De zoektocht naar de trigger

Wat ik in mijn boek in feite doe is een beschrijving geven van de zoektocht naar mijn trigger voor de manieën ten gevolge van mijn bipolaire stoornis. Vooraf gegaan door een beschrijving van de depressieve en manische episodes die ik meemaakte en die ervoor zorgden dat ik in 2019 erop gebrand was herhaling te voorkomen.

Ik had na mijn zoveelste manie in 2019 echt het gevoel dat er iets moest zijn wat mijn manieën veroorzaakte. Ik had het gevoel dat het helemaal niet zo ingewikkeld hoefde te zijn, maar dat datgene wat zo netjes in mijn signaleringsplan stond niet de oorzaak van ellende was, maar een gevolg van eerdere ellende. Maar het lukte me in eerste instantie niet om er de vinger op te leggen.

Toch kwam ik erachter en dat zorgde voor een bevrijdend gevoel. En ik kreeg steeds sterker het gevoel dat omdat het mij twintig jaar moest hebben gekost om deze ontdekking te doen, ik heel graag lotgenoten wilde helpen om diezelfde ontdekking sneller te kunnen doen. Want ik weet wat voor een ellende een bipolaire op kan leren. Hoewel een manie voor mij in eerste instantie gewoon heerlijk aanvoelt, ken ik ook de keerzijde maar al te goed en die gun ik niemand.

En precies om die reden ging ik dus een boek schrijven. Dat werd vorig jaar welwillend ontvangen door proeflezers maar ze waren wel zo eerlijk om aan te geven dat er nog verbeterpunten. Daar was ik het na enig nadenken helemaal mee eens en afgelopen november, december ging ik weer aan de slag. Ik heb het boek volledig opnieuw geschreven (vooruit: ik heb één kort hoofdstuk laten staan, maar dat heb nog eens deels herschreven en verder ingekort) en ik ben nu heel benieuwd wat mijn proeflezers ervan vinden.

Het boek is de eerste stap, maar ik merk dat ik nu veel meer wil weten over bipolaire stoornissen en aanverwante ziektes/stoornissen die binnen de ggz worden behandeld. Dat is de ene kant waar mijn belangstelling naar uit gaat. De andere kant is die van leren, onderwijzen want ik schreef al, lezen alleen is niet genoeg.

Hoe kan ik zorgen dat de boodschap overkomt? Want waar ergernissen mijn begin/trigger zijn, is dat voor lotgenoten misschien iets heel anders. Ik hoop dat mijn boek de trigger voor lotgenoten kan zijn om zelf samen met naasten en behandelaars op zoek te gaan naar hun trigger, of met hernieuwde energie ernaar op zoek te gaan. Het vinden van die trigger en merken dat het klopt geeft zo’n rust. Dat gun ik wel iedereen. Daarom wil ik daar op alle mogelijke manieren bij helpen. Maar eerst dus via het boek.

~~~

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Leesdoelen 2022

Op Twitter gaf ik aan dat ik dit jaar elke week een boek wil lezen. Later realiseerde ik me dat dat dat niet klopte. Ik vind lezen een dusdanig fijne tijdsbesteding dat ik graag elke dag wil lezen. En dan zie ik wel hoeveel boeken dat het worden. Dat kunnen er zo’n 25 worden (schatting van 2021 omdat ik nergens heb vastgelegd welke boeken ik las) maar ook meer of minder.

Voor iemand die Algemene Cultuurwetenschappen heeft gestudeerd heb ik last van een vreemd probleem: het lukt me de laatste jaren steeds moeilijker om na het lezen te benoemen wat ik van het boek vond. Ja, tijdens het lezen geniet ik vaak, maar naderhand het wat en waarom benoemen, valt nog niet mee. En dan te bedenken dat ik op de middelbare school de hoogste punten haalde voor mijn boekenbeurten.

Dat stoort me behoorlijk. Misschien is dat ook de reden dat ik de laatste jaren zo’n moeite heb met elke dag lezen. Soms gingen er ineens weken voorbij zonder dat ik maar een boek las, behoudens dan het boek dat ik op dat moment vertaalde. Daar wil ik dit jaar graag verandering in brengen. Ik wil vooral weer kunnen benoemen wat ik mooi vind in een boek, waarom het me aanspreekt. Misschien dat ik boekenblogger word, dat ik blogposts ga schrijven over de boeken die me aanspreken, zodat ik mezelf dwing kritischer te lezen.

En waar ik ook aan denk is aan boeken herlezen. Sommige non-fictie boeken die ik interessant vond, heb ik nu alweer verschillende jaren geleden gelezen en die weer herlezen kan denk ik geen kwaad. Dit gaat over leren van theorie naar praktijk waar ik het gisteren over had, dus daar kom ik later nog op terug.

Maar ook: herlezen van romans. Vroeger had ik een docent Engels die zwoer bij het twee keer achter elkaar lezen van boeken. De tweede keer zag je volgens hem zo veel meer dan met slechts één keer lezen. Ik heb het nooit geprobeerd maar ik denk erover dat nu wel (af en toe) te doen. Zodat ik uit kan leggen waarom ik Onder de radar van Emma J.J. Voerman zo’n mooi boek vind. Hopelijk verwoord in een boekenblogpost.

Een ander boek heb ik al een eeuwigheid in Goodreads staan: de Metamorphosen van Ovidius. Die behandelden wij in 5 gym. En nu zag ik vorige maand dat de Metamorphosen het eindexamenonderwerp 2023 van Latijn is. Lijkt me geinig om vanaf volgend schooljaar mee te lezen, liefst ook in het Latijn. Daarvoor heb ik al eens wat gegoogeld naar Latijn leren. Ben in de weer met grammatica en vocabulaire. En met Anki natuurlijk. Het zit er nog tamelijk goed in en het moet me denk ik lukken voor begin volgend schooljaar weer op niveau te krijgen.

~~~

Afbeelding van Paul Brennan via Pixabay

Van theorie naar praktijk: kan ik lezers van mijn boek in wording daarmee helpen?

Het doel van het lezen van al die boeken over gewoontes waar ik het gisteren over had, is natuurlijk dat ik van theorie naar praktijk ga. En daar schort het juist nogal aan. Dat was dus een reden om met de genoemde cursus van James Clear mee te doen. De cursus is trouwens gratis, anders had ik er wel bij gezegd dat het betaald was en had ik er waarschijnlijk zelf niet aan deelgenomen en dus ook niet op gewezen.

Op zich denk ik wel dat het goed gaat komen met mij en mijn gewoontes, de slechte zijn af en toe lastig, maar daar is dus die opfriscursus voor. En het activiteitenlijstje dat ik ooit uit de blogpost Plannen voor succes van Elja had gedownload en dat ik ieder jaar hergebruik. Weliswaar meestal maar een paar maanden, maar ik ben nu van plan het langer vol te houden. Wat Elja zegt: het voelt motiverend om iets af te vinken (een eentje waardoor de cel ook nog eens groen wordt). Dat gaat ook wel helpen tegen de slechte gewoontes. Vanaf morgen dus aan gaan werken, want daar is het vandaag te laat voor. Voor bloggen ook, maar ja, ik ben schrijver, schreef ik gisteren, als titel van het artikel nog wel.

Die laat ik staan maar die komt niet zoals ik schreef van James Clear maar gewoon van mezelf. Toen ik de mail later teruglas zag ik dat er iets anders stond. “Niet: ik wil een boek schrijven maar ik wil wil het type persoon zijn dat elke dag schrijft.” Dat geeft dus wel product versus proces en dat is de tweede rectificatie want die heb ik uit A mind for numbers van Barbara Oakley en niet uit The power of habit van Charles Duhigg.

Tot zover de rectificaties. Ik zal de blogpost zelf later aanpassen. Nu terug naar de theorie en de praktijk. Ik geloof dat ik er al eerder over heb geblogd, van lezen naar doen. Het is een onderwerp dat me af en toe fascineert. Ik merk dat ik van veel boeken, artikelen, documentaires, online cursussen na afloop zelden meer iets onthoud. Net als vroeger na het proefwerk, zeg maar. En nu ik hopelijk voor het einde van het jaar (en liefst een flink stuk daarvoor) een boek zal hebben gepubliceerd, zit ik me af te vragen hoe ik er als auteur voor kan zorgen dat de boodschap blijft hangen. Het is mijn verhaal maar er zijn wel dingen die voor een ander ook relevant kunnen zijn. En dan is het wel handig als een lezer dat dan onthoudt. Moet/Kan ik dat als auteur faciliteren en zo ja, hoe dan? Dat lijken me interessante vragen om uit te zoeken.

~~~

Afbeelding van eko pramono via Pixabay

Ik ben schrijver

Deze blogpost is deel 25 van 25 in de reeks Gewoontes

Daar ben ik ineens stellig: ik ben schrijver. Dat komt doordat ik ooit meedeed met een uitdaging die Peter zijn lezers stelde. Iedere dag vijf minuten wandelen was mijn keuze. En de rest is geschiedenis. Dat is deze zomer, op 6 juni om precies te zijn, alweer zeven jaar geleden. En ik wandel nog steeds praktisch iedere dag. Of het moet regenen of donker zijn als ik tijd heb.

Ik ga namelijk wat vaak tegen de vlakte en daarom loop ik in het donker alleen in een groepje. Afkloppen, maar het is me gelukkig sindsdien niet meer overkomen. Hoe dan ook, ik begon door de serie van Peter te interesseren voor gewoontes. Ik kreeg van hem het boek van Babauta waarop zijn serie gebaseerd was en ik schreef zelf ook een serie over dat boek omdat Babauta het copyright had weggegeven.

Daarna ging ik helemaal los. Ik was op internet het boek The power of habit van Charles Duhigg tegengekomen en in de boekhandel Gelukkig met gewoontes van Wood. Een nieuwe serie was geboren omdat ik nieuwsgierig was en omdat ik dacht dat er meer uit te halen viel. Toen ontdekte ik ook nog eens Atomic habits van James Clear. Al die boeken moest ik natuurlijk lezen. Ik heb ze niet uitgebreid samengevat omdat er meer dan voldoende samenvattingen te vinden zijn. Mijn stukjes waren de grote lijnen en misschien iets van een leesimpressie.

Vanwaar die belangstelling voor gewoontes, vraag je je af?

Het begon gewoon met de uitdaging: elke dag wandelen, dat moet mij toch lukken? Ik had kort daarvoor al een poging gedaan maar zonder succes. Terwijl ik het nut van wandelen wel degelijk inzag. Nu lukte het me wel en langzaam werd me duidelijk dat gewoontes heel wat meer kunnen bewerkstelligen: plezier (waarom maar af en toe van iets leuks genieten?), ze helpen tegen verveling (want je kunt altijd een gewoonte gaan uitvoeren) en wat nu voor mij misschien het belangrijkste is: ze kunnen zorgen voor afleiding, ze zorgen voor minder piekeren en minder ergernis.

Dat zit zo: als ik mijn dag volstop met goede gewoontes (of slechte, dat kan trouwens ook maar ik heb gemerkt dat dat minder goed werkt) zorgen die ervoor dat ik mij ga verheugen op het uitvoeren van diverse gewoontes. En tijdens het uitvoeren van mijn gewoontes, voel ik me vaak prettig. Negatieve gedachtes en ergernissen hebben hierdoor veel minder kans.

Toen ik maandag een mailtje kreeg van James Clear kreeg over het aanleren van nieuwe gewoontes moest ik me haast wel aanmelden. In 30 dagen een gewoonte aanleren, net als indertijd bij Peter. Ik ben benieuwd. Clear belooft nog meer actiegericht te zijn dan in zijn boek. Vandaag de eerste les: beschrijf wat je wilt worden, niet wat je wilt doen. Dus niet: ik schrijf een boek maar ik ben schrijver. Ik wil niet te veel weggeven maar het doet denken aan product versus proces bij Duhigg.

Ik ben schrijver en dat valt hier te volgen. Mocht je met mij en Clear mee willen doen, kijk dan op zijn site.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

“`Afbeelding van Daniel Reche via Pixabay

Gaat het roer om?

Twee jaar geleden ontdekte ik dat ergernissen en mijn bipolaire stoornis niet goed samengaan. Vorig jaar bleek dat mijn nieuwe kennis mij echt hielp; er was nog een beetje fijnafstelling nodig, maar in de basis had ik het twee jaar geleden goed gezien. Dat maakt dat ik me nu opgelucht en dankbaar voel. Ook omdat ik mijn bevindingen opschreef in een persoonlijk boek.

Over dat boek heb ik het al eerder gehad. Het is bijna klaar voor proeflezers. Ik heb er alles ingestopt waarvan ik denk dat het erin hoort. Inhoudelijk is het boek niet heel hard veranderd ten opzichte van de versie die ik voorjaar 2021 naar proeflezers stuurde maar op hun aanraden heb ik wel de vorm aangepast. Geen tips meer maar mijn persoonlijke verhaal dus. Dit heb ik meegemaakt: dit deed gedrag van anderen met mij; toen en toen werd ik depressief en vooral manisch, zonder dat ik begreep waarom.

En zo zag mijn behandeltraject eruit; dit waren de middelen die we daarbij ingezet hebben; maar deze en deze keuzes met de beste bedoelingen en pech zorgden ervoor dat dat behandeltraject vaak toch niet helemaal het gewenste effect had. Er kwam vroeg of laat toch weer een manie.

Het mooie is nu dat het er dus echt op lijkt dat ik voor mezelf een oplossing heb gevonden. Die oplossing werkt misschien niet voor anderen, maar het boek heb ik wel geschreven met de bedoeling dat het anderen kan helpen. Natuurlijk, dat ik graag schrijf heeft ook aan het ontstaan van het boek bijgedragen.

Ik wil helpen

Als het boek straks naar proeflezers gaat, wordt het wel tijd om na te denken: wat als het dadelijk terugkomt en ik krijg de positieve feedback waarop ik hoop? Ga ik het dan uitgeven? En hoe dan? Of zijn er misschien nog andere manieren waarop ik lotgenoten kan helpen met de inhoud van mijn boek? Dat is een vraag die me zo aan het begin van het jaar bezighoudt. Ik vind het spannend. Zeker ook omdat ik mijn behandelaar al ruim een jaar op de hoogte houd van de vorderingen van mijn boek en zij het graag wil lezen, net als twee van mijn voormalige behandelaren.

Samengevat: ik heb zo veel ellende gehad met mijn bipolaire stoornis dat ik nu ik het onder controle lijk te hebben mijn ervaringen graag wil gebruiken om lotgenoten te helpen.

~~~

Afbeelding van Wokandapix via Pixabay

Dat was Nanowrimo in november. Op naar december

Dit jaar begon ik met een week vertraging aan #Nanowrimo. Geen probleem want ik wilde verdergaan met het boek dat ik vorig jaar had geschreven. Ik had het naar een aantal proeflezers gestuurd en misschien moest het wel persoonlijker.

En dat vond ik lastig. Wilde ik mijn manieën wel in geuren en kleuren beschrijven? Er waren immers anderen bij betrokken en het laatste wat ik wil is met het boze vingertje wijzen. Dat ik nu denk te weten waar mijn manieën vandaan kwamen – en hopelijk niet meer gaan komen omdat ik nu een goed stuk gereedschap in handen heb – betekent nog niet dat ik vrijuit kan vertellen wat er allemaal misging.

De uitdaging dit jaar was wel laten zien wat mijn manieën triggerde maar niet anderen daar de schuld van geven. In eerste instantie besloot ik echter zuiver therapeutisch om alles van me af te schrijven zoals het is gebeurd en zoals ik het ervaren heb. En iedereen met naam en toenaam noemen. Maar daar ben ik inmiddels vanaf gestapt. Sommige dingen en mensen staan nog te dichtbij om in het boek te beschrijven. Te herleidbaar. Dat zorgde voor flink wat hoofdbrekens en voor vertraging.

Maar nu denk ik dat ik een oplossing te hebben gevonden: kill your darlings. Ik heb een flink stuk van het manuscript verwijderd. Al met al denk ik nu kan laten zien wat er bij mij mis gaat terwijl er ook beetje te raden overblijft. Dat was het voor mij immers ook jarenlang. Waarom levert situatie xyz voor mij een manie op terwijl anderen in dezelfde situatie juist geen enkel probleem ervaren. Een oud-collega stelde me ooit zelfs die vraag. Waarom ik wel en zij niet?

Een antwoord kon ik haar niet geven, maar inmiddels wel. Misschien dat ik mijn boek als een soort detective had moeten opzetten: geen whodunnit maar een whatdunnit. Dat is het overigens toch wel een beetje geworden.

En dan is er nog het stuk van vorig jaar: vanaf morgen alles lezen en aaneensmeden in de ik-vorm. Met verwijzingen naar het stuk van dit jaar. Dan denk ik dat ik mooi kan schrijven hoe de whatdunnit een stuk korter dan bijna twintig jaar hoeft te duren.

~~~

Afbeelding van Heiko Behn via Pixabay

Mossyface

Mossyface, W.E. Johns’ debuut uit 1922. Klik op de afbeelding om te bestellen.

Vorige week zaterdag was ik in Amersfoort bij de Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en aansluitende meeting van de International Biggles Association. Ik was vorig jaar reglementair aftredend maar mocht gelukkig door van de aanwezige leden. Dat was niet spannend, dus dank voor het vertrouwen. Zelf zie ik wat verbeterpunten maar die zijn deels afhankelijk van mijn gezondheid.

Diezelfde gezondheid zorgde er ook voor dat de vertaling van Mossyface, het debuut van Captain W.E. Johns uit 1922 – tien jaar voor Biggles -, zo gruwelijk lang op zich liet wachten. En uiteindelijk is het alleen dankzij teamwerk binnen de IBA gelukt.

Ik begon op 30 juni 2018 met vertalen en al binnen paar weken moest ik er tijdelijk mee stoppen omdat ik last had van mijn bipolaire stoornis. Heel fijn, maar niet heus. Toen doet een beetje achter de rug was, had ik van teleurstelling de grootste moeite om het vertalen weer op te pakken. Volgens mijn behandelaar bij de ggz kon ik wel eens last hebben van afvlakking maar was daar helaas weinig aan te doen.

Zelf had ik wel een idee en dat had te maken met mijn dagelijkse wandelen en de Anki oefeningen die ik een tijdlang iedere dag deed. Je raadt het al: iedere dag met vertalen bezig zijn. En het lukte wonderwel, want ik kreeg mijn deel eindelijk af. Maar toen ik zo ver was dat ik ging corrigeren was ik weer bijna manisch. En laat nou een belangrijk kenmerk daarvan zijn dat je je eigen kunnen schromelijk overschat. Als ik manisch ben, vind ik alles wat ik doe geweldig. Dus ook mijn vertaling. Helaas bleken mijn comrades in arms bij het nalezen daar nogal anders over te denken. En om het nog erger te maken: ze hadden nog gelijk ook. Uiteindelijk hebben we het met z’n allen rechtgezet en was Rogers deel van de vertaling gelukkig een stuk beter.

En toen het boek bijna af was, kreeg ik weer een hypomanie. Ik dacht er net vanaf te zijn en was er een boek over aan het schrijven, maar daarover later weer meer. Ik had toen net mij bipolaire stoornis een constante in mijn leven genoemd. Het vertalen is dat zeker ook. Gelukkig lag de deadline tamelijk ver weg en kon ik tijdig herstellen om het boek af te ronden.

En vorige week zaterdag was dus de presentatie en het is nu te koop bij de I.B.A. Online Shop. Samen met het vorig jaar verschenen, maar nog niet gepresenteerde, Worrals’ oorlog waar ik alleen een kleine aanmoedigende rol had. Al met al ben ik toch trots op Mossyface: vanwege het teamwerk en omdat het me weer het nodige over mijn stoornis en mezelf heeft geleerd. En ik kijk al uit naar het volgende vertaalproject. Maar eerst dus mijn eigen boek.

Meer plek maken voor schrijven

Als mij één ding duidelijk is geworden door het schrijven van mijn boek, dan is het wel dat ik juist dat schrijven zo graag doe en dat het misschien is wat ik het beste kan. En dan bedoel ik uiteraard niet dat ik de beste schrijver ter wereld ben, maar dat van alle dingen die ik kan, schrijven datgene is waar ik het beste in ben. En daarom wil ik schrijven een prominentere plek in mijn leven geven.

Ja, ik weet het. Het klinkt dramatisch. Maar behalve dat ik denk dat ik er goed in ben, merk ik dus ook dat ik er gruwelijk veel lol aan beleef. Als ik het gevoel heb dat ik iets schrijf waar een ander wat aan heeft, bloei ik helemaal op. Dan ben ik vrolijk en opgetogen, heb ik het gevoel echt iets voor een ander te kunnen betekenen. En dat maakt mijn drang tot schrijven ook iets waarbij weliswaar mijn eigenbelang een rol speelt, maar waarbij ik hopelijk het nut voor de ander niet uit het oog verlies.

Schrijven voor een ander als stimulans

Dat nut voor de ander was namelijk een drijvende kracht achter het schrijven van mijn boek. Als ik niet het vermoeden had gehad dat lotgenoten, naasten, of professionals in het vakgebied iets hebben aan mijn bespiegelingen over de manier waarop ik met mijn bipolaire stoornis en mijn behandeling daarvoor omga, had ik het boek nooit geschreven. Ik heb nu een idee wat ik met het boek wil, maar het is nog te vroeg om dat al helemaal wereldkundig te maken. Nu is het voldoende dat ik besef dat ik wil schrijven, voor mezelf en voor anderen, en dat ik daarvoor echt plaats in mijn leven wil inruimen.

Dat betekent ook nadenken of ik ook wil dat mijn boodschap ook voor een groter publiek nuttig kan zijn en of ik dat publiek dan ook wil opzoeken. Het antwoord op beide vragen, kan ik volmondig met ja beantwoorden, zeker na de reacties die ik allemaal kreeg rond mijn boek. Hoe ik dat ga doen is me nog onduidelijk. Helaas heeft mijn bipolaire stoornis invloed op mijn aanwezigheid online. Ergens is me opgevallen dat ik als ik online actiever ben, ik ook meer last heb van die stoornis. En dat terwijl ik me online op mijn gemak voel. Het is een soort kip-of-ei discussie. Of ik daar ooit uitkom… Maar ik hoop voldoende geleerd te hebben over mijn stoornis om zonder al te grote risico’s toch een poging te kunnen wagen mijn online aanwezigheid wat prominenter te maken. Omdat ik het leuk vind en omdat het nuttig kan zijn.

Nog zo veel kansen om te leren en te schrijven

Wat die online aanwezigheid betreft heb ik namelijk echt het gevoel dat ik nog veel kan leren. Hoe kan het effectiever zonder dat ik er nadelige gevolgen aan overhoud. Ik heb het idee dat ik nu mijn bipolaire stoornis voldoende kan beteugelen om deze les in online aanwezig zijn aan te durven. Misschien ga ik er zelfs wel over bloggen, want dat wil ik sowieso meer. Net als vertalen, maar Captain W.E. Johns heeft gelukkig behalve Biggles nog veel meer geschreven en het overgrote deel daarvan is nog niet in het Nederlands vertaald. En laat vertalen nu lijken op schrijven. Dus ook daar kan ik voorlopig vooruit.

~~~

Afbeelding van Robert Armstrong via Pixabay

Een echt boek?

Gisteren werkte ik de laatste aantekeningen uit die ik had gemaakt in twee maanden schrijfpauze. Voor mijn gevoel heb ik alles geschreven wat ik kwijt wilde over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis, welke valkuilen ik tegen kwam, wat ik daartegen deed en het belangrijkste: wat je mógelijk, ik herhaal mógelijk, kunt doen om die valkuilen zelf te voorkomen, plus hoe je via wat ik leerde van de harde praktijk je eigen valkuilen in kaart kunt brengen waardoor je er voortaan omheen kunt lopen.

De belangrijkste les die ik geleerd heb, is dat je er niet alleen voor staat. Dat klinkt als een open deur maar dat is het helaas niet. Privacy gaat ver en zorgt ervoor dat veel behandelingen één op één kunnen worden. Hopelijk is dat inmiddels veranderd, maar het was voor mij wel een groot probleem. Als je manisch bent, heb je dat zelf in eerste instantie niet in de gaten. Mensen om je heen zien het vaak eerder, maar als die geen contact zoeken met jouw behandelaar heb je een probleem. Die behandelaar ziet jou misschien eens in de twee of drie maanden. Vandaar dat het belangrijkste uit het boek misschien dus wel is: “Je staat er niet alleen voor.”

En wat als het ‘af’ is?

Dat alles aangevuld met tips om dat samenwerken zo soepel mogelijk te laten verlopen. Nu het boek min of meer “af” is dient de correctieronde zich aan. Daar begin ik morgen aan. Daar wil ik ook een paar maanden serieus tijd voor nemen. Daarna zijn er een paar meelezers. En dan? Wordt het een echt boek? Ga ik het uitgeven? En zo ja, hoe? Via een uitgeverij? Of in eigen beheer? Die vragen dienen zich steeds luider aan. En: is het niet al eerder geschreven? Ik heb namelijk vooral geen soortgelijke boeken bekeken – ik weet dat er minimaal één ander boek is dat gelijksoortige materie behandelt. Ik wilde namelijk eerst opschrijven wat ik zelf wilde zeggen. Niet gehinderd door de kennis dat het misschien al in boek x, y of z staat. Maar als ik de tik- en taalfouten eruit heb gehaald en ik me er nogmaals van heb overtuigd dat ik alles heb geschreven wat ik kwijt wilde, dan moet ik toch een keer kijken of het elders al geschreven is. Maar dan nog, mijn persoonlijke ervaring geeft het boek al meerwaarde, stelt mijn behandelaar.

Wat mij betreft staat al niet meer ter discussie of het boek er komt of niet: desnoods in kleine oplage voor vrienden. Maar stiekem heb ik meer ambitie. Werk aan de winkel dus.

~~~

Afbeelding van Markus Spiske via Pixabay

Hoe ik las of hoop te gaan lezen

Deze blogpost is deel 5 van 5 in de reeks Terug naar Cultuurwetenschappen

Eén van de (lichte) frustraties van mijn studie Cultuurwetenschappen aan de UvT was dat ik na afloop van veel van de prachtige romans die we mochten lezen toch vaak licht teleurgesteld achterbleef. Wat een prachtig boek, maar wat mis ik waarschijnlijk veel.

Dat besef werd er natuurlijk niet kleiner op doordat we allerlei colleges hadden gehad over literatuuropvattingen en leestheorieën zoals de Russische formalisten, close reading (Merlyn) of reader-response theory. We kregen dan per college de belangrijkste eigenschappen en namen te horen van zo’n theorie. Maar hoe de heren van Merlyn dan hun teksten lazen, bleef in duisternis gehuld. Want het het ‘hoe’ kreeg weinig aandacht.

Door die achtergrondkennis was het mij duidelijk dat ik veel miste bij het lezen van een roman. Ja, ik haalde het thema van het college wel uit het boek en ik zag af en toe voorbeelden van intertekstualiteit. Gelukkig raakten de meeste romans ook zonder al te diepgravende tekstuele analyse een snaar bij me en kon ik de boeken van voldoende duiding voorzien om de vakken te halen. Hoeveel vakken we ook hadden, de praktijk bij de theorie werd aan ons studenten overgelaten.

Eerlijkheidshalve moet ik er bij zeggen dat ik mij afvraag of ik voldoende tijd gehad zou hebben om echt diep in een boek te duiken. Soms moesten we een vuistdikke roman van vijfhonderd pagina’s en theoretische achtergrondteksten bestuderen en kwamen daar nog andere vakken bij ook. Dan hadden we de week erop misschien een dunner literair werk te lezen, maar het is voor het idee.

Er meer uithalen met extra uitdagingen

Nu kan ik weliswaar zo lang doen over een roman als ik zelf wil, maar hoewel ik geniet van het lezen bekruipt me nog regelmatig het gevoel dat er meer uit te halen valt. En dat is precies de uitdaging die ik met Hoe lees ik? van Lidewijde Paris aan wil gaan. Ik ben er vandaag aan begonnen en ik werd al meteen geconfronteerd met een mogelijke tekortkoming van mijn leesstrategie: ik maak geen aantekeningen in boeken. Dat heeft alles te maken met mijn handicap. Daardoor kan ik maar één hand gebruiken en om het nog onhandiger (pun intended) te maken is dat mijn linkerhand terwijl ik van aanleg rechtshandig ben. En dat is te zien aan mijn handschrift en maakt aantekeningen maken in een boek tot een tamelijk zinloze exercitie.

Dus zit ik nu met Hoe lees ik? niet in mijn luie stoel maar aan de keukentafel met een schrift en een pen in de aanslag. Want ik begrijp absoluut wel het nut van aantekeningen maken tijdens het lezen, het is alleen nog zoeken naar een goede manier om dat te doen. Het is bijvoorbeeld de vraag of mijn rechterarm niet te spastisch is om het boek open te houden tijdens het maken van aantekeningen. Die rechterarm heeft nogal de neiging naar mijn schouder te gaan.

Zo stelt aandachtig lezen mij voor wat extra uitdagingen. Die zouden opgelost kunnen worden met de e-reader die ik ook heb maar het is zonde om al mijn prachtige papieren romans ongelezen te laten. En ik heb Hoe lees ik? ook op papier besteld bij de lokale boekhandel.

Bron afbeelding: Goodreads