#wot overprikkeld – 2 boeken

Laatst zat ik wat te mopperen dat het soms handig was geweest als mensen aan wie ik mij met zo veel ellendige gevolgen heb geërgerd, zich gewoon hadden gerealiseerd hoe funest hun gedrag kon zijn. Voor hen was hun gedrag volstrekt normaal, voor mij niet. Toen niet, en nu nog steeds niet. Al begrijp ik dat gedrag wel, en ik neem ook niemand iets kwalijk. Soms lopen dingen gewoon anders dan je zou willen.

En gelukkig was ik met mijn tweet ook mijn klaagstemming kwijt, maar ik ben toch blij dat ik die geplaatst heb. Het luchtte namelijk op én ik kreeg twee schitterende leestips (Dank, Samira, dank, Emma.)

De eerste was How to handle neurotypicals van Abel Abelson en het tweede was Autisme en het voorspellende brein door Peter Vermeulen.

Het boek van Abelson was vooral humoristisch, maar ik geloof dat er toch een kern van waarheid in zit. Althans, hij komt net als ik min meer tot de conclusie dat je ergeren weinig zin heeft, sterker nog, dat het vooral kwalijke gevolgen heeft. Er zat dus toch wel wat herkenning in het boek, hoewel ik af en toe het gevoel had dat een korreltje zout niet genoeg was. Maar al met al was het toch humoristisch leerzaam genieten.

Autisme en het voorspellende brein is een heel ander boek. De toon van Peter Vermeulen is een stuk serieuzer, maar toch houdt ook hij het luchtig door de voorbeelden die hij geeft. Eerlijk gezegd wist ik niet zo veel van autisme af. Ja, ik dacht een bepaalde basiskennis te hebben, maar het is juist die basiskennis die Peter Vermeulen op basis van recent onderzoek in twijfel trekt.

Dat is namelijk een van de mooie punten van het boek van Vermeulen: het verhaal wordt verteld op basis van het onderzoek. En niet andersom. Ten minste, voor zover ik het kan beoordelen volgt wat Vermeulen schrijft uit de onderzoeken die hij citeert. Hij zoekt geen onderzoek bij zijn verhaal. En dat vind ik wel zo prettig omdat het het verhaal betrouwbaarder en echter maakt.

Terug naar die basiskennis. Ook ik zag de manier waarop het menselijk brein prikkels verwerkt als invoer (via zintuigen) -> verwerking (via ons brein) en uitvoer (onze reactie). In werkelijkheid blijkt echter dat het brein een voorspelling doet (gebaseerd op kennis en ervaring), op basis waarvan de reactie wordt bepaald. De invoer blijkt daarbij niet of nauwelijks belangrijk te zijn.

Bij mensen met autisme gaat het iets anders. Ook zij kunnen de wereld voorspellen, stelt Vermeulen, maar bij ben speelt invoer vanuit de zintuigen nog wel een belangrijke rol. En die invoer wordt ook nog eens absoluut gezien, wat weer tot voorspellingsfouten leidt als iets afwijkt van wat op basis van eerdere waarneming(en) wordt verwacht.

Daaruit volgt – en dat was voor mij een eyeopener – dat mensen met autisme niet per definitie moeite hebben met prikkels. Het blijkt te gaan om de (on)voorspelbaarheid van prikkels. Dat is het probleem. Als een prikkel verwacht wordt, zijn er veel minder problemen. Dat maakt ook dat we volgens Vermeulen ook moeten nadenken over het nut van een prikkelarme omgeving. Een prikkelarme omgeving is namelijk lastig omdat er juist wel prikkels zijn buiten de prikkelarme omgeving. Het verschil leidt tot voorspellingsfouten. Het is immers een illusie dat de hele wereld prikkelarm kan zijn.

Die voorspellingsfouten zijn het echte probleem, beargumenteert Vermeulen helder in zijn boek, dat ik ieder kan aanraden.

#wot word on thursday

~~~

Afbeeldingen: Goodreads

Geef het betekenis met een verhaal

Lang geleden, toen ik nog een klein Paultje was, gingen de Amerikaanse presidentsverkiezingen tussen de Republikeinse zittende president George Bush (later George Bush sr.) en zijn Democratische uitdager Bill Clinton. Ik vond het toen wonderlijk dat iemand die Saddam Hoessein had verslagen – al was het dan niet definitief want daar moesten we tot eind 2003 op wachten toen Paul Bremer zei: “Ladies and gentlemen, we’ve got him.” – kansloos verslagen werd.

Het gaat erom dat Bush sr verloor omdat hij met dat Golfoorlogverhaal hoge ogen dacht te gooien. Maar die verkiezingen staan vooral bekend door de slogan: “It’s about the economy, stupid!” En daar moet ik al een tijdje over nadenken, want het gaat om een duidelijk voorbeeld van iets waar ik veel over nadenk: het verhaal.

Wat is het verhaal, wat is het juiste verhaal? Met welk verhaal raak je een snaar? Doordat ik regelmatig nadenk over de inzet van verhalen op allerlei vlakken, en dat af en toe blijkt dat ik daar ook in slaag, dat is althans mijn interpretatie van de signalen die ik van anderen terugkrijg als ik wat vertel of schrijf. En daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor. Omdat ik verhalen vertel in de hoop anderen te raken, soms hun wereldbeeld een beetje te laten kantelen. Dat vind ik mooi aan verhalen.

Als ik alle onverdraagzaamheid, onverschilligheid of rotsvaste geloof in eigen gelijk zie in de media en sociale media ziet, zou ik soms bijna moedeloos worden. Toch word ik dat niet. Ik geloof namelijk dat het spreekwoord “onbekend maakt onbemind” hier belangrijk is. En ik geloof ik dat veel mensen bang zijn voor wat ze niet kunnen verklaren, het daarom bedreigend vinden en daardoor vaak ergens tegen te hoop lopen. Soms op een manier die ik niet weet te waarderen.

Maar het vindt volgens mij vaak zijn oorsprong in het ergens onbekend mee zijn. En niet zozeer omdat ze ergens tegen zijn. En dat biedt mij weer hoop. De hoop dat het mensen kan helpen om een onbekende wereld te leren kennen. Dat iets eenmaal bekend wél bemind kan worden. En daarin spelen verhalen een belangrijke rol. Het precies de reden dat ik blog en een boek schrijf. Om mijn wereld bekender en hopelijk beminder te maken.

Er valt nog een wereld te winnen en daar ga ik ook mijn best voor doen, ook door (elders) anderen aan het woord te laten. Over dat elders later meer. Mijn verhaal vertellen heeft mij zo veel opgeleverd, deze week nog (zie de vorige zin), dat gun ik anderen ook. En ook daar wil ik aan werken.

~~~

Afbeelding van Peace,love,happiness via Pixabay

Het begint bij een verhaal

Deze blogpost is deel 1 van 3 in de reeks Verhalen ontleed

De afgelopen dagen hier gereflecteerd en offline een aantal serieuze gesprekken gevoerd. Plus nog een aantal te gaan en midden in een cursus maar het wordt me langzaam duidelijk: wat mij altijd heeft aangesproken – in boeken, in blogs en in mijn studie Cultuurwetenschappen, die ik misschien mede daarom uiteindelijk koos – zijn simpelweg verhalen. Verhalen zijn voor mij essentieel, vandaar ook dat ik blog. Heb ik geen verhaal, dan raak vroeg of laat met mezelf in de knoop.

En soms gebeurde dat ook, dat ik in de knoop kwam te zitten. Maar uiteindelijk lukte het me altijd ergens een verhaal van te maken. De heldenreis van Joseph Campbell in een modern jasje. Als je zoals ik van verhalen houdt, kun je eigenlijk niet om die heldenreis heen en steeds meer zie ik hoe ik die ingezet heb, bewust en onbewust, hoe ik aangepast heb aan mijn eigen behoeftes. En ik speel met de gedachte om een kleine serie te beginnen over hoe je de heldenreis in kunt zetten om jezelf weer wat op te peppen.

Het hoeft namelijk niet heel ingewikkeld te zijn, want bijna alle westerse verhalen volgen dat stramien. En omdat het daardoor zo bekend is, voelt het heel natuurlijk aan om zo’n verhaal te vertellen. Als je erop let, ga je ook sporen van de heldenreis in je eigen leven zien. Je gaat ontdekken dat je niet alleen alleen tegenslagen te verwerken hebt gehad, maar ook inventieve overwinningen hebt geboekt. Dat je soms hulp uit onverwachte hoek hebt gekregen en dat de situatie vaak minder ellendig is dan je denkt.

Mijn verhaalkracht heeft samen met fantasie ondersteund door de Kipling-methode en een vleugje filosofie uit de klassieke oudheid (Stoa) ervoor gezorgd dat ik mijn trigger voor mijn bipolaire stoornis ontdekte en die vervolgens onder controle kon houden.

Dit is de proloog

Ik heb eigenlijk best zin om die elementen wat verder uit te diepen de komende tijd. Stay tuned. We beginnen morgen met het ontleden van de heldenreis. Dat zal wel een paar blogs kosten, maar ik hoop er minder tijd voor nodig te hebben dan indertijd voor mijn masterscriptie die deels over dit onderwerp ging.

Hebben we de heldenreis gezien, dan gaan we kijken hoe en waar we die in kunnen zetten, waarom dat handig is en hoe je dat aan kunt pakken. We kijken ook wat de Stoïcijnen ermee te maken hebben.

Doel van dit alles is om jou en mezelf te helpen met het vinden van empowerment-verhalen. – want daar ben ik nogal mee bezig in mijn cursus – om zo ons zelfvertrouwen op te kunnen krikken als dat nodig is.

~~~

Afbeelding: goodreads

De heldenreis – word de held in je eigen verhaal (en waarom dat belangrijk is)

De heldenreis komt uit het boek The hero with a thousand faces (1949) van Joseph Campbell (1904-1987). Het boek is ook vertaald in het Nederlands: De held met de duizend gezichten.

Volgens Wikipedia bestaat het de heldenreis uit 17 fases onderverdeeld in 3 thema’s. Die mag je van mij vergeten, maar kunnen leuk zijn om een verhaal mee te toetsen.

Voor mijn eindscriptie heb ik gebruik gemaakt van een iets eenvoudiger model van Margery Hourihan uit haar boek Deconstructing the hero (1997). Gelukkig staat het stuk dat we nodig hebben als bladervoorbeeld op Amazon. Hieronder een korte vertaling.

  • Er is een held, vaak mannelijk Brits enz. Vaak vergezeld door 1 metgezel, of hij is de leider van een groep avonturiers.
  • Hij verlaat beschaving thuis en zoekt de wildernis op.
  • De wildernis hoeft niet per se de jungle te zijn.
  • De held krijgt tegenslagen te verwerken maar overwint deze en krijgt te maken met lastige opponenten.
  • De held overwint zijn opponenten omdat hij slimmer, dapperder, doortastender enzovoort is. De held krijgt ook weleens hulp omdat anderen het belang van de queeste inzien, of de leider erkennen.
  • De held bereikt zijn doel.
  • De held keert terug naar huis
  • De held krijgt een beloning.

Dit is in het kort de heldenreis die volgens Hourihan het onveranderlijke patroon van het heldenverhaal, of het nou de Odyssee, James Bond of Treasure Island is. En volgens mij is het ook een makkelijke manier van vertellen, die haast onbewust gaat omdat je groot geworden bent met dit soort verhalen.

Er kleven nadelen aan dit patroon. Maar of dat aan het patroon ligt of aan de invulling van het patroon vind ik eigenlijk een interessantere vraag. Zo is de held vaak een witte Britse man en komen vrouwen minder vaak voor in de verhalen. Tenzij als verleidster van de dappere held, als degene die gered moet worden. Of als beloning – als trophy wife voor de held.

Maar volgens mij staat het iedereen vrij om zichzelf een held of heldin te voelen en te spelen met dit patroon. Het is ouder dan Methusalem maar als de verhalen waarin het toegepast wordt één ding duidelijk hebben gemaakt, dan is het wel dat het veel variabelen bevat.

Speel daarmee en je opent ongekende mogelijkheden. De held kan zomaar ineens een gehandicapte slechthorende met een bipolaire stoornis zijn. Of een heldin kan goed voetballen en ijveren voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

De wildernis? Ook volledig naar eigen wens in te vullen. Het hoeft niet outback in Australië of de Sahara te zijn. Het kan ook de bureaucratie van een verzekeringsmaatschappij of ziekenhuis zijn. Een ziekte/handicap die veel ellende met zich meebrengt.

Zo kun je haast eindeloos doorgaan met variabelen uit de opsomming hierboven. Opponenten die helemaal geen tegenstanders zijn. Hulp uit onverwachte hoek. En wat ook mooi is: de verhalen zijn net echt. De heldenreis is zoals ik al zei een heel vertrouwde manier van lezen omdat we ermee opgegroeid zijn en we vaak ook op deze manier vertellen. Niet alleen in op zichzelf staande verhalen, maar juist ook in series. Soms in op zichzelf staande deeltjes, soms – zoals in veel Fantasy – met een overkoepelende verhaallijn die vaak gaat over de strijd tussen goed en kwaad.

De elementen uit de heldenreis bieden de kans om je eigen verhaal te maken. En dat kan weer steun bieden in moeilijke tijden. Probeer het maar maar eens:

ik ben als held(in) en … (en vergeet niet dat kleine overwinningen ook tellen). Kijk naar bovenstaande lijstje en gebruik je fantasie. Benut de Kipling-methode. Kweek zelfvertrouwen en logenstraf die traditionele patronen waarmee de heldenreis in verhalen ook is ingevuld. Helaas ook in de realiteit. Denk aan ene Donald die handig gebruik heeft gemaakt van de heldenreis.

Ik ga de komende tijd eens kijken of ik mezelf én anderen op deze manier (nog wat verder) kan opbeuren.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Via mijn boek als buddy in de geestelijke gezondheidszorg?

De vakantie zit er weer bijna op. Niet alles gedaan wat ik wilde en dat betekent dat ik komende week naast mijn werk druk aan de slag mag met Gimlet. Dat komt wel goed. En hier ga ik het dus over mijn boek en gewoontes hebben. Die twee zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook met mijn vertalingen, maar daarbij vind ik het niet zo belangrijk.

Mijn boek daarentegen voelt voor mij aan als verreweg het belangrijkste wat ik ooit heb geschreven. Juist omdat het gaat om psychische gezondheid. Ik heb mijn boek onder anderen al laten lezen door een aantal mensen die professioneel kijk hebben op geestelijke gezondheidszorg. Zij zijn enthousiast. En dat maakt mij weer enthousiast, want het helpen van lotgenoten was toch een belangrijke drijfveer van het hele project.

De afgelopen tijd heb ik nagedacht over hoe ik zo veel mogelijk mensen kan bereiken, zeker na al die positieve reacties. Daar hoop ik komende week meer over te kunnen vertellen, misschien morgen al. Hoe dan ook vind ik het een mooie zoektocht om mijn boek te laten landen. En misschien komen er nog wel andere vormen. Niet iedereen leest graag, dus een training geven is ook een idee waar ik mee speel. Uiteindelijk draait mijn boek om een ontdekking die ik deed door dagelijks ergens naar te kijken, dagelijks over iets na te denken. En dat hoef je niet uit een boek te leren, al hoop ik dat het mijne wel inspirerend is.

Een boek of toch meer dan alleen een boek?

En ik geloof dat er meer inspirerende verhalen zijn. Daar wil ik naar op zoek want ik heb het idee dat er in die verhalen zo veel wijsheid en kennis zit dat door de lessen uit die misschien heel veel gezondheidswinst te behalen is. Door de verhalen van oude rotten uit het vak op de een andere manier vast te leggen voor nieuwkomers: boek, film, training, lezing enz. Je leerde vroeger op school toch ook van docenten? Waarom zou dat in de (geestelijke) gezondheidszorg dan ook niet kunnen? Een patiënt met 10+ jaar ervaring die zijn of haar kennis overdraagt aan nieuwkomers?

~~~

Afbeelding van Ingela Skullman via Pixabay

Dubbele eindsprint begonnen met kleine stapjes

Nu de derde en laatste week van mijn vakantie vandaag is begonnen, betekent dat dat ik met een dubbele eindsprint ben begonnen. Ik wil deze week zowel mijn boek afronden als de vertaling Gimlet opnieuw in actie. Om met die laatste te beginnen. Het afronden van die vertaling gaat deze week niet lukken want ik krijg nog opmerkingen van een proeflezer. En die komen pas medio september. Maar ik heb al heel wat opmerkingen binnen. De vertaling is overigens van de hand van Roger. Als je fan bent van jongensboekenseries en encyclopedieën, kijk dan vooral eens op zijn site, Apriana.nl.

Het leek me verstandig om alvast te beginnen – of beter gezegd, hoofdstuk 1-5 nog keer opnieuw lezen en daarna wel verder te gaan. Zodat we het boek hopelijk in het najaar ergens te kunnen presenteren. Die vertaling doornemen is niet heel veel werk, maar ik zag er een beetje tegenop om nóg een keer alles door te moeten nemen wanneer de laatste proeflezer met commentaar kwam. Maar contact gehad en het commentaar viel mee dus kan dat er waarschijnlijk wel bij.

Waar ik wel behoorlijk tegenop zie, is de laatste ronde van mijn eigen boek. Het wordt steeds echter en ik ben vanavond daadwerkelijk na iets meer dan een maand pauze opnieuw begonnen. Ik had vandaag graag meer gedaan, maar ik heb me verkeken op mijn agenda. Vandaar dat ik maar 1 pagina heb doorgenomen, van de 41. Toch een paar kleine dingetjes gevonden. Dus wel goed om er nog eens naar te kijken voor het naar een uitgever gaat.

Zuinig als ik ben, heb ik het geheel niet uitgeprint, maar lees ik op mijn desktop in schermvullende modus. Daardoor ziet de tekst er anders uit dan tijdens het schrijven op de laptop. En ik lees mezelf hardop voor. Op die manier hoop ik er de laatste hobbels alsnog deze week uit te halen. Gelukkig heb ik nu wat meer ruimte in mijn agenda.

~~~

Afbeelding van Benjamin Hartwich via Pixabay

Gisteren een middagje Helmond: hoe hoor ik nu?

Gistermiddag zag ik eindelijk weer eens de bibliotheek van Helmond van binnen. Ik was er al een hele tijd niet meer geweest. De reden daarvoor zag wel bekend zijn. Daarnaast maak ik vaak gebruik van de Online Bibliotheek. Maar het prentenboek van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, Spin op sokken, dat Leonoor me aanraadde tijdens een leuke Twitterdiscussie, bestond alleen op papier. En nieuw was het niet meer te krijgen, dus ik besloot het een keer te lezen als ik weer eens in Helmond was.

Alleen duurde dat even. Gisteren kon ik er echter niet meer aan ontkomen omdat ik al een een tijdje problemen had met mijn gehoor. Afgelopen donderdag toch maar voor gebeld want mijn hoorapparaten twee tandjes harder zetten, hielp te weinig. Gelukkig kon ik al snel terecht bij de audicien. Ik was er best een beetje zenuwachtig voor. Toen twee jaar geleden mijn oude toestellen vervangen konden worden, bleek bij de audioloog dat ik met die oude toestellen, categorie 4, nog maar 90% spraakverstaan haalde. De test bestond uit een gedeelte met piepjes en een deel met woordjes. Die piepjes kostten de grootste moeite. Volgens de audioloog had ik regelmatig op het knopje gedrukt terwijl er geen piepje te horen was.

En ik had toch echt wat gehoord. Als het heel stil is en ik me goed concentreer, hoor ik weleens geluiden die er niet zijn: tinnitus, vooral in de vorm van piepjes. Dat komt goed uit bij zo’n test. We kwamen er toch uit. Ik had sterkere toestellen nodig, uit categorie 5, de zwaarste. Toen ik die een tijdje had en op controle moest, scoorde ik weer 100% op de spraaktest.

Gistermiddag bij de audicien begon het ermee dat ik binnengeroepen werd en we een kort gesprek hadden over hoe ik nu hoorde en wat de procedure was. Daarna werden mijn hoorapparaten schoongemaakt. De volgende stap was een gehoortest, zonder toestellen, maar mét piepjes.

Rechts in de hoge tonen iets achteruit maar…

Toen ik klaar was met de test, mocht ik mijn toestellen weer in doen en ik hoorde het meteen: dit was weer het gehoopte volume, terwijl mijn toestellen op normale sterkte stonden. Dus niet twee tandjes harder, zoals de laatste tijd. De audicien legde uit: het gehoor links was hetzelfde gebleven, rechts hoge tonen was iets achteruitgegaan. Ze had ook nog wat aan mijn toestellen gedaan: nieuwe slangetjes eraan gezet. En ze had mijn hoorapparaten schoongemaakt: er had wat vuil op de microfooningang gezeten. Dát had ik dus al gemerkt (en stiekem gehoopt). Ik hoorde weer normaal en besloot het genoemde gehoorverlies voorlopig even te negeren, ook met het piepjesavontuur bij de audioloog in gedachten.

Dat was toch wel een opluchting. Het was al een mogelijkheid waarmee ik rekening had gehouden omdat ik vroeger mijn hoorapparaten ieder half jaar liet controleren. Deze toestellen hadden die controle door de eerder genoemde bekende omstandigheden niet gehad. En dit kun je helaas zelf niet verhelpen. In de gaten houden dus. En net voor ik aan deze blogpost begon, bevestigde mijn huisgenoot dat ik nu beter hoorde dan voor ik gisteren naar Helmond ging.

En tussendoor nog een boek

Toen ik Spin op sokken uit had, had ik nog tijd over voor de afspraak bij de audicien en dacht ik: zou hier ook wat staan over bipolaire stoornissen? Dat bleek het geval te zijn, Pillendoos van Cornelie Egelie-Sprenger. Maar terwijl er aan begon op het terras van de bieb, merkte ik bij de voorwoorden dat het me behoorlijk aangreep omdat ik iets te veel herkende. Dus zette ik het terug op de plank. Even later realiseerde ik me dat ik mijn biebpasje niet bij me had. Thuis heb ik nog even de preview van het boek gelezen, dat waren willekeurige pagina’s. Weer herkenbaar maar niet meer emotioneel. Ik ga het dus nog lezen.

~~~

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Iets dagelijks doen, geeft een andere blik

Dit is een blogpost in twee delen. Ik schreef het eerste stuk gisteren voor ik naar de (opname van) de oratie ging kijken van Chantal Bleeker. En die oratie zette me dusdanig aan het denken dat ik niet meer aan dit blog toekwam. Ik ging nadenken over communicatie, over dat dingen niet te moeilijk mochten zijn. Als iets moeite kost, doe ik het zelf soms ook liever niet. Daar kan ik een heel simpel voorbeeld van geven. Pas 18 jaar na de diagnose bipolaire stoornis deed ik mijn ontdekking over de ergernissen. Een ontdekking die mijn leven op een positieve manier op zijn kop zette. En die ik misschien wel te danken had aan het feit dat ik dankzij een blogger elke dag was gaan wandelen. Nou ja, dat wandelen heb ik natuurlijk zelf gedaan. Maar die blogger kreeg me definitief zover dat ik iedere dag de ene voet voor de andere wilde zetten.

Waar het om gaat, is dat ik de waarde van dagelijkse gewoontes begon in te zien en ze langzaam ook ging toepassen op mijn bipolaire stoornis. Ik ben ervan overtuigd dat het feit dat ik dagelijks over mijn stoornis nadacht mij uiteindelijk misschien wel de oplossing bracht.

Terwijl ik diezelfde oplossing misschien al eerder had bereikt als ik bereid was geweest dagelijks mijn life chart in te vullen. Maar in 2007 en 2014 – toen ik er in mijn behandeling mee in aanraking kwam – vond ik die boekjes maar lastig en apps waren er nog niet (of misschien nauwelijks). Ik denk echter dat dat niet het grote probleem: het probleem was dat ik niet dagelijks en structureel na wilde denken over mijn stoornis. Ik geloofde in medicijnen en die nam ik trouw in. Maar dat hielp niet altijd.

Ik denk dat de ommekeer kwam met het besef dat het wél dagelijks moest. Nadenken over die vervelende stoornis. Ook al is het niet leuk. Maar het mooie is dat nu ik er tóch dagelijks over na ben gaan denken, ik zie dat je véél meer controle over mijn stoornis heb dan ik ooit had durven dromen. En misschien ook wel méér controle dan medici voor mogelijk houden. Ik ben bezig dát uit te zoeken, het wijst nu wel een beetje die kant op. Ik kom er uiteraard op terug want ik vind het een belangrijk vraagstuk. Net als die vraag: hoe krijg je mensen zover dat ze ergens dagelijks mee bezig willen zijn.

En dat alles dankzij de oratie van Chantal Bleeker.

Wat hier onder staat, schreef ik gister voor ik de oratie bekeek, maar het hangt er wel mee samen.

Nu ik de afgelopen bijna twee jaar zo druk bezig ben geweest met het boek over mijn bipolaire stoornis, of liever over hoe ik ermee heb leren omgaan, heb ik gemerkt hoe fijn ik schrijven aan een boek vind. Natuurlijk, ik wist het al een beetje van mijn vertalingen, maar het viel bij het werken aan mijn boek nog meer op.

Ik bleek het heerlijk te vinden om niet meteen op ‘Publiceren’ te hoeven klikken. En dat wat ik wilde schrijven, hoefde ook niet in één dag af. Het boek gaf mij min of meer de gelegenheid om nog een keer na te denken over iets, als ik nog niet helemaal tevreden over was. Het gaf de gelegenheid dieper op een onderwerp in te gaan, te schaven als dat nodig was. Wat dat betreft ben ik ook heel blij met mijn proeflezers. Meer dan bloggen voelde het schrijven van een boek aan als een teamprestatie.

Dit blog tik ik zelf en ik druk ook zelf op de al genoemde knop ‘Publiceren’. Natuurlijk, er zijn ooit reacties. Maar dat valt in het niet bij wat ik mee mocht maken als schrijver van een boek. En ik zal het ook maar meteen zeggen: ik wil het zo nog wel een paar keer doen. Ik heb ideeën genoeg. Misschien zijn het wel dingen waar de wereld op zit te wachten.

Zo valt er over het onderwerp dagelijkse gewoontes meer te zeggen dan ik heb gedaan in het boek dat hopelijk in het najaar verschijnt. Volgens mij is een groot deel van de daarin beschreven successen te danken aan dagelijkse gewoontes. Ze kunnen daarom volgens mij van belang zijn binnen een ggz-behandeling. En ik zie dat belang ook bij revalidatie. Dus wie weet wordt dat nog een boek.

Een andere dwarsstraat is dat er volgens mij veel meer mensen rondlopen met een verhaal dat het ook waard is om te vertellen. Omdat het inzicht biedt, omdat het inspirerend is, of omdat het vertellen en het lezen zelfvertrouwen geeft.

Nou was ik eigenlijk van plan te gaan zeggen dat ik voorlopig wilde stoppen met bloggen, maar na dit korte blog denk ik daar toch weer anders over. Ik wil nog wat promotie blijven doen voor mijn boek en ik heb nog wat onderwerpen liggen waar ik posts van kan maken. En ik kan vast onderzoek doen voor nieuwe boeken en dat misschien hier vastleggen. Bloggen heeft voor mij toch al jaren een bepaalde charme en het zou zonde zijn om niet van die charme te blijven genieten.

~~~

Afbeelding van Larisa Koshkina via Pixabay

#WOT plot – plotwending

In september 1999 begon ik The boy Biggles te vertalen. Het kwam voort uit het einde van een donkere periode uit mijn leven. Een depressie die me mijn eindexamen kostte. Toen ik weer beter was, wilde ik leuke dingen gaan doen. Iets met Biggles leek me aan de kwalificatie te voldoen. En in meer dan twintig jaar is me wel gebleken dat dat een juiste inschatting was. Het vertalen was en is heel leuk maar veel belangrijker vind ik de vriendschappen het me heeft opgeleverd. Dat had ik van tevoren echt niet kunnen bedenken.

In mei 2012 kreeg ik het idee om een groepsblog te starten. Iets met handicaps en ziektes. Niet iedereen begreep het en dat leverde een hoop ellende op die me uiteindelijk anderhalf jaar min of meer van de kaart veegde. Het waren onder andere een zekere Gimlet en mijn vrienden van de I.B.A. die mij er toen weer bovenop hielpen door de vertaling Gimlet van de Commando’s mogelijk te maken. Het lukte mij op dat moment niet alleen. Ik had steun nodig en die kreeg ik, ook van anderen en het ging over meer dan boeken.

Het was dus kommer en kwel in 2012/2013. Toch had ik het niet willen missen want het groepsblog werd dit persoonlijke blog en ik had al veel nieuwe vrienden gemaakt rond dat groepsblog. En die vriendschappen die duren wat mij betreft nog lang. Vorig jaar citeerde ik Queen:

Friends will be friends
Right till the end
And even beyond

Die onderste regel had ik zelf bedacht. Het citaat kwam in een reeks op Facebook. Ik kreeg bezorgde reacties: was ik niet manisch aan het woorden? Gelukkig niet, maar dank voor het bezorgde meedenken.

En toen was het 2020 en besloot ik een boek te schrijven. De eerste versie werd terecht afgekeurd door vrienden. Dus begon ik eind 2021 aan een tweede versie. Die lijkt nu beter en komt hopelijk in het najaar uit. Over wat ik geleerd heb van mijn bipolaire stoornis. Ik merk nu alweer dezelfde positieve effecten als in 1999 en 2012. Maar ik doe het rustig aan want ik wil wel graag de negatieve effecten van 2012 vermijden. Ik heb er gelukkig alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Daar gaat het boek ook over. Maar te hard van stapel lopen is niet verstandig, dat heb ik wel geleerd.

De moraal van dit verhaal: geef de plot van je leven af en toe een twist. Kan je zomaar veel moois opleveren. En een plot twist van het leven zelf, kan ook positiever uitpakken dan je soms denkt, hoe vervelend zo’n twist ook kan zijn.

~~~

Afbeelding van 0fjd125gk87 via Pixabay

Boek bijna af: spannende tijden op komst

Misschien ga ik voorlopig wel minder bloggen. Ik weet het nog niet zeker maar ik wil nu eindelijk eens mijn boek afronden en naar meer proeflezers sturen. Ik ben van plan er dit weekend nog een keer intensief naar te kijken en het dan wat mij betreft voorlopig als afgerond te beschouwen. Zodat ik begin volgende week mijn proeflezers kan inschakelen. Nou ja, inschakelen, dat klinkt ondankbaar en dat ben ik natuurlijk niet. Ik ben hen juist dankbaar dat ze zo in mijn droom geloven dat ze hun nek uit willen steken om mij te helpen.

En misschien is mijn droom wel groter dan één boek. Als mijn proeflezers net zo enthousiast zijn als ik hoop, dan moet ik misschien eens gaan oefenen op een liftpraatje. Maar laat ik niet al te zeer op de zaken vooruitlopen. Eerst dit weekend het manuscript grondig doornemen, hardop voorlezen en fouten eruit halen. De eerste proeflezer van de tweede versie waren vooral vergeten woorden opgevallen. Dat is iets waar ik al rekening mee had gehouden en ik heb ook een print van mijn manuscript gemaakt om dit en mogelijke euvels die in mijn ervaring vooral op papier opvallen, te verhelpen.

Ik heb er wat betreft alle vertrouwen in. Daarna begin volgende week het manuscript naar mijn proeflezers sturen. Informeren of ze het nog willen lezen, omdat het toch allemaal wat langer heeft geduurd dan voorzien. Maar daar verwacht ik eigenlijk geen problemen. En dan komt de echte test: wat vinden mijn proeflezers? Is het geworden wat ik hoopte? Zouden anderen er iets aan kunnen hebben? Ben ik niks vergeten? (Al maak ik me daar minder druk om want ik heb slechts mijn ervaring opgeschreven en dan heb ik misschien geen ervaring met bepaalde dingen, maar dan kán ik die ook niet beschrijven. Ik denk dat ik een aardig compleet beeld heb geschetst.) Fouten zullen er ook niet echt in staan, maar het is handig als het nergens te zeer tegen de richtlijnen van de ggz ingaat. Een beetje afwijken mag. Daarom ben ik blij dat mijn huidige behandelaar en twee oud behandelaars proeflezer willen zijn. En ik heb er nog meer.

Dat beloven spannende tijden te worden. Tijd die ik kan gebruiken om te blijven bloggen (maar de komende week dus misschien iets minder, afhankelijk van de vraag of ik die dag op schema lig of niet), om de Biggles site weer helemaal up to date te brengen en te werken aan de vertaling van Gimlet goes again waar mijn collega Roger al heel wat werk voor heeft verricht zodat een publicatie in het najaar haalbaar moet zijn.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay