Presentatie WWME: verhalen

Deze blogpost is deel 15 van 16 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

We hebben het in deze cursus al behoorlijk vaak over verhalen gehad. Toch denk ik dat er meer over te zeggen is. Ten eerste is het denk ik dat het goed is om te bekijken wat voor soort verhalen ik bedoel. Ik kan het hebben over verhalen die het product zijn van creatief schrijven. Op internet is behoorlijk wat te vinden over het nut van het aanboren van je creativiteit en fantasie. Het kan heilzaam werken, is de teneur. Toch wil ik het vandaag niet daarover hebben. Ik wil het hebben over verhalen die onszelf en dus non-fictie als onderwerp hebben.

Grofweg is daarin weer een tweedeling te maken, anekdotisch vertellen/schrijven (over een belangrijk moment uit je leven) of autobiografisch, over je hele leven. In de cursus hebben we het gehad over anekdotes, simpelweg vanwege de tijd die ons ter beschikking stond.

Beide vormen van verhalen kunnen nut hebben, en daar wil ik het vandaag wél over hebben. We hebben gezien dat een goed verhaal empowerend kan werken – naar jezelf en naar anderen omdat het begrip kan kweken – en het kan je helpen bepaalde situaties te verwerken; dat zijn allebei ook functies die verhaaltrainingen binnen de ggz hebben. Die trainingen worden overigens regelmatig door ervaringsdeskundigen gegeven.

Door de jaren heen ben ik ervan overtuigd geraakt dat er meer kan met verhalen. Mensen luisteren graag naar verhalen en mensen vertellen ze graag. Vroeger had je daar religies en bijvoorbeeld de bijbel voor want een geloof is eigenlijk niet veel meer dan een groot uitgevallen verhaal, zonder dat ik daarmee de indruk wil wekken dat religie maar een verhaal is. Ik vind het prachtig als/dat mensen er steun aan hebben.

En hoe leer je iemand kennen? Door elkaar verhalen te vertellen. Het is kortom iets heel natuurlijks en alledaags. Toevallig heb ik er ook nog eens behoorlijk veel over geleerd tijdens mijn studie Cultuurwetenschappen. En ik heb er heel veel aan gehad bij het ontrafelen van mijn bipolaire stoornis. Vandaar dat deze onderzoeksvraag voor mij heel logisch was: hoe kan ik als ervaringsdeskundige verhalen inzetten? Hoe kan ik dat doen om anderen te helpen? Dat zit er uiteraard ook achter.

Jarenlang werd ik keer op keer overvallen door manieën. Ondanks medicijnen, ondanks regelmatig terugkerende gesprekken bij de ggz en een signaleringsplan en meerdere mensen die mij in de gaten hielden. Het bleef om de zoveel tijd misging.

In 2019 bijvoorbeeld. Gelukkig raakte ik snel uit de acute fase door opgehoogde medicatie. Toen begon de zoektocht, langs twee sporen: een dossieronderzoek bij de ggz en voor mezelf had ik het idee dat ergens in al die manieën een overeenkomst of een sleutel te vinden moest zijn die deze ellende kon verklaren. Ik had namelijk het idee dat ik nog verdomd goed wist wat er iedere keer was gebeurd, dat daaruit iets te leren viel. En dus ging ik op zoek.

Ik nam om te beginnen de manie die net afgelopen was onder de loep. Omdat ik inmiddels al jaren sommige dingen dagelijks doe, deed ik dit ook dagelijks. Ik ging de manie bekijken en zette daarbij een journalistieke techniek in. Ik bedacht vragen aan hand van 5W1H (ook wel de Kipling-methode genoemd): Wie, Wat, Waar, Waarom, Wanneer en Hoe? Daar bedacht ik vragen mee:

  • Hoe lang duurde de hele manie, van begin tot einde?
  • Waarom denk ik dat?
  • Wat deed ik?
  • Met wie had ik allemaal te maken?
  • Wat deden zij?
  • Hoe voelde ik me daaronder?
  • Enz, enz.

Met dit soort vragen ging ik dagelijks kort ‘herinneringen ophalen’ over mijn manie van 2019. Ik kreeg langzaam een beeld, dag na dag, en ging naar 2012. En 2006. Enz. Het leverde een aardig idee op van wat er was gebeurd, en stof voor wat later mijn boek zou worden. Met een boek was ik toen overigens totaal nog niet bezig. Een half jaar later, in 2020 had ik mijn eureka moment. Er deed zich iets voor wat ik herkende uit het patroon dat ik eerder had blootgelegd. Het bleek het beginpunt van al mijn manieën te zijn.

Daarmee had ik eindelijk beet en en heb ik nu bijna drie jaar mijn stoornis onder controle. Ik heb het nu in de hand en weet waar ik op moet letten. Dankzij dagelijks ingezette verhaaltechnieken.

En ik had hierdoor dus ook stof voor mijn boek, want een tijdje later wilde ik dat wel schrijven. Het eerste jaar durfde ik niet te schrijven wat ik wilde, maar gelukkig had ik goede proeflezers en begon ik dus opnieuw. Ik kende daarvoor twee structuren, de spookjesstructuur van 31 stappen van Vladimir Propp en de Heldenreis van Jospeh Campbell in 17 stappen. Zo komen in het kort allebei hierop neer:

Een held gaat op reis en dat kan symbolisch, bijvoorbeeld door de woeste wereld van de manieën, zijn. Hij of zij heeft een queeste (onder controle brengen van manieën) en ontmoet medestanders (huisgenoten/vrienden/behandelaars/ervaringsdeskundigen) maar ook tegenstanders (mensen die iets doen wat triggert) en obstakels (een manie). Beide maken het de held lastig, maar die is niet voor één gat gevangen. Uiteindelijk behaalt de held de overwinning.

Dit patroon is erg bekend, leest makkelijk en schrijft dat ook omdat de voorbeelden voor het oprapen liggen, ook door de 5W1H-techniek. Tegenstanders had ik weliswaar niet, maar het schreef lekker. En ’tegenstanders’ zijn vaak mensen die iets doen waar jij last van hebt, totaal onbedoeld, maar toch. Door actief naar tegenstanders op zoek te gaan, help je je verhaal. Vergeet in dat verhaal je overwinningen niet. In een boek overwint een held meestal ook meer tegenslagen. Zo werkt het immers ook in het echte leven. Een verhaal zonder tegenslagen schrijft en leest niet.

Drie technieken voor verhalen dus. En mij brachten ze meer.

~~~

Afbeelding van StartupStockPhotos via Pixabay

Wanneer uitstellen nuttig kan zijn

De afgelopen dagen beschreef ik dat ik uitstelgedrag wil vermijden om ervoor te zorgen dat ik dingen die ik interessant, nuttig en plezierig vind, juist wel doe. Ik beschreef de strategie van het schrikbeeld om daarmee nutteloos ronddwalen op YouTube of voor de tv te voorkomen. Dat soort gedrag is op korte termijn heel verleidelijk, maar op lange termijn ga ik er altijd stevig van balen. Mijn schrikbeeld is daarvan een beeldende weergave die hopelijk het uitstelgedrag geneest. Tot nu toe gaat het nog niet zo slecht, maar een paar dagen zegt natuurlijk nog niet zo veel. Vandaar dat ik het minstens tot eind oktober in de gaten wil blijven houden.

Er zijn ook situaties waarin uitstelgedrag juist nuttig is. Daar wil het vandaag over hebben. Het bekende ‘Bezint eer gij begint’ is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van nuttig uitstelgedrag. Het kan handig om voor je ergens aan begint rustig na te denken over hoe je het wilt aanpakken. Wat mij betreft valt dit niet echt onder uitstelgedrag maar is het eerder het voorbereiden van het werk dat gedaan moet worden. Er is wel een valkuil: zorg dat je daadwerkelijk nadenkt over, onderzoek doet naar datgene waarmee je bezig bent/moet zijn. Anders is het gewoon uitstelgedrag. Als ik mezelf daarop betrap, weet ik dat zo snel mogelijk echt aan de slag moet; hetzij met nadenkende voorbereiden; hetzij met spijkers met koppen.

Een tweede nuttige vorm van uitstelgedrag is even pauzeren als je ergens niet uitkomt. Dan heb je al flinke tijd over nagedacht, aan gewerkt maar toch kom je er niet uit. Neem dan een pauze, ga heel wat anders doen en het kan zomaar zijn dat de oplossing je dan na een tijdje ineens te binnen schiet. Eerst heb je je zogeheten gefocuste brein aan het werk gezet. Dat is goed in het oplossen van allerlei problemen, maar soms heeft het gefocuste brein hulp nodig van het dwaalbrein. Dan ben je met heel iets anders bezig maar denkt je dwaalbrein na over het probleem van het gefocuste. Het grote verschil is dat het dwaalbrein veel associatiever nadenkt, minder de patronen volgt en vrijer met het probleem omgaat dan het gefocuste. Het geheim van de douche, zeg maar.

De derde situatie waarin uitstellen nuttig kan zijn heeft met vervelende (of slechte) gewoontes te maken. Je zit op de bank en je hebt ineens zin in een zak chips. Dan kun je natuurlijk meteen aan die neiging toegeven en daar de voorraadkast toelopen. Maar je kunt je bezoekje aan de voorraadkast ook even uitstellen. Het kan zomaar zijn dat daarmee de trek in chips ook verdwijnt. Dan is wachten dus gezonder. Een zelfde verhaal geldt voor je smartphone. Je kunt op ieder bliepje reageren om te kijken wat er nu weer aan de hand is. Zelf word ik daar soms zenuwachtig van en daarom heb mezelf de reflex richting broekzak afgeleerd. In mijn vrije tijd heb ik mijn telefoon vaak niet op zak. Ik vind het prettig om niet steeds te worden gestoord als ik ergens mee bezig ben. Wegleggen kan maar negeren lukt soms ook prima.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Nog een keer over het schrikbeeld dat kan helpen tegen uitstelgedrag

Gisteren schreef ik over de gelijkenis die mij opgevallen was tussen mijn vroegere reacties op langdurige ergernissen en aanhoudende slechte gewoontes als uitstelgedrag. Misschien gaat het wel om oerreacties: vechten (dat deed ik tegen mijn ergernissen) of vluchten (dat doe ik bij uitstelgedrag). Allebei op termijn niet de meest gezonde of handige reactie.

Maar hoe werkt dat dan?

Een oerreactie is evolutionair gezien een heel oude reactie. Net als gewoontes. Die worden aangestuurd vanuit de oudste kern van de hersenen, vanuit de amygdala. Een andere oude kern in de hersenen is de insulaire cortex, zo las ik in Leren als een pro van Barbara Oakley en Olav Schewe. De insulaire cortex registreert pijn. En ongelukkig genoeg komt die insulaire cortex in actie als je ergens aan wilt beginnen wat je niet helemaal ziet zitten. Zeker als het nog geen gewoonte is, kan het immers pijn doen. Aan een gewoonte zijn hersenen gewend. Die doen geen pijn meer. Vandaar uitstelgedrag. Je vermijdt pijn. Maar ja, ja weet dat je iets gedaan moet krijgen. Lummelen is even leuk, maar uiteindelijk zet het geen zoden aan de dijk.

En daar kwam mijn schrikbeeld om de hoek kijken

Ik wilde een patroon doorbreken. Volgens Charles Duhigg (Macht der gewoonte) bestaat een gewoonte uit vier onderdelen: een signaal, een routine, een beloning en een geloof. Duhigg stelt dat de crux bij het doorbreken van een slechte gewoonte bestaat uit het vinden van nieuwe routine terwijl het signaal en de beloning hetzelfde blijven. (Geloof speelt op zich niet zo’n rol, alleen maakt een sterk religieus of groepsgebonden (Anonieme Alcoholisten) geloof de kans op volhouden groter.) Ik vind dat een interessante gedachte en vroeg me af hoe dat werkt bij mijn uitstelgedrag.

Ik wil gaan vertalen. Signaal: au (insulaire cortex) Routine: niet beginnen, tv-kijken, doelloos internetten. Beloning (relaxt gevoel)

Maar volgens Oakley & Schewe duurt dat signaal uit de insulaire cortex maar kort, als je tóch begint. Wat gebeurt er dus als ik wel begin met vertalen? Al snel zit ik in mijn vertaalroutine en voel ik me veel prettiger dan wanneer ik toegegeven had aan dat pijngevoel. Mijn beloning is daarmee eigenlijk nog veel groter dan bij uitstelgedrag. En mijn uiteindelijke beloning wordt nog groter, want ik krijg werk gedaan. Dat was wat ik gisteren duidelijk wilde maken.

Het gaat om het doorbreken van het gewoontepatroon

Een gewoonte is een soort automatisme maar net als zo veel automatische reacties zijn ze toch te doorbreken. En daar gaat het om. Ik heb gemerkt dat het moment dat je in een routine schiet, een zwak punt is. Je moet er dingen voor doen en daardoor is er een moment van reflectie, een punt waarop je toch in een andere richting kunt gaan. En precies daar kan mijn schrikbeeld van gisteren helpen. Als extra waarschuwing, en hoe duidelijker die waarschuwing, des te prominenter die in je hoofd zit. En dat zorgt er hopelijk voor dat dit beeld bij een beslissing meegenomen wordt. Zodat je een patroon kunt doorbreken en een andere routine kunt kiezen. Dat moment van reflectie kun je overigens ook gebruiken om na te denken over waarom je op dat moment uit wilt stellen. Er kan best een goede reden voor zijn. En dan bedoeling niet dat er nog tijd genoeg is, maar iets anders kan belangrijker zijn. Maar daar zie je dan weer tegenop.

Er valt nog meer te zeggen. En daar begin ik morgen mee want er is nog een vorm van uitstelgedrag die wél gezond is.

#WOT weglopen

Een #WOT naar aanleiding van politieke actualiteit: weglopen. Maar ik blog alleen over mijn eigen actualiteit, al is die dan soms ook wat langer geleden. Verwacht van mij dus geen bespiegelingen over recente acties in Den Haag. Daar ben ik al een hele tijd niet meer geweest, namelijk. Al zijn de Koninklijke Bibliotheek en het Letterkundig Museum zeker geen locaties waar ik voor wegloop als ik in de buurt ben. Sterker nog, ik ging er weleens speciaal naar toe.

Mijn weglopen heeft te maken met uitstelgedrag. Weglopen voor het maken van een begin en dan afmaken. Maar vaak moet ik daar meermaals een begin voor maken omdat de taak te groot is om in één keer te kunnen voltooien. Dus begint het uitstellen weer. Misschien is het ook wel de reden dat ik deze #WOT, die toch echt voor donderdag is bedoeld, pas op vrijdag beantwoord. Maar ik zat er gisteren al wat over te filosoferen naar aanleiding van tweets over deze #WOT.

En daarbij viel me ineens een gelijkenis op tussen uitstellen en de ergernissen die bij in het verleden het startpunt konden worden van een manie. Ik wist wel dat ik me ergerde maar zag nooit een verband met mijn manieën. Nu zie ik dat gelukkig wel. Ik zie dat als ik me aan iets of iemand erger, en ik ga mee in die ergernis, dan kan er een probleem ontstaan. Zeker als die ergernis aanhoudt en ik er zinloos tegen blijf vechten. Dan loop ik een groot risico dat het eindigt in een manie.

Was het overigens maar waar dat het eindigde bij een manie. Nee, het eindigt bij het net-nietland en dat is zo’n ellende. Dat heb ik na elke manie opnieuw mee mogen maken. Dat wil ik echt nooit maar dan ook nooit meer maken. En dat motiveert enorm. Wat het net-nietland dan zo gruwelijk maakt, kun je binnenkort in mijn boek lezen.

Schrikbeeld

Voor nu volstaat het om te zien dat het voor mij een schrikbeeld is. Het is een veelkoppig monster en ik zie het al meteen voor me zodra ik me erger. En al die ellende is het me dan meteen niet waard. Dat maakt het omgaan met ergernissen betrekkelijk eenvoudig. Natuurlijk moet ik soms inhoudelijk nog iets doen met een ergernis, maar ik ga niet de strijd aan. Zo krachtig is dat schrikbeeld.

En dat schrikbeeld, zo realiseerde ik me gisteravond, kan ik misschien ook inzetten tegen uitstelgedrag. Immers, wat doet uitstelgedrag? Ik voel me even lekker, want ik kies de makkelijke weg, maar uiteindelijk maak ik het mezelf moeilijker. Ik heb minder tijd voor dingen die ik belangrijk vind, ik moet me altijd haasten, doordat dingen haastwerk zijn, zal ik nooit weten of ik er voldoende aandacht aan heb besteed. Met andere woorden: de vraag of het niet beter had gekund, blijft knagen. Sommige dingen stel ik zelfs helemaal af in plaats van alleen maar uit. Hoe vaak ik aan het einde dag wel niet heb gedacht: wéér niet gelezen, wéér niet geblogd.

Dat voelt helemaal niet goed, sterker nog, het voelt ronduit ellendig aan. Om het nog erger te maken: soms denk ik wel eens: ik stel alles maar uit: wat ben ik dan nog waard? Ben ik het dan wel waard dat ik ergens hulp bij vraag? (Want ik stel meewerken aan de oplossing toch uit?) Ben ik met al mijn uitstellen eigenlijk niet gewoon een bedrieger? (En als bedrieger heb ik toch zeker geen recht op hulp van mensen die wél hard werken.)

Dat soort gedachten dus. En natuurlijk, rationeel weet ik ook wel dat ze nergens op slaan. De gevolgtrekkingen in ieder geval. Het uitstellen klopt wel. En gisteren besefte ik dat als een schrikbeeld tegen manieën werkt, het ook weleens kon werken tegen uitstelgedrag. Want volgens mij heb ik hier toch een aardig schrikbeeld geschetst van de gevolgen van uitstelgedrag.

Als ik dat nu kon vangen en ervoor kon zorgen dat het iedere keer dat ik iets uit dreig te stellen, boven komt drijven, dan heb volgens mij een krachtig wapen tegen uitstelgedrag zijn.

En natuurlijk moet ik dan evengoed to do’s plannen en moet je agenda moet volgens Rick Pastoor (van Grip) heilig zijn. Maar het begint bij niet uitstellen. Tegen mijn manieën werkt het schrikbeeld als wapen prima, dus het lijkt me interessant om te kijken of het ook tegen uitstelgedrag werkt. Ik kom erop terug.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De voldoening van voor en door: elke dag

En zo was ik al een week zwaar chagrijnig… tot ik vanmorgen ontdekte dat ik deze week de stappen had gezet die Leo Babauta in zijn Mastering the art of change noemt als voorbereiding op een verandering die je wilt doorvoeren. (Als je zin hebt, kun je zelf ook aan de slag via de reeks van Peter waar ik het ook allemaal van leerde.) En toen had ik ineens een goed humeur 😉

En wat dat wil gaan doen? Daarvoor moeten we een kleine elf jaar terug in de tijd. In november 2011 ging ik werken voor een communicatiebureau in het zuiden des lands. Het was een bureau voor en door mensen met een beperking. Dat paste wel bij mij want ik liep moeilijker, ik had een spastische arm, was slechthorend en had een bipolaire stoornis. En dat heb ik overigens allemaal nog steeds.

Hoe dan ook, ik voelde me er heel welkom en gewaardeerd. Ik schreef, deed correctiewerk en was webmaster. DigiTaal brein noemde ik dat. Heerlijke tijd. Wat ik vooral mooi vond is dat ik voor lotgenoten mocht werken. En dat je ook kon zien dat je doelgroep echt hielp. We gaven bijvoorbeeld een magazine uit waarin medewerkers van zorginstellingen cliënten interviewden. Zo ongeveer op mijn eerste werkdag werd het eerste magazine gepresenteerd. Met al die zorgmedewerkers en hun cliënten. En je zag iedereen glunderen: (h)erkenning.

Ik had er jaren willen blijven, maar helaas gooide mijn bipolaire stoornis al snel roet in het eten. Dat voor en door lotgenoten is me altijd dankbaar bijgebleven. Het werd min of meer een rode draad in mijn leven, al is het de laatste jaren vooral over mijn bipolaire stoornis gegaan.

Maar eerder vandaag werd het me duidelijk: ik wil elke dag proberen lotgenoten en hun naasten te helpen. Dat kan met mijn boek, dat kan met boekideeën die ik nog heb, dat kan hier op mijn blog. Maar dat kan ook door uit te zoeken of en hoe ik kan helpen.

Het hoeven maar kleine stapjes te zijn maar het is dit waar ik het meeste voldoening uit haal. Dus waarom zou ik daar niet elke dag proberen wat energie in te steken?

~~~

Afbeelding van Hatice EROL via Pixabay

Van bedriegerssyndroom naar to do en done

En daar was het vandaag ineens: het bedriegerssyndroom. Nou ja, ineens. Het komt om de zo veel tijd een keer opdagen. “Jij kunt dit niet.” “Anderen kunnen dit veel beter.” Ik weet dat het nergens op slaat, ik kan juist een heleboel wél. En toegegeven, in sommige dingen ben ik gewoon niet zo goed. Wiskunde was nooit mijn hobbby, zeg maar. Maar alles kunnen lijkt me ook maar saai. En natuurlijk, rationeel gezien, weet ik ook echt wel dat ik van alles kan.

Maar dat vervelende bedriegersyndroom komt toch regelmatig hard aan. Of het ermee te maken heeft dat ik een lichamelijke handicap heb, waardoor ik een heel aantal dingen niet kan, bijvoorbeeld autorijden – maar met het ov gaat prima. Of dat ik slechthorend ben waardoor ik er in grotere gezelschappen eigenlijk voor Piet Snot bij zit? Mijn bipolaire stoornis? Ook leuk, maar hé, ik heb er maar mooi een boek over geschreven. Alleen jammer dat proeflezers een deadline geven geen kwaliteit van me is, dan duurt het allemaal wat langer. Verder gaat de samenwerking tussen schrijver en proeflezers volgens mij prima

En ik kan boeken vertalen, ook in eendrachtige samenwerking. En dat houd ik net als bloggen al jaren vol. Mijn werk als webmaster van een gereedschapswinkel gaat ook helemaal zo slecht nog niet.

En toch twijfel ik

Of dat twijfelen nu komt doordat ik vanwege al mijn beperkingen de nodige onderzoeken heb gehad, of dat het bedriegerssyndroom anders ook wel regelmatig voorbij zou komen. Hoe dan ook, het gebeurt. De uitslagen van sommige onderzoeken zijn soms duidelijk. Dan zegt een onderzoeker op basis van de uitslagen bijvoorbeeld: “Paul, jij kunt dit niveau niet aan, hooguit iets veel lagers.” Terwijl ik al jaren zonder problemen op dat hogere niveau functioneerde. En zo zijn er meer voorbeelden.

Dus voel ik me regelmatig een bedrieger. En dan duurt het even voor ik weer bij mijn positieven kom. Vandaag dus weer. Maar misschien heb ik een manier gevonden om terug te slaan. Ik heb soms eigenlijk niet zo’n goed beeld wat ik op een dag doe. Ja, ik maak af en toe een to-dolijstje, maar wat er dan van terechtkomt, daar sta ik misschien wel te weinig bij stil. En dat geeft soms een onbevredigend gevoel. Ik ken al jaren het principe van de ‘done-lijst’ maar ik gebruik die niet consequent genoeg.

Daar komt vanaf vandaag verandering in want voor ik vanavond naar bed ga, schrijf ik op wat ik vandaag heb gedaan en maak ik een to-dolijst voor morgen, die ik morgen misschien weer uitbreid. En mijn done-lijst vul ik morgen de hele dag. Dat wil ik vol blijven houden. Voorlopig gewoon in een schriftje. En af en toe wil ik terugkijken en evalueren. Om te leren en om me volgende keer geen bedrieger te voelen.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Nog een keer over het keerpunt

Natuurlijk weet ik niet of ik gisteren een keerpunt heb bereikt. Soms weet je het gewoon als je er een tegenkomt, maar meestal heeft het meer tijd nodig. Dat van gisteren behoort duidelijk tot de laatste categorie. En ik weet ook dat schommelingen normaal zijn, dat iedereen er last van heeft, de een wat meer dan de ander.

De reden dat ik er toch over begon, heeft zijdelings te maken met mijn bipolaire stoornis. Omdat ik geen geheim maak van die stoornis, wijten anderen enigszins afwijkend gedrag van mijn kant dan wel eens daaraan. Dan roep ik bij voorbeeld B, duurt het heel lang voordat ik met B begin. Zo lang dat het uiteindelijk toch bij A blijft. En dat krijg ik dus soms te horen dat het bij mij weleens wat schommelt. En dan ligt de conclusie voor de hand dat het te maken heeft met mijn bipolaire stoornis te maken heeft.

Zo voor de hand dat het me enigszins het zicht belemmerde. Toegegeven, bij een bipolaire stoornis horen stemmingsschommelingen. Daarom kun je signaleringsplannen gebruiken, soms alleen voor schommeling richting depressie, soms ook voor richting manie. En je hebt de life chart in meerdere smaken, een terugblik over verschillende jaren, of een dagelijkse. Alles om zicht te krijgen op schommelingen, want zodra ze te ver doorschieten, kunnen ze kwaad.

Dat is bij mij nu absoluut niet aan de hand. Maar ik heb wel het idee dat ik iets op het spoor ben. Ik heb de afgelopen tijd op dezelfde manier naar mijn gezonde schommelingen gekeken als ik eerder naar mijn ongezonde schommelingen keek. En het lijkt erop dat ik me wat somber voel als ik dingen uitstel. Iets waar ik tegenop zie, niet goed durf, waar ik niet het nut van inzien (=zo doen we dat nu eenmaal), of waar het doel of nut me niet duidelijk (genoeg) is. Ik heb er wat mee gespeeld. En wél bloggen helpt. Dat was mijn keerpunt van gisteren.

Blijft natuurlijk de vraag of ik iets uitstel omdat ik me wat somberder, ontevreden of hoe je het ook wilt noemen, voel. Of dat ik me juist wat rottiger voel en daarom uitstel. Hoe dan ook, ik probeer dingen op te pakken, juist als ik ertegenaan hik en wil uitstellen.

Een keerpunt

Het ritme zit er nog niet helemaal in, merk ik. Of het nog vakantieritme is, het zou kunnen. Ik ga er morgen over nadenken, want ik ben niet van plan om er al binnen een week de brui aan te geven. En ik weet ook wat helpt. Ik zou kunnen kiezen voor een vast moment van de dag. Dat doe ik nu in feite al, zo voor ik naar bed ga. Een andere mogelijkheid is het koppelen aan iets wat ik toch al doe, zoals wandelen. Ik kan reminders neer leggen, ik kan iemand een belofte doen, ik kan een vervelende consequentie bedenken als ik een dag niet blog, en een nog vervelender consequentie als ik twee dagen achter elkaar niet blog.

Aan de andere kant kan ik mezelf ook belonen als ik wél blog. Als ik een hele week heb geblogd iets groot, bijvoorbeeld, maar ook iets kleins na iedere geslaagde blogdag. Denk bijvoorbeeld aan een aantal pagina’s uit een boek of tijdschrift lezen. Als ik dat doe, kweek ik meteen een tweede gewoonte.

Dat raakt ook aan mijn doel van iedere dag bloggen: uiteindelijk meer goede gewoontes aanwennen, zodat er meer ritme in mijn leven zit en ik minder last heb van schommelingen door mijn bipolaire stoornis. Ondanks medicijnen merk ik namelijk toch dat mijn stemming schommelt. Weliswaar binnen veilige marges en niets om ziek van te worden, maar schommelen doet het. En dat kan te maken hebben met de medicijnen, al kan ik dat niet hard maken. Daarnaast merk ik dat dit probleem de laatste maanden prominenter aanwezig is geworden. Daar is ook een schommeling waar te nemen. Ik lees boek na boek over leren en gewoontevorming, maar het stoort me nu pas écht dat ik er te weinig mee doe.

Vreemd genoeg heb ik nu het idee dat ik op een keerpunt zit. Of het door mijn boek komt? Het kan best. Ik wil mijn boek en mijn blog leven. Ik weet nog niet hoe dat er uit gaat zien, maar ik was toch al bezig met nadenken.

Wordt vervolgd…

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Waarom zou ik Frans willen leren of ophalen? (1/..) Over een einzelgänger die toch stiekem graag contact legt.

Iedere dag willen bloggen en dan de derde dag al overslaan. Niet best. Maar, zo leerde ik van Leo Babauta, als je er maar van leert en de dag erna de gewoonte weer oppakt, kan het gaan kwaad. Twee dagen achter elkaar overslaan, is wel een probleem. Dus dat doe ik dan maar niet.

Eergisteren was de vraag dus waarom ik zoveel gewoontes wel een maand of daaromtrent kan volhouden, maar dat het daarna ophoudt. Terwijl het dan juist een gewoonte moet zijn geworden en makkelijker vol te houden. Daar heb ik de afgelopen dagen over nagedacht en ik kom tot de voorlopige conclusie dat het met twee dingen te maken heeft. Het eerste is dat ik een behoorlijke einzelgänger ben en het tweede dat ik soms (=regelmatig) toch niet zo van verandering houd als ik hoopte voor ik aan een poging begon om een nieuwe gewoonte aan te leren. Dan kies ik er vaak voor om alles toch maar bij het oude te laten.

Frans leren met Fluent Forever

Laat ik een simpel voorbeeld geven om beide punten mee duidelijk te maken. Vorig jaar las ik De Taalhacker van Gabriel Wyner omdat ik van alles over had gelezen en nieuwsgierig was naar zijn methode. Nou was mijn Frans op de middelbare school lang niet slecht en ken ik naast musée nog een heel stel andere Franse woorden uit het Latijn. Maar ik had er al jaren niks meer mee gedaan. En de Fluent forever app, zoals het in het Engels heet, leek me wel een methode die het uitproberen waard was. Zeker toen Chansons! ook nog begon.

Maar ik merkte al snel dat ik het me tegenstond om de hele tijd op mijn smartphone met zo’n stomme app bezig te zijn. Zelfs voor WhatsApp gebruik ik bij voorkeur de pc-variant. Alleen het nieuws lees ik op mijn smartphone. Leuke uitvinding, maar met één hand blijft het toch behelpen.

Daarnaast bleek mijn Frans nog best redelijk te zijn, dus er zat weinig uitdaging in. De uitspraak voor woorden en uitlegfilmpjes van uitspraakregels waren wel aardig, maar die waren deels gebaseerd op het Engels. En als iets mij aan het Engels onduidelijk is, is het wel de uitspraak. Dat schoot dus lekker op.

Het werd me al snel duidelijk: als ik mijn Frans op zou willen halen, moest dat op een andere manier dan via Fluent Forever. Maar dat kwam er niet van. Dat heeft te maken met het grootste bewaar dat ik had. En het was dat bezwaar dat ervoor zorgde dat ik niet verder ging met mijn Frans.

Wil ik met iemand Frans spreken?

Ik was al vijftien niet meer bij La Marianne op het bezoek geweest. En Frans spreken, dat was nog langer geleden. Dat was wel een van mijn mooiste vakanties ooit geweest. Maar al die jaren heb ik Frankrijk, Fransen, en Frans spreken amper gemist. Heel handig dat goed ben in taal. Maar geef mij een boek en ik ben tevreden. Als ik met mensen moet gaan praten – zeker als ik het gevoel heb dat ik iets van die mensen moet, zo voelt dat dan vaak – word ik een stuk onrustiger. Daar kom ik de komende tijd vaker op terug. Het heeft er deels mee te maken dat ik slechthorend ben, maar het zal ongetwijfeld ook karakter zijn. En het is soms niet handig. Goed om eens bij stil te staan.

~~~

Afbeelding van No-longer-here via Pixabay

Ik voel de gedrevenheid om te beginnen weer

Gisteravond dus een begin gemaakt met iets nieuws. Wat dat is, ga ik de komende tijd allemaal rustig beschrijven. Voor nu: het heeft te maken met het boek dat ik ook in het najaar uit wil geven. Met dezelfde doelgroep, een doelgroep waar ik zelf ook toe behoor. En ik merk dat dat helpt. Misschien dat dat ook een reden was dat ik in het verleden moeite had om sommige gewoontes langer dan een maand vol te houden. Dat het ‘voor wie?’ niet duidelijk genoeg was. Ik heb nu op basis van wat ik net noemde het idee dat ik dit langer vol kan houden.

Dat neemt niet weg dat ik er toch de komende tijd wat meer bij stil wil staan. Als ik weet wat ik moet doen om een gewoonte tot een succes te maken en vooral waarom iets een succes wordt, heb ik daar in de toekomst alleen maar profijt van, denk ik. En kan ik er anderen dus misschien ook mee helpen. Mezelf een beetje kennende is dat voor mij ook een belangrijk criterium om iets te gaan doen en vol te houden. Als ik niet weet wat een ander eraan heeft, vind ik het een stuk makkelijker om ergens e brui aan te geven. Dat is een les die ik in het verleden al wel heb geleerd.

En nu ik weer aan het begin van een nieuw traject sta waar ik anderen mee hoop te kunnen helpen én met twee lopende projecten (een vertaling en een boek dus). Vandaag is toch een beetje een rare dag dus misschien dat ik die twee projecten morgen pas weer oppak. Allebei afrondend. Ik hop het voor het einde van mijn vakantie af te kunnen sluiten, om dan eind september aan het nieuwe project te kunnen beginnen.

Gezien dat nieuwe project leek het mij verstandig om ter voorbereiding toch maar weer in gewoontes te duiken. Ik zei laatst op Twitter wel iets in de trant van dat het weinig zin heeft om zelfhulpboek maar daar schreef ik ook bij dat dat alleen geldt als je wat je leest niet toepast. Iets dergelijks heb ik op dit blog ook weleens beweerd. En juist dat toepassen, lukte me in het verleden vrij aardig. Dankzij blogs van Peter over een boek van Leo Babauta ben ik aan het wandelen gegaan. En uit het boek A mind for numbers – waar de MOOC Learning how to learn op is gebaseerd – heb ik nog extra tips opgedaan die mij enorm hebben geholpen bij mijn opleiding. En die MOOC ontdekte ik dan weer dankzij een blog van Elja.

En toevallig zag ik van de week bij de Online bibliotheek dat daar een opvolger van A mind for numbers te leen was: Leren als een pro. Daar heb ik dus de preview van gelezen en daar stonden dus weer een paar nuttige tips. Dat boek ga ik dus straks lenen. Al was het maar omdat mijn nieuwe project met leren te maken heeft.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay