#WOT plot – plotwending

In september 1999 begon ik The boy Biggles te vertalen. Het kwam voort uit het einde van een donkere periode uit mijn leven. Een depressie die me mijn eindexamen kostte. Toen ik weer beter was, wilde ik leuke dingen gaan doen. Iets met Biggles leek me aan de kwalificatie te voldoen. En in meer dan twintig jaar is me wel gebleken dat dat een juiste inschatting was. Het vertalen was en is heel leuk maar veel belangrijker vind ik de vriendschappen het me heeft opgeleverd. Dat had ik van tevoren echt niet kunnen bedenken.

In mei 2012 kreeg ik het idee om een groepsblog te starten. Iets met handicaps en ziektes. Niet iedereen begreep het en dat leverde een hoop ellende op die me uiteindelijk anderhalf jaar min of meer van de kaart veegde. Het waren onder andere een zekere Gimlet en mijn vrienden van de I.B.A. die mij er toen weer bovenop hielpen door de vertaling Gimlet van de Commando’s mogelijk te maken. Het lukte mij op dat moment niet alleen. Ik had steun nodig en die kreeg ik, ook van anderen en het ging over meer dan boeken.

Het was dus kommer en kwel in 2012/2013. Toch had ik het niet willen missen want het groepsblog werd dit persoonlijke blog en ik had al veel nieuwe vrienden gemaakt rond dat groepsblog. En die vriendschappen die duren wat mij betreft nog lang. Vorig jaar citeerde ik Queen:

Friends will be friends
Right till the end
And even beyond

Die onderste regel had ik zelf bedacht. Het citaat kwam in een reeks op Facebook. Ik kreeg bezorgde reacties: was ik niet manisch aan het woorden? Gelukkig niet, maar dank voor het bezorgde meedenken.

En toen was het 2020 en besloot ik een boek te schrijven. De eerste versie werd terecht afgekeurd door vrienden. Dus begon ik eind 2021 aan een tweede versie. Die lijkt nu beter en komt hopelijk in het najaar uit. Over wat ik geleerd heb van mijn bipolaire stoornis. Ik merk nu alweer dezelfde positieve effecten als in 1999 en 2012. Maar ik doe het rustig aan want ik wil wel graag de negatieve effecten van 2012 vermijden. Ik heb er gelukkig alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Daar gaat het boek ook over. Maar te hard van stapel lopen is niet verstandig, dat heb ik wel geleerd.

De moraal van dit verhaal: geef de plot van je leven af en toe een twist. Kan je zomaar veel moois opleveren. En een plot twist van het leven zelf, kan ook positiever uitpakken dan je soms denkt, hoe vervelend zo’n twist ook kan zijn.

~~~

Afbeelding van 0fjd125gk87 via Pixabay

Boek bijna af: spannende tijden op komst

Misschien ga ik voorlopig wel minder bloggen. Ik weet het nog niet zeker maar ik wil nu eindelijk eens mijn boek afronden en naar meer proeflezers sturen. Ik ben van plan er dit weekend nog een keer intensief naar te kijken en het dan wat mij betreft voorlopig als afgerond te beschouwen. Zodat ik begin volgende week mijn proeflezers kan inschakelen. Nou ja, inschakelen, dat klinkt ondankbaar en dat ben ik natuurlijk niet. Ik ben hen juist dankbaar dat ze zo in mijn droom geloven dat ze hun nek uit willen steken om mij te helpen.

En misschien is mijn droom wel groter dan één boek. Als mijn proeflezers net zo enthousiast zijn als ik hoop, dan moet ik misschien eens gaan oefenen op een liftpraatje. Maar laat ik niet al te zeer op de zaken vooruitlopen. Eerst dit weekend het manuscript grondig doornemen, hardop voorlezen en fouten eruit halen. De eerste proeflezer van de tweede versie waren vooral vergeten woorden opgevallen. Dat is iets waar ik al rekening mee had gehouden en ik heb ook een print van mijn manuscript gemaakt om dit en mogelijke euvels die in mijn ervaring vooral op papier opvallen, te verhelpen.

Ik heb er wat betreft alle vertrouwen in. Daarna begin volgende week het manuscript naar mijn proeflezers sturen. Informeren of ze het nog willen lezen, omdat het toch allemaal wat langer heeft geduurd dan voorzien. Maar daar verwacht ik eigenlijk geen problemen. En dan komt de echte test: wat vinden mijn proeflezers? Is het geworden wat ik hoopte? Zouden anderen er iets aan kunnen hebben? Ben ik niks vergeten? (Al maak ik me daar minder druk om want ik heb slechts mijn ervaring opgeschreven en dan heb ik misschien geen ervaring met bepaalde dingen, maar dan kán ik die ook niet beschrijven. Ik denk dat ik een aardig compleet beeld heb geschetst.) Fouten zullen er ook niet echt in staan, maar het is handig als het nergens te zeer tegen de richtlijnen van de ggz ingaat. Een beetje afwijken mag. Daarom ben ik blij dat mijn huidige behandelaar en twee oud behandelaars proeflezer willen zijn. En ik heb er nog meer.

Dat beloven spannende tijden te worden. Tijd die ik kan gebruiken om te blijven bloggen (maar de komende week dus misschien iets minder, afhankelijk van de vraag of ik die dag op schema lig of niet), om de Biggles site weer helemaal up to date te brengen en te werken aan de vertaling van Gimlet goes again waar mijn collega Roger al heel wat werk voor heeft verricht zodat een publicatie in het najaar haalbaar moet zijn.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Het boekenvak toen en nu

Voor mijn eigen boek in wording over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis en voor Biggles en zijn vrienden lees ik nu Publiceer jezelf! Maak je zichtbaar van Nanda Roep. Interessant leesvoer dat zeker nieuwe ideeën oplevert, maar het is ook een reis terug in de tijd. Toen ik in Tilburg studeerde was er bij de faculteit Letteren (later Cultuurwetenschappen) een sectie Marketing en sociologie van het boek. Die stond onder leiding van de helaas veel te vroeg overleden Hugo Verdaasdonk. In de jaren zeventig had hij de marketing van boeken naar de Letterenfaculteiten gebracht omdat hij vond dat het analyseren en interpreteren van boeken geen wetenschap was. Er moesten feiten zijn. Die kwamen er maar dat ging niet helemaal zonder slag of stoot en om die reden noemde Marita Mathijsen Verdaasdonk ‘het paard van Troje’ dat de Amsterdamse letterkunde binnengehaald werd.

In mijn tijd, aan het begin van de 21ste eeuw, was Verdaasdonk een stuk milder geworden. Zijn colleges gingen over de werking van het culturele veld en het boekenveld in het bijzonder. Maar wat is het veld hard veranderd in vijftien tot twintig jaar: er waren geen social media, publiceren ging alleen bij gerenommeerde uitgeverijen want over Printing on Demand, kleine oplages, zelf een ISBN aanvragen, daar hoorden wij niets over. Het bestond simpelweg niet, of de kinderschoenen waren nog zo klein dat nog niet in het studieprogramma was opgenomen, dat kan ook.

Het lezen van het boek van Roep brengt mijn kennis opgedaan tijdens mijn studie weer bij de tijd. Daarbij let ik goed op hoe schrijvers zich op sociale media presenteren. Omdat ik dat leuk en interessant vind, maar ook omdat ik er misschien wat van kan leren. Want natuurlijk wil ik dat mijn boek straks het publiek vindt dat er wat aan kan hebben: lotgenoten, naasten maar ook behandelaars. En uiteraard ga ik die groepen benaderen via lotgenotenverenigingen of ggz-instellingen. Maar laat ik het eerst maar eens afmaken en horen wat mij proeflezers ervan vinden. Ik heb geduld. En dat ik mezelf er mee heb geholpen doordat sommige dingen door het schrijven duidelijker zijn geworden, net zoals dat zo vaak gebeurt op dit blog, is natuurlijk al winst op zich.

Toch blijft anderen kunnen helpen de grote droom. Ik weet immers wat voor ellende mijn bipolaire stoornis mij heeft opgeleverd: na iedere manie maanden uit de running, een keer een baan kwijtgeraakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar: er is ook een positieve kant: misschien was ik wel nooit gaan vertalen als ik niet depressief was geworden. Ik stond er zo goed voor toen ik ziek werd, maar zakte toch. Toen ik voor het begin van het volgende schooljaar weer beter was, was ik ervan overtuigd dat ik wel zou slagen en vooral leuke dingen moest gaan doen. Dat was Biggles en al snel diende er zich een onvertaald boek aan. En de rest is geschiedenis.

~~~

Afbeelding van Birgit Böllinger via Pixabay

Prachtig nieuw leesvoer dankzij Twitterdiscussie

Biggles en zijn basis

Donderdag- en vrijdagavond raakte ik verzeild in een leuke en leerzame discussie op Twitter. Ik had hem zelf aangezwengeld, geloof ik, met een reactie op Marcel van Driel. Iets over zijn nieuwe boek, Game Helden tegen De Monsters en dat ik dat nog niet aangeschaft had. Gelijk kwam een ander met een tip: Blitz van Rian Visser. Die staat nu op mijn e-reader. Maar ik ben vanmiddag eerst begonnen aan Aristoteles en Dante ontdekken de geheimen van het universum. Tot nu toe vind ik het geweldig.

De discussie donderdag kwam een beetje op gang nadat ik begon te quizzen met Marcel omdat het de dag erop precies twaalf jaar geleden was dat ik afstudeerde, op jeugdliteratuur bij Helma van Lierop in Tilburg. Mocht Marcel raden waarop ik afgestudeerd was. Superhelden bleek niet het juiste antwoord. Ik gaf een hint. Twee avonturenseries. Biggles kwam er gauw genoeg uit maar Arendsoog duurde even omdat Marcel door mijn hint op het verkeerde been was gezet, twee schrijvers. Terwijl hij dacht dat er maar één schrijver was, zo bleek na mijn hint: no way, dat jij het niet weet. Vader Jan en zoon Paul.

Maar dat kan toch eigenlijk niet meer, Arendsoog en Biggles? Dat vond de tipgever van het boek van Rian Visser. Biggles bleek zelfs meegegaan te zijn met het huisvuil. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Van mij mag iedereen Biggles lezen, maar ik heb graag dat die lezers ook veel andere dingen lezen.

Op vrijdag kreeg ik een bezorgd berichtje: of ze me niet wat te hard had aangepakt? Dat viel reuze mee, want ik kan echt wel tegen een stootje en Biggles ook wel (want hij schijnt niet echt te bestaan). Gelukkig bleken er meer diverse lezers te zijn die van Arendsoog houden. Ik lees divers: jeugdliteratuur, literatuur, thrillers, non-fictie. Daarom ben ik zo blij met discussies als die van donderdag en vrijdag. Ik leer er weer nieuwe schrijvers door kennen. Ik bleef een beetje hangen bij Thea Beckmann, Jan Terlouw, Tonke Dragt, Els Pelgrom enz.. Hoewel ik dan weer wel tijdens mijn studie iets las van Ted van Lieshout.

Maar recenter: alleen Marcel. En het eerste deel Harry Potter. De rest loop ik nog achter. Maar eerst in willekeurige volgorde: David Walliams, Blitz, Aristoteles en Dante. En wie weet wat ik nog meer ontdek.

En dan had ik ook nog verder willen gaan met mijn eigen boek. Maar ik ga lezen.

Update 4 april

Dit artikel zorgde net als de tweets waarop het is gebaseerd weer voor nieuwe tips. Vandaar een kleine update:

Omdat ik Ted van Lieshout noemde, kreeg ik de tip Spin op sokken en ik zocht op welk boek ik voor mijn studie las. Het bleek Gebr. te zijn.

Benjamin Alire Sáenz schreef nog een boek over Aristoteles en Dante: Aristoteles & Dante duiken in de wateren van de wereld. Ik kan het bijna niet geloven maar dat boek schijnt nog mooier te zijn dan het eerste deel. Ik kom er vanaf vanavond achter.

Daarnaast een aantal boeken over de werking van boeken, nog uit mijn studietijd: literaire technieken uitgelegd in Literair mechaniek. Je leert er de technieken niet mee, maar het geeft een beeld. Ik noemde ook nog ergens de heldenreis/hero’s journey. Daar weet je zoekmachine vast iets vanaf maar als je naar bron wilt: The hero with a thousand faces van Joseph Campbell. Zelf leerde ik hem kennen via Deconstructing the hero van Margery Hourihan. Dat gaat dus over archetypes. Archetypes van sprookjes vind je dan weer bij Vladimir Propp: Morphology of the Folktale (vertaling), via Introduction to Discourse Studies van Jan Renkema.

Tot slot nog enkele boeken die je kunnen helpen bij het schijven van boeken. Saves the cat! writes novel. Eerder verschenen in deze serie al een boeken over het schrijven van filmscenario’s. En volgende maand verschijnt een boek over het schrijven van Young Adult boeken. Tot slot een techniek die ook bij zoekmachines te vinden is: The snowflake methode over hoe je een plot en karakters voor boeken ontwikkelt: How to write a novel using the snowflake method van Randy Ingermanson. Ook dit boek is het begin een serie geworden.

Door het oog van de zandloper – deel 1:

Al een aantal jaren hoorde ik tijdens bestuursvergaderingen van de International Biggles Association enthousiaste verhalen van mijn medebestuurslid Harry Sluyter over zijn boekenproject. Uiteindelijk bleek dat hij stof had voor liefst vier delen. Geen Biggles, want Harry wilde geen gedoe met toestemming enz. Maar wel over ene Arthur Wellesley Bigsworth en W.E. Johns.

Als die namen bekend voorkomen, ja: de eerste is de persoon waarop volgens de tweede het personage James C. Bigglesworth op is gebaseerd. Dat maakte mij natuurlijk razend nieuwsgierig naar de boeken, te beginnen met het eerste deel. De serie heet: Door het oog van de zandloper en het eerste deel heeft als titel Brits Indië meegekregen. Het gedeelte in Brits Indië speelt zich af in 1923 maar er zijn ook een aantal hoofdstukken die daaraan voorafgaan.

Zaterdag was de presentatie en ik heb het boek inmiddels met groot genoegen genoegen gelezen. Ik vind het knap hoe Harry erin is geslaagd om historische personages en gebeurtenissen tot een fictief geheel te smeden dat niet alleen geloofwaardig is omdat je als lezer denkt: ja, verrek, zo zou het wel eens gegaan kunnen zijn. Zo komen we bijvoorbeeld ook Anthony Fokker tegen. En ik leerde ook nog eens wat. Ik had nog nooit van de Wasserkuppe gehoord.

Het boek is ook geloofwaardig omdat je als liefhebber van Biggles-boeken allicht meer weet over zijn schepper, Captain W.E. Johns. dan de gemiddelde lezer. En dan opent Harry een deur naar een extra laag in het boek door allerlei gegevens uit het leven en werk van Johns in het boek te stoppen. En wel op zo’n manier dat je er als liefhebber alleen maar een grote glimlach van op je gezicht kunt krijgen.

Maar ook zonder diepgaande kennis over Biggles of zijn schepper is dit boek absoluut de moeite waard omdat Harry een prachtige verhaallijn heeft bedacht. En hij heeft het niet alleen geschreven maar ook zelf geïllustreerd.

Je begrijpt dat ik genoten heb van dit eerste boek en dat ik uitkijk naar delen twee t/m vier. Mocht ik je nu nieuwsgierig hebben gemaakt, kun je dit boek bestellen bij de I.B.A. Online Shop.

Wat luisterde Biggles dan op de radio?

Vorige week schreef ik dat Biggles radio luisterde. Toen ik Biggles’ geheime opdracht voor het eerst las, vielen mij de beginwoorden meteen op: Nadat de veelzeggende woorden: ‘Van dit ogenblik af is Engeland in staat van oorlog met Duitsland’ door de radio hadden weerklonken, zette majoor James Bigglesworth, D.S.O., beter bekend als Biggles, het toestel af en keek zijn vrienden, de Honourable Algernon Lacey en ‘Rooie’ Hebblethwaite aan. Er speelde een merkwaardig lachje om zijn lippen.

Dat ‘Rooie’ heb ik nooit zo kunnen waarderen bij vertalers die Ginger als naam niet gewoon lieten staan. Maar goed, C. Verlinden-Bakx vertaalt het hier wel. Jammer, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat ik voor me zag hoe Biggles en zijn vrienden naar de oorlogsverklaring luisterden en dat ik me afvroeg: zou het echt zo hebben geklonken? Hoe zou dat er in het Engels hebben gestaan? Jaren later las ik het in het Engels, Biggles in the Baltic. Daar stond:

As the momentous words ‘England is now, therefore, in a state of war with Germany’ came somberly over the radio, Major James Bigglesworth, D.S.O., better known as Biggles, switched off the device and turned to face his friends, the Honourable Algernon Lacey and ‘Ginger’ Hebblethwaite. There was a peculiar smile on his face.

Zou dat daadwerkelijk zo gezegd zijn op de radio? Zouden Britten dit net als Biggles te horen hebben gekregen? Voor de lezing van afgelopen zaterdag besloot ik het op the zoeken: ‘3 september 1939 declaration of war’

Of in je favoriete zoekmachine: ‘3 september 1939 declaration of war transcript’

Neville Chamberlain zei: ‘”This morning the British Ambassador in Berlin handed the German Government a final Note stating that, unless we heard from them by 11 o’clock that they were prepared at once to withdraw their troops from Poland, a state of war would exist between us.
I have to tell you now that no such undertaking has been received, and that consequently this country is at war with Germany.

Net iets anders dan wat Johns schreef, maar het idee blijft. En natuurlijk had Johns geen internet of YouTube om het snel even na te kijken. Dat was slechts één van de dingen die ik zaterdag vertelde over Biggles in the Baltic. De rest bewaar ik voor Biggles News Magazine.

Nog even nagenieten

Vandaag was het nog even nagenieten van de Biggles-bijeenkomst van gisteren. Met het boek Door het oog van de zandloper deel 1: Brits Indië van Harry Sluyter. Nou ken ik Harry al meer dan twintig jaar, maar hij weet me toch weer te verrassen met iets wat ik niet had verwacht. Ik wist al een tijdje van zijn boekenplan en had er alle vertrouwen in dat het er zou komen. Nu ik het lees, vind ik het jammer dat ik daarbij wat afzijdig heb gehouden. Maar ja, Harry kwam ineens met de vraag wat we van 750 pagina’s papier vonden. Ja, ik was druk bezig met vertalen, dus daar schrok ik een beetje van.

En dus heb ik er toen van afgezien. Dat zorgt er nu voor dat ik extra kan genieten omdat ik nog van niets wist over het boek, dus je hoort me niet klagen. Normaal heb ik een boek van de IBA voor het verschijnt al tig keer gelezen. Ik ben nu halverwege en probeer vanavond nog een paar hoofdstukken te lezen want het is een echte pageturner. Harry had er weleens over verteld en geschreven maar toch ben ik verrast door het resultaat. Dat het me zo zou raken, had ik niet verwacht. Dat is misschien ook het hele punt: ik wist niet wat me te verwachten stond: Biggles? Iets met luchtvaartgeschiedenis? Ja, zoiets is het wel geworden, maar hiermee doe ik het boek tekort. Ik kom er nog een keer op terug als ik het boek uit heb, want dan kan ik me pas echt een oordeel vellen. Ik heb zo’n vermoeden dat Harry hier en daar nog wel een verrassing in zijn boek heeft staan.

Verder ben ik in het bos wezen wandelen. Goed voor de gezondheid en om je gedachten te laten waaien. Bijvoorbeeld over mijn lezing gisteren, waar ik een artikel voor Biggles News Magazine voor wil maken. Vandaag wat opzoekwerk voor gedaan. Dat artikel gaat er komen en gaat meteen een aanzet geven voor een tweede deel, want ik ben er inmiddels van overtuigd dat die serie erin zit, dat ik die wil schrijven en dat er lezers zijn die dat interessant vinden. Ook daarover ga ik de komende tijd meer vertellen.

~~~

Bron afbeelding: Wikipedia

Een dagje Biggles

Vandaag was dan eindelijk de grote dag: Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en en aansluitende 79e openbare Biggles meeting. En wat voor een dag was het. Het begon al in de bus in Amersfoort. Ik trof iemand die ook naar de bijeenkomst ging. Dat gebeurt zelden, maar het zorgde voor een leuk, geanimeerd gesprek in de bus.

De JALV was even schrikken toen er wat opbouwende kritiek kwam, maar daar is per slot van rekening een JALV voor. Je legt als bestuur verantwoording af. Gelukkig was het inderdaad opbouwende kritiek en werd er gelijk door verschillende mensen meegedacht hoe we die opbouwende kritiek ook in daden om kunnen zetten. Ik denk dat dat wel gaat lukken, ik zie dat met vertrouwen tegemoet. Het maakt datgene waar de kritiek over ging eigenlijk alleen maar leerzamer en leuker, dus wat dat betreft ben ik dankbaar voor de kritiek.

Dat was dus de JALV. Daarna hadden we nog een meeting. Met boekpresentatie, quiz, lezing en een kleine tentoonstelling van Canadese boeken van Johns. Het boek is toch wel een grote schok. Het schijnt dat James C. Bigglesworth, beter bekend als Biggles, een fictief personage is. Met andere woorden, hij is verzonnen. Dat bestaat niet. Ongelooflijk. Ongehoord zelfs. Heb je jaren van je leven en die man en zijn vrienden geïnvesteerd, blijkt die hele kerel verzonnen te zijn. Nee, echt, ik kan er met mijn pet niet bij. Daar moet ik van bijkomen.

En dan heb ik nog een boek te lezen ook. Over ene Arthur Wellesley Bigsworth. En die heeft dan weer wel echt bestaan. Maar het boek over hem dat vandaag verscheen is dan weer fictie. Het duizelt me. Het boek Door het oog van de zandloper deel 1: Brits Indië leest heerlijk weg. Ik kom er echt nog wel een keer op terug als ik het helemaal uit heb.

En dan was er nog een quiz waarin ik waarschijnlijk jammerlijk presteerde. Harry Sluyter, overigens de auteur van het genoemde boek, las fragmenten uit boeken voor en de deelnemers aan de quiz moesten aan de hand van multiple choice antwoordmogelijkheden aangeven in welk land het fragment zich afspeelde. Leuk, maar geen idee hoe ik presteerde want ik ben na het nakijken vergeten mijn formulier terug te vragen.

Misschien kwam het doordat ik zenuwachtig was voor mijn lezing maar die viel in goede aarde. Ik ga het nu uitwerken voor Biggles News Magazine en waarschijnlijk zit er een artikelreeks in.

Een heerlijke dag met de International Biggles Association dus.

~~~

Image by PixelAnarchy from Pixabay

Oren uit laten spuiten en een leesplan

Eén van de nadelen van hoorapparaten is dat de oorstukjes je gehoorgang zo’n twee derde van de dag blokkeren. Daardoor hoopt oorsmeer zich veel makkelijker op dan zonder extra elektrische oren. Het houdt in dat ik mijn gehoor in de gaten moet houden en dan ik regelmatig mijn oren uit moet laten spuiten, meestal één keer per jaar.

Dat laatste tijd merkte ik dat ik weer minder begon te horen, dus een paar dagen druppelen en oren uit laten spuiten. Dat viel vanmiddag nog niet mee. De assistente bekeek allebei de oren: allebei verstopt. Ze begon rechts, maar er kwam nog niks. Dan maar eerst links, zodat het water zijn wekende water werk kon doen. Links ging er gelukkig wel meteen uit, maar voor rechts moest ze uiteindelijk drie keer aanzetten, met verschillende hulpstukken.

Maar het hielp wel want alles kwam eruit en ik heb het idee dat ik nu weer beter hoor en dat komt goed uit voor mijn plannen om mijn talenkennis nog wat op te halen. Daarover later meer.

Vanavond heb ik trouwens Biggles in the Baltic uitgelezen en mijn lezing voor de bijeenkomst overmorgen begint steeds meer vorm te krijgen. En wat ben ik blij dat ik plan van een paar jaar oud nu eindelijk uitvoer. Toen ik mijn Engelstalige Johns collectie eindelijk compleet had, wilde ze dus allemaal gaan lezen. Elke maand eentje. Nu ben ik eindelijk begonnen. En wat blijf ik de boeken mooi vinden. Zeker als ik ze afwissel met andere boeken, ga ik daar jarenlang veel plezier aan beleven. En misschien af en toe een lezing over geven, of een artikel over schrijven in Biggles News Magazine.

En nu ik het boek uit heb, ben ik ook heel benieuwd wat Owen Dudley Edwards er in British Children’s Fiction in the Second World War over te zeggen heeft. Op meerdere plekken, meerdere pagina’s. Ik had er verder nog niet uitgebreider naar gekeken omdat ik met bladeren al merkte dat het spoilers bevatte. Dat maakt nu niet meer uit. Dan kan ik dat nog mooi meenemen in mijn lezing.

~~~

Afbeelding van pasja1000 via Pixabay

Biggles luistert radio

Iets wat ik leuk vind aan een fictief boek is dat er soms verwijzingen naar de werkelijkheid buiten een boek in staan. Dat kom ik nu ook tegen in Biggles in the Baltic. Biggles, Algy en Ginger luisteren naar de radio. Hoe mooi is het dan dat je precies die uitzending van lang geleden nog kunt vinden op YouTube. En er zit ook duidelijk een koppeling in met de situatie in Oekraïne. Ik ben er al een paar dagen zoet mee en morgen pak ik er nog de dikke pil van Owen Dudley Edwards bij: British Children’s Fiction in the Second World War. Ga ik die eindelijk bestuderen, na al die jaren op een gordijnkap te hebben gestaan, oké, hij staat er nog op, maar morgen niet meer. Dat wordt een leuke lezing, zaterdag.

Je zult begrijpen dat ik zin heb in de Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de International Biggles Association en aansluitende 79e openbare Biggles-meeting in gebouw De Bron, Vogelplein 1, Amersfoort. De JALV begint om 11:00 uur, de meeting om 13:00 uur en zal ongeveer twee uur duren.

Mijn lezing is bijzaak. Het gaat vooral om de presentatie van Door het oog van de zandloper deel 1. Geschreven en geïllustreerd door Harry Sluyter. In stijl van Biggles, hoewel zonder hem maar met W.E. Johns zelf. Die heeft tussen het schrijven van al die boeken namelijk tijd gevonden om nog de nodige avonturen te beleven. Ik heb weleens wat van Harry gelezen en dat smaakt naar meer. Ik kijk dus erg uit naar zaterdag. En er volgen nog drie delen, dus voorlopig kan ik mijn lol op.

En natuurlijk blijf ik Biggles en andere boeken van Johns lezen. Daar had ik nog een leuk idee over, maar dat houd ik nog even voor mezelf. Het lijkt me handig om het eerst te testen voor ik het van de daken schreeuw, of van mijn blog natuurlijk.

Zou ik bijna vergeten te vertellen dat er zaterdag ook nog een quiz is, gebaseerd op In 80 dagen de wereld rond van de BBC.

Met kleine tentoonstelling van Canadese Biggles-boeken.

~~~

Afbeelding van Gerhard G. via Pixabay