Meer plek maken voor schrijven

Als mij één ding duidelijk is geworden door het schrijven van mijn boek, dan is het wel dat ik juist dat schrijven zo graag doe en dat het misschien is wat ik het beste kan. En dan bedoel ik uiteraard niet dat ik de beste schrijver ter wereld ben, maar dat van alle dingen die ik kan, schrijven datgene is waar ik het beste in ben. En daarom wil ik schrijven een prominentere plek in mijn leven geven.

Ja, ik weet het. Het klinkt dramatisch. Maar behalve dat ik denk dat ik er goed in ben, merk ik dus ook dat ik er gruwelijk veel lol aan beleef. Als ik het gevoel heb dat ik iets schrijf waar een ander wat aan heeft, bloei ik helemaal op. Dan ben ik vrolijk en opgetogen, heb ik het gevoel echt iets voor een ander te kunnen betekenen. En dat maakt mijn drang tot schrijven ook iets waarbij weliswaar mijn eigenbelang een rol speelt, maar waarbij ik hopelijk het nut voor de ander niet uit het oog verlies.

Schrijven voor een ander als stimulans

Dat nut voor de ander was namelijk een drijvende kracht achter het schrijven van mijn boek. Als ik niet het vermoeden had gehad dat lotgenoten, naasten, of professionals in het vakgebied iets hebben aan mijn bespiegelingen over de manier waarop ik met mijn bipolaire stoornis en mijn behandeling daarvoor omga, had ik het boek nooit geschreven. Ik heb nu een idee wat ik met het boek wil, maar het is nog te vroeg om dat al helemaal wereldkundig te maken. Nu is het voldoende dat ik besef dat ik wil schrijven, voor mezelf en voor anderen, en dat ik daarvoor echt plaats in mijn leven wil inruimen.

Dat betekent ook nadenken of ik ook wil dat mijn boodschap ook voor een groter publiek nuttig kan zijn en of ik dat publiek dan ook wil opzoeken. Het antwoord op beide vragen, kan ik volmondig met ja beantwoorden, zeker na de reacties die ik allemaal kreeg rond mijn boek. Hoe ik dat ga doen is me nog onduidelijk. Helaas heeft mijn bipolaire stoornis invloed op mijn aanwezigheid online. Ergens is me opgevallen dat ik als ik online actiever ben, ik ook meer last heb van die stoornis. En dat terwijl ik me online op mijn gemak voel. Het is een soort kip-of-ei discussie. Of ik daar ooit uitkom… Maar ik hoop voldoende geleerd te hebben over mijn stoornis om zonder al te grote risico’s toch een poging te kunnen wagen mijn online aanwezigheid wat prominenter te maken. Omdat ik het leuk vind en omdat het nuttig kan zijn.

Nog zo veel kansen om te leren en te schrijven

Wat die online aanwezigheid betreft heb ik namelijk echt het gevoel dat ik nog veel kan leren. Hoe kan het effectiever zonder dat ik er nadelige gevolgen aan overhoud. Ik heb het idee dat ik nu mijn bipolaire stoornis voldoende kan beteugelen om deze les in online aanwezig zijn aan te durven. Misschien ga ik er zelfs wel over bloggen, want dat wil ik sowieso meer. Net als vertalen, maar Captain W.E. Johns heeft gelukkig behalve Biggles nog veel meer geschreven en het overgrote deel daarvan is nog niet in het Nederlands vertaald. En laat vertalen nu lijken op schrijven. Dus ook daar kan ik voorlopig vooruit.

~~~

Afbeelding van Robert Armstrong via Pixabay

Een echt boek?

Gisteren werkte ik de laatste aantekeningen uit die ik had gemaakt in twee maanden schrijfpauze. Voor mijn gevoel heb ik alles geschreven wat ik kwijt wilde over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis, welke valkuilen ik tegen kwam, wat ik daartegen deed en het belangrijkste: wat je mógelijk, ik herhaal mógelijk, kunt doen om die valkuilen zelf te voorkomen, plus hoe je via wat ik leerde van de harde praktijk je eigen valkuilen in kaart kunt brengen waardoor je er voortaan omheen kunt lopen.

De belangrijkste les die ik geleerd heb, is dat je er niet alleen voor staat. Dat klinkt als een open deur maar dat is het helaas niet. Privacy gaat ver en zorgt ervoor dat veel behandelingen één op één kunnen worden. Hopelijk is dat inmiddels veranderd, maar het was voor mij wel een groot probleem. Als je manisch bent, heb je dat zelf in eerste instantie niet in de gaten. Mensen om je heen zien het vaak eerder, maar als die geen contact zoeken met jouw behandelaar heb je een probleem. Die behandelaar ziet jou misschien eens in de twee of drie maanden. Vandaar dat het belangrijkste uit het boek misschien dus wel is: “Je staat er niet alleen voor.”

En wat als het ‘af’ is?

Dat alles aangevuld met tips om dat samenwerken zo soepel mogelijk te laten verlopen. Nu het boek min of meer “af” is dient de correctieronde zich aan. Daar begin ik morgen aan. Daar wil ik ook een paar maanden serieus tijd voor nemen. Daarna zijn er een paar meelezers. En dan? Wordt het een echt boek? Ga ik het uitgeven? En zo ja, hoe? Via een uitgeverij? Of in eigen beheer? Die vragen dienen zich steeds luider aan. En: is het niet al eerder geschreven? Ik heb namelijk vooral geen soortgelijke boeken bekeken – ik weet dat er minimaal één ander boek is dat gelijksoortige materie behandelt. Ik wilde namelijk eerst opschrijven wat ik zelf wilde zeggen. Niet gehinderd door de kennis dat het misschien al in boek x, y of z staat. Maar als ik de tik- en taalfouten eruit heb gehaald en ik me er nogmaals van heb overtuigd dat ik alles heb geschreven wat ik kwijt wilde, dan moet ik toch een keer kijken of het elders al geschreven is. Maar dan nog, mijn persoonlijke ervaring geeft het boek al meerwaarde, stelt mijn behandelaar.

Wat mij betreft staat al niet meer ter discussie of het boek er komt of niet: desnoods in kleine oplage voor vrienden. Maar stiekem heb ik meer ambitie. Werk aan de winkel dus.

~~~

Afbeelding van Markus Spiske via Pixabay

Hoe ik las of hoop te gaan lezen

Deze blogpost is deel 5 van 5 in de reeks Terug naar Cultuurwetenschappen

Eén van de (lichte) frustraties van mijn studie Cultuurwetenschappen aan de UvT was dat ik na afloop van veel van de prachtige romans die we mochten lezen toch vaak licht teleurgesteld achterbleef. Wat een prachtig boek, maar wat mis ik waarschijnlijk veel.

Dat besef werd er natuurlijk niet kleiner op doordat we allerlei colleges hadden gehad over literatuuropvattingen en leestheorieën zoals de Russische formalisten, close reading (Merlyn) of reader-response theory. We kregen dan per college de belangrijkste eigenschappen en namen te horen van zo’n theorie. Maar hoe de heren van Merlyn dan hun teksten lazen, bleef in duisternis gehuld. Want het het ‘hoe’ kreeg weinig aandacht.

Door die achtergrondkennis was het mij duidelijk dat ik veel miste bij het lezen van een roman. Ja, ik haalde het thema van het college wel uit het boek en ik zag af en toe voorbeelden van intertekstualiteit. Gelukkig raakten de meeste romans ook zonder al te diepgravende tekstuele analyse een snaar bij me en kon ik de boeken van voldoende duiding voorzien om de vakken te halen. Hoeveel vakken we ook hadden, de praktijk bij de theorie werd aan ons studenten overgelaten.

Eerlijkheidshalve moet ik er bij zeggen dat ik mij afvraag of ik voldoende tijd gehad zou hebben om echt diep in een boek te duiken. Soms moesten we een vuistdikke roman van vijfhonderd pagina’s en theoretische achtergrondteksten bestuderen en kwamen daar nog andere vakken bij ook. Dan hadden we de week erop misschien een dunner literair werk te lezen, maar het is voor het idee.

Er meer uithalen met extra uitdagingen

Nu kan ik weliswaar zo lang doen over een roman als ik zelf wil, maar hoewel ik geniet van het lezen bekruipt me nog regelmatig het gevoel dat er meer uit te halen valt. En dat is precies de uitdaging die ik met Hoe lees ik? van Lidewijde Paris aan wil gaan. Ik ben er vandaag aan begonnen en ik werd al meteen geconfronteerd met een mogelijke tekortkoming van mijn leesstrategie: ik maak geen aantekeningen in boeken. Dat heeft alles te maken met mijn handicap. Daardoor kan ik maar één hand gebruiken en om het nog onhandiger (pun intended) te maken is dat mijn linkerhand terwijl ik van aanleg rechtshandig ben. En dat is te zien aan mijn handschrift en maakt aantekeningen maken in een boek tot een tamelijk zinloze exercitie.

Dus zit ik nu met Hoe lees ik? niet in mijn luie stoel maar aan de keukentafel met een schrift en een pen in de aanslag. Want ik begrijp absoluut wel het nut van aantekeningen maken tijdens het lezen, het is alleen nog zoeken naar een goede manier om dat te doen. Het is bijvoorbeeld de vraag of mijn rechterarm niet te spastisch is om het boek open te houden tijdens het maken van aantekeningen. Die rechterarm heeft nogal de neiging naar mijn schouder te gaan.

Zo stelt aandachtig lezen mij voor wat extra uitdagingen. Die zouden opgelost kunnen worden met de e-reader die ik ook heb maar het is zonde om al mijn prachtige papieren romans ongelezen te laten. En ik heb Hoe lees ik? ook op papier besteld bij de lokale boekhandel.

Bron afbeelding: Goodreads

Nog even geen Cultuurwetenschappen maar straks…

Deze blogpost is deel 4 van 5 in de reeks Terug naar Cultuurwetenschappen

Mijn studie Cultuurwetenschappen is niet helemaal gelopen zoals ik het misschien graag gewild had. Ik heb er lang over gedaan omdat ik toen ook al last had van mijn bipolaire stoornis en dat zorgde nogal voor problemen. Het speelde bijvoorbeeld vooral op rond de tijd dat er tentamens waren of dat er werkstukken ingeleverd moesten worden. Dat ging dan vaak mis. Het jaar daarna kon ik het dan opnieuw proberen want het kostte me behoorlijk wat tijd om weer helemaal de oude te worden.

Maar dat jaar erop had ik dan weinig zelf vertrouwen – ik word toch weer ziek als ik alles op orde heb, waarom zou ik moeite doen? Gevolg was dat mijn motivatie niet zo hoog was en dat ik uit werkstukken, op een enkele uitzondering na zoals mijn bachelorscriptie en een enkele paper uit de master, lang niet alles haalde wat erin zat.

Wel heb ik interessante studieboeken en readers gehad die absoluut meer aandacht verdienden dan ik ze op dat moment gaf. Vandaar ook deze serie en ik ben nog steeds van plan daar meer mee te doen. Zo lees ik graag met Peter en zijn avonturen voor de studie Cultuurwetenschappen aan de OU. Voor die tijd dacht ik bij de OU vooral aan Rensenbrink die niet op de paal schoot, maar dat beeld is een stuk bijgesteld.

Longreads?

Langzaam begin ik een idee te krijgen. Zo zou ik best een aantal literaire werken uit mijn studie nogmaals willen lezen en als ik de opdrachten nog kan vinden nog een keer een analyse schrijven van die boeken, waarbij ik dan uiteraard ook de blogs van Peter meeneem. Ja, dat zie ik eigenlijk wel zitten. Ik weet alleen nog niet precies hoe ik het wil doen. De papers waren langer dan mijn blogs en ik zou moeten kijken of het kan splitsen of dat ik er longreads van maak. We zullen zien. En misschien ga ik ook wel wat voorbeelden laten zien van de colleges en het onderzoek van bepaalde docenten. Zo heb ik bijvoorbeeld college gehad van iemand die in een artikel op Neerlandistiek.nl het Paard van Troje werd genoemd. Nee, ik link nog niet 😉

Vorig jaar gaf ik al aan dat Mossyface voorrang had – dat begint nu eindelijk op te schieten – maar ik had er toen nog geen idee van dat ik ook nog een boek ging schrijven en ook dat heeft even voorrang. Maar daarna….

~~~

Afbeelding van Dimitris Vetsikas via Pixabay

Hoe zien gewoontes eruit en hoe leer je ze aan (of af)?

Deze blogpost is deel 24 van 24 in de reeks Gewoontes

Voor je je een nieuwe gewoonte aan kunt leren (of juist af wilt leren) is het handig om te kijken hoe een gewoonte er nu uitziet volgens James Clear in zijn boek Atomic habits.

Een gewoonte doorloopt vier stadia in de tijd:

signaal -> hunkering -> antwoord -> beloning

De vier stappen toegelicht

Dit patroon van vier stappen is in elke gewoonte aanwezig. Laten we het nader bekijken om er betekenis aan te geven. Stap 1 is het signaal dat je brein aanzet tot een bepaald gedrag. Het signaal voorspelt een bepaalde beloning. Vroeger waren dat meestal signalen die gerelateerd zijn aan een plek die te maken heeft met primaire beloningen als eten, water of seks. Tegenwoordig zijn de beloningen vaak uitgesteld, zoals roem of geld, vriendschap, of liefde. Je brein is continu op zoek naar dit soort signalen.

Stap 2 is de hunkering. Als er een signaal is dat wijst op een beloning ga je hunkeren naar die beloning. En die hunkering maakt of breekt een gewoonte. Als het signaal geen verlangen of hunkering naar de beloning roept, is het verdomd lastig om ergens een goede gewoonte te maken. Tegenovergesteld is er geen hogere wiskunde nodig op te snappen dat juist die hunkering het zo moeilijk maakt om slechte gewoontes af te leren. Waar iemand naar hunkert of verlangt, verschilt per persoon.

Stap 3, het antwoord op het signaal en de hunkering, is het gedrag (waarvan je wilt dat het een gewoonte wordt of dat je juist wilt ontwennen als gewoonte). Wandelen, naar de sportschool versus roken of een vette hap naar binnen werken, zeg maar.

Stap 4 is de beloning. Het doel van de gewoonte, het goede gevoel dat het oplevert.

Appeltje eitje, toch?

Je doorloopt de vier stappen (die Clear Wetten noemt) en je hebt een gewoonte, voilà. Ik hoef je niet te vertellen dat het niet zo simpel is. Voor iets een gewoonte is heb je herhaling nodig. Je moet je brein trainen. Daar heeft heeft James Clear een model voor bedacht dat ik hier nu kort opschrijf maar morgen en overmorgen pas uitgebreider bespreek.

Wet -> Hoe creëer je een goede gewoonte?

  1. Signaal -> Maak het duidelijk
  2. Hunkering -> Maak het attractief
  3. Antwoord -> Maak het gemakkelijk
  4. Beloning -> Maak het bevredigend

Was je al opgevallen dat je de opdrachten na de pijl ook kunt ontkennen?

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Gewoontes: van scorekaart naar identiteit

Deze blogpost is deel 23 van 24 in de reeks Gewoontes

Van gewoontes ben je je vaak niet bewust. Wist je dat volgens onderzoekers ongeveer 40 tot 50 procent van onze dagelijkse bezigheden bestaat uit gewoontes? Dan is het niet onlogisch dat je niet altijd in de gaten hebt dat je weer eens gewoontegetrouw bezig bent. En hoe kun je een gewoonte afleren als je je niet bewust van die betreffende gewoonte?

Daar heeft James Clear in zijn boek Atomic habits de Habit Score Card voor bedacht. Die hou je een aantal dagen bij en je schrijft het iedere keer op wanneer je iets doet. Dat lijkt misschien een hoop werk, mij in ieder geval wel, maar het kan je helpen in kaart te brengen hoe dagelijkse routine eruit ziet. Vergelijk het met De Tijdvinder. Die heeft me ook ooit geholpen dus misschien ga ik die scorekaart ook nog gebruiken.

Als je je activiteiten op hebt geschreven dan zie misschien patronen, of mogelijkheden. Kijk maar: als ik gewoonte ‘A’ doe doe ik daarna gewoonte ‘B’. Dat soort patronen kunnen helpen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat het helpt als je een nieuwe gewoonte op een vaste tijd en locatie uitvoert. En het werkt nog beter als je dat als formule opschrijft: om 17:00 ruim ik op mijn werkkamer mijn bureau op. Oftewel in formule Om [tijdstip van nieuwe gewoonte] [locatie nieuwe gewoonte] [nieuwe gewoonte]. Deze formule staat overigens ook in The power of habit van Charles Duhigg.

Een variant op deze formule noemt James Clear habit stacking, gewoontes stapelen. Gebruik indien nodig je gewoontescorekaart weer. Je ziet dat je iedere werkdag om 17:00 uur stopt. Dat is een bestaande gewoonte. Daaraan kun je een nieuwe gewoonte koppelen. Je wilt na de werkdag een half uurtje gaan wandelen. Dat ziet er in formulevorm als volgt uit. Na [bestaande gewoonte] ga ik [nieuwe gewoonte]. Dit koppelen van gewoontes werd in het boek van Babauta vergeleken met een hartslag.

Soms heb je gewoon geen zin in je (nieuwe) gewoonte (in aanbouw). Maar dat is maar net hoe je er naar kijkt. Volgens Clear gaat het er om te niet te kijken naar het doel (ook de verliezers van de marathon hadden het doel de wedstrijd te winnen) maar het proces dat de opmaat op weg naar het doel. Een doel is een uitkomst. Vergelijk het met het de doel van de reis: is dat de reis of de bestemming? En het zwarte gat als het doel bereikt is?

En: het doel is niet een blog te schrijven, maar blogger te worden (identiteit).

Bijna tot slot: het is niet ‘moeten’ maar ‘gaan’ of ‘mogen’. Niet: ik moet bloggen maar: ik ga bloggen, ik mag bloggen.

Tot slot: maak het jezelf niet moeilijk: begin in een uitvoering van 2 minuten en bouw dat stap voor stap op. Net als Babauta aanraadt.

Morgen gaan we naar de onderdelen kijken waaruit een gewoonte bestaat en naar kader waarmee je deze volgens James Clear aan dan wel af kunt leren.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay

Elke dag 1% beter. Een jaar lang?

Deze blogpost is deel 22 van 24 in de reeks Gewoontes

In de inleiding van zijn boek Atomic habits beschrijft James Clear hoe hij min of meer door een ongeluk met een baseballknuppel ontdekte hoe belangrijk gewoontes zijn. Een honkbalknuppel kwam vol in zijn gezicht terecht omdat die bij het slaan uit de handen van een medeleerling vloog. Hierdoor gingen zijn sportieve aspiraties voorlopig de ijskast in. Maar waar anderen gingen feesten besloot Clear zich toe te leggen op zijn studie. Dat deed hij door zich allerlei goede gewoontes aan te wennen, zoals op tijd tijd naar bed gaan.

Zijn sportcarrière gaf hij niet op en ook daar haalde hij resultaat doordat hij in staat was gewoontes te maken van allerlei oefeningen waar hij een betere sporter van werd. Het leidde er tijdens zijn studie zelfs toe dat hij van een reservepositie opklom naar een landelijk all star team.

Uiteindelijk leidde het niet tot een leven als topsporter maar zijn interesse in gewoontes bleef. Hij begon te bloggen over wat hij leerde, combineerde dat met een succesvolle nieuwsbrief, daarna met een academie en het boek dat ik heb gelezen. Een boek met interessante verhalen dat ook nog eens tot actie aanzet. Daarbij moet ik wel bij zeggen dat ik het boek in drie dagen heb gelezen en ik het gisteren uit had dus of de resultaten beklijven valt nog te bezien.

Die ene procent

Toen Dave Brailsford begin deze eeuw het Britse wielrennen onder zijn hoede kreeg, lag dat eigenlijk al een eeuw op zijn gat. Het was zelfs zo erg dat fietsfabrikanten van het Europese vasteland hun materiaal niet aan Britse teams wilden leveren omdat ze dan als losers gezien zouden kunnen worden. Het las dus voor de hand dat Brailsford het roer radicaal om zou gooien. Maar dat deed hij niet. Hij zocht juist overal naar kleine beetjes. De zadels werden anders afgesteld, de banden werden anders schoongemaakt, er kwam een hartslagmeter, resultaten werden meetbaar gemaakt, enzovoorts. Niets radicaals dus, maar het streven was elk detail 1 procent beter te maken. En het resultaat kwam. Vanaf 2008 domineerden de Britten bij het baanwielrennen op de Olympische Spelen en 2012 won Bradley Wiggins als eerste Brit de Tour de France, waarna Chris Froome dat ook nog eens vier keer deed.

Alles één procent beter, samengestelde rente dus. Het was iets wat James Clear fascineerde. Veel van wat Brailsford met zijn wielrenners deed, had te maken met gewoontes. Wat nu als je jezelf elke dag één procent kunt verbeteren? Niet lineair maar een verbetering in een percentage, een percentage dat in absolute dus steeds groter wordt. Stel je voor dat dat kan? Een jaar lang? Een leven lang? Kan dat met gewoontes? Met goede gewoontes, wel te verstaan want James Clear is er zich maar al te zeer van bewust dat het omgekeerde, elke dag één procent slechter, ook kan met slechte gewoontes.

Uitdaging

Ik heb mijn rekenmachine er nog niet bij gepakt,maar die ene procent verbetering per dag : ik vind het wel een uitdaging die ik aan wil gaan. En met de verhalen van Brailsford, Clear en nog een paar anderen, gecombineerd met een model dat er heel eenvoudig uitziet, lijkt het ook nog te doen ook. Dus ik pak de handschoen op. Jij ook? De komende dagen meer over het model.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Er was nog een boek over…

Deze blogpost is deel 21 van 24 in de reeks Gewoontes

Vorig jaar heb ik in een serie uitgebreid stilgestaan bij gewoontevorming. Toen ik de serie beëindigde, schreef ik dat er nog een boek was: Atomic habits van James Clear, maar dat ik dat niet ging bespreken. Inmiddels ben ik van gedachte veranderd en heb ik het toch gelezen. Het boek is uit 2018 en uit de Acknowledgments blijkt dat het helemaal niet zo gek is dat ik al die boeken over hetzelfde onderwerp lees want Clear bedankt Babauta en Duhigg en raadt zijn lezers aan hun werk ook te lezen als Atomic habits bevalt. Het signaal – routine – beloning model van Duhigg komt ook in de lopende tekst naar voren omdat het lijkt op het model dat Clear zelf presenteert, maar daarover in een volgende post meer.

Nu wil ik het hebben over waarom ik dit boek alsnog gelezen heb. Dat komt simpelweg doordat ik me ben gaan realiseren hoe leuk iets kan worden door er een gewoonte van te maken. Dat merk ik de laatste maanden dus echt met schrijven en bloggen. Vroeger vond ik het ook prettig om te doen en ik kreeg ook regelmatig te horen dat iets wat ik geschreven had mooi was of interessant – bijvoorbeeld omdat lezers van mijn blog erop reageren. Altijd fijn.

Maar schrijven bleef altijd iets voor erbij – behalve dan tijdens de korte periode bij Reëlle Communicatie. Maar daar had ik ook andere taken zodat ik vaak maar één tekst in de week of zo schreef. Mooie tijd en veel aan te danken. Het idee achter dit blog bijvoorbeeld.

Herhaling = plezier

Wandelen doe ik vaak en dat levert plezier op. Lang heb ik dagelijks programmeeropdrachten gemaakt en daar haalde ik ook veel plezier uit. En nu merk ik dat met schrijven: ik doe het (bijna) dagelijks en haal er heel veel plezier uit. Dat is iets wat me fascineert en wat ik iedereen gun.

Er is nog een belangrijkere reden. Ik heb gewoontevorming opgenomen als een (klein) onderdeel van mijn boek in wording. Niet alleen omdat het mij persoonlijk goed doet maar omdat ik er van overtuigd ben dat anderen er ook baat bij kunnen hebben. Waarom denk je dat ik erover blog? En er viel me nog iets anders op bij de research voor het: behandelaars hebben wandel- of hardlooptrainingen. Daar kun je dus een dagelijkse gewoonte van maken. En als wandelen of hardlopen als training aangeboden wordt, dan wil best wijzen op technieken om er een gewoonte van te maken.

En dus heb ik dit weekend met heel veel plezier Atomic habits van James Clear gelezen. Er is trouwens ook een Nederlandse vertaling: Elementaire gewoontes.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

Afbeelding van David Mark via Pixabay

Vrije tijd in 3 woorden

Toen ik 1 november aan mijn boek begon, had ik geen idee dat het me zo goed zou doen. Toch blijkt dat bijna twee en een halve maand later het geval. Nu ik mijn vrije tijd structureel creatief invul, voel ik me beter. Het is van passief (voornamelijk televisie) naar actief (lezen, schrijven, corrigeren, vertalen). Natuurlijk las ik eerder ook al wel, maar het was vooral de wat meer passieve variant: ik ging te weinig aan de slag met wat ik las, terwijl ik dat altijd een mooi aspect van blogs heb gevonden, actie en reactie. Maar het passieve sloop er langzaam in.

Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat het boek een uitvloeisel is van iets wat ik al zeker twee jaar roep. Dat wat achter me ligt een leerperiode is en daarom nuttig omdat het boek gebaseerd op mijn ervaringen en die ervaringen heb ik natuurlijk eerst moet opdoen en doorleven voor ik ze op papier kwijt kan.

Wat ik wel jammer vind is dat mijn Mossyface vertaling eronder lijdt. Ik lijk er weinig ruimte voor te hebben. Terwijl ik die ruimte qua tijd wel heb. Daar wil ik dus ook structureel tijd voor vrij maken want ik heb nu eenmaal beloofd dat dat boek er zou komen, en we hadden vorig jaar ook afgesproken dat het boek in 2021 ging verschijnen, dus dat moeten we dan ook maar zien te doen. En het grootste deel van het werk is af. Mijn collega heeft zijn deel af, ik het mijne en de herziening van mijn deel schiet ook al op. En het deel van mijn collega leest goed, dus dat lijkt me een goede basis voor een boek.

Ieder moment een nieuwe start

Van Leo Babauta heb ik nog een interview tegoed. Hij wordt geïnterviewd door Tim Ferris, maar het duurt anderhalf uur en ik moet nog even kijken wanneer dat past. Misschien als het dit weekend sneeuwt en er van wandelen wel niks zal komen. Wel heb ik zijn blog gelezen over dat het nieuwe jaar een nieuwe start kan zijn, maar ook iedere dag, of zelfs ieder moment van de dag. Ben ik wel mee eens, maar het zo makkelijk om grootse plannen te hebben en dan het hoofd te laten hangen als er iets niet lukt. Niet meer doen dus, ieder moment van de dag kan een nieuw begin zijn.

Nou las ik straks een artikel op Frankwatching.com van Arjan Broere over hoe je met een jaarthema en dagelijks reflecteren wel een succes kunt maken van goede voornemens. Dat artikel haalde het interview met Babauta ook al aan. En de drie woorden van Chris Brogan werden weer genoemd wat mij duidelijk maakte dat ik mijn vrije tijd met de volgende drie woorden wil invullen:

Boek – blog – vertaling

Misschien niet helemaal de invulling uit het artikel maar het zijn drie zaken waar ik heel graag mee bezig ben, die me een goed gevoel geven (ook achteraf, en dat is ook niet onbelangrijk) en waar ik energie van krijg. Daar wil ik me bezig houden, desnoods ook met een dagelijkse review, zoals het artikel aanraadt. Ik denk dat mijn projectlijstje daar prima bij kan helpen.

En natuurlijk zijn er nog veel meer dingen die ik graag doe in mijn vrije tijd: lezen of wandelen, maar die zijn ondersteunend aan mijn drie woorden. Wat ik lees komt vaak terug op mijn blog, of ontspant gewoon zodat ik weer verder kan. En tijdens het wandelen doe ik vaak ideeën op voor boek, blog of vertaling door de afwisseling van het gefocuste en het diffuse brein.

Dus ik ga een tijde mijn vrije tijd structuren rond deze drie woorden.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Boek voor mij of voor jou?

Gisteren had ik het met iemand over mijn #NaNoWriMo boek en hij wilde het wel lezen als het af was. Nu was ik toch al van plan om mijn boek af te ronden, al is het maar omdat ik er voor mezelf een aantal dingen op een rij heb gezet die voor mij belangrijk zijn. Door dat boek heb ik me gedwongen om echt nog eens diep over de materie na te denken en heb ik van sommige dingen nu een duidelijker beeld. Daardoor alleen al voor is het project wat mij betreft geslaagd.

Vanaf 1 februari herzien

De afgelopen tijd zijn er me regelmatig dingen te binnen geschoten die ik graag wil toevoegen of wil verduidelijken. En ik ben benieuwd of ik dat wat ik wilde zeggen, zo duidelijk heb opgeschreven als ik wilde. Vanuit mijn ervaring als vertaler weet ik natuurlijk hoe belangrijk de correctieronde is. Die wil ik dan ook niet afraffelen en om die reden heb ik voor de correctie twee maanden uitgetrokken, waar het eigenlijke schrijfwerk maar een maand kostte. En, toegegeven, afgelopen zomer veertien dagen lang een kwartiertje. Dat maakte uiteindelijk ook dat ik in november de uitdaging aanging. Omdat ik toch persoonlijke dingen wilde schrijven en het idee ‘papier’ daarvoor anders aanvoelde dan dit blog, had ik twijfels of ik het wel moest schrijven. Maar ik vond het prettig om te doen, merkte ik, en het luchtte ergens ook op dus ik ben blij dat ik het heb gedaan.

Voor mezelf of ook voor anderen?

Die vraag stel ik nu voor mijn blog, maar geldt natuurlijk ook voor mijn boek. En bij een boek denk ik ook automatisch aan een oplage. Dus ja, het boek is ook voor anderen. Hoe en wat moet ik nog bekijken maar ik zou het raar vinden als ik iets schrijf waar ik zelf baat bij heb, dat anderen dat dan niet kunnen lezen. Daar zit echter een mits aan: ik ben alleen maar ervaringsdeskundige wat dit onderwerp aangaat dus ik moet nog iemand vinden die op professioneel vlak deskundig is. Mocht diegene nu zeggen dat het helemaal nergens op slaat en dat er ook niks van te maken is, dan houdt het natuurlijk op. Dat verwacht ik overigens niet.

De boodschap uit het boek is vrij universeel maar bij mij helaas nooit goed genoeg geland: je staat er nooit alleen voor en als je goed samenwerkt, elkaar aan durft te spreken en jij, een partner en je behandelaar een team vormen, dan kun je mogelijk problemen voorkomen. Die les heb ik in de harde realiteit geleerd maar dat heeft helaas lang geduurd. Dat was ook een motivatie voor het boek.

Een andere motivatie is dat leren. Zeker als je met een ziekte of een beperking te maken hebt, is het leven één groot leerproces. Ik heb in het boek enkele bekende hulpmiddelen genoemd en wat ideeën uit eigen praktijkervaring over waarom ze belangrijk zijn en hoe je ze handig inzet.

Ja, een boek voor mezelf en voor een ander dus, want met een beetje hulp sta je er nooit alleen voor.

~~~

Afbeelding van congerdesign via Pixabay