Mijn boek versie 2 is naar de proeflezers

Afgelopen donderdag is mijn boek dan eindelijk naar de proeflezers gegaan. Ik ben benieuwd wat ze er van vinden. Maar ik hoop niet dat deze versie door de proeflezers weer zo op de schop moet als versie 1. Van die van versie is alleen 1 korter hoofdstuk blijven staan, nog wel ingekort en deels herschreven ook. De rest van het boek is compleet nieuw.

Bij die eerste versie had ik zelf al de nodige twijfels, maar ja: ik had er al zo veel werk aan gehad en tijd ingestopt. Dus ik hoopte dat het meeviel en stuurde het naar mijn proeflezers. Nou, al na twee reacties bleek dat ik gelijk had gehad met mijn voorgevoelens. Er zaten toch wel ernstige gebreken aan de tekst. De rest van de proeflezers maar afbesteld en vervolgens heb ik een tijd na moeten denken, hoewel ik al van meet af aan wist dat ik het opnieuw zou doen. Maar hoe? Dat was even de grote vraag waar ik een aantal maanden over heb nagedacht.

Uiteindelijk besloot ik maar van voren af aan opnieuw te beginnen. Ik heb nogmaals gekeken wat ik echt wilde zeggen en ben vervolgens in een leeg document opnieuw begonnen. Dat was de beste optie, leek mij. Een van de problemen die de snelle proeflezers hadden aangekaart, was dat de stijl niet lekker liep. Ik sprak de lezer veel te vaak aan. Dat was me in de laatste correctieronde zelf ook opgevallen en past helemaal niet bij mij. Maar het zat door de hele tekst heen, zodanig dat opnieuw schrijven mij uiteindelijk beter leek te werken dan herschrijven.

En ik heb het dus opnieuw geschreven. De stijl lijkt nu meer op die van dit blog en voelt voor mij veel prettiger aan. Het is van mij en wie ik ben is duidelijk, want dat was de vorige ronde ronde door al die aansprekingen ook al niet zo duidelijk. Terwijl dat voor het boek dat ik geschreven heb, juist wel duidelijk moet zijn. Verder zat er van iets te weinig in. Dat hoop ik nu rechtgezet te hebben en ik denk dat het boek daar sterker van is geworden.

Over deze tweede versie ben ik wel tevreden. Natuurlijk: er blijven details over. Zo schoot me gisteren tijdens het wandelen te binnen dat ik vergeten was te controleren of iets nou in april of mei gebeurde. Dat ga ik nog opzoeken maar heeft voor de grote lijn van het verhaal geen consequenties.

Er zijn ook wat grotere vragen, maar die parkeer ik voor in de spreekkamer bij mijn behandelaar. Dat duurt nog een maand, maar ondertussen kan ik genieten van de mijlpaal dat ik mijn boek versie 2.0 toch maar mooi naar proeflezers heb gestuurd. En natuurlijk kijk ik uit naar hun commentaar op het boek. Het eerste deelcommentaar is al binnengekomen tussen het typen en nalezen van deze post šŸ˜‰

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Een week @NBuitenbeentjes

Vanaf maandag 18 april (Tweede Paasdag) tot en met zondag 24 april mocht ik een week twitteren op het wissel account NL_Buitenbeentjes. Dat is natuurlijk een hele eer maar ik vond het als niet frequent Twitteraar ook spannend omdat mijn voorgangers op het account veel vaker iets postten dan ik op mijn persoonlijke account gewend ben. Maar gelukkig mocht ik het van het van Emma, die het account bedacht als tegenhanger van bijvoorbeeld NL_Leraar, NL_Zorg, of NL_Wetenschap, helemaal zelf inrichten. Weinig twitteren mocht ook, net als tussentijds afhaken.

Eigenlijk had ik in mijn systeem dat ik deze week pas aan de beurt was maar toen vroeg Emma zaterdag de 16e al of ik er klaar voor was. Ja, dus. Ik had een verhaal bedacht dat ik wilde vertellen want ik had het idee dat ik Twitter ook als een soort blog in kon zetten. 280 tekens plus 280 tekens enz is een draadje en het lijkt wel een beetje op bloggen als ik het zo doe, had ik bedacht. Over bloggen gesproken, ik kon natuurlijk een heel aantal blogposts delen die mijn verhaal ondersteunden. Dus dat leek me ook wel wat. Over mijn handschrift bijvoorbeeld. Ik had bierviltjes in de aanbieding en ik had sowieso een heel verhaal in de vorm van het boek waaraan ik de laatste hand leg. Daar kon ik natuurlijk ook uit putten, hoewel nergens letterlijk want de tweets waren allemaal vers. Verder vond ik het belangrijk dat ik snel kon reageren op reacties, als dat nodig was. Vandaar dat ik na werktijd live twitterde. Gelukkig heb ik nergens snel op hoeven te reageren.

De reacties waren namelijk unaniem positief. En ik heb het verhaal kunnen vertellen dat ik wilde vertellen. Over mijn lichamelijke handicap, mijn slechtere gehoor, mijn bipolaire stoornis en hoe die dingen (samen) mij af en toe tot een buitenbeentje maakten. Gelukkig heb ik er niet al te veel last van gehad en besef ik door deze week dat Twitter kan helpen bij het leggen van contacten waar dat bijvoorbeeld op verjaardagen of bijeenkomsten vanwege mijn slechthorendheid lastig kan zijn. Dat wist ik natuurlijk al, maar Twitter was ooit op “don’t'” lijst terechtgekomen in verband met mijn bipolaire stoornis. Ik ben er daardoor altijd voorzichtig mee geweest maar de laatste tijd krijg ik steeds meer het gevoel dat ik Twitter en andere sociale media onterecht in het verdomhoekje heb geplaatst. Ook dat is winst van deze mooie week.

Het was een prachtige week, ook door jullie vele soms hartverwarmende reacties.

Signaleringsplan: is een signaal oorzaak of gevolg?

Gisteren en 30 maart schreef ik uit enthousiasme bijna twee keer dezelfde blogpost. Het viel me pas op toen ik op ‘Publiceren’ had geklikt. Vergelijk zelf maar. Ik laat beide posts staan want in de post van gisteren zit voor mij een belangrijke aanvulling op die van vorige week. Ik maak iets explicieter. Iets wat ik eerder had moeten weten. Dat ik het niet wist, zorgde namelijk voor een hoop ellende want ik liep daardoor steeds achter de feiten aan. Feiten die bovendien al met me aan de haal waren gegaan waardoor de situatie ombuigen voor mij of voor mensen in mijn omgeving erg moeilijk was.

Het heeft te maken met mijn bipolaire stoornis. Het gaat om een weeffout in mijn signaleringsplan dat ik al jaren gebruik. Althans, ik beschouw het als een weeffout. En uiteraard heb ik die inmiddels hersteld. Ik heb jarenlang een uitgebreid signaleringsplan gehad. Met vier stadia: het gaat goed, het gaat iets minder, het gaat slecht en psychotische crisis. En per onderdeel had ik dan liefst een volle pagina met allerlei signalen waarop ik moest letten. Dat waren vooral dingen die ik deed en veel minder over hoe ik me daarbij voelde. Ik lette dan ook vooral op dingen die ik deed. Maar de denkfout die ik maakte was dat ik dacht dat die dingen die ik deed mijn manie veroorzaakten. Vandaar dat ik bijvoorbeeld weinig twitterde.

Inmiddels hoop ik een stuk wijzer te zijn en is me duidelijk geworden dat die dingen die ik deed en waarvan ik dacht dat die mijn manie veroorzaakten zelf een gevolg waren van de manie. In mijn hoofd had ik oorzaak en gevolg omgedraaid. Niet wat ik deed veroorzaakte de manie maar wat ik voelde. Omdat ik iets voelde wat ik niet prettig vond, stapte ik als het ware in de trein richting manie en deed ik inderdaad dingen die in het signaleringsplan stonden. Maar dat was een gevolg van, nooit de oorzaak waar ik het jaren voor heb versleten. En omdat een gevolg na de oorzaak komt, was ik dus vaak te laat.

En zelfs al herkende ik een signaal dan zag het er in mijn beleving vaak net als anders uit dan eerder en wimpelde ik het af. Nu realiseer ik me dat dat kwam doordat ik in het verleden bij het signaleren dus al verder in de richting van mijn manie was dan ik zelf in de gaten had. En dus stuurde mijn manie mijn denken al veel meer dan ik dacht.

Gelukkig realiseer ik me nu dat ik veel moet letten op de gevoelens die leiden tot het doen van dingen uit mijn signaleringsplan. Dan vang ik zowel oorzaak – het gevoel – als het gevolg – wat ik doe. Dat is bij mij tamelijk onschuldig zoals veel buitenlandse tijdschriften kopen. Maar het had evengoed drankgebruik kunnen zijn. En dan is vroeg signaleren en ook letten op voorafgaande gevoelens erg belangrijk. Ik ben blij dat ik dat nu doe want daardoor ben ik er eerder bij en dat maakt dat al twee jaar goed gaat en daar ben ik ontzettend blij mee.

~~~

Afbeelding van SparrowsHome via Pixabay

Ik durf eindelijk op Twitter

Al jaren heb ik een Twitteraccount maar ik deed er nauwelijks iets mee. Ik beperkte me tot #blogpraat want dat voelde veilig. En ik postte de link naar mijn nieuwste blog. Dat was het eigenlijk wel. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik introvert ben maar ik kan er eigenlijk niet omheen dat mijn bipolaire stoornis ook een belangrijke rol speelde. In 2012 had ik namelijk een flinke manie die me helaas mijn baan kostte. Toen ik dankzij het ophogen van mijn medicijnen weer opgeknapt was, ging ik met mijn behandelaar analyseren.

En wat opviel: in de aanloop naar mijn manie had ik mijn blog opgestart en had ik veelvuldig contact met anderen via Twitter. Klopte als een bus, ik kon er niks tegen inbrengen. Ik kreeg het advies een tijdje te stoppen met bloggen en het twitteren te minderen. Beide heb ik gedaan. Bloggen miste ik na een half jaar zo erg dat ik toch weer begon, maar Twitter werd nooit echt wat behalve dat wat ik net al noemde. Ik had een verband gelegd tussen mijn manie en Twitter. En die connectie bleef lang hangen in mijn hoofd, hangt daar nu eigenlijk nog (een beetje).

Maar klopte dat verband eigenlijk wel?

Het was mijn behandelaar opgevallen dat ik meer twitterde en blogde dan eerder. Als ik daar nu over nadenk, zie ik echt wel in dat dat nergens op sloeg. Mijn blog was net nieuw en op mijn Twitteraccount zat ook nog geen stof. Ik ging het namelijk pas net gebruiken. Maar: het is een communicatiemiddel en ik gebruikte het inderdaad om mijn gelijk te halen en ik legde meer contacten. Maar ja, daar is het Twitter voor, ik zie de lol van in mijn eentje Twitteren niet in. Juist het vinden van gelijkgestemden maakt het zo leuk. Maar ik deed het nauwelijks meer na die manie. En zo ging de tijd voorbij zonder dat Twitter en ik echt vrienden werden, hoewel ik goede herinneringen bewaar aan #blogpraat en de #blogpraat meetups. Dat durfde en deed ik dan weer wel.

Er is een probleem met het verband

Twitteren zou een manie kunnen opwekken. Dat was de gedachte. Doordat mijn kijk op mijn manie radicaal veranderde, veranderde langzaam ook mijn kijk op Twitter en mijn manie. Er waren al die jaren best een hoop dingen waarop ik moest letten. En dat waren dan dingen die ik deed. Maar nu was ik tot de ontdekking gekomen dat wat ik deed voorafgegaan was door iets wat ik voelde. En dat gevoel was veel belangrijker, want dat gevoel ging vooraf aan wat ik deed.

Simpel gezegd: voel ik me boos of geƫrgerd en ga ik dan twitteren, dan kan het gevaarlijk zijn. Dan bestaat immers het risico dat ik ten koste van anderen mijn gelijk wil halen. Maar geldt dat eigenlijk niet voor iedereen dat het in die situatie niet handig is om te twitteren? Helaas heb ik het voor mezelf vaak genoeg mee gemaakt dat het vanuit dat gevoel scaleert. Dus ben ik hier alert op. Niet alleen op twitter, trouwens.

Maar als ik gewoon vrolijk ben en me opgewekt voel en ik wil dan twitteren om mijn gelijkgestemden te buurten? Prima toch?

Het gaat dus om het onderliggende gevoel. Dat maakt mijn signaleringsplan een stuk korter en eenvoudiger. En,veel belangrijker, het heeft even geduurd, maar de deur naar Twitter staat eindelijk open.

~~~

Afbeelding van raphaelsilva via Pixabay

Meer interactie? Ik kan het aan

Mijn tweet afgelopen zondag over mijn blogpost Prachtig leesvoer dankzij Twitterdiscussie ging voor mijn doen viraal omdat hij opgepikt werd door Marcel van Driel. Dat Marcel de tweet met een leuk extra commentaar retweette, was niet zo gek want de post was een verslag van mijn avonturen op Twitter van de donderdag en vrijdag ervoor en daar maakte Marcel deel van uit. Ik heb me die dagen prima vermaakt en ook na de retweet en de reacties die dat teweegbracht had ik veel lol.

Toch is er nog een duiveltje dat schreeuwt dat ik op moet blijven passen dat ik het niet te gek maak, dat het niet met me aan de haal mag gaan. En dat stemmetje is een reden dat ik al die nauwelijks iets doe op social media. Waarschijnlijk speelt ook mee dat ik introvert ben, maar dat stemmetje is denk ik de belangrijkste reden. En dat stemmetje is er niet voor niets. Het heeft te maken met mijn bipolaire stoornis. Na mijn manie van 2012 werd vastgesteld dat ik meer met social media had gedaan dan anders en dat het daardoor een risicofactor was.

Daar heb ik inmiddels flink wat bedenkingen bij omdat er nogal wat aan te merken is op het signaleringsplan dat ik indertijd opstelde. Zo waren social media toen nieuw voor me, dus nogal wiedes dat ik ze meer gebruikte. En het plan ging vooral over gevolgen en veel minder over oorzaken. Nu valt dat niemand te verwijten want had toen nog lang niet mijn grote ontdekking over ergernissen gedaan. Nu ik dat wel weet, kan ik naar oorzaken kijken. Ik heb de indruk dat social media weinig kwaad kunnen als ik ze niet gebruik als vlucht uit een ergernis. En juist daar zit nu net de twijfel want als ik eerlijk ben was er begin vorige week wel een ergernis. Maar ik heb het idee dat ik die allang achter me had gelaten toen ik vorige week donderdag ging twitteren. En dat ik het echt puur voor de lol deed.

Toch is dat duiveltje er. En misschien is dat maar goed ook. Alert blijven is wel belangrijk zodat ik wat actiever kan worden op social media en nog meer lol kan beleven buiten de groepen op Facebook waar ik al actief ben.

~~~~

Afbeelding van Brian Merrill via Pixabay

Ik ben weer verdergegaan met mijn boek

Gisteren heb ik na iets meer dan twee weer iets gedaan voor mijn boek over mijn bipolaire stoornis gedaan. Van die bipolaire stoornis heb ik al meer dan twintig jaar last maar ik deed twee jaar geleden een ontdekking die alles op z’n kop zette: eindelijk leek ik iets gevonden te hebben waarmee ik mijn stoornis aan het begin kon tackelen en niet pas na een aantal weken, wanneer de stoornis mijn denken al had overgenomen en ingrijpen daardoor onmogelijk was. Zo bleek keer op keer achteraf. Je kunt het misschien vergelijken met een rood verkeerslicht. Als je op tijd remt, is er niks aan de hand. Rem je te laat, dan kan de schade niet meer te overzien zijn. En het mooie: we zijn nu twee jaar verder en mijn ontdekking blijkt te kloppen en dat geeft zoveel rust en vertrouwen.

En wat doet een blogger en hobbyvertaler na zo’n ontdekking? Die gaat schrijven. Om alles een keer helder te krijgen. De eerste versie schreef ik in november 2020 en liet ik aan wat vrienden lezen. Ze waren vriendelijk, maar ze hadden wel gelijk. Het kon beter. Dus ben ik november 2021 vrolijk opnieuw begonnen. En ben ik gaan schrijven wat ik eerst niet durfde te schrijven. Geen tips uit het luchtledige meer, maar mijn persoonlijke verhaal en wat ik daarvan leerde. Dat was best wel heftig want door mijn bipolaire stoornis is er het nodige misgegaan. Zo raakte ik een baan kwijt. En al schrijvende merkte ik steeds meer dat veel dingen voorkomen hadden kunnen worden. Daarmee werd mijn gedrevenheid om het boek te schrijven alleen maar groter. Immers, misschien kunnen lotgenoten gewapend met mijn kennis eigen ellende voorkomen. En behalve om alles voor mezelf helder op te schrijven, ben ik er misschien toch wel aan begonnen om anderen met mijn ervaringen te helpen. Want een bipolaire episode is allesbehalve leuk. Nou ja, een manie betekent even dat ik on top of the world ben maar de nasleep is doffe ellende.

Het boek ligt nu bij een proeflezer. Die tipte dat ik in plaats van namen initialen moest gebruiken. Dat heb ik dus vanavond aangepast. Verder zei ze dat het leek of ik af en toe in een manische bui had geschreven omdat hier en daar woorden ontbraken. Nou ben ik gelukkig niet bang dat dat eerste klopt omdat ik het met mijn blogposts ook wel heb, maar voor het tweede moet ik het gewoon hardop aan mezelf voorlezen. Dat ga ik waarschijnlijk in het weekend doen, want het vergt wat tijd. Ondertussen hoop ik dat het bestelde boek Publiceer jezelf van Nanda Roep morgen binnenkomt. Wie weet heb ik er wat aan voor mijn boek. En anders misschien voor Biggles en co.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Gewoontes en mijn bipolaire stoornis

Tijdens het wandelen vanmiddag dacht ik niet voor het eerst na over de combinatie van gewoontes en mijn bipolaire stoornis. Als ik voor mezelf mag spreken heb ik namelijk de indruk dat ze heel wat gemeen hebben en dan vooral waar het gaat over mijn manische episodes. Charles Duhigg heeft het in The Power of Habit over vier componenten van een gewoonte:

  1. Cue
  2. Routine
  3. Reward
  4. Belief

Eerst is er de cue, de aansporing of het signaal, dat ervoor zorgt dat je een bepaalde routine gaat uitvoeren, goed of slecht, die een bepaalde beloning oplevert. Als het gaat om slechte gewoontes kan het heel moeilijk zijn om die de breken. Het zijn namelijk automatische reacties. Dat kan nog versterkt worden door het geloof: ik kom nooit van die slechte gewoonte af.

Voor nieuwe gewoontes geldt weer dat het lastig is om een nieuwe routine aan te wennen. Wat volgens Duhigg kan helpen – en dat geldt voor zowel het aanleren van nieuwe gewoontes als voor het afleren van slechte – is om het signaal en de beloning hetzelfde te laten, maar de routine die daartussen zit te vervangen. En een sterk geloof, al dan niet religieus, kan daarbij helpen, stelt Duhigg.

En nu voor mijn manieƫn

Wat ik me steeds duidelijker realiseer, is dat mijn manieƫn ook dit patroon volgen. Een belangrijk instrument bij het voorkomen van een manie of depressie heet niet voor niets signaleringsplan. Laat ik een simpel praktijkvoorbeeld geven. Klinkt misschien ongeloofwaardig maar het is echt gebeurd: langdurig blootstelling aan spelfouten zorgde ervoor dat ik me gruwelijk aan een persoon en wat zij deed, ging ergeren. Ik begon steeds meer bij anderen op die persoon af te geven en voelde dat ik veel beter in taal was en begon me steeds beter te voelen in mijn gelijk. Beter en beter. Mijn geloof in mezelf groeide en groeide.

Maar dat beter was niet echt. Het ging van kwaad tot erger, zonder dat ik het merkte. Tot de bom barstte en er geen andere conclusie mogelijk was dat ik manisch was. En dat ik er al een tijd heerlijk naar op weg was geweest. De beloning is de manie en die moet ik in tegenstelling tot bij de gewoontes waar Duhigg het over heeft absoluut zien te vermijden. Ik moet dus hoe dan ook met een andere routine reageren op bepaalde signalen. Taalfouten kom ik echt nog wel vaker tegen. En ben ik al veel vaker tegen gekomen. Maar nu schiet ik niet meer in zo’n superioriteitsroutine. Misschien zeg ik het eens tegen iemand, maar ik raak niet meer streek. En de beloning is niet de manie maar juist dat ik rustig en evenwichtig blijf. Want een manie lijkt leuk, de ellende die daarna komt gun ik niemand.

Steeds duidelijker merk ik ook dat het geloof er is dat we de manie de baas kunnen en blijven. Ik zeg we want ik doe het niet alleen. Mijn huisgenoot, mijn behandelaar: ze zijn enorm belangrijk voor me. Als klankbord voor wederzijdse twijfels. Samen komen we er dan wel.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Een update na een ontdekking

Vandaag is het precies een jaar geleden dat ik schreef over mijn belangrijkste ontdekking over de stoornis waar ik al meer dan twintig met tussenpozen last heb. Ik kwam er in het voorjaar van 2020 achter dat de manieƫn die bij mijn bipolaire stoornis horen allemaal begonnen met een ergernis. Die kennis zorgde ervoor datik ineens zes tot acht weken eerder ingrijpen en dat is belangrijk omdat ik weet dat een manie nog niet heel sterk hoeft te zijn om ingrijpen erg moeilijk te maken.

Een manie heeft bij mij namelijk de neiging om al heel snel mijn denken over te nemen en bepaalde gedragingen die bij die manie horen te rationaliseren zonder dat ik het in de gaten heb. Dan wordt ingrijpen al snel heel lastig en hoewel mijn gedrag in het begin nog best te hanteren is, zit ik dan wel in een spiraal die, zo bleek, heel moeilijk te keren is. Ik heb vijf keer een manie gehad doordat ik onbewust een bepaalde afslag nam en noch ikzelf noch anderen het tij konden keren voor er een hoop ellende gebeurde. EĆ©n keer is het me overigens wel gelukt een manie voor te zijn omdat ik die signaleerde op het moment dat het nog een hypomanie was – manische gedachten maar nog wel normaal kunnen functioneren. Helaas bleek dat een toevalstreffer, had ik geen idee wat ik nu had gesignaleerd en was ik een half jaar later alsnog manisch.

Na de ontdekking van twee jaar geleden lijkt het echt anders te zijn. Ik weet waar ik op moet letten, namelijk me niet ergeren, niet bij/op andere mensen afgeven als ik me toch erger, voldoende slapen en mijn medicijnen innemen. Dat is het eigenlijk, met nog een belangrijke component: alert zijn en signalen bespreken. Signalen dat er iets mis kan zijn. Dat kan weleens vervelend zijn maar het loont absoluut de moeite omdat het ons scherp houdt en ik heel goed weet wat er kan gebeuren als je bepaalde dingen laat gebeuren of niet bespreekt. Hoewel het af en toe niet meevalt omdat een binnenpretje soms al met argwaan wordt bekeken, zit ik wat dat betreft op Ć©Ć©n lijn met mijn huisgenoot en mijn behandelaar. Als zij zorgen hebben, herken ik die.

En dan geldt hetzelfde als voor het rode verkeerslicht: zolang je reactie op het signaal maar stoppen is, is er niks aan de hand. Dus heb ik af en toe gesprekken die niet iedereen heeft, houd ik me soms op voorhand in of trap ik af en toe op de rem. Dat is een kleine prijs die ik graag betaal want ik vind dat ik wel genoeg ellende heb meegemaakt met en vooral na mijn manieƫn. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

~~~

Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay

Ten strijde tegen de dips

Het zal de reguliere lezer of de toevallige passant van dit blog vast wel opgevallen zijn: weken met elke dag een post, dan weer weken nauwelijks. Mij valt het in ieder geval op en het stoort me. Het stoort me omdat er een patroon in zit: ook andere dingen die ik graag doe zoals lezen en een studie gaan dan ineens moeizaam.

Ik heb zo’n vermoeden dat het te maken kan hebben met mijn bipolaire stoornis. Immers, bij die stoornis kan de stemming nogal schommelen. Het lijkt er nu wel op dat ik sinds een paar jaar het ergste, ofwel de manieĆ«n, onder controle heb, maar mijn stemming blijft toch schommelen. Waardoor ik hele periodes amper zin heb in bloggen, lezen of studeren. Dat begint me nu aardig de keel uit te hangen. Vandaar dat ik nu iets van een plan heb bedacht.

Het is ongetwijfeld geen origineel plan maar als het helpt maakt me dat niet zo veel uit. Het draait om het gegeven dat ik de dingen die ik nog wel doe, zoals wandelen, nog steeds ontzettend leuk vind. En als ik tijdens zo’n dip toch mijn e-reader of een boek pak, vermaak ik me ook opperbest. En nu we weer wat meer mensen mogen zien: ook daar kan ik van genieten.

Afvinken maar

Dat betekent voor mezelf in ieder geval dat ik geen depressie heb, maar een dipje zoals ik vaker heb. En het kan dus best samenhangen met mijn stoornis. Dat ga ik volgende week ook zeker bespreken met mijn behandelaar. Tot die tijd wil ik iedere avond voor ik naar bed ga, een lijstje maken van dingen die ik de volgende dag graag wil doen. En die dingen wil ik de volgende dag dan echt af gaan vinken want ik heb gemerkt dat dingen afvinken erg leuk is en energie geeft. En ik ga mijn Excel lijst er weer dagelijks bij pakken om daar ook weer meer mee te doen want de laatste weken ben ik daar ook slordig in geweest terwijl die lijst motiverend kan werken, dat merkte ik in januari wel.

Ik doe uiteraard hier verslag.

~~~

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay

Waarom signalen kunnen herkennen rust geeft (bipolaire stoornis)

Eerlijk gezegd vind ik het best spannend dat ik mijn boek aan een proeflezer heb gegeven. Ik heb toch een hoop persoonlijke dingen opgeschreven en het onderwerp bipolaire stoornis is ook niet bepaald triviaal. Zo voet het voor mij in ieder geval niet aan. Ik heb het boek echt om een persoonlijke reden geschreven en ik wil er ook echt wat mee bereiken. Maar daarover later meer.

Het is dus een persoonlijk boek geworden over een pijnlijk deel van mijn leven. Stiekem hoop dat ik het boek heb kunnen schrijven als een definitieve afrekening met mijn bipolaire stoornis maar dat zal vrees ik iets te veel gevraagd zijn. Al was het maar omdat ik de rest van mijn alert moet zijn op bepaalde signalen en dat alleen al maakt het meer dan aannemelijk dat mijn gedachten regelmatig uit zullen gaan naar mijn bipolaire stoornis. Dat is ook helemaal niet erg omdat ik nu weet waarop ik alert moet zijn en ik uit ervaring weet dat alertheid de moeite waard is. Alles beter dan een nieuwe manie. Afkloppen dat me niks ergers overkomt dan een bipolaire stoornis. Die stoornis vind ik namelijk al erg genoeg.

Het hoeft gelukkig niet terug te komen

Want als ik alert blijf op bepaalde signalen kan ik hopelijk herhaling nu wel voorkomen. En dat is me veel waard. Wel hoop ik dat ik in mijn onderbewuste een radar ga ontwikkelen en dat ik er niet continu mee bezig hoef te zijn. Dat ik het herken als het de kop opsteekt, zonder dat ik daarvoor continu hoef te denken: signaal x, y, of z mag zich niet voordoen. Maar daar heb ik alle vertrouwen in want de eerste keer dat ik het belangrijkste signaal herkende, was ik op dat moment ook niet heel bewust met mijn stoornis bezig. Toen was ik helemaal niet met dat signaal bezig, of op zoek naar signalen, maar ik ontdekte er dus wel eentje. Juist omdat ik er regelmatig over had nagedacht, maar niet krampachtig.

Want ook daar ben ik me bewust van geworden: krampachtig op signalen letten heeft geen zin. Dan gaat die vervelende stoornis toch weer de hoofdrol spelen die hij niet verdient. En dat wil ik natuurlijk voorkomen. Gelukkig zijn er nog maar weinig signalen waarop ik nu moet letten en zijn die zonder al te veel bewuste aandacht te herkennen. Dus hoeft mijn antenne niet altijd scherp te staan. Ik kan er namelijk op vertrouwen dat ik de signalen herken als ze zich voordoen. En dat geeft rust en nog wat meer, maar daar kom ik later dus op terug.

~~~

Afbeelding van Quang Le via Pixabay