Dat was Nanowrimo in november. Op naar december

Dit jaar begon ik met een week vertraging aan #Nanowrimo. Geen probleem want ik wilde verdergaan met het boek dat ik vorig jaar had geschreven. Ik had het naar een aantal proeflezers gestuurd en misschien moest het wel persoonlijker.

En dat vond ik lastig. Wilde ik mijn manieën wel in geuren en kleuren beschrijven? Er waren immers anderen bij betrokken en het laatste wat ik wil is met het boze vingertje wijzen. Dat ik nu denk te weten waar mijn manieën vandaan kwamen – en hopelijk niet meer gaan komen omdat ik nu een goed stuk gereedschap in handen heb – betekent nog niet dat ik vrijuit kan vertellen wat er allemaal misging.

De uitdaging dit jaar was wel laten zien wat mijn manieën triggerde maar niet anderen daar de schuld van geven. In eerste instantie besloot ik echter zuiver therapeutisch om alles van me af te schrijven zoals het is gebeurd en zoals ik het ervaren heb. En iedereen met naam en toenaam noemen. Maar daar ben ik inmiddels vanaf gestapt. Sommige dingen en mensen staan nog te dichtbij om in het boek te beschrijven. Te herleidbaar. Dat zorgde voor flink wat hoofdbrekens en voor vertraging.

Maar nu denk ik dat ik een oplossing te hebben gevonden: kill your darlings. Ik heb een flink stuk van het manuscript verwijderd. Al met al denk ik nu kan laten zien wat er bij mij mis gaat terwijl er ook beetje te raden overblijft. Dat was het voor mij immers ook jarenlang. Waarom levert situatie xyz voor mij een manie op terwijl anderen in dezelfde situatie juist geen enkel probleem ervaren. Een oud-collega stelde me ooit zelfs die vraag. Waarom ik wel en zij niet?

Een antwoord kon ik haar niet geven, maar inmiddels wel. Misschien dat ik mijn boek als een soort detective had moeten opzetten: geen whodunnit maar een whatdunnit. Dat is het overigens toch wel een beetje geworden.

En dan is er nog het stuk van vorig jaar: vanaf morgen alles lezen en aaneensmeden in de ik-vorm. Met verwijzingen naar het stuk van dit jaar. Dan denk ik dat ik mooi kan schrijven hoe de whatdunnit een stuk korter dan bijna twintig jaar hoeft te duren.

~~~

Afbeelding van Heiko Behn via Pixabay

Een bekentenis

Voor wie mij een beetje kent, zal wat ik nu ga bekennen niet als een verrassing komen: ik ben ijdel. Daarom onderga ik zeker eens per jaar een behandeling. Deze week was het weer zover. Ik had er al maanden naar uitgekeken want er is voor zo’n behandeling uiteraard een flinke wachtlijst. 
Maar onlangs mocht ik dan eindelijk naar Eindhoven. Ik was wat vroeg en moest nog even wachten. Dat had ik er natuurlijk wel voor over want ik weet uit ervaring hoe goed de resultaten van deze behandeling bij mij zijn.

Nadat mijn geduld nog even ernstig op de proef was gesteld, mocht ik naar binnen en even later op de behandeltafel gaan liggen. Ik was binnengekomen met een assistente die even wat materiaal was gaan halen en net na mij was er tot mijn verbazing nog iemand binnen gekomen.

Daar lag ik dus, omringd door drie dames. Ja, wie mooi wil zijn moet pijn lijden. Terwijl de assistente druk bezig is, vraagt de arts aan de arts in opleiding: “Heb je al eerder spuiten gezet?” “Ja”, antwoordt zij, “maar dat is al even geleden”.  Mijn conclusie was dus juist geweest. Dat heb ik weer, dacht ik.  

Er wordt ondertussen ijverig met gel gesmeerd en niet veel later komen de injectienaalden wel erg dichtbij. De eerste naald gaat naar binnen. “Je zit te diep”, zegt de arts nog voor ik auw heb kunnen roepen tegen de arts in opleiding. Ze staren als gebiologeerd naar het scherm. Ik begin hem toch een beetje te knijpen want het scherm van de echo –wie zegt dat alleen vrouwen een echo laten maken?– staat net buiten mijn zicht. De naald wordt iets teruggehaald. Nu zit-ie wel goed, zo blijkt na bestudering van het schermpje. En de injectiespuit wordt leeg gespoten: daar gaat de botox.

Bovenstaand procedé wordt nog vier keer herhaald. Het blijft zoeken voor de arts in opleiding en het duurt daardoor wat langer dan gebruikelijk. Er vloeit wat bloed en helemaal pijnloos is het niet. Maar het oog wil ook wat, dus ik heb het er graag voor over. 

’s Avonds voor ik naar bed ga, trek ik vijf pleisters van mijn spastische rechterarm. Botox is weliswaar beroemd geworden als middel tegen de rimpels in het gezicht, maar eigenlijk is het gewoon een spierverslapper. Rimpels wegspuiten is eigenlijk gewoon spieren verslappen.

Maar wat van botox minder bekend is, is dat de spierverslappende werking ook ingezet wordt voor de behandeling van spasmes. Dat gebeurt ook mij bij. Ik vrees dat mijn bekentenis nu een stuk minder smeuïg is dan je misschien dacht en ik ging ook niet naar de schoonheidskliniek maar naar het revalidatiecentrum. 

Ik ben een groot liefhebber van botox: het houdt mijn arm veel soepeler en ik kan veel meer doen zonder dat mijn arm in de kramp schiet.

Deze column verscheen 20 december 2015 op Onzichtbaarziek.nl

Lees ook het vervolg op mijn eigen site: hoe een wandeling spectaculair werd (februari 2021). Gisteren was het weer zover.

Een nieuwe richting voor mijn boek

Vorig jaar deed ik mee met Nanowrimo en schreef een boek over mijn bipolaire stoornis. Nou ja, de basis daarvan. Toen die af was, had de realiteit me alweer ingehaald en had ik een hypomanie gehad. Simpel gezegd betekent dat dat ik manische gevoelens had maar dat ik nog voldoende bij mijn positieven was om normaal te kunnen blijven functioneren en met extra gesprekken en dito medicatie kon voorkomen dat ik een manie kreeg.

Toen ik de hypomanie voelde aankomen heb ik nog gauw mijn boek naar geïnteresseerde proeflezers gestuurd want door mijn vertalingen weet ik hoe belangrijk die zijn voor een goed eindresultaat. Zeker als je dat eindresultaat zelf op dat moment niet objectief kunt beoordelen.

En mijn proeflezers wonden er geen doekjes om. Het was niet duidelijk of ik patiënt of behandelaar was, het was niet persoonlijk genoeg, er stond te veel herhaling in, maar het ergste was nog wel dat een van mijn proeflezers zei dat het te veel in tips waren zonder dat duidelijk was op welke ervaringen die gebaseerd waren.

Toen ik genezen was van mijn bypomanie besloot ik mijn boek tijdelijk te parkeren omdat er inmiddels een harde deadline voor mijn/onze vertaling was en ik in de tussentijd de woorden van mijn proeflezers op me in kon laten werken.

Eind oktober verscheen de vertaling dus greep ik een nieuwe Nanowrimo aan om verder te gaan met mijn boek. Het was nog vooral nadenken wat ik nou echt wilde. Nee, ik wil niet de medicus uithangen. Dat ben ik namelijk niet. Niet in herhaling vallen. Ik wilde wel de ik-vorm gaan gebruiken. Maar ik wist dat ik er daarmee niet was en daar kwam ik nog niet helemaal uit: ik wil namelijk vooral geloofwaardig zijn. Dat is de basis van elk boek. Maar hoe?

Gisteren tijdens een wandeling rond het Keelven bij Someren viel het kwartje. Ik had de behandeling gebruikt als kapstok. Maar ik moest mijn manieën als basis gebruiken. Mijn ervaring en beleving Wat gebeurde er? Wie had ermee te maken? Waarom liep het zo? Wat leerde ik ervan? Wat voor invloed had mijn verander(en)de gedrag op mensen in mijn omgeving?

Dat en nog meer vragen. Maar durf ik dat? Herkenbaar zijn? Het vereist wel een beschrijving wat er echt is gebeurd, met echte betrokken. Die ik weliswaar niks kwalijk neem aan, soms zelfs dankbaar ben maar die zich misschien toch herkennen in het verhaal, of herkend worden. Hoe verwerk ik dat in mijn boek? Dat is nog eng en een uitdaging.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De Nanowrimo-kop is er weer af

Vorig jaar besloot ik mee te doen aan Nanowrimo, National Novel Writing Month, ieder jaar in november. Ik wilde geen roman schrijven maar had de behoefte mijn ervaringen met mijn bipolaire stoornis van me af te schrijven en de lessen die ik ervan heb geleerd in kaart te brengen zodat ik ze nog wat steviger in mijn systeem kan verankeren.

Dat alles had tot doel om nooit meer een hypomanie, of de zwaardere variant, een manie meer te krijgen. Simpel gezegd heb je bij een hypomanie wel manische of euforische gevoelens maar heb je jezelf nog dusdanig onder controle dat je er nog niet naar gaat handelen. Dat doe je als je niet op tijd ingrijpt bij een manie wel.

Dat wilde ik dus voortaan graag voorkomen door erover te schrijven. En misschien hebben lotgenoten er ook wat aan, dacht ik. Nanowrimo was er ideaal voor. Ik kreeg mijn boek zo goed als af, maar toen ik in het voorjaar wilde gaan herschrijven, kreeg ik toch weer een hypomanie voor mijn kiezen. Niet heel ernstig en ik was er razendsnel bij. Dat geeft de burger moed, maar ik besloot mijn boek toch even te parkeren. Ook omdat het druk was/is op het werk en er nog een boek vertaald moest worden waar een deadline voor was. Die deadline hebben we gelukkig gehaald en het boek is inmiddels verschenen.

Tussendoor schreef ik op basis van mijn ervaringen in het voorjaar nog een paar hoofdstukken en mijn boek en sinds gisteren ben ik weer officieel met Nanowrimo aan de slag. Ik heb een hoofdstuk toegevoegd waarin ik iets beschrijf wat me heel wat ellende had kunnen bespraken, als ik me er maar eerder van bewust was geweest.

Maar dat is natuurlijk ook een doel van boek: mijn lessen dusdanig opschrijven dat anderen die mijn problemen tegenkomen weten wat ze kunnen doen om ze te komen. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb maar omdat ik hoop dat wat ik schrijf anderen aan het denken zet over hoe zij omgaan met hun bipolaire stoornis of die van hun naaste. Want, ik weet dat het vervelend is, maar je zult er toch af en toe over na moeten denken. En misschien helpen de ervaringen van een lotgenoot dan wel.

~~~

Afbeelding van Mystic Art Design via Pixabay

Mossyface

Mossyface, W.E. Johns’ debuut uit 1922. Klik op de afbeelding om te bestellen.

Vorige week zaterdag was ik in Amersfoort bij de Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en aansluitende meeting van de International Biggles Association. Ik was vorig jaar reglementair aftredend maar mocht gelukkig door van de aanwezige leden. Dat was niet spannend, dus dank voor het vertrouwen. Zelf zie ik wat verbeterpunten maar die zijn deels afhankelijk van mijn gezondheid.

Diezelfde gezondheid zorgde er ook voor dat de vertaling van Mossyface, het debuut van Captain W.E. Johns uit 1922 – tien jaar voor Biggles -, zo gruwelijk lang op zich liet wachten. En uiteindelijk is het alleen dankzij teamwerk binnen de IBA gelukt.

Ik begon op 30 juni 2018 met vertalen en al binnen paar weken moest ik er tijdelijk mee stoppen omdat ik last had van mijn bipolaire stoornis. Heel fijn, maar niet heus. Toen doet een beetje achter de rug was, had ik van teleurstelling de grootste moeite om het vertalen weer op te pakken. Volgens mijn behandelaar bij de ggz kon ik wel eens last hebben van afvlakking maar was daar helaas weinig aan te doen.

Zelf had ik wel een idee en dat had te maken met mijn dagelijkse wandelen en de Anki oefeningen die ik een tijdlang iedere dag deed. Je raadt het al: iedere dag met vertalen bezig zijn. En het lukte wonderwel, want ik kreeg mijn deel eindelijk af. Maar toen ik zo ver was dat ik ging corrigeren was ik weer bijna manisch. En laat nou een belangrijk kenmerk daarvan zijn dat je je eigen kunnen schromelijk overschat. Als ik manisch ben, vind ik alles wat ik doe geweldig. Dus ook mijn vertaling. Helaas bleken mijn comrades in arms bij het nalezen daar nogal anders over te denken. En om het nog erger te maken: ze hadden nog gelijk ook. Uiteindelijk hebben we het met z’n allen rechtgezet en was Rogers deel van de vertaling gelukkig een stuk beter.

En toen het boek bijna af was, kreeg ik weer een hypomanie. Ik dacht er net vanaf te zijn en was er een boek over aan het schrijven, maar daarover later weer meer. Ik had toen net mij bipolaire stoornis een constante in mijn leven genoemd. Het vertalen is dat zeker ook. Gelukkig lag de deadline tamelijk ver weg en kon ik tijdig herstellen om het boek af te ronden.

En vorige week zaterdag was dus de presentatie en het is nu te koop bij de I.B.A. Online Shop. Samen met het vorig jaar verschenen, maar nog niet gepresenteerde, Worrals’ oorlog waar ik alleen een kleine aanmoedigende rol had. Al met al ben ik toch trots op Mossyface: vanwege het teamwerk en omdat het me weer het nodige over mijn stoornis en mezelf heeft geleerd. En ik kijk al uit naar het volgende vertaalproject. Maar eerst dus mijn eigen boek.

Leuke dingen in mijn agenda zetten (hoe ik mijn dip te boven hoop te komen)

De laatste tijd merk ik steeds vaker dat ik geen zin heb in dingen die ik normaal gesproken altijd leuk vond. Ik kan me er niet op voorhand op verheugen en dus plof ik maar weer lusteloos in mijn luie stoel om wat televisie te kijken.

Die enkele keer dat ik patroon weet te doorbreken en wel iets anders ga doen, vind ik het wél leuk. Maar het is spaarzaam dat ik me ertoe kan zetten. Spaans leren met Fluent forever, het ging een aantal weken prima maar toen had ik wat problemen met mijn telefoon en was het beroemde momentum weg. Nu wacht ik maar even op mijn nieuwe telefoon. Ja, een vorm van uitstelgedrag, ik weet het.

Het zelfde geldt voor lezen: ik doe het veel te weinig. Soms weet ik er kortstondig een gewoonte van te maken en dan geniet ik met volle teugen. Maar het kan zomaar stilvallen. Net als dit blog. Ik heb bijna twee maanden niet geblogd, terwijl ik nu ik weer bezig ben, merk dat het me veel plezier oplevert. Het uitdenken, het schrijven en het idee dat wie weet iemand nog iets kan hebben aan wat ik als oplossing voor mijn probleem heb bedacht.

Die oplossing werd ook mee aangedragen door de vertaling die ik afgelopen zondag met een groepje fanatiekelingen heb weten af te ronden. Er was een deadline, dus ik moest wel aan de slag. En ik heb ervan genoten. Als ik mezelf dwing om bezig te blijven, heb ik veel meer plezier, meer voldoening dan na een avondje televisie met programma’s die me maar zo zo kunnen boeien.

Fijne dingen in mijn agenda want die is heilig

Het probleem werd steeds duidelijker en de oplossing schoot me maandagavond te binnen. Het heeft te maken met alles wat ik over gewoontes en je dagen goed indelen heb gelezen. Onder anderen Leo Babauta, Charles Duhigg en Rick Pastoor. Die laatste zegt in zijn boek Grip dat je agenda heilig is. Alles wat je in je agenda hebt staan, móét je doen.

Dat wil ik wel proberen. Dus heb ik maandagavond en gisteravond leuke dingen in mijn agenda gezet, met een tijdstip erbij. Tot nu toe bevalt het prima. Ik doe weer meer leuke dingen, heb meer plezier en voel dat ik lekker bezig ben. Natuurlijk, twee dagen op een rij, dat zegt nog niks. Maar ik wilde het idee vastleggen om het echter te maken zodat ik het ook echt volhoud. Eind van de maand maak ik dan de balans op.

~~~

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

De laatste dag uitstel?

En nog steeds heb ik niets gedaan aan mijn boek. Nu al bijna vier maanden niet meer. Terwijl ik toch echt weet dat dingen weer oppakken de beste manier om uit het wak te komen na een hypomanie of een manie. Waarom ik het dan niet doe?

Dat heeft deels te maken met onzekerheid. Deze hypomanie kwam eigenlijk totaal onverwacht. Ik dacht dat ik de materie nu toch echt voldoende beheerste om herhaling eindelijk te voorkomen. Sterker nog: juist het idee dat ik mijn bipolaire stoornis onder controle had, bracht me op het idee om er een boek over te gaan schrijven. Dat ik dan toch weer ziek werd, kwam behoorlijk hard aan en het kostte me de nodige moeite om daar overheen te komen. Te kunnen accepteren dat ook al denk ik alle ins en outs van de stoornis te kennen, deze toch nog weer een manier vindt om roet in het eten te gooien.

Dat was dus even slikken. En daarnaast: ik was met mijn boek zo ver dat ik kon gaan herzien en zoals ik al schreef in de blogpost die ik in de openingszin aanhaalde: daar heb je een kritische blik voor nodig en juist dat is na een hypomanie lastig. Dus ik was gedwongen om toch even een adempauze in te gelasten. Zo’n adempauze mag echter ook niet te lang duren want dan loop ik het risico van de ene pool naar de andere te gaan. Het heet niet voor niets bipolaire stoornis.

Aan de slag

Vandaar dat ik bijna hoop dat het de komende dagen elke dag een uurtje droog is zodat ik nog even kan gaan wandelen en dat ik de rest van de tijd kan lezen in mijn boek want ik heb het gevoel dat mijn hypomanie ver genoeg is gezakt om toch weer kritische blik naar mijn tekst te kunnen kijken. En misschien kan ik het wel langzaam opbouwen met andere ingrediënten voor een goed gevoel.

Aha, de buiigheid valt morgen nog mee, maandag meer regen zodat er voor ieder wat wils is.

~~~

Afbeelding van Darkmoon_Art via Pixabay

Waarom mijn boek nog steeds niet af is

In november begon ik aan mijn boek over hoe ik met mijn bipolaire stoornis omga. Het leek me aardig om eens met National Novel Writing Month mee te doen, na al die jaren dat ik het eind oktober in mijn tijdlijn zag verschijnen. En ik had die zomer al wat losse notities gemaakt en dacht dat er wel een boek in zat.

Dat laatste denk ik nog steeds. Ik denk zelfs dat ik het grootste gedeelte van het boek al geschreven heb. En ik heb al de nodige positieve reacties van proeflezers. Maar toch zit ik al een maand of drie in een wak. Dusdanig dat ik er de afgelopen dagen wat dieper over heb nagedacht. De conclusie is dat ik verder ga met mijn boek want ik merk dat het schrijven me goed doet. Het voelt als een soort verwerking van moeilijke periodes in mijn leven. En daarnaast heb ik het gevoel dat ik door het nadenken over mijn stoornis meer over mezelf leer en dat ik daardoor in de toekomst nog gemakkelijker in kan grijpen als het dreigt mis te gaan. En ten derde geven mijn proeflezers aan dat ze dingen herkennen en dat ze een beeld krijgen van wat een bipolaire stoornis met je kan doen. Aan deze parafrasering mag ik geen rechten ontlenen 😉

Waarom ligt dat boek dan nog steeds niet in de boekhandel?

Goede vraag. Het eenvoudige antwoord is dat ik toch weer last kreeg van mijn stoornis. Eind maart, begin april was dat. Dacht ik er eindelijk vanaf te zijn en er dus maar gelijk over te schrijven, valt dat mooi tegen. Gelukkig viel het met de stoornis mee. Ik had het snel in de gaten en kon voldoende ingrijpen om de schade beperkt te houden. Het werd geen manie maar slechts een hypomanie. Die laatste lijkt op een manie maar ik heb dan wel manische gevoelens maar ik handel er nog niet naar.

Om die reden heb ik mijn proeflezers ingeschakeld. Schrijven kan ik tijdens een hypomanie nog prima maar beoordelen of iets wat ik heb geschreven de toets der kritiek kan weerstaan, is al een stuk moeilijker. Kenmerk van de stoornis dat alles wat ik doe geweldig is. En dat kijkt lastig na omdat een kritische blik wel handig is. Zeker omdat mijn proeflezers wel kritisch waren.

Gelukkig is het nu half juli. Uit ervaring weet ik namelijk dat dat licht euforische gevoel na ingrijpen ongeveer een maand of drie aanhoudt. Daarna land ik weer op aarde. Hoe dat komt? Geen idee maar vanaf morgen – het is vandaag te laat – ga ik weer aan de slag met mijn boek. En misschien denk ik vandaag wel alvast een beetje na over een term uit het boek en een titel.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Op zoek naar het goede gevoel

Vanavond is het precies drie maanden geleden dat ik mijn medicatie met nog een stap moest ophogen. Ik was met het ondersteunende medicijn al van 7,5 naar 10 mg gegaan maar toen ik 9 april bij mijn behandelaar kwam, was ze niet overtuigd. Ik ook niet trouwens want ik merkte dat ik nog te onrustig sliep en dat ik in mijn gedachten soms nog wat te druk was.

We hoefden er dan ook niet over te discussiëren: de medicatie moest naar 12,5 mg. En meteen de eerste nacht merkte ik effect. Ik sliep weer goed en mijn hypomanie (manische gevoelens maar je kunt nog normaal functioneren, hoewel het risico op een manie aanwezig is) was over. Voor de zekerheid heb ik in die periode een aantal dingen laten vallen. Zo heb ik sindsdien nauwelijks iets gedaan voor mijn boek over mijn bipolaire stoornis. Ik dacht ervan verlost te zijn en besloot alles wat ik wist over deze ziekte en hoe mijn omgeving en ik daarmee om te gaan op te schrijven. De ironie dat je dan juist last krijgt van de stoornis, ontgaat me uiteraard niet.

Maar ik maak het boek af, juist deze episode heeft me weer van alles geleerd wat in het boek kan. Dat ik op twee fronten tegelijk alert moet zijn (slaapgebrek en ergernis) maar wat het me bovenal heeft geleerd is hoe goed het schrijven mij deed.

Want ik schreef stiekem voor een ander

Altijd heb ik gedacht dat ik voor mezelf schreef, maar tijdens het schrijfproces van dit boek merkte ik dat ik het ook voor een ander deed. En juist dat gaf een heerlijk gevoel. Het gevoel dat ik die ellende die de bipolaire stoornis met zich mee kan brengen niet voor niets heb doorstaan en dat de lessen die ik daaruit heb getrokken en nog steeds trek, lotgenoten misschien kunnen helpen.

Ja, ik weet dat ik een aantal stappen oversla: revisies door commentaar van proeflezers, een uitgever zoeken (of zelf uitgeven), een publiek vinden … Maar laat me even genieten. Het gevoel dat ik had in de maanden november – maart, net voorafgaand aan de hypomanie was heerlijk en zou ik wel altijd willen hebben. En naar dat gevoel ben ik weer op zoek want ik hoop dat ik nu zo veel van mijn manieën heb geleerd dat ik, afkloppen, ze voor kan blijven zonder dat al te veel concessies hoef te doen. Dat komt uiteraard in het boek.

Al met al doet het me denken aan mijn eerste serieuze baan. Voordat het misging had ik hetzelfde gevoel als ik zeg maar een half jaar geleden had. Daarom is het ook niet heel moeilijk om te kijken waaruit dat goede gevoel bestaat.

Ingrediënten van het goede gevoel

  • Schrijven over mijn beperkingen, blog of boek
  • Vertalen. Nog een paar kleine dingetjes aan Mossyface
  • Lezen. Sinds een week of vier lees ik weer elke dag. Heerlijk.
  • Leren. Misschien toch langzaam de gaten uit mijn omscholing tot web developer aanvullen. Te beginnen met HTML en CSS. Of een cursus bloggen.

Nu maar hopen dat ik niet te ambitieus ben want de laatste jaren ben ik vooral goed in ergens aan beginnen. Doorgaan en afmaken is een stuk moeilijker.

~~~

Afbeelding van Jorge Guillen via Pixabay

Een herinnering met perspectief

Biggles en zijn basis

Het begon allemaal met mijn depressie in 1999. Toen die in de zomer dankzij medicijnen en gesprekken eindelijk voorbij was, was ik ervan overtuigd dat ik het komende schooljaar wel mijn vwo-diploma zou halen. Het was immers de depressie die ervoor had gezorgd dat ik het een aantal maanden eerder niet slaagde.

Misschien omdat ik me zo zeker voelde, wilde ik vooral leuke dingen doen. En wat is er nou mooier dan Biggles-boeken lezen? Gelukkig bestond er een vereniging (en die bestaat nog steeds) waar ik de deeltjes kon bestellen die ik niet in mijn verzameling had. Toevallig kon ik ook een paar boeken bestellen die nog niet in het Nederlands waren vertaald.

Lang verhaal kort: op 16 juni 2001 verscheen Biggles en zijn basis. Dat was de vertaling die ik samen met de in 2005 veel te jong gestorven Marvel M. Wagenaar-Wilm, voorzitter van de International Biggles Association, maakte.

Het was een prachtige dag en de hele opmaat ernaartoe zal ik ook nooit vergeten. Maar dat komt misschien nog wel een keer aan bod, ik beschreef het een tijdje terug al voor Biggles NewsMagazine. De reden dat ik er vandaag aan moet denken is omdat ik me rondom de publicatie van die vertaling zo prettig voelde. Vanaf het moment dat ik begon tot de presentatie en daarna voelde ik me heerlijk. Net zo prettig als tijdens het schrijven van mijn boek in wording over mijn bipolaire stoornis, realiseerde me vandaag al terugdenkend.

En dat biedt hoop

Omdat ik de voorbije twintig plus jaar zo vaak met mijn bipolaire stoornis te maken heb gehad, ontstaat het risico dat ik pessimistisch word. Waar doe ik het allemaal voor? Ik word toch weer ziek. Van dat gevoel heb ik regelmatig last gehad in het verleden en ik moet bekennen dat het me dit keer ook weer af en toe bekruipt.

Daarom ben ik nu zo opgelucht door die herinnering aan de boekpresentatie twintig jaar geleden. Juist omdat ik me én realiseer dat het gevoel lijkt op wat ik nu voelde met mijn boek én dat het toen wel goed met me ging en bleef gaan. Dat betekent dat ik dus niet per se ziek hoef te worden als ik het me goed voel.

Dat geeft hoop: als ik het analyseer waren twintig jaar geleden twee componenten voor mijn manieën afwezig: slaapgebrek en ergernis. Een van die twee kan overigens al voldoende zijn. Het belangrijkste voor nu is dus dat ik me goed kan voelen zonder dat die beide signalen hoeven volgen. Dat is dus niet hoef denken: laat ik maar niet proberen me al te goed te voelen, want dan volgt weer een manie.

Die angst is niet nodig, dus ik pak mijn leuke bezigheden weer op.