschien ga ik nog wel beter lopen. Want ik blijf er uiteraard op letten en dat zal hopelijk steeds meer effect sorteren, zeker als het een gewoonte wordt. Maar mijn orthopedische schoenen waren aan vervanging toe en ik was vanmorgen bij mijn schoenmaker en legde het probleem voor. Hij gaf aan dat hij voor iets meer demping in de schoenzolen kon zorgen. En de hakken aan de achterkant wat ronder maken zodat je bij het neerzetten makkelijker afrolt. Ik ben benieuwd: nog acht weken geduld.

Wat een gefluit

“Deze gaan het dus niet worden.” Dat zei ik aan het begin van de middag en met ‘deze’ verwees ik naar de nieuwe hoorapparaten die ik sinds vorige week op proef heb. Vorige week was ik nog zo enthousiast dat ik er Wat een geluid over schreef. Wat was er dan veranderd?

Het geluid is nog steeds prima, sommige mensen met een harde stem hoor ik zelfs zo luid en duidelijk dat ik mijn toestellen zachter moet zetten om te zorgen dat het aangenaam blijft klinken. Gelukkig gaat dat erg gemakkelijk en onopvallend met een app op mijn telefoon. Toch werd me vorige week al snel een probleem duidelijk. Als ik aan het aanrecht koffie zette, als ik sowieso aan het aanrecht stond, als ik op de badkamer voor de wastafel stond, op het toilet. In al die gevallen – en ik ben nu niet eens volledig – floten mijn nieuwe toestellen. Rondzingen is de officiële term.

Ontzettend vervelend want het fluiten ging hard en hield in zo’n situatie bijna continu aan. Wat ik ook probeerde, het hielp allemaal niet. Ik draag al meer dan dertig jaar gehoorapparaten dus ik ben bekend met fluitende toestellen, maar dit was mij te machtig dus er zat niets anders op dan een afspraak te maken met mijn audicien.

“Helemaal weg gaat waarschijnlijk niet lukken.”

Daar kon ik vanmorgen terecht. Bij het instellen van de toestellen vorige week hoorde ook een onderdeel voor het bestrijden van gefluit. Vanmorgen werd dat verder opgerekt. Maar eerst werd naar mijn oren gekeken – niet verstopt – en mijn oorstukjes – in orde. Dus werden de toestellen gekoppeld aan de computer en werd er verschillende keren een ruis afgespeeld om de toestellen zo scherp mogelijk anti-rondzingen af te stellen. De audicien zei er al vrij snel bij dat helemaal tegengaan waarschijnlijk niet zou lukken vanwege mijn gehoorgang.

Uiteindelijk leek het verbeterd te zijn en besloten we dat ik het maar moest gaan proberen, hoewel het – dat had ik al uitgeprobeerd – niet helemaal over was.

Thuisgekomen liep ik natuurlijk meteen naar de wastafel in de badkamer. En helaas. Piep, fluit. Nog een keer proberen. Zitten de oorstukjes goed? Nog een keer aandrukken. Het hielp niets.

Vandaar mijn conclusie: deze worden het niet.

En toch zijn deze toestellen nog steeds in de running. Hoe dat kan?

Ik vertrouwde het niet helemaal want ik vond dat ik op de badkamer wel erg ver van de muur afstond terwijl de toestellen wel floten. Dus besloot ik de proef op de som te nemen. Ik deed mijn rechterstoestel uit en stond met links zeker een meter van de muur. En toch hoorde ik gefluit.

Dat kon dus niet en we gingen er nog eens over nadenken. Het was me vorige week bij het aanmeten al opgevallen dat mijn oorstukjes een iets andere vorm hadden dan die bij mijn oude toestellen. En ze zaten af en op het oog wat vreemd. Je kon er soms met je vinger achter terwijl ze in het oor zaten. Kon het dus aan die nieuwe oorstukjes liggen? Er was een eenvoudige manier om daar achter te komen en ik had niets te verliezen. Ik haalde mijn oude toestellen erbij en liet de oorstukjes die daaraan zaten op de nieuwe toestellen zetten.

En met die combinatie van oude oorstukjes en nieuwe gehoorapparaten ging ik naar de badkamer. Geen gefluit. De hele rest van de dag eigenlijk niet. Nou, ja ik kan het natuurlijk opzoeken door mijn hand binnen vijf centimeter van een toestel te houden. Maar verder? Nauwelijks. Net bij het koffiezetten twee keer kort en zacht. Vanmiddag ging het wel helemaal goed met koffiezetten terwijl het daarvoor een week een drama was.

Vandaar dus. Ik ben er misschien nog niet helemaal maar deze toestellen zijn absoluut nog in de race. Wordt vervolgd.

~~~

Afbeelding van Mabel Amber via Pixabay