Geen anderhalf jaar geduld – ontsnappen uit het Net-niet-land

Zo kreeg ik dus eind maart, begin april toch weer te maken met het onderwerp waarmee ik definitief hoopte af te rekenen door er een boek over te schrijven. Ik werd toch weer manisch. Gewoon om gek van te worden. Kom ik er dan nooit vanaf? Ik wil hier niet pessimistisch zijn want er zijn zegeningen te tellen: ik signaleerde, was er snel bij en kon door de medicatie op te hogen erger voorkomen.

Nog een zegening is dat ik normaal kon blijven functioneren. Dat is weleens anders geweest. Nu werd het gelukkig geen manie maar bleef het bij een hypomanie. Daarvoor was echter wel twee keer ingrijpen met extra medicatie noodzakelijk. Ooit zei een psychiater tegen mij dat als ik me drie dagen anders voelde dan anders, dat ik dan het ondersteunende medicijn met 5 mg kon verhogen naar 10.

Nu merkte ik eind maart inderdaad dat ik me drie dagen anders voelde dus ik besloot het ondersteunende medicijn op te hogen naar tien (in overleg met mijn behandelaar). Echter, sinds een paar jaar neem ik standaard 7,5 mg van dat medicijn. Dus ik hoogde slechts met 2,5 mg op. De ingreep was dus niet heel erg fors en deed daarom ook niet helemaal wat ik had gehoopt; mijn slaap herstelde niet voldoende.

Vandaar dat mijn behandelaar besloot nogmaals met 2,5 mg te verhogen. Dat hielp al de eerste nacht en sindsdien heb ik het gevoel dat ik weer beter ben.

Toch is dat niet het hele verhaal

Misschien kan ik beter zeggen dat ik het gevoel had dat ik het risico op een manie had afgewend. Want ik voelde me niet beter. De eerste paar weken gingen nog wel omdat ik nog voortdreef op de (hypo)manische gevoelens. Daarna begonnen de medicijnen echt toe te slaan. Het remt de manie en dat betekent vooral dat het een deuk slaat in het enthousiasme waarmee ik tijdens een hypomanie dingen doe. Van ergens erg enthousiast over zijn, wordt het lange tanden werk.

Nou ken ik dat fenomeen dusdanig goed dat ik het in mijn boek het Net-niet-land heb genoemd. Er staat ook dat ik er anderhalf jaar last van kan hebben. Dat wil ik nu graag voorkomen. En de sleutel daarvoor is denk ik bezig blijven. Met dingen die moeten maar vooral ook met dingen die leuk zijn. Dan komt dat goede gevoel vanzelf langzaam terug. Maar ik merk nu al een tijd dat het lastig is om dingen te gaan doen zonder enthousiasme. Dat enthousiasme zorgt er namelijk voorafgaand aan een manie voor dat ik in sommige dingen heel veel zin zin en ik er dus nooit toe hoeft te zetten om ze te doen. Neem mijn boek in wording bijvoorbeeld: het schreef zich bijna vanzelf.

Tot het misging en nu ik moet herschrijven heb ik daar veel meer moeite mee. Het moeilijke is niet het herschrijven, of het vertalen, Biggles, het lezen, het leren maar het beginnen met herschrijven, met het vertalen, beginnen met Biggles, beginnen met het het lezen, beginnen met het leren, enzovoorts. Het beginnen is het probleem. Omdat de zin om te beginnen na een manische episode gewoon verdwenen lijkt te zijn.

Gelukkig heb ik mij de afgelopen jaren niet voor niets in gewoontes verdiept (wandelen is het enige wat zich aan deze algehele malaise onttrekt, maar dat is dan ook wel zo’n diep verankerde gewoonte). En dus heb ik aan de minimale versie van gewoontes gedacht.

Dus vanaf morgen minimaal 2 minuten per dag:

  • herschrijven
  • Biggles
  • vertalen
  • lezen
  • leren

Dan ben ik heel benieuwd hoe ik me over een week voel.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Nog net onder de 25 (hopelijk helpt de Pomodorotechniek)

weegschaal

Begin dit jaar was één van mijn voornemens mijn gewicht weer wat omlaag te brengen. Volgens de Body Mass Index was ik net een kilo te zwaar. Dat weet ik omdat ik al jaren iedere zaterdagochtend op de weegschaal sta. Dat begon toen in het voorjaar van 2010 toen ik als kersvers afgestudeerde vond dat ik van mijn studentenkilo’s af moest. Volgens de BMI woog ik zo’n tien kilo te zwaar voor een gezond gewicht en daar wilde ik wel weer naartoe. Gelukkig hadden we nog een boek van Sonja Bakker in huis en bleek het met haar methode vrij gemakkelijk om af te vallen.

Uiteindelijk gingen er in twee jaar tijd twintig kilo af. De laatste vier à vijf gingen eraf door de manie van 2012 die de kentering zou blijken te worden. Ik moest namelijk flink meer medicijnen gaan slikken, van de minimumdosering naar iets substantieels. En in de bijsluiters van de medicijnen viel te lezen dat bij meer dan één op de drie mensen gewichtstoename voorkwam. En daar hoorde ik helaas ook bij. Het ging sluipenderwijs maar wel met jaarlijks twee kilo erbij.

Dat hield in dat mijn Body Mass Index toch weer in de buurt van de vijfentwintig kwam. Gelukkig was ik me daar door mijn wekelijkse afspraak met de weegschaal van bewust en lukt het me een aantal jaren mijn BMI onder die beruchte vijfentwintig te houden. Tot ik in 2019 toch weer een manie kreeg en de medicatie weer fors omhoog moest. Toen tikte ik op een gegeven moment zelfs net de 26 aan.

Gelukkig ging de manie voorbij en kon ik mijn medicatie weer afbouwen en verdwenen daarmee ook de kilo’s tot ik zelfs een kleine buffer over had. En dat was maar goed ook want eind maart, begin april was het toch weer raak. Ik was er dan wel heel vroeg bij waardoor de hypomanie niet omsloeg naar een manie, maar ik moest wel de medicatie tot twee keer toe verhogen.

En dat had gevolgen

Ik ben twee kilo aangekomen. Daar zat weliswaar een kilo bij die ik door de manie eerder was kwijtgeraakt maar toch betekent het dat ik op moet letten. Ik weet nog niet wanneer ik mijn medicatie weer af kan gaan bouwen maar ik zit nog maar een twee ons af van een BMI van 25+. En dat wil ik graag voorkomen. Elke dag wandelen is helaas niet voldoende. De medicijnen zorgen voor meer hongergevoel en een tragere stofwisseling. Misschien de Pomodorotechniek anders inzetten: 25 minuten werken, 5 minuten bewegen. Het valt te proberen. Laat ik dan maar meteen beginnen.

Afbeelding van Vidmir Raic via Pixabay

Over hoe gebrek aan slaap en aan alertheid voor een terugval zorgden

De maand april verliep een beetje eigenaardig. Ik werd hypomaan. Dat wil zeggen dat ik manische trekjes kreeg zoals veel contacten leggen, enthousiast over een bepaald onderwerp zijn en je juist ergeren aan andere dingen. Dat alles overkwam me in april. Gelukkig lijkt alles weer onder controle te zijn maar het is denk ik verstandig erop terug te blikken zodat ik er hopelijk van kan leren in de toekomst.

Op tijd wegleggen die telefoon en ook geen mail meer

Het begon allemaal eind maart met mijn blogpost over lessen van elf jaar. Naar die post verwees ik namelijk op maandag 29 maart in een soort van recensie van het boek Stijl van Kitty Kilian. Ik liet dat netjes aan Kitty weten en ik hoopte stiekem dat ze op die ene link in die recensie klikte. Die ging naar het lessen van elf jaar blog. Het was al laat op de avond maar ik besloot te wachten op wat misschien zou gebeuren. En ik zag rond elf uur ‘s avonds inderdaad dat Kitty een schitterende opmerking had achtergelaten. Eentje waarmee ik echt verder kon. En helaas ook eentje waarmee ik om 23:05 stuiterend naar bed ging en ik een nacht beleefde waarin ik maar drie tot vier uur sliep, in plaats van mijn gebruikelijke zeven tot acht uur.

Toen ik dinsdagochtend opstond was ik dan ook gealarmeerd: dit moest niet nog een paar nachten zo doorgaan. Maar ja, ik moest gewoon werken en daarna met het comment van Kitty aan de slag, ‘s avonds, twee avonden achter elkaar. Dus ik sliep nog twee nachten evenveel uren als van maandag op dinsdag, ondanks dat ik netjes mijn medicijnen innam.

Een inmiddels gepensioneerde psychiater had mij ooit verteld dat ik mijn medicatie mocht verhogen tot een bepaald niveau als ik mij drie dagen anders dan anders voelde. Dat deed ik dus netjes, in overleg met mijn huidige behandelaar.

Eén plus één is twee extra

Het hielp alleen niet echt geweldig, merkte ik na een dag of drie maar omdat ik mijn afspraak kon vervroegen liet ik het maar zo. Op vrijdag had ik dus een gesprek en besloten we in goed overleg de medicatie alsnog een beetje extra te verhogen, niet met één eenheid, maar met nog een tweede, zoals ook in mijn signaleringsplan staat.

De dag erna, zaterdag, merkte ik al meteen resultaat. Ik was mijn manische gevoelens kwijt en ik had weer een nacht echt goed geslapen. En ik wist na het gesprek en de goede nacht die erop volgde dat dit geen manie was maar een hypomanie: wel de manische gevoelens, maar normaal kunnen blijven functioneren. En ik besefte dat ik door mijn slaapgebrek niet alert genoeg meer was om een ergernis op te merken die er misschien mede voor heeft gezorgd dat de eerste verhoging niet voldoende was.

Blijven leren van mijn bipolaire stoornis

Er was een belangrijk verschil met de tijd dat die psychiater mij dat advies gaf. Toen slikte ik van het ondersteunde medicijn twee eenheden, inmiddels drie. Daardoor had de ophoging nu minder effect, want het was nog maar één eenheid en niet de door hem bedoelde twee. De les is dus: verhoog na drie dagen problemen met twee eenheden. Dat staat niet voor niets in het signaleringsplan. En blijf daarnaast alert want op het ene signaal kan een ander volgen. In dit geval slaapgebrek en ergernis.

Al met al een leerzame maand. En toch ook een mooie want zoals ik eergisteren al schreef kon ik mijn boek over mijn bipolaire stoornis naar proeflezers sturen.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Mijlpaal voor mijn boek

Gisteren en vandaag heb ik het manuscript van mijn boek naar meer dan een handvol proeflezers gestuurd. Gelukkig voor hen heb ik het getypt, maar dat terzijde. Want ik ben natuurlijk degene die zich gelukkig mag prijzen: dat er al op voorhand zo veel belangstelling voor mijn boek is en dat ze mogelijke onduidelijkheden en onjuistheden vinden zodat ik ze kan corrigeren.

Het boek bevat zo veel mogelijk lessen die ik heb geleerd door twintig plus jaar ervaring met mijn bipolaire stoornis. Maar juist daarin schuilt ook een risico: sommige dingen zijn voor mij misschien zo vanzelfsprekend dat ik ze niet meer duidelijk uitleg. Niet meer zo duidelijk dat een ander er wat aan heeft en er zelf mee aan de slag kan.

Want in tegenstelling tot mijn blogs was het mij al vroeg in november duidelijk dat ik dit boek wel voor anderen schreef: voor lotgenoten, voor naasten en voor professionals die hen begeleiden. En dan moet het boek natuurlijk wel duidelijk zijn, praktisch en correct wat de behandeling betreft. Ik heb er namelijk voor gekozen om zo veel mogelijk kanttekeningen te plaatsen bij de behandeling zoals die voor mij gold. Die bleek min of meer overeen te komen met een reguliere.

Kanttekeningen en aanvullingen: wat werkte wel en wat ging er minder goed? Dat laatste heb ik minder nadrukkelijk benoemd maar door de dingen die ik wel heb benoemd, kun je ook afleiden wat er is misgegaan. Zonder in verwijten te vervallen, want daar schiet niemand wat mee op.

Waarom het draait om samenwerking

Het belangrijkste thema uit het boek is voor mij samenwerking. Daar ging voor mij het nodige mee mis en daarom heb ik het hele boek zo geschreven dat samenwerking tussen degene met een bipolaire stoornis, een naaste en de behandelaar zo vanzelfsprekend mogelijk wordt. Alleen is ook maar alleen. Niet alleen als je een bipolaire stoornis hebt, maar ook als naaste kun je je soms onbegrepen voelen. En dat kan grote gevolgen hebben.

Dit is wat ik hoop: dat niemand er met een bipolaire stoornis er nog alleen voor hoeft te staan en dat ook naasten een goed contact hebben met de behandelaar. Als iedereen weet wat te doen, hoeft hoop ik niemand machteloos toe te zien en kun je de diverse methodieken die er zijn, zoals een signaleringsplan of een life chart, zo inzetten dat ze beter werken. Over het signaleringsplan en de life chart volgen ongetwijfeld nog blogs. Voor nu: het signaleringsplan en de life chart kunnen prachtig samenwerken.

Samenwerken: dat geldt voor alles: van het behandelen van een bipolaire stoornis tot het schrijven van een boek over die bipolaire stoornis. Ik hoop dan ook dat het boek dankzij mijn proeflezers nog duidelijker wordt en ook hoop ook dat ik overga tot het besluit het te publiceren. Maar laat ik nergens op vooruitlopen.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Hoe je een boek urgent maakt (met een ander boek)

Als je dit blog al wat langer leest, weet je dat ik een boek schrijf. Dat had ik lang niet verwacht omdat ik al jaren uit de communicatiebranche weg ben en mijn blog een hobby is. Schrijven deed ik dan wel voor de lol maar ik merkte steeds meer dat ik toch een boodschap had, de boodschap waarmee ik dit blog nu bijna 9 jaar geleden begon. Alleen ging het toen om andere beperkingen dan die waarover mijn boek gaat.

Mijn bipolaire stoornis was bij de start van dit blog geen issue terwijl die op het moment dat ik de eerste posts plaatste al druk bezig was mijn leven dat ik toen had te verwoesten. Ik was al volledig in de greep van een manie zonder dat ik het zelf door had. Ik voelde me alleen geweldig maar dat had te maken met mijn werk en was mijn eigen verdienste. Afijn, het ging mis.

Wat er misging ontdekte ik pas 8 jaar later door een appje

Dat schreef ik vorige week al en staat in mijn boek. Die ontdekking zorgde dat mijn manie weer volop mijn belangstelling had. Kon mijn vermoeden kloppen? Waarom was het er in de behandeling nooit uitgekomen? Lette ik niet op? Ik moest en zou het uitzoeken. Was hier echt iets misgegaan? Hoe was het überhaupt gegaan? Ik twijfelde nog en toen werd het eind oktober. Ik zag uitnodigingen voor NaNoWriMo in mijn twittertijdlijn. Ik speelde al eerder met het idee een boek te schrijven maar een manie gooide toen roet in het eten.

Nu nog een poging. Het schrijven ging voorspoedig en voelde heerlijk. Na een maand had ik geschreven wat ik wilde en besloot ik twee maanden te pauzeren. Wel noteerde ik in die maanden een aantal onderwerpen die ik had gemist. Die schreef ik begin februari. Daarna werd het lastiger. Ik herlas mijn manuscript wel een aantal keer en verbeterde hier en daar een woord of zin. Maar ik miste iets. Gelukkig hoefde ik niet te wanhopen want ik wist dat de redding nabij was.

Het boek had een Kitty nodig

Ik wist dat Kitty Kilians boek ‘Stijl – Waarom lezers lezen (en waarom niet)’ eraan kwam. Omdat ik Kitty al jaren volg en we af en toe contact hebben, had ik er vertrouwen in dat wat zij in haar boek te zeggen had niet alleen voor blogs zou gelden, maar ook voor boeken. En dat klopte. Kitty bewijst dat met het boek zelf. Haar tips maken teksten urgenter, of het nu blogs of boeken zijn. Hoe? Schrappen, structuren voor richting, zekerder van jezelf zijn en teksten schrijven die jouw boodschap helder en zonder twijfel overbrengen. Jouw lezers die wat je schrijft voor zich zien. Wie wil dat nu niet?

Ik heb nog veel te oefenen maar er is nu urgentie en die zorgt ervoor dat ik met nog meer energie aan mijn boek werk. Ik hoop het over een week of drie à vier te hebben afgerond waarna een aantal proeflezers aan de slag mogen. En de tussentijd kan ik mooi blijven oefenen met Kitty’s boek zodat ik de tegenwerpingen van de proeflezers van weerwoord kan voorzien.

Schrijf je een boek? Gun het ook een Kitty. Koop het via haar site.

Over lessen van elf jaar (waarom ergernissen en de bipolaire stoornis niet samengaan)

Vandaag is het precies elf jaar geleden dat ik afstudeerde. Ook op een donderdag. Met een scriptie over Arendsoog en Biggles. Maar die mag je verder vergeten. Het was niet mijn beste werk, ik wilde vooral die bul. Gelukkig is dat ook gelukt. Ik was nog net geen eeuwige student. Het was vooral mijn bipolaire stoornis die voor die vertraging zorgde.

Met mijn bul hoopte ik niet alleen mijn studie afgerond te hebben, ik ging er langzaam ook op vertrouwen dat mijn stoornis ook een afgesloten hoofdstuk was. En het leek er echt op. Ik vond een baan waar ik helemaal op mijn plek was, waar ik mijn pensioen wel kon halen, dacht ik. Het was een communicatiebureau van en voor mensen met een beperking. Een gedeeltelijke halfzijdige verlamming, slechthorend en een bipolaire stoornis. Ja, daar paste ik wel.

Ik genoot en groeide. Elke vezel in mijn lijf brandde iedere dag van verlangen om aan het werk te gaan. Ik (her)schreef teksten die me echt raakten en las boeken vol (h)erkenning. Ik schreef een column die samen met een ontmoeting op een bijeenkomst over werken en slechthorendheid de basis legde voor dit blog. En daarmee voor vele vriendschappen.

Veel om dankbaar voor te zijn dus.

Helaas sloeg na een vileine aanloop op dat moment – een week en een dag na de presentatie van een Krachtenbundel – mijn bipolaire stoornis hard toe. Ik wist het die ochtend op kantoor meteen, na een opmerking te veel van mijn kant en de reactie van mijn werkgever: dit is foute boel.

En foute boel was het. Eigenlijk zou ik niet eens gaan werken vanwege een pijnlijke enkel, maar zodra ik mijn voelde ik niks meer en dus ging ik werken. Een uurtje dus en daarna afgevoerd richting crisisopvang.

Gelukkig krabbelde ik weer op en had ik mijn blog en vertalingen. Nieuwe banen en een andere richting volgden.

Helaas bleef er één constante: mijn bipolaire stoornis.

Het ging zes jaar goed tot het zomer 2018 weer raak was, en voorjaar 2019 bijna net zo erg als in 2012. Kom ik er dan nooit van af?

Voorjaar 2020: een appje

Ik sta te trillen op mijn benen. Ik ben de kwaadheid voorbij zo kwaad, mijn stem slaat over.

Maar: hee, ik herken dit. Vorig jaar was dit ook zo. En in 2018? Ja. 2012? Check. 2007? Idem dito. 2003? Ja.

Daar, terwijl ik daar stond te trillen van dat appje, had ik mijn eureka-moment: het begint met een ergernis, die zet al die dingen in gang uit mijn signaleringsplan richting manie. Zou het herkennen van een ergernis een verdedigingslinie in de aanval kunnen zijn? Het scheelt een week of zes.

Tot nu toe werkt het. Als ik voel dat ik me erger, laat ik los. Het geeft rust en vertrouwen. Al die dingen die in mijn signaleringsplan staan, zitten kort voor de escalatie. Dit is dus zes weken eerder, ik ben nog veel meer bij mijn verstand. Dat mag je letterlijk nemen want een manie maakt van mijn verstand een onbetrouwbare partner. Op het moment dat ik de ergernis voel ben ik nog helder. Voor alle duidelijkheid: het is geen ergernis uit de categorie: verdorie, er is vanavond niets op tv. Het is het zwaardere werk, zeg maar.

En omdat ik nog helder ben, ben ik in staat om pas op de plaats te maken. Niet te reageren maar de ergernis van me af te laten glijden. Ik hoop met dit extra wapen de ellende met mijn bipolaire stoornis achter me te laten.

Want de stoornis regeerde soms

Natuurlijk vind ik het vervelend dat anderen last hebben gehad van mijn bipolaire stoornis. Maar het was de stoornis, niet ik. En de stoornis zorgde dat ik zo heftig reageerde op het appje, niet de persoon die het appje stuurde. De stoornis zorgt ervoor dat mijn reactie overtrokken kan zijn. Keer op keer kan ik dat aanwijzen.

Door alles wat ik zo leerde, kreeg ik eind oktober dus de behoefte een boek te schrijven. Loslaten, nog meer leren en misschien anderen helpen.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Soms duurt het wat langer

Vandaag ben ik bezig geweest met mijn boek, met mijn vertaling en nu met mijn blog en wat vind ik het heerlijk. Straks nog wat lezen en morgen ook nog wandelen erbij en het begint er zowaar op te lijken. Zo hoop ik het vol te houden. Dat klinkt misschien gek maar heeft alles met de manie van begin 2019 te maken. De manie was snel onder controle en ik zweefde nog een tijdje door op een onschuldige variant van die manie.

Dat was fijn en prettig maar net op het moment dat ik dacht mezelf weer te herpakken begon de ellende pas echt. Mijn zelfvertrouwen was met de noorderzon vertrokken, al leek het van buitenaf misschien nog heel wat omdat ik weer aan het werk en aan het vertalen was. Het was alleen routinematig afraffelen, echt nadenken was er niet bij. Dat heb ik bijvoorbeeld gemerkt aan de reacties van mijn meelezers voor mijn vertaling. Terecht commentaar waar ik toen moeite mee maar nu dankbaar voor ben.

Toen had ik nog niet aan de anderhalf-jaarregel gedacht. Die heb ik inmiddels zelf bedacht. Na de manie van duurde het onder andere doordat ik mijn werk kwijtraakte anderhalf jaar voor ik weer echt het gevoel had van: ‘Nu gaat-ie goed.’ Na de manie van 2018 was het binnen anderhalf jaar weer raak in 2019 en opnieuw voelde ik me pas na anderhalf jaar echt boven Jan. Ik zat toch met vragen: waarom gaat het iedere keer mis als het eindelijk weer goed lijkt te gaan – ik ben me ervan bewust dat ik dit schrijf – en wat heeft het dan voor zin? Wat doe ik fout? Wat heeft het allemaal voor zin? En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik twijfel in zo’n periode enorm? Niet continu, maar wel regelmatig genoeg om hinderlijk te zijn.

Daarom heet het dus bipolaire stoornis. Het is dan wel geen depressie maar prettig is anders. Maar ik blijf optimistisch. Ik heb die anderhalf jaar nooit lijdzaam afgewacht, vertaalde boeken, werkte en leerde over mijn stoornis. En die stoornis heb ik misschien nu wel dusdanig op de korrel dat ik goede hoop heb een doorbraak op het spoor te zijn. Vandaar ook mijn boek, min of meer als gehoopte afsluiting.

Want ik heb iets gevonden wat tot nu toe prima en wat mij zes tot acht weken voorsprong op anderhalf jaar ‘net niet’ geeft. En dat gun ik iedereen.

~~~

Afbeelding van klimkin via Pixabay

Een echt boek?

Gisteren werkte ik de laatste aantekeningen uit die ik had gemaakt in twee maanden schrijfpauze. Voor mijn gevoel heb ik alles geschreven wat ik kwijt wilde over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis, welke valkuilen ik tegen kwam, wat ik daartegen deed en het belangrijkste: wat je mógelijk, ik herhaal mógelijk, kunt doen om die valkuilen zelf te voorkomen, plus hoe je via wat ik leerde van de harde praktijk je eigen valkuilen in kaart kunt brengen waardoor je er voortaan omheen kunt lopen.

De belangrijkste les die ik geleerd heb, is dat je er niet alleen voor staat. Dat klinkt als een open deur maar dat is het helaas niet. Privacy gaat ver en zorgt ervoor dat veel behandelingen één op één kunnen worden. Hopelijk is dat inmiddels veranderd, maar het was voor mij wel een groot probleem. Als je manisch bent, heb je dat zelf in eerste instantie niet in de gaten. Mensen om je heen zien het vaak eerder, maar als die geen contact zoeken met jouw behandelaar heb je een probleem. Die behandelaar ziet jou misschien eens in de twee of drie maanden. Vandaar dat het belangrijkste uit het boek misschien dus wel is: “Je staat er niet alleen voor.”

En wat als het ‘af’ is?

Dat alles aangevuld met tips om dat samenwerken zo soepel mogelijk te laten verlopen. Nu het boek min of meer “af” is dient de correctieronde zich aan. Daar begin ik morgen aan. Daar wil ik ook een paar maanden serieus tijd voor nemen. Daarna zijn er een paar meelezers. En dan? Wordt het een echt boek? Ga ik het uitgeven? En zo ja, hoe? Via een uitgeverij? Of in eigen beheer? Die vragen dienen zich steeds luider aan. En: is het niet al eerder geschreven? Ik heb namelijk vooral geen soortgelijke boeken bekeken – ik weet dat er minimaal één ander boek is dat gelijksoortige materie behandelt. Ik wilde namelijk eerst opschrijven wat ik zelf wilde zeggen. Niet gehinderd door de kennis dat het misschien al in boek x, y of z staat. Maar als ik de tik- en taalfouten eruit heb gehaald en ik me er nogmaals van heb overtuigd dat ik alles heb geschreven wat ik kwijt wilde, dan moet ik toch een keer kijken of het elders al geschreven is. Maar dan nog, mijn persoonlijke ervaring geeft het boek al meerwaarde, stelt mijn behandelaar.

Wat mij betreft staat al niet meer ter discussie of het boek er komt of niet: desnoods in kleine oplage voor vrienden. Maar stiekem heb ik meer ambitie. Werk aan de winkel dus.

~~~

Afbeelding van Markus Spiske via Pixabay

Het boek en de praktijk

Dan ga ik op maandag keurig na twee maanden onderbreking weer aan de slag met het boek over wat ik in 20+ jaar geleerd heb over mijn bipolaire stoornis, dan zijn er later die dag weer signalen zodat ik op de rem moest. Die signalen waren er namelijk al een paar dagen en dan geldt simpelweg de afspraak dat ik veel laat vallen en contact zoek met mijn verschillende hulpverleners.

Ja, zo gaat dat, en ik wil ook absoluut niet meer anders. Beter tien keer te vroeg dan nog een keer te laat. Die les heb ik wel geleerd. Doordat ik op maandag al ingreep, heb ik mezelf een glijdende schaal van een week of zes tot acht met bekende afloop bespaard. Dat het deze week dan even niet goed voelde, sterker nog: dat ik me rot voelde, neem ik in dat kader graag voor lief.

Inmiddels heb ik iedereen gesproken die ik moest spreken, is duidelijk wat er aan de hand was, ligt er iets van een plan van aanpak, heb ik weer vertrouwen en heb ik vanmiddag de geleerde lessen maar aan mijn boek toegevoegd. Maar dit moet niet elke week, dan wordt het nog een dik boek. In een boek dat gaat over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis en hoe ik herhaling voortaan hoop te voorkomen, mogen die lessen echter niet ontbreken. Want het doel van het boek is juist mijn lessen te verwerken tot praktische handvatten zodat ik situaties in de toekomst weet te herkennen en er anders op kan reageren.

Herkenbaar patroon

Na alles wat ik over gewoontes heb gelezen, begin ik steeds duidelijker patronen in mijn gedrag te herkennen. Er gebeurt iets of een bepaalde situatie doet zich voor en dat triggert mij. In het verleden leidde zo’n trigger mij tot een reactie die uiteindelijk uitmondde in een manie. Gelukkig heb ik geleerd zo’n trigger te herkennen. Dat geeft me bij wijze van spreken de mogelijkheid de pauzeknop in te drukken; de hulptroepen in te schakelen en een reactie te bedenken die mij niet richting manie leidt maar die mij op het gezonde pad houdt.

Gelukkig heb ik nu weer het idee dat ik op het gezonde pad zit. Dat dat pad niet richting die heerlijke euforie koerst die bij een manie hoort, neem ik graag voor lief. Die euforie duurt namelijk een paar weken maar levert daarna een hoop ellende op. En over die ellende ga ik morgen schrijven in mijn boek. Twee maanden geleden vond ik het nog te persoonlijk om het erover te hebben maar nu denk ik dat ik niet om dit onderwerp heen kan als ik echt iets wil met dit boek. Waarschijnlijk ben ik namelijk niet de enige met dit probleem.

~~~

Afbeelding van Larisa Koshkina via Pixabay

Terugblik op januari

De maand is dan nog wel niet helemaal afgelopen maar ik was van plan mijn maandelijkse terugblik op de maand op de laatste dag van die maand te schrijven, dus daar houd ik me aan. Bovendien, de terugblik op het weer van het afgelopen kwartaal komt ook altijd op de laatste dag van dat kwartaal…

Kijk ik naar bloggen dan heb ik mijn doel gehaald. Dagelijks bloggen is niet gelukt maar ik weet voor die dagen dat ik niet blogde waarom ik die dag oversloeg. Inclusief deze post heb ik 24 van de 31 dagen een post gepubliceerd. Wat mij betreft een mooie score, maar ik moet toch alert zijn want in december sloeg ik maar 1 dag over. Dus ik moet zorgen dat dat geen dalende lijn wordt.

Gelukkig heb ik nog wel wat onderwerpen liggen. Ik denk aan mijn boek, aan mijn vertaling en aan gewoontes. Aan lezen. Aan mijn handicaps. Dus voorlopig hoop ik nog even vooruit te kunnen. Ik had me voorgenomen om tot aan het einde van de lockdown dagelijks te bloggen, dus ik mag nog even door. Na de lockdown kijk ik verder.

Ik merk in ieder geval dat ik er veel plezier aan beleef. Wat me ook veel plezier oplevert is lezen. Maar daar heb ik wat meer moeite mee. Ik heb deze maand Reisgenoten, deel 1 van In de ban van de Ring van J.R.R. Tolkien uitgelezen, maar daarna bleef ik al snel hangen in De twee torens. Gelukkig las ik dan wel weer Atomic habits van James Clear. Maar al met al heb ik zeker de helft van de dagen van deze maand niet gelezen. En dat vind ik jammer.

Tegelijkertijd merk ik sinds de (eerste) lockdown dat ik moeite heb mezelf te motiveren. Ik heb er geen zin in en stel het daarom uit. Van lezen komt dan vaak niets meer. Een soort van onzinnige ‘Als niet X, dan niet Y’-constructie. Ja, ik weet hoe stom dat klinkt, maar dankzij die nog stommere stoornis die ik heb, heb ik veel te lang niet goed in mijn vel gezeten.

En helaas kan ik de oorzaak niet zo één, twee, drie wegnemen. Natuurlijk, ik reageer zoals ik reageer door mijn stoornis maar ook die is een blijvertje. Ik kan er alleen maar zo goed mogelijk mee omgaan, vandaar ook mijn boek in wording. Maar al met maakt dat ik me af en toe moedeloos en heb ik soms de neiging mijn kop in het zand te steken.

Dat helpt uiteraard niets dus probeer ik vanaf vanaf morgen iedere ochtend iets te hebben waar ik me op verheug: lezen. Begin de dag met een boek. Om dat sombere tegen te gaan dat ik sinds de (eerste) lockdown toch wel heb. Het gaat wel over maar met moeite. Dus wil ik het lezen in de ochtend over een andere boeg gooien en hopelijk vrolijk en energiek aan de dag beginnen. In ieder zolang ik thuis werk.

~~~

Afbeelding van S. Hermann & F. Richter via Pixabay