Terug naar Cultuurwetenschappen

Deze blogpost is deel 1 van 1 in de reeks Terug naar Cultuurwetenschappen

Vorige maand was het precies tien jaar geleden dat ik mijn bul haalde aan de Universiteit van Tilburg. Een master Algemene Cultuurwetenschappen, nadat ik al eerder dezelfde bachelor had gehaald. Het is allemaal een beetje anders gelopen dan ik op die bewuste 25e maart had verwacht en ik ben uiteindelijk in een heel ander vakgebied terechtgekomen. Dat neemt niet weg dat ik het altijd een interessante studie heb gevonden, al moet ik helaas toegeven dat ik door gezondheidsproblemen niet altijd even gemotiveerd was. Maar al met al bewaar ik goede herinneringen aan de opleiding: leuke medestudenten, interessante vakken (al waren ze dat in mijn ogen niet allemaal); boeiende docent en veel literatuur mogen lezen. Mij hoor je niet klagen.

Tegen die achtergrond vond ik het natuurlijk erg leuk om te zien dat Peter gestart is met een bachelor Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en daar natuurlijk prachtig over blogt. Dat zette mij aan het denken dat het toch wel jammer is dat ik weinig met mijn opleiding doe. Nou, ik beschouw mijn vertalingen ook als een voortvloeisel uit mijn opleiding, alhoewel ik daar op het gymnasium al aan begon. Het past er in ieder geval bij. En ik lees weer veel, maar misschien wat weinig literatuur. En analyses maken; meer doen dan alleen voor mijn plezier lezen, dat komt er niet meer van.

Toen Peter zijn studie aankondigde begon er bij mij dus wat te kriebelen: meelezen doe ik sowieso, maar wat nou als ik meer ging doen? Reageren op zijn posts, kijken waar het aansluit bij mijn opleiding; wat was in mijn opleiding anders dan de zijne; waar sluit het juist wel aan? Kan ik meelezen met de literatuur? Zo heb ik net na mijn opleiding het verzamelde werk van Louis Couperus cadeau gekregen maar ondanks mijn vaste voornemen om meer van Couperus te lezen nadat ik tijdens mijn studie genoten had van Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan kwam dat er tot op heden niet van. Maar ik lees morgen het boekenweekgeschenk uit en dan begin ik daarna aan De stille kracht, het boek dat in Peters reader werd genoemd en hij nu leest. Zo wil ik dus actief met hem mee gaan doen en zo intertekstualiteit creëren. Ik weet nog niet met wat voor frequentie ik over mijn studie ga bloggen, maar ik hoop regelmatig.

Een ander idee dat ik heb vloeit voort uit de tentoonstelling Biggles en de Keizer die ik vorig met de International Biggles Association mocht inrichten in Huis Doorn. Behalve vitrines, hoorde daar ook een groot televisiescherm bij. Daar was een kort interviewfragment te zien over Johns’ ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Als aanvulling leek het mij interessant om te kijken naar Johns’ rol in de jaren dertig want behalve dat hij Biggles-boeken schreef was hij toen hoofdredacteur van Popular Flying (in het eerste nummer, april 1932, verscheen het eerste korte Biggles-verhaal The White Fokker). In zijn voorwoorden haalde hij fel uit naar de toenmalige Britse regering, die hij slapheid t.o.v. Hitler verweet. Hij zag Appeasement totaal niet zitten. Dat leek me een aspect om in het museum te belichten en ik had de biografie By Jove, Biggles! van Peter Berresford Ellis en Jennifer Schofield voor een aantal pakkende citaten.

Tijdens het maken van die presentatie moest ik aan de term publieke intellectueel denken. Dat kwam omdat dat een onderzoeksveld is van Odile Heynders, een van mijn docenten en tevens begeleider van mijn bachelorscriptie over uitgeverij De Beuk. Ze had inmiddels ook een boek geschreven over publieke intellectuelen en ze kon mijn vermoeden bevestigen: omdat Popular Flying toentertijd het grootste luchtvaarttijdschrift ter wereld was, was de term publieke intellectueel op Johns van toepassing.

Ik ben dus al tijden van plan om dat uit te zoeken voor Biggles News Magazine, maar het past natuurlijk ook prima in een blogreeks Terug naar Cultuurwetenschappen.

~~~

Afbeelding van Thorsten Frenzel via Pixabay

Maandag Mossyface

Deze blogpost is deel 1 van 1 in de reeks Mossyface

Volgende week ga ik pas verder met mijn serie over Gewoontes. Ik ben dit weekend minder hard opgeschoten dan ik op voorhand had verwacht en ik wilde deze week juist de methodes van Duhigg, Wood en Babauta vergelijken. Maar daarvoor leek het mij handig om ze daadwerkelijk alle drie gelezen te hebben. Waarschijnlijk volgende week weer verder dus.

Het bloggen op zich geeft me wel plezier dus ik ben een beetje aan het nadenken over hoe ik hier verder ga. Voor vandaag is dat makkelijk. Ik vertel wat over het boek Mossyface van Captain W.E. Johns. Het vertalen daarvan verloopt minder voorspoedig dan ik had gehoopt.

Dat had er enerzijds mee te maken dat ik niet goed in mijn vel zat toen ik er eind vorig jaar mee verder wilde gaan en anderzijds schoot Worrals voor. Dat wil zeggen: Tineke Sommeling en Harry Sluyter waren al verder met hun vertaling van Worrals carries on. De kans dat dat boek op de meeting na de JALV gepresenteerd kon worden was groter. Dus heb ik aan de totstandkoming van Worrals’ oorlog ook een steentje bijgedragen. De presentatie van het boek is echter vanwege het coronavirus voorlopig uitgesteld.

Verder met Mossyface

Worrals’ oorlog is dus af en dat betekent dat ik verder ga met Mossyface. Hopelijk heb ik er nu wat meer geluk bij. Toen ik in de zomer van 2018 begon had ik binnen een maand een kleine manie te pakken en leek het me even verstandig om te pauzeren. Winter/voorjaar 2019. Net lekker aan de gang: zware manie. Herfst 2019. Net weer begonnen: afvlakking door de medicijnen. Vier keer is scheepsrecht dan maar?

Maar ik de heb de basistekst af; dat wil zeggen van mijn hoofdstukken. Mijn partner in crime Roger Schenk had zichzelf de eerste zestien hoofdstukken toebedeeld en halverwege het elfde en mij had hij de laatste negen hoofdstukken toevertrouwd.

Goed, in de winter van 2019 had ik wel de eerste versie van mijn vertaling afgerond maar ik had in de nieuwsbrief van Daphne Gray-Grant gelezen dat je een tekst pas een hele tijd nadat je die geschreven had moest gaan nakijken. Dus had ik tijdens het vertaalproces totaal niet nagekeken. Voorheen had ik altijd de gewoonte om dezelfde avond twee keer na te kijken en de dag erop nog een keer. En dan het geheel van een hoofdstuk en het totaal nog een keer.

Nu had ik nog niets nagekeken toen mijn manie toeslag. Gevolg van een manie kan zijn dat je erg veel vertrouwen hebt in eigen kunnen. Dus toen Tineke me vroeg of ze iets kon doen voor Mossyface mocht ze van mij mijn vertaling lezen.

Dat heb ik geweten; ze heeft twee hoofdstukken doorgeploegd en pas nu zie ik echt – nu er eindelijk eens geen gezondheidsissues spelen – hoe ze dat gedaan heeft en hoe ik mijn vertaling naar een hoger plan kan tillen. Het kwam erop neer dat mijn tekst te dicht bij het Engels bleef. Ik stond er weer bij stil hoeveel ik er zelf normaal al uit haal voor ik het naar mijn collega’s mail. En die zijn daarna ook niet zuinig met commentaar. Ik weet dat ik lang niet alles zie wat er te zien valt, maar ik wil de komende maanden mijn hoofdstukken opnieuw doornemen met de volgende simpele vragen:

  1. Is dit goed/lekker Nederlands?
  2. Staat dit er echt in het Engels?
  3. Is dit goed/lekker Nederlands?

Vanaf vandaag ben ik weer bezig met controleren. Een pagina twee keer op een avond lezen op een dag en de dag erop nog een keer. Met weer twee keer een nieuwe pagina. En als ik een hoofdstuk af heb; dat dan niet in het eerstvolgende weekend in zijn geheel lezen, maar het weekend daarna.

En ik wil iedere maandag verslag doen van mijn vorderingen.

~~~

Afbeelding van Simon Matzinger via Pixabay

Sociale gewoontes – Duhigg (4/6)

Deze blogpost is deel 7 van 7 in de reeks Gewoontes

Ik wilde The power of habit in zes afleveringen samenvatten maar merk dat dat lastig is. Ik kan er wel een formule uit halen voor het aanleren van nieuwe gewoontes of juist het afleren van bestaande/slechte gewoontes maar dat komt morgen en overmorgen.

Eerst nog een verhaal uit het boek want wist je dat de Amerikaanse burgerrechtenbeweging ook gebruik maakte van gewoontes? Van een bepaald soort gewoontes. Het begon met Rosa Parks en de bus. Maar hoe heeft haar daad – weigeren op te staan toen de blanke chauffeur dat vroeg – zo veel gevolgen gekregen terwijl er al eerder zwarte vrouwen hadden geweigerd om op te staan?

Duhigg geeft het grif toe. Er zijn vele analyses van dit moment in de geschiedenis gemaakt maar hij denkt dat gewoontes zeker een rol hebben gespeeld. Er was namelijk een verschil tussen Rosa Parks en de eerdere vrouwen die hadden geweigerd om op te staan. Rosa Parks was namelijk, meer dan de andere vrouwen, onderdeel van de gemeenschap. Ze had vrienden en bekenden door de hele gemeenschap in Montgomery, Alabama. Er waren mensen boos door verschillende lagen in de samenleving. Die mensen beschouwden haar als een vriendin. En wat doe je als vrienden in de problemen komen?

Juist, dan schiet je te hulp. Duhigg noemt dat social habits. Omdat bepaalde mensen door hun boosheid in actie kwamen, werd de boosheid steeds groter. Parks was lid van allerlei kleinere en grotere gemeenschappen en stond binnen die gemeenschappen goed bekend. En hoe meer mensen zich geraakt voelden en in actie kwamen; hoe moeilijker het werd om niet in actie te komen. Iedereen kende ofwel Rosa Parks, ofwel iemand die mee wilde doen aan de busboycot. Dan is het nog verdomd moeilijk om zelf afzijdig te blijven. En dus doe je mee en krijgt een beweging momentum.

Dit waren slechts drie van de vele verhalen die in het boek van Duhigg te lezen vielen. Die verhalen heeft Duhigg verweven met uitleg over hoe je een gewoonte aanleert of juist afleert. Daarover morgen en overmorgen meer.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Hoe je met 1 verandering een multinational stroomlijnt – Duhig (3/6)

Deze blogpost is deel 6 van 7 in de reeks Gewoontes

Toen Paul O’Neill in 1987 directeur werd van Alcoa, de Amerikaanse aluminiumgigant, was de verbazing groot. Wat had deze voormalige regeringsbureaucraat bij een multinational te zoeken? Een bedrijf bovendien waar het de voorgaande jaren niet goed mee was gegaan.

Toen O’Neill zich aan aandeelhouders en investeerders voorstelde, werd de verbazing nog groter. Men was gewend dat nieuwe CEO’s het hadden over synergie, over het maximaliseren van aandeelhouderswaarde; winst kortom.

O’Neill had een heel ander praatje en men verwachtte er weinig van. O’Neill zei: “Alles draait voor mij om de veiligheid van de werknemers.” De toehoorders waren stomverbaasd. Eén van hen adviseerde al zijn klanten zelfs al hun aandelen Alcoa te verkopen. Iets wat hij in het boek van Duhigg bestempelde als letterlijk het slechtste advies dat hij ooit had gegeven.

Wat gebeurde er?

O’Neill streefde dus naar veiligheid voor werknemers. Alles stond in dat teken en tijdens een tour langs de fabrieken stelde hij dat met hem overal over viel te onderhandelen, behalve over de veiligheid van werknemers. Dit had tot gevolg dat veel processen onder de loep werden genomen als er een werknemer gewond raakte tijdens het werk. Dingen die onveilig waren, werden recht gezet. Het gevolg was dat er minder kosten waren terwijl de opbrengsten omhoog gingen.

En er veranderde nog iets: de cultuur binnen het bedrijf veranderde van promotiegericht naar veiligheidsgericht, naar saamhorigheid. Toch was er een dodelijk ongeluk voor nodig om iedereen binnen het bedrijf ervan te doordringen dat het O’Neill ernst was. Maar hij beschouwde de dood van de werknemer als zijn schuld en dat van zijn managementteam. Na dat ongeluk was hij dag en nacht in touw. Binnen een week waren alle veiligheidsrailings in het bedrijf opvallend geel geschilderd en de veiligheidsvoorschriften herschreven.

Het was O’Neill menens

Vanaf dat moment was dat iedereen duidelijk. Hij voerde een duidelijke communicatiestructuur in – geholpen door e-mail, die hij al vroeg binnen Alcoa implementeerde. De gevolgen waren zichtbaar: minder gewonden en ziekteverzuim binnen het bedrijf; een beter gestroomlijnd productieproces omdat de gewonden vaak vielen als gevolg van onjuistheden in het productieproces. En werknemers voelden zich meer bij het bedrijf betrokken; zozeer zelfs dat ze soms innovaties voor durfden te stellen die het bedrijf veel geld opleverden.

Dat alles zorgde ervoor dat Alcoa niet alleen veilig werd voor werknemers maar ook een winstgevend bedrijf; waar de aandeelhouder ook profijt van had. Vandaar dus de opmerking van de beleggingsadviseur aan het begin van dit stuk.

Eén verandering kan dus uitmonden in heel veel verandering. Dat heet een keystone verandering. Keystone laat zich vertalen als hoeksteen, of fundamenteel. Er valt meer over te vertellen, net als over O’Neill maar mocht je nieuwsgierig zijn dan verwijs ik naar het boek.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van bertvthul via Pixabay

De man zonder geheugen – Duhigg (2/6)

Deze blogpost is deel 5 van 7 in de reeks Gewoontes

“Wie is Michael?”

“Je kind. Je weet wel. Hebben we opgevoed?”

Hij keek haar niet-begrijpend aan: “Wie is dat?”

Aan het woord zijn Eugene Pauly en zijn vrouw Beverly. Maar Eugene wist het niet en de volgende dag werd hij ernstig ziek en moest hij voor langere tijd naar het ziekenhuis. Hij bleek een hersenontsteking te hebben en vocht wekenlang voor zijn leven. Maar hij herstelde, lichamelijk althans. Dat was volgens zijn artsen een wonder.

Maar toen Eugene na een lange revalidatie naar huis mocht, was al duidelijk dat het toch niet zo positief was als eerst gedacht werd. Hij vergat ongeveer letterlijk alles binnen vijf minuten en aan dingen die na begin jaren zestig waren gebeurd, had hij geen enkele herinnering.

Toch was met Eugene op het eerste gezicht goed een normaal gesprek te voeren. Het weer. En van voor 1960. Maar het was zijn artsen duidelijk dat er iets ernstig mis met hem was. Zijn vrouw kreeg instructies om hem 24 uur in de gaten te houden want buitenshuis zou hij gegarandeerd verdwalen of erger.

Hij werd thuis onderzocht en moest dan bijvoorbeeld een plattegrond van zijn huis tekenen. Maar dat lukte niet. Daarna liep hij naar de w.c., dat konden de onderzoekster en zijn vrouw horen aan het doortrekken…

Wat ook vreemd was aan Eugene was dat hij wel drie, vier kon ontbijten. Maar hij had aan die eerdere keren geen herinnering.

Weg

Op een dag kon Beverly Eugene nergens vinden in huis. Hij was de deur uit. Ze vroeg het bij buren, zocht de hele buurt af maar geen Eugene te bekennen. Totdat Beverly in grote paniek weer thuis kwam en hij doodgemoedereerd televisie zat te kijken. Hij wist van niks maar de sporen van de wandeling waren hem aan te zien.

Beverly nam contact op met de onderzoekers. Die snapten er niets van. Ze moest maar met hem meelopen als hij het nog eens deed. En dat deed hij. Elke dag en hij kwam ook altijd weer thuis, met of zonder Beverly, met of zonder onderzoekers.

Niemand begreep het

Hoe kon iemand met een geheugen van nog geen vijf minuten dit voor elkaar boksen? Tot het opviel dat Eugene de weg moest vragen of niet meer kon vinden als er iets anders was dan anders. Eugene had ook totaal geen idee hoe hij had gelopen. Die twee dingen brachten de onderzoekers op een spoor: zou dit een nieuwe gewoonte zijn? Kon dat bij iemand zonder geheugen? En wat leert dat ons dan over gewoontes?

Meer weten: kijk op internet. Daar en in de medische literatuur staat Eugene Pauly bekend als Patient E.P.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van S. Hermann & F. Richter via Pixabay

Persoonlijke lichtpuntjes

Vandaag even geen deel in de reeks Gewoontes. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik het wil vertellen. Omdat ik zag dat The power of habit geen praktische handleiding was, heb ik geen aantekeningen gemaakt tijdens het lezen. Dat maakt het nu wat lastig om er een indruk van te geven. Wel weet ik al dat ik drie verhalen uit het boek wil vertellen:

  • De man zonder geheugen;
  • De keystone habit;
  • Vrije wil of gewoonte?

De komende dagen dus.

Toch waren er wat lichtpuntjes vandaag die me blij maakten in deze roerige coronatijden. Vanmorgen was ik assertief aan de telefoon. En gaf ik me op voor een online cursus waarvan misschien het resultaat hier zichtbaar zal worden. En ik haalde voor het eerst sinds ik ermee begon (op 1 januari dit jaar) allemaal groene eentjes. Ik gebruik het projectenlijstje van Elja Daae ter ondersteuning van mijn dagelijkse gewoontes en vandaag kon ik ze allemaal afvinken – op twee na die ik voorlopig heb uitgesteld – en dat afvinken doe je door een 1 in te vullen die dan groen kleurt.

Doel van Gewoontes serie

Ik heb vandaag wat nagedacht over het doel van de serie over gewoontes. Het eerste doel is kijken of ik met The power of habit van Charles Duhiggg en Good habits, bad habits van Wendy Wood het stramien van Leo Babauta dat ik via Peter Pellenaars leerde kennen, nog wat kan aanscherpen. Daarnaast denk ik dat meer mensen hier baat bij kunnen helpen; speciaal mensen die zorgprofessionals nodig hebben. Helaas ken ik er zelf ook een aantal. Wat ik bedacht had, is om als straks de coronacrisis geluwd is aan hen te vertellen hoe (het aanleren van) dagelijkse gewoontes mij hebben geholpen bepaalde veelvoorkomende problemen op te lossen. En dat ze misschien voor hun cliënten iets hebben aan Peters serie of aan die van mij. Dan kunnen zij beoordelen of ze er voor hun cliënten iets aan kunnen hebben. En is professionele begeleiding voorhanden.

~~~

Afbeelding van Bianca Mentil via Pixabay

Duhigg – The power of habit (1/6)

Deze blogpost is deel 4 van 7 in de reeks Gewoontes

The power of habit van Charles Duhigg is een heel ander boek dan Zen habits – Mastering the art of change van Leo Babauta. Het laatstgenoemde boek is duidelijk een zelfhulpboek waarin lezers stap voor stap bij de hand genomen worden om eerst nieuwe gewoontes aan te leren en vervolgens slechte gewoonte af te leren. Met dat boek kun je mee aan de slag via beide links hieronder bij het kopje ‘Achtergrond’.

Het boek van Duhigg heeft een duidelijk andere opzet. Zoals hij het zelf zegt in de appendix bij het boek (er gaat nog wat vooraf aan het citaat):

Charles Duhigg – The power of habit p 227.

Dat maakt het dus een heel ander boek en dat zorgt uiteraard ook voor een andere bespreking. Stap voor stap samenvatting op weg naar een nieuwe gewoonte of een afgeleerde oude gewoonte heeft weinig nut. Toch vind ik het boek te interessant, boeiend en leerzaam om verder helemaal links te laten liggen. Daarom heb ik het volgende bedacht: het boek bestaat uit negen hoofdstukken in drie delen – de gewoontes van individuen, de gewoontes van bedrijven en de gewoontes van maatschappij, voorafgegaan door een proloog en afgesloten met een appendix over hoe je kennis uit het boek in kunt zetten. Die delen uit het boek ga ik de komende dagen kort bespreken zodat je kunt beoordelen of je ze interessant vindt. Tot slot kijk naar goede gewoontes aanleren en naar slechte gewoonte afleren volgens Duhigg.

Als ik het boek kort zou moeten samenvatten zou ik dat als volgt doen: de zoektocht naar wat gewoontes zijn; hoe je ze moet veranderen en hoe mensen, bedrijven en maatschappijen ze inzetten. Dat maakt het boek misschien iets minder praktisch dan dat van Babauta maar juist des te interessanter. Het onderwerp gewoontes gaat echt leven; je ziet hoe het ingrijpt in het leven van mensen, hoe wetenschappers het raadsel gewoontes ontrafelen, hoe bedrijven als Alcoa en Starbucks ze inzetten; welke rol ze hebben gespeeld bij de burgerrechtenbeweging in de VS in jaren vijftig en zestig. En nog zo veel meer. Dat maakt het boek tot een ware pageturner. Ik begrijp nu wel waarom Duhigg de Pulitzerprijs gewonnen heeft.

Proloog

In de proloog noemt Duhigg ene Lisa, een vrouw van 34. Zij was de lieveling van onderzoekers naar gewoonte. Ooit was ze te zwaar, dronk ze en had ze schulden. Nu had ze al meer dan drie jaar een baan, was ze fit en dronk of rookte niet meer. En dat was aan haar hersenen te zien. De patronen van haar oude gewoontes lichtten nog zwakjes op maar haar nieuwe gewoontes waren sterker te zien. En hoe ze in die metamorfose was geslaagd: ze was met één ding – stoppen met roken – begonnen en had zichzelf daar technieken aangeleerd die steeds opnieuw kon inzetten. Duhigg beëindigt zijn proloog met: “Gewoontes veranderen gaat niet altijd makkelijk of snel en het is niet altijd eenvoudig. Maar het kan en we weten nu hoe.”

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

De echte reden voor mijn interesse in gewoontevorming

Deze blogpost is deel 3 van 7 in de reeks Gewoontes

Gisteren had ik het al over wat gewoontes mij opgebracht hebben. Maar ik gaf al aan dat er in 2012 iets gebeurde wat impact had op mijn gewoontes. Ze liepen niet meer maar ik had dat lang niet in de gaten. Ik heb dat op dit blog in losse opmerkingen en posts al wel beschreven maar het lijkt me goed om het toch nog een kort te vermelden omdat het samenhangt met mijn interesse in gewoontes.

Bipolaire stoornis

In het kort komt het er op neer dat ik – zoals dat in het vakjargon heet – bekend ben met een bipolaire stoornis. Mijn zwaarste manie was in 2012. Voor die tijd gebruikte ik slechts erg weinig medicijnen maar mijn stoornis zorgde er wel voor dat ik 9,5 jaar over mijn studie heb gedaan. Grofweg valt de vertraging in te delen in manieën, therapie en motivatieproblemen: “Ik word toch weer manisch, wat heeft het allemaal voor zin.” Ik studeerde uiteindelijk in 2010 af.

Maar in die tijd had ik in gezonde periodes geen enkele moeite met het vormen van dagelijkse gewoontes. College-aantekeningen uittypen, boeken vertalen (1999-2003, 2008; met tussendoor het overlijden van Marvel); het lukte me zonder al te veel moeite.

Maar toen werd het 2012…

En had ik een manie die veel zwaarder was dan ik tot dan toe gewend was en die grote gevolgen had. Toen het stof was neergedaald kreeg ik een medicijn extra en werd het medicijn dat ik al had in dosis verhoogd. En zonder dat ik het eigenlijk in de gaten had, ging het vertalen erg moeizaam – ik had het wel in de gaten maar dacht dat het gewoon de nasleep van de ellende in 2012 was. Maar ik schakelde Biggles-vrienden in om mijn deel van de vertaling van Gimlet van de commando’s te controleren en in november 2013 verscheen het boek alsnog.

Biggles en de nieuwe rekruut was een nog moeizamer proces. Ik kwam maar niet in een ritme; het was wel leuk als ik bezig maar ik had totaal geen zin om te beginnen. Achteraf denk ik weleens dat het jammer was dat ik de vertaling al af had toen Peter met zijn Love moved me to write this for you kwam over het boek Leo Babauta. Anders had ik misschien eerder een verband gelegd.

Iedere dag wandelen bezorgde en bezorgt me nog steeds heel veel plezier. Toen ik eind 2018 aan het volgende boek begon (Mossyface) ging dat weer moeizaam maar begin 2019 had ik weer een afspraak bij de ggz en zoals ik altijd doe ging ik de periode sinds het vorige bezoek na.

Afvlakking

Het viel me op dat ik wel plezier beleefde aan het vertalen maar dat het me erg veel moeite kostte om me er toe te zetten, terwijl wandelen met minstens evenveel plezier eigenlijk vanzelf ging. Ik besloot elke dag te gaan vertalen maar zei nog niks bij de ggz. Ik besprak wel het vermoeden dat ik last had van afvlakking en dat was “een bekend probleem maar helaas weinig aan te doen.”

Laat ik eerst uitleggen wat afvlakking (van het gevoelsleven) is. Lekentaal, dus geen medische waarde aan hechten, a.u.b. Je gevoelens bevinden zich normaal gesproken binnen een bandbreedte waarin je gezond bent. Als je last hebt van een bipolaire stoornis kunnen je gevoelens hier bovenuit komen – dan heb je een manie – of juist eronder. Dan heb je een depressie. De medicijnen zorgen er in die gevallen voor dat je gevoelens binnen de bandbreedte blijven en je dus geen manie of depressie krijgt.

Maar wat nu als je gevoelens al binnen die bandbreedte zitten? Je kunt niet zomaar stoppen met je medicatie. Wat er dan gebeurt is dat je stemming minder wordt, afvlakt. Je wordt lustelozer en hebt minder zin om aan dingen te beginnen.

Enter dagelijkse gewoontes

Dat overkwam mij dus ook. Maar ik dacht: als ik zo’n plezier heb in dagelijks wandelen, wie weet heb ik dat dan ook met dagelijks vertalen. Dat bleek te kloppen. Helaas gebruikte ik vorig jaar te weinig medicijnen om te toegenomen plezier in toom te houden en dat er voor mij een stresssituatie was op het werk hielp ook niet. Dus ging het mis met een manie en werd de medicatie weer opgehoogd.

Gelukkig was de manie minder ernstig en ingrijpend dan in 2012. Wat ook anders was, was dat de medicatie niet snel afgebouwd werd. In augustus ging ik weer volledig werken maar eind oktober zat het me niet lekker zonder te weten wat er aan de hand was. November en december waren een ramp. Begin januari, dit jaar dus, werd me duidelijk dat het zo niet verder kon. Afvlakking die me als ik zo door ging veel levensgenot kon gaan kosten.

Dus besloot ik vol in te zetten op dagelijkse gewoontes en mijn dag voortaan een score te geven (een life chart, min of meer). Sindsdien voel ik me een stuk beter en heb ik veel meer zin om (dagelijks) van alles te doen.

Het mooie van dit alles?

Het aanleren van dagelijkse gewoontes was voor mij betrekkelijk makkelijk en je gaat er elke dag naar uitkijken. Je krijgt een boost, waardoor je hoger in je energie komt en de afvlakking dus geen kans krijgt. En ik denk dat ook in zijn algemeenheid zo kan werken. Voel je je even niet zo goed, dan kan een dagelijkse gewoonte je juist die oppepper geven die je nodig hebt om weer met plezier door het leven te gaan.

Heb ik je al overtuigd?

Ga dan naar het al eerder in dit blog aangehaalde Love moved me to write this for you van Peter Pellenaars, maak een keuze, lees elke dag de volgende post in zijn serie en doe mee. Je zult zien hoe makkelijk het is om een nieuwe gewoonte aan te leren. Maar blijf ook vooral deze serie volgen met aanvullingen vanuit Charles Duhigg en Wendy Wood.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Johannes Plenio via Pixabay

Wat ik aan gewoontes te danken heb

Deze blogpost is deel 2 van 7 in de reeks Gewoontes

Vandaag maar een kort berichtje denk ik. Ik wilde voor ik in het weekend echt tot de kern van de zaak doordring vandaag en morgen stilstaan bij wat ik aan gewoontes te danken heb. In tijden zoals deze wil ik naast alle ellende die je hoort ook stilstaan bij positieve dingen. Je mag ook je zegeningen tellen, vind ik.

En de meeste van mijn gewoontes zijn zegeningen; natuurlijk heb ik ook slechte gewoontes maar die bewaar ik lekker voor later. Nu eerst wat ik te danken heb aan goede gewoontes:

  • Acht vertalingen vanaf 1999 and counting. Die acht vertalingen zijn er vooral gekomen omdat het mij lukte tijdens het vertaalproces er gewoon iedere dag voor te gaan zitten. Het eerste boek verscheen weliswaar op 16 juni 2001 maar ik begon er al al in september 1999 aan en was er bijna dagelijks mee bezig met een pauze van een klein jaar toen Marvel een uitgeverij zocht.
  • Bijna al mijn college-aantekeningen uitgetypt. Wie mijn handschrift kent begrijpt waarom. Ik had vanaf de eerste collegedag de gewoonte om dezelfde avond nog mijn aantekeningen van de colleges uit te typen. Behalve dat het ervoor zorgde dat me meteen duidelijk werd of ik de collegestof begreep had het effect dat ik een vraagbaak werd voor medestudenten.
  • Elke dag wandelen vanaf 6 juni 2015. Heerlijk gewoon.
  • Elke dag met programmeren bezig zijn tijdens mijn omscholing tot web developer in 2016/2017.
  • Elke dag leerstof gespreid herhalen met Anki, tijdens mijn opleiding en nog een half jaar daarna. En weer vanaf augustus vorig jaar.
  • Elke dag lezen vanaf begin dit jaar.

Er valt misschien iets op. Mij wel: ik was al voor ik met Peter mee ging doen een gewoontedier maar besefte dat toen nog niet. In 2012 gebeurde er iets wat een breuklijn veroorzaakte. Daarover morgen meer.

En mocht je nou denken: dat lukt mij allemaal nooit. Laat ik je geruststellen, zo moeilijk is het niet, jij kunt het ook en het heeft waarschijnlijk veel minder met wilskracht en doorzettingsvermogen te maken dan je denkt.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Waltteri Paulaharju via Pixabay

Gewoontes – woord vooraf

Deze blogpost is deel 1 van 7 in de reeks Gewoontes

Nou ja, woord vooraf, ik heb het er de laatste tijd vaker over gehad maar door de hele situatie rond het coronavirus heb ik behoorlijk wat tijd over en gelukkig heeft Elja een goed idee. Ik ga de komende tijd proberen dagelijks te bloggen. En dus over een onderwerp dat daar wel bij past: gewoontevorming. Ik wil echt uitzoeken hoe het werkt en waarom. Voor mij is het een onderwerp van belang en ik zal de komende tijd waarschijnlijk ook wel uit gaan leggen waarom. Ik zeg ‘waarschijnlijk’ omdat ik van dag tot dag wil kijken waar ik zin in heb om over te bloggen, hetgeen series, of – erger nog – cliffhangers overigens niet uitsluit.

Daar heeft Charles Duhigg in The power of habit namelijk een handje van. Het boek is niet helemaal wat ik ervan verwachtte maar het is wel beter dan ik gehoopt had. Ik kan het iedereen die van verhalen of van thrillers en detectives houdt, warm aanbevelen. Spannend en waargebeurd. En nuttig, daar ben ik van overtuigd.

Daarnaast staat Good habits, bad habits van professor Wendy Wood op het programma en keer ik waarschijnlijk ook terug naar Zen habits: mastering the art of change van Leo Babauta waar zowel Peter als ik eerder al uitgebreid over blogden.

Waarom deze interesse in gewoonte?

Ik heb het gevoel dat het mij de afgelopen jaren geholpen heeft. Op momenten waarop ik niet alert was maar die ik misschien wel voor had kunnen zijn. En dat zijn momenten waar anderen ook voor kunnen komen te staan. Omdat ik via Peter de ‘gewoontemethode’ ken, kwam ik vorig jaar en begin dit jaar op het idee deze wat intensiever in te zetten.* Je hebt vast al begrepen dat het hielp. Al werd het vorig jaar met een aantal andere factoren wat veel en leverde het me 2,5e maand later een manie op. Dit jaar kwam ik beter beslagen ten ijs. Maar daar komt kom er een later blog nog op terug; het punt is dat het helemaal niet gek is dat jij je in dezelfde situatie bevindt of gaat bevinden als waar ik me begin dit jaar of vorig jaar in bevond, en je kent deze methode niet. Dan heb je een probleem want dan voel je je miserabel en krijg je veel minder gedaan. Al moet daar wel bijgezegd worden dat er begin dit jaar nog iets meespeelde – daarover misschien later ook meer – maar ik heb de methode vorig jaar dus ook al eens tegen dit euvel ingezet. Met succes.

Daat gun ik anderen dus ook… En je gaat misschien wel leren hoe je van je smartphoneverslaving afkomt.

* Om het nog wat lastiger te maken: je moet je ook realiseren dat je deze methode op deze specifieke manier – waarover later meer – in kunt zetten; dat duurde bij mij dus ook 3,5 jaar.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg en Good habits, bad habits van Wendy Wood.

~~~

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay