Nostalgie

MSX BASIC

Geen idee hoe het komt, maar ik ben de laatste tijd nostalgisch. Ik denk aan boeken die ik vroeger las, dwaal rond op sites over onze eerste computer, de MSX 2. Om precies te zijn was dat een Philips NMS 8245, niet veel later opgevolgd door een NMS 8250 omgebouwd tot een NMS 8255. Dat wil zeggen dat er twee 720 KB diskettestations in zaten in plaats van één.

Ik was zeven toen we die eerste computer kregen dus hij werd vooral gebruikt voor spelletjes. Konami Soccer en Hyper Olympics 1 en 2 waren favoriet en daar hadden de joysticks vaak onder te lijden. Gelukkig was mijn vader handig. Ik zag trouwens net dat er van Hyper Olympics een app te krijgen is en dat het indertijd op veel meer spelcomputers is verschenen en dat de oorsprong bij speelautomaten lag. Dat wist ik al, dat van die app nog niet.

Later heb ik de tekstverwerker Tasword veel gebruikt. Daar zou ik mijn eerste roman bij moeten staan, nou ja, de eerste pagina daarvan dan want zoals ik al eerder zei, ver kwam ik niet.

Die eerste computer kregen we van opa omdat hij vond dat zijn kleinkinderen met de tijd mee moesten gaan. In 2004 hebben mijn neef en ik al onze diskettes omgezet voor gebruik op een emulator. Toen deed de MSX 2 die jaren opgeborgen had gestaan en daarna weer dat lot moest ondergaan, het in ieder geval nog. En toen hadden computers nog een diskettestation.

Hoe dan ook, op internet kun je volgens mij voor praktisch alle oude pc-systemen, of om de correcte term term te gebruiken, home computers te vinden. Het verschil tussen personal en home computer was vooral dat de personal computer vooral op de zakelijke markt was gericht, terwijl home computers als de MSX, de Commodore 64 (en 128) of de Commdore Amiga vooral grafisch sterker waren en veel meer op spelletjes, zelf programmeren en de thuisgebruiker was gericht. Ook was een home computer dikwijls goedkoper dan een personal computer (IBM, IBM-klonen, of Apple) waren.

Al typend krijg ik nog meer nostalgie en ben ik benieuwd naar die eerste ‘roman’. Als het goed is, heb ik de diskette waar die op stond, ook omgezet naar een bestand die voor de emulator – Blue MSX – toegankelijk moet zijn, dus ik moet een dezer dagen toch eens kijken of dat ik die eerste pennenvruchten nog kan vinden. Het moet teruggaan tot aan het begin van de brugklas dus wie weet staan er nog wel eerste werkstukken op.

Nou ben ik toch benieuwd…

Inhoudsopgave

Voor mijn boek in wording vond ik het erg gemakkelijk om er elke dag aan te schrijven. Dat kwam omdat ik voor mijn boek werkte met een inhoudsopgave aan onderwerpen. Ik had er een lijstje van gemaakt in OneNote en ik hoefde dus alleen iedere dag of te kijken wat ik die dag zou gaan schrijven. Voor zover dat nog nodig was want ik kende de inhoudsopgave min of meer van buiten. Ik wist dus altijd wat ik wilde schrijven. Aan een paar woorden had ik genoeg.

Voor mijn blog werk ik altijd heel anders. Regelmatig weet ik waarover ik ga schrijven, maar vaak ook niet. Natuurlijk, ik heb mijn series waardoor ik iets meer richting heb, maar in wezen staar ik soms naar het witte scherm zonder echt een idee over wat er komen gaat. En dat staren vermijd ik dan maar helemaal. Dat is ook een reden waarom dagelijks bloggen mij tot nu toe niet wil lukken, op een enkele uitzondering lang geleden na.

Wil ik dus echt dagelijks gaan bloggen dan zal ik dus onderwerpen in voorraad moeten gaan leggen. Een reden dat ik dat niet eerder heb gedaan, is dat ik het idee had dat het schrijfplezier er minder door zou worden maar door mijn NaNoWriMo project heb ik nu gelukkig gemerkt dat dat totaal niet het geval hoeft te zijn. Dat heeft me positief verrast. Dus ik denk dat ik een dezer dagen toch maar een keer ga brainstormen over onderwerpen.

Ik heb voor deze maand alvast één onderwerp bedacht. Blijf het volgen dan merk je het vanzelf. Een ander punt is dat ik hier meestal schrijf vanuit kennis die ik al heb; er gaat meestal weinig studie aan vooraf. Dat gold ook voor mijn boek in wording, dat was grotendeels bestaande kennis en ervaring. Een voorbeeld van een serie waar ik onderzoek voor nodig had, was mijn reeks over gewoontes. Daarvoor moest ik boeken lezen. Dat was allesbehalve een straf maar ik merkte wel dat erover schrijven nog wat moeilijker ging. Daar verbetering in aanbrengen is ook een doel. Dat zou kunnen door iets beter aantekeningen te maken en door in de weekenden alvast wat na te denken over het wat en hoe van het eigenlijke schrijven.

Kortom, er zijn wel degelijk een paar dingen die ik van deze langdurige schrijfoefening wil leren: onderwerpen genereren en onderzoek doen voor het schrijven. Natuurlijk kan ik dat, ik heb het tijdens mijn studie vaak genoeg gedaan maar dat is inmiddels alweer ruim tien jaar geleden. Die vaardigheid opfrissen kan geen kwaad. Al is het maar omdat ik nog een reeks artikelen wil schrijven over Captain W.E. Johns als publieke intellectueel rondom het Verdrag van München uit 1938.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Genoten van mijn #NaNoWriMo project

Vandaag zou ik eigenlijk het voorwoord van mijn NaNoWriMo project schrijven maar er viel een deelonderwerp af omdat het een ingewikkelde grafiek betrof die lastig na te maken viel. Die grafiek zelf had niets met mijn persoonlijke ervaring te maken dus ik besloot om voor die grafiek naar internet te verwijzen.

Ik had er een dag voor uitgetrokken, voor het maken van de grafiek die uiteindelijk uitviel en omdat ik niet het gevoel had dat ik nog een vervangend onderwerp moest verzinnen, was ik dus een dag eerder klaar dan gepland.

Ik heb het gevoel dat ik alles heb gezegd wat ik wilde zeggen en ook qua opzet is het geworden wat ik gehoopt had. Met circa 16.500 woorden heb ik me niet aan de beoogde omvang van 50.000 woorden voor NaNoWriMo gehouden maar ik wil juist een handzaam boek schrijven dat je snel kon lezen maar dat je in mijn ogen voldoende informatie geeft om met de materie aan de slag te gaan. En ik heb het idee dat dat is gelukt.

Ik liep al enige tijd met het idee rond voor dit boekje en heb afgelopen zomer zelfs al een korte voorstudie gedaan waar ik toen uiteindelijk niets mee deed maar die me wel aan het denken zette toen ik eind oktober een paar tweets voorbij zag komen over NaNoWriMo.

Het begon weer te kriebelen zeg maar. Toch een keer proberen? Snel de knoop doorgehakt. Geen fictie want hoewel ik het graag lees heb ik voor wat ik zelf schrijf het gevoel dat ik het zelf mee moet hebben gemaakt voor ik erover kan schrijven. Het moet voor mij op waarheid en eigen ervaring gebaseerd zijn. Toegegeven, toen ik nog op de basisschool zat, ben ik ooit eens aan een roman begonnen maar ik zat al snel helemaal vast. Een serieuze poging kun je het in ieder geval niet noemen. Ik ben er geloof ik een dag mee bezig geweest. Maar het idee auteur te zijn of te worden sprak me toen al aan.

Misschien is die roman iets voor in de toekomst want ik heb tijdens mijn studie Cultuurwetenschappen natuurlijk wel wat over het schrijven van fictie opgestoken en ergens is het misschien een uitdaging maar dan wel voor later.

Voor nu ben ik blij met dit project: non-fictie dus. Ik heb eindelijk eens een maand lang kunnen reflecteren op mijn bipolaire stoornis en daar al mijn ervaringen over op kunnen schrijven. Want ik heb er in die meer dan twintig jaar dat ik er nu last van heb, toch wel het nodige over geleerd. Kennis die ik graag eerder had gehad, zodat ik die had kunnen inzetten ter voorkoming van manieën. Maar ook hier geldt: al doende leert men.

Ik heb het idee dat ik van het opschrijven zelf ook weer heb geleerd en dat vind ik alleen maar winst. Ik weet nog niet wat ik ermee wil gaan doen. Enerzijds heb ik het voor mezelf geschreven, anderzijds zou het toch wel leuk zijn als anderen die in hetzelfde schuitje zitten, het ook lazen en daardoor niet in dezelfde valkuilen trappen als ik.

Voorlopig is dat nog toekomstmuziek. Eerst over een paar maanden herzien. En het herzien schijnt het echte werk te zijn en daarna misschien door een inhoudelijke specialist laten lezen. En vandaar zien we dan wel weer verder.

~~~

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay.

Wil ik iedere dag?

Vanmorgen heb ik mijn NaNoWriMo project afgerond. Dat wil zeggen: de eerste versie. Over een aantal maanden de revisie, nu eerst even wat afstand. Ik moet zeggen dat ik het heerlijk vond om dagelijks met het boek bezig te zijn. Het was een onderwerp waarover ik het hier ook wel eens gehad heb en dat me aan het hart gaat. Maar daarover morgen meer.

Vandaag wilde ik het hebben over iets anders. Ik heb in totaal 29 dagen zonder onderbreking aan het boek gewerkt. Ik bedoel daarmee natuurlijk zonder een dag over te slaan, iedere dag ongeveer een uur en dat ik is me goed bevallen. Zo goed dat ik overweeg om er een dagelijkse gewoonte van te maken. Je weet wel, dat andere onderwerp waar ik het op dit blog vaak over heb gehad en waarvan ik toch het ernstige vermoeden heb dat ik er nog een keer op terug ga komen. Maar laat ik wat dat betreft niet op de muziek vooruitlopen.

Zoals gezegd: ik heb genoten van het schrijfproces. Zo zeer zelfs dat het me niet alleen op het gebied van gewoontes aan het denken heeft gezet. Ik koos ooit voor een nieuwe richting door het pad van web developer in te slaan. Dat paste bij mijn karakter, zo bleek uit testen en uit de praktijk. Alleen blijkt mijn wiskunde iets tekort te schieten waardoor het vak in de harde werkelijkheid (te) hoog gegrepen was. Het was vooral het creatieve, het maken van websites, dat me aansprak. En dan meer specifiek het (programmeer)talige. Het (grafisch) ontwerpen van een site sprak me veel minder aan.

Tijdens mijn schrijfmaand realiseerde ik hoezeer schrijven in die zin lijkt op programmeren. Bij beide maak je iets met taal waar de ander hopelijk iets aan heeft. Dat opent voor mij het pad naar vaker schrijven, gecombineerd met het plezier dat ik eraan beleef. Dus ik ben van plan door te gaan met schrijven, niet meer in Word, maar hier op mijn blog. Na ongeveer vier weken iets doen heb je volgens Leo Babauta een gewoonte te pakken, dus die heb ik alvast in mijn tas. Laat ik die gewoonte hier voortzetten.

En als nieuwe dagelijkse gewoonte wil ik meer lezen. Ik lees weliswaar behoorlijk veel en ik heb mijn doelen voor dit jaar al gehaald, maar het is erg onregelmatig. Zo lees ik weken achtereen iedere dag, dan weer weken helemaal niet. Dat vind ik jammer want ik beleef wel heel veel plezier aan lezen; een plezier dat ik vaak niet beleef aan de gemaksvervanger die meestal dienst heeft, namelijk de televisie, of YouTube. Dan pak ik liever wat regelmatiger een boek. Ik ben gisteren al begonnen. Hopelijk houd ik het nu wat langer vol. Aan het aantal interessante boeken die op me wachten, zal het zeker niet liggen.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

#NaNoWriMo halverwege

Ooit schreef ik Misschien heb ik het halve boek al wel geschreven. Dat heb ik nu daadwerkelijk omdat ik met NaNoWriMo meedoe om in november een boek te schrijven. Een ‘novel’ is eigenlijk de bedoeling maar ik ben bang dat ik voor een roman niet voldoende fantasie heb.

En eigenlijk wil ik er ook helemaal geen schrijven. Waar ik al een paar jaar over nadacht was een manier te vinden om alles wat ik geleerd heb over mijn bipolaire stoornis bijeen te brengen. Voor mezelf. En wie weet kan ik anderen daar dan vervolgens ook mee helpen. Een beetje dromen moet kunnen.

Maar mocht het ooit zover komen, dan moet eerst dat boek af. Ik ben nu halverwege – want half november – en het gaat ontzettend lekker. Ik merk dat ik heel veel plezier aan het schrijven beleef en dat ik er zelf ook van leer. Het lukt me ook zonder mankeren om iedere dag te gaan zitten om te schrijven, iets wat me voor mijn blog moeilijker valt.

Ik schrijf uit mijn eigen ervaring en heb niet de intentie de volledige 50.000 woorden van #NaNoWriMo te halen. Ik schrijf het dan wel voor mezelf maar als ik er ooit anderen mee kan helpen dan graag, Daarvoor leek het mij nuttig om kort en bondig maar wel actiegericht te schrijven, dus een omvang van de ‘In 60 minuten’ -serie of de ‘kleine boekjes – grote inzichten‘ serie waarin onder andere ‘De Kleine Allen‘ in is verschenen. De serie vat bekende managementboeken samen in zo’n 15.000 woorden (volgens Kobo.com dan)

Ik zit mooi op schema en heb nog voldoende onderwerpen om de maand mee vol te maken. Al bedacht ik onderweg dat ik mijn hoofdstukjes graag af wil sluiten met kleine doe-opdrachten, dus daar moet ik ook tijd voor vrij maken.

Wat er gebeurt als ik het af heb? Het gaat om een medisch onderwerp, dus ik zal het nog minimaal een specialist moeten laten lezen. Want qua gezondheid wil ik als ervaringsdeskundige geen onzin beweren. Daar is ieders gezondheid mij te belangrijk voor.

Voorlopig dus eerst nog een paar weken lekker schrijven en dan zien we daarna wel weer verder. Dat ik opnieuw merk hoeveel plezier ik aan schrijven beleef is ook al grote winst. Dat wil ik er graag in houden want ik heb het creatieve gevoel meer gemist dan ik me gerealiseerd had.

~~~

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay

Van top tot teen

Het is weer even rustiger op dit blog maar dat wil zeker niet zeggen dat ik stil zit. Druk op het werk, druk aan het schrijven voor mijn nog steeds titelloze NaNoWriMo project. Daarover morgen meer. Vandaag een update over mijn schoenen, het looponderzoek en over mijn nieuwe hoorapparaten.

Een paar weken voor mijn ongelukkige valpartij had ik nieuwe schoenen besteld bij mijn orthopedische schoenmaker. Ik had gevraagd om schoenen met meer vering en op voorstel van de schoenmaker heeft hij er ook nog afgeronde hakken onder gezet zodat het afwikkelen gemakkelijker gaat. Door het hele coronagebeuren heb ik ze nog niet uitgebreid kunnen testen maar ik heb ze al wel een dag aangehad naar mijn werk en dat ging prima. Het loopt iets soepeler en het lopen gaat iets natuurlijk.

Deze schoenen houd ik voorlopig voor net en mijn vorige paar is nu gepromoveerd tot wandelschoenen. De vering van het nieuwe paar zit vooral in de schoenzool, dus misschien is het een idee om de zolen een keer te vervangen door het type van mijn nieuwe zolen.

Uitslag looponderzoek

Dat hangt onder andere af van de uitslag van het uitgebreide looponderzoek dat ik een paar weken geleden had. De beelden en de rapportages zijn inmiddels bestudeerd en ik heb dinsdag een afspraak met mijn revalidatiearts om te bespreken wat eruit is gekomen. Daar ben ik heel benieuwd naar want ik ben me er natuurlijk wel van bewust dat ik vaker val dan gebruikelijk is en ook zeker vaker bijna val. Nu zal ook wel meespelen dat ik geen diepte zie en ik daardoor oneffenheden onderweg minder makkelijk opmerk, maar ik denk dat het vooral zit in mijn onwillige rechterbeen.

Het onderzoek was grondig en ik begreep tijdens het onderzoek al dat er hier en daar ruimte voor verbetering inzat dus ik ben heel nieuwsgierig wat ik dinsdag te horen krijg. Het zal wel iets met botox en/of een veer/beugel in de schoen worden maar laat ik niet op de zaken vooruitlopen.

Keus nieuwe hoorapparaten gemaakt

Ondertussen ben ik ook bij het audiologisch centrum geweest en die hebben mijn keuze voor de toestellen die zij hadden voorgeschreven bevestigd. Ik had namelijk van de audicien een gelijkwaardig alternatief gekregen maar met de toestellen van de audioloog hoorde ik net iets beter en prettig, hoewel het verschil klein was. Maar de keuze is toch gemaakt. Ik heb nu een categorie 5 toestel, terwijl mijn oude toestellen categorie 4 waren. En dat verschil heb ik gemerkt. Ik kan nu zelfs goed verstaan in het rumoer op mijn werk.

De audioloog deed een kleine test die mijn vermoeden bevestigde. Van de zomer verstond ik met mijn oude categorie 4 toestellen 90% van de woordjes op normaal spraakvolume terwijl dat met mijn nieuwe categorie 5 toestellen 100% was.

Nu moet ik alleen alles nog orde maken bij de audicien en nog een keer naar mijn linker oorstukje laten kijken, want dat is nog niet goed. Ik heb over een week een afspraak. Nu doe ik het al een paar dagen met één toestel, nu ik toch niet weg hoef maar ik heb het idee dat de wondjes in mijn oor aardig genezen en dat ik morgen allebei de toestellen weer in doe, links met het oude oorstukje.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Nog titelloos #NaNoWriMo project

Afgelopen zomer deed ik een keer een beroepskeuzetest. Niet dat ik toen of nu grootse plannen heb op dat gebied maar ik wilde weten of mijn keuzes van de afgelopen jaren bevestigd zouden worden. Het kwam nog steeds in de buurt, zo bleek. Toch zat er ook een kleine verrassing in het vat. Desktoppublisher wekte niet heel verbazing – al vrees ik dat het nog de nodige studie zou vergen als ik er wel mee verder wilde. Het was het alternatief dat me meer aanstond. Auteur, en nog een paar dingen die ik alweer vergeten ben.

Auteur. Daar kon ik wel iets mee, ook al werd er in de toelichting op de voor mij passende beroepen wel gewaarschuwd dat die banen veel studie zouden vergen en/of minder makkelijk geld opbrachten. Maar ja, ik had de test dan ook meer voor de lol gedaan dan voor het echie, dus wat maakte dat nu uit.

Van vertaler naar auteur is niet zo’n grote stap. Denk aan Jan Siebelink die als docent Frans ook romans uit het Frans vertaalde en later een niet onverdienstelijke schrijver werd. Het kan dus wel. Toch zag ik mijzelf niet als romancier of schrijver van thrillers, hoezeer ik ook van beide kan genieten. Nee, ik zie mezelf dan eerder als schrijver van non-fictie, net als op dit blog.

Het onderwerp vinden was niet moeilijk

Dat wist ik namelijk eigenlijk meteen: mijn bipolaire stoornis. Hoe vaak heb ik niet gelezen dat de beste manier om iets te leren over een onderwerp is door het aan een ander uit te leggen? Dus ik kon me allicht een klein publiek voorstellen en hen uitleggen hoe dat voor mij nu werkt, zo’n manie. En al doende dat alles opschrijven want dat je van dingen opschrijven wijzer wordt, heeft dit blog mij wel geleerd.

Ik begon heel simpel: elke dag een alinea over een aspect van mijn bipolaire stoornis waar ik in het verleden mee heb geworsteld. Een korte samenvatting per deelonderwerp, met als doel de gesprekken in de behandelkamer gerichter te maken. Dat laatste is wel gelukt maar dat kwam niet noodzakelijkerwijs door wat ik opschreef, al hielp het feit dat ik schreef misschien wel. Na een week of twee, drie vond ik dat ik voldoende geschreven had. Het voelde therapeutisch.

En toen werd het eind oktober…

…en zag op Twitter en in blogs #NaNoWriMo weer voorbijkomen en ik dacht: what heck, ik heb de samenvatting al, waarom zou ik die niet uitwerken tot een boek? Voor mezelf en wie weet ooit. Ooitdromen mag even, maar eerst dat boek. Waarom eigenlijk?

Ik heb gemerkt dat mijn bipolaire stoornis zich soms als een soort sluipmoordenaar gedraagt. Zomer 2018 wist ik dat-ie kwam, en kon ik hem de baas, maar voorjaar 2019 was ik ziende blind en heeft het me een maand of vier gekost om er weer bovenop te komen. En daarna nog eens twee maanden afvlakking niet aan zien komen…

Kortom, ik zal altijd alert moeten blijven, vroegtijdig moeten signaleren. En ik denk dat (beknopt) alles opschrijven over het onderwerp mij kan helpen. Het geeft me hopelijk een helder beeld; houdt me scherp, kan de samenwerking met mijn behandelaar nog beter maken; en geeft zicht op de rol van naasten.

Voldoende reden dus om de schrijfspieren eens flink te gebruiken.

~~~

Afbeelding van Daria Głodowska via Pixabay

Gewoontes: slotwoord en weer aan de slag

Deze blogpost is deel 20 van 20 in de reeks Gewoontes

Na het artikel hoe je van je van de gewoonte af kunt komen om zo vaak naar je telefoonscherm te kijken van gisteren, is deze serie eigenlijk wel beëindigd. Ik heb eruit gehaald waarnaar ik op zoek was, namelijk een verklaring waarom het aanleren van gewoontes me te toch moeizamer afgaat dan in de boeken beschreven staat. Het heeft iets met stress te maken en ik ben ermee aan de slag. En het gaat nu voor korte periodes al een stuk beter. Nu nog voor slechte gewoontes, maar het einde van deze serie lijkt me een mooie gelegenheid om weer eens een poging te wagen een aantal slechte gewoontes af te leren. Eén voor één dan.

Verder heb ik net nog een kleine aanpassing gemaakt in het deel dat ging over het boek van Duhigg. Een gewoonte bestaat volgens hem uit de volgende vier onderdelen (cue, routine, reward en belief). Oftewel aansporing, routine, beloning en geloof. Alleen die vertaling van cue als cansporing zat me nog niet helemaal lekker. Ik had al eens gedacht aan signaal en toen ik gisteren via de Online bibliotheek zag dat vertaalster Patty Adelaar dat in Macht der gewoonte ook had gebruikt, heb ik dat in deze serie ook aangepast.

De afgelopen week heb ik Zen habits – mastering the art of change van Leo Babauta waar het voor mij bijna 5,5 jaar geleden mee begon (zie Achtergrond hieronder. Dat was aanleiding tot nieuwe blogposts. Weliswaar hebben Peter en ik het boek samen niet volledig behandeld, maar ik heb het idee dat dat wel afdoende aan de orde is gekomen in deze serie. Het ging bijvoorbeeld over stress.

Tot slot heb ik natuurlijk nog lang niet alles gelezen wat er over gewoontevorming te lezen valt. Zo kon ik natuurlijk de afgelopen maanden niet om Atomic habits van James Clear heen. Maar ik had eigenlijk al gevonden wat ik zocht, dus ik heb het boek niet gelezen. Wel kan ik voor geïnteresseerden verwijzen naar deze Engelstalige samenvatting van het boek door Arthur Worsley van The Art of Living. Hij is nogal enthousiast.

Inmiddels ben ik ook begonnen aan het project waar ik deze maand mijn kennis van het aanleren van gewoontes bij kan gebruiken: het schrijven van mijn #NaNoWriMo boek. Al wordt dat dan geen roman maar een zelfhulpboek. Morgen meer daarover.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van My pictures are CC0. When doing composings: via Pixabay

Een slechte gewoonte afleren volgens Good habits, bad habits van Wendy Wood

Deze blogpost is deel 19 van 20 in de reeks Gewoontes

Het voordeel van zowel The power of habit van Charles Duhigg als van Good habits, bad habits van Wendy Wood is dat beide boeken eindigen met een positieve noot. Het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn om een slechte gewoonte af te leren. Dat in tegenstelling tot Zen habits – mastering the art of change waarin Leo Babauta vooral bezweert niet te beginnen met het afleren van een slechte gewoonte. Hij gaat daarin zelfs zo ver dat hij aangekomen bij het hoofdstuk over slechte gewoontes afleren nog zegt dat je het toepassen van wat hij in dat hoofdstuk schrijft nog maar even moet wachten.

Duhigg en Wood doen allebei minder moeilijk en hun appendices laten het er doodeenvoudig uitzien, dat afleren van een slechte gewoonte. Laten we kijken hoe dat volgens Wood bij het afleren zo vaak op je telefoon te kijken.

In vijf stappen van je slechte gewoonte af*

  1. Word je bewust van je slechte gewoonte anders kun je er simpelweg niet aan werken. Vergeet niet dat je je van veel gewoontes niet of nauwelijks bewust bent omdat je ze op de automatische piloot uitvoert.
  2. Controleer de omgevingssignalen: laat je telefoon liggen als je het huis uitgaat, (iets meer dan) twintig jaar geleden was het nog heel gewoon om zonder telefoon van huis te gaan; verwijder notificaties.
  3. Maak de gewoonte moeilijker: stop je telefoon achter een dichte rits, verwijder apps.
  4. Stapel er een goede gewoonte bovenop. Iedere keer dat je je telefoon checkt, bel je een bekende.
  5. Maak andere acties gemakkelijker. Zorg voor een beter alternatief. Tijd doden: lees een boek.

Pas je deze vijf stappen consistent toe, dan geef je herhaling een kans en kan een alternatief voor/ombuiging van de slechte gewoonte automatisch gedrag worden.

*De vijf stappen zijn door mij geconstrueerd; ze staan wel in de appendix maar worden door Wood niet gepresenteerd als in vijf stappen van je slechte gewoonte af.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Groots denken? Klein beginnen

De laatste weken merk ik dat ik meer wil met mijn blog. Misschien komt het ook door mijn voornemen mee te doen aan nanowrimo, maar het gevoel is er onmiskenbaar. Dat nanowrimo project wordt geen roman, dat ‘novel’ in National Novel Writing Month‘ laat ik maar even zitten, net als het streven om in een maand 50.000 woorden te schrijven. Ik denk eerder aan non-fictie en klein en compact maar daarover maandag meer wanneer ik daadwerkelijk ben begonnen en er mijn eerste twee schrijfdagen op heb zitten.

Door dit project krijg ik flashbacks naar de start van dit blog. Positieve herinneringen zijn het, maar zo groot als ik toen dacht – mede door die beperking die nu onderwerp zal zijn van mijn boek in wording – zo klein wil ik het nu houden. Ik schrijf voor mezelf; ik probeer dingen helder te krijgen, voor mezelf. Dat is het eerste doel, dat ik er mezelf mee help. Want luidt het gezegde niet dat wie zichzelf niet helpt, een ander ook niet kan helpen?

Toch moet ik toegeven dat ik wel droom: wanneer ik mezelf geholpen heb – ervan uitgaande dat dat lukt, dan kan ik misschien ook een ander helpen. Nu loop ik alleen ver voor de muziek uit. Eerst maar aan slag, morgen alle aantekeningen nog eens doornemen en dan zondag echt beginnen. Ik weet al wat ik dan wil schrijven. Meteen maar het belangrijkste, dan hebben we dat gehad, ook al omdat de rest van het verhaal daaruit volgt.

En, oh ja, ik moet stelling nemen, las ik bij Kitty Kilian. Per hoofdstuk. Dat vind ik een behoorlijke uitdaging want meestal kabbelt het hier vrij rustig voort. Voor dat boek is het wel handig als ik behalve mezelf uiteindelijk ook anderen overtuig. Ik zal immers mensen die ik misschien kan helpen, eert zover moeten zien te krijgen dat ze het eerst lezen. Loop ik alweer voor de muziek uit.

~~~

Afbeelding van Ri Butov via Pixabay