Via mijn boek als buddy in de geestelijke gezondheidszorg?

De vakantie zit er weer bijna op. Niet alles gedaan wat ik wilde en dat betekent dat ik komende week naast mijn werk druk aan de slag mag met Gimlet. Dat komt wel goed. En hier ga ik het dus over mijn boek en gewoontes hebben. Die twee zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook met mijn vertalingen, maar daarbij vind ik het niet zo belangrijk.

Mijn boek daarentegen voelt voor mij aan als verreweg het belangrijkste wat ik ooit heb geschreven. Juist omdat het gaat om psychische gezondheid. Ik heb mijn boek onder anderen al laten lezen door een aantal mensen die professioneel kijk hebben op geestelijke gezondheidszorg. Zij zijn enthousiast. En dat maakt mij weer enthousiast, want het helpen van lotgenoten was toch een belangrijke drijfveer van het hele project.

De afgelopen tijd heb ik nagedacht over hoe ik zo veel mogelijk mensen kan bereiken, zeker na al die positieve reacties. Daar hoop ik komende week meer over te kunnen vertellen, misschien morgen al. Hoe dan ook vind ik het een mooie zoektocht om mijn boek te laten landen. En misschien komen er nog wel andere vormen. Niet iedereen leest graag, dus een training geven is ook een idee waar ik mee speel. Uiteindelijk draait mijn boek om een ontdekking die ik deed door dagelijks ergens naar te kijken, dagelijks over iets na te denken. En dat hoef je niet uit een boek te leren, al hoop ik dat het mijne wel inspirerend is.

Een boek of toch meer dan alleen een boek?

En ik geloof dat er meer inspirerende verhalen zijn. Daar wil ik naar op zoek want ik heb het idee dat er in die verhalen zo veel wijsheid en kennis zit dat door de lessen uit die misschien heel veel gezondheidswinst te behalen is. Door de verhalen van oude rotten uit het vak op de een andere manier vast te leggen voor nieuwkomers: boek, film, training, lezing enz. Je leerde vroeger op school toch ook van docenten? Waarom zou dat in de (geestelijke) gezondheidszorg dan ook niet kunnen? Een patiënt met 10+ jaar ervaring die zijn of haar kennis overdraagt aan nieuwkomers?

~~~

Afbeelding van Ingela Skullman via Pixabay

Dubbele eindsprint begonnen met kleine stapjes

Nu de derde en laatste week van mijn vakantie vandaag is begonnen, betekent dat dat ik met een dubbele eindsprint ben begonnen. Ik wil deze week zowel mijn boek afronden als de vertaling Gimlet opnieuw in actie. Om met die laatste te beginnen. Het afronden van die vertaling gaat deze week niet lukken want ik krijg nog opmerkingen van een proeflezer. En die komen pas medio september. Maar ik heb al heel wat opmerkingen binnen. De vertaling is overigens van de hand van Roger. Als je fan bent van jongensboekenseries en encyclopedieën, kijk dan vooral eens op zijn site, Apriana.nl.

Het leek me verstandig om alvast te beginnen – of beter gezegd, hoofdstuk 1-5 nog keer opnieuw lezen en daarna wel verder te gaan. Zodat we het boek hopelijk in het najaar ergens te kunnen presenteren. Die vertaling doornemen is niet heel veel werk, maar ik zag er een beetje tegenop om nóg een keer alles door te moeten nemen wanneer de laatste proeflezer met commentaar kwam. Maar contact gehad en het commentaar viel mee dus kan dat er waarschijnlijk wel bij.

Waar ik wel behoorlijk tegenop zie, is de laatste ronde van mijn eigen boek. Het wordt steeds echter en ik ben vanavond daadwerkelijk na iets meer dan een maand pauze opnieuw begonnen. Ik had vandaag graag meer gedaan, maar ik heb me verkeken op mijn agenda. Vandaar dat ik maar 1 pagina heb doorgenomen, van de 41. Toch een paar kleine dingetjes gevonden. Dus wel goed om er nog eens naar te kijken voor het naar een uitgever gaat.

Zuinig als ik ben, heb ik het geheel niet uitgeprint, maar lees ik op mijn desktop in schermvullende modus. Daardoor ziet de tekst er anders uit dan tijdens het schrijven op de laptop. En ik lees mezelf hardop voor. Op die manier hoop ik er de laatste hobbels alsnog deze week uit te halen. Gelukkig heb ik nu wat meer ruimte in mijn agenda.

~~~

Afbeelding van Benjamin Hartwich via Pixabay

Gisteren een middagje Helmond: hoe hoor ik nu?

Gistermiddag zag ik eindelijk weer eens de bibliotheek van Helmond van binnen. Ik was er al een hele tijd niet meer geweest. De reden daarvoor zag wel bekend zijn. Daarnaast maak ik vaak gebruik van de Online Bibliotheek. Maar het prentenboek van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, Spin op sokken, dat Leonoor me aanraadde tijdens een leuke Twitterdiscussie, bestond alleen op papier. En nieuw was het niet meer te krijgen, dus ik besloot het een keer te lezen als ik weer eens in Helmond was.

Alleen duurde dat even. Gisteren kon ik er echter niet meer aan ontkomen omdat ik al een een tijdje problemen had met mijn gehoor. Afgelopen donderdag toch maar voor gebeld want mijn hoorapparaten twee tandjes harder zetten, hielp te weinig. Gelukkig kon ik al snel terecht bij de audicien. Ik was er best een beetje zenuwachtig voor. Toen twee jaar geleden mijn oude toestellen vervangen konden worden, bleek bij de audioloog dat ik met die oude toestellen, categorie 4, nog maar 90% spraakverstaan haalde. De test bestond uit een gedeelte met piepjes en een deel met woordjes. Die piepjes kostten de grootste moeite. Volgens de audioloog had ik regelmatig op het knopje gedrukt terwijl er geen piepje te horen was.

En ik had toch echt wat gehoord. Als het heel stil is en ik me goed concentreer, hoor ik weleens geluiden die er niet zijn: tinnitus, vooral in de vorm van piepjes. Dat komt goed uit bij zo’n test. We kwamen er toch uit. Ik had sterkere toestellen nodig, uit categorie 5, de zwaarste. Toen ik die een tijdje had en op controle moest, scoorde ik weer 100% op de spraaktest.

Gistermiddag bij de audicien begon het ermee dat ik binnengeroepen werd en we een kort gesprek hadden over hoe ik nu hoorde en wat de procedure was. Daarna werden mijn hoorapparaten schoongemaakt. De volgende stap was een gehoortest, zonder toestellen, maar mét piepjes.

Rechts in de hoge tonen iets achteruit maar…

Toen ik klaar was met de test, mocht ik mijn toestellen weer in doen en ik hoorde het meteen: dit was weer het gehoopte volume, terwijl mijn toestellen op normale sterkte stonden. Dus niet twee tandjes harder, zoals de laatste tijd. De audicien legde uit: het gehoor links was hetzelfde gebleven, rechts hoge tonen was iets achteruitgegaan. Ze had ook nog wat aan mijn toestellen gedaan: nieuwe slangetjes eraan gezet. En ze had mijn hoorapparaten schoongemaakt: er had wat vuil op de microfooningang gezeten. Dát had ik dus al gemerkt (en stiekem gehoopt). Ik hoorde weer normaal en besloot het genoemde gehoorverlies voorlopig even te negeren, ook met het piepjesavontuur bij de audioloog in gedachten.

Dat was toch wel een opluchting. Het was al een mogelijkheid waarmee ik rekening had gehouden omdat ik vroeger mijn hoorapparaten ieder half jaar liet controleren. Deze toestellen hadden die controle door de eerder genoemde bekende omstandigheden niet gehad. En dit kun je helaas zelf niet verhelpen. In de gaten houden dus. En net voor ik aan deze blogpost begon, bevestigde mijn huisgenoot dat ik nu beter hoorde dan voor ik gisteren naar Helmond ging.

En tussendoor nog een boek

Toen ik Spin op sokken uit had, had ik nog tijd over voor de afspraak bij de audicien en dacht ik: zou hier ook wat staan over bipolaire stoornissen? Dat bleek het geval te zijn, Pillendoos van Cornelie Egelie-Sprenger. Maar terwijl er aan begon op het terras van de bieb, merkte ik bij de voorwoorden dat het me behoorlijk aangreep omdat ik iets te veel herkende. Dus zette ik het terug op de plank. Even later realiseerde ik me dat ik mijn biebpasje niet bij me had. Thuis heb ik nog even de preview van het boek gelezen, dat waren willekeurige pagina’s. Weer herkenbaar maar niet meer emotioneel. Ik ga het dus nog lezen.

~~~

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Iets dagelijks doen, geeft een andere blik

Dit is een blogpost in twee delen. Ik schreef het eerste stuk gisteren voor ik naar de (opname van) de oratie ging kijken van Chantal Bleeker. En die oratie zette me dusdanig aan het denken dat ik niet meer aan dit blog toekwam. Ik ging nadenken over communicatie, over dat dingen niet te moeilijk mochten zijn. Als iets moeite kost, doe ik het zelf soms ook liever niet. Daar kan ik een heel simpel voorbeeld van geven. Pas 18 jaar na de diagnose bipolaire stoornis deed ik mijn ontdekking over de ergernissen. Een ontdekking die mijn leven op een positieve manier op zijn kop zette. En die ik misschien wel te danken had aan het feit dat ik dankzij een blogger elke dag was gaan wandelen. Nou ja, dat wandelen heb ik natuurlijk zelf gedaan. Maar die blogger kreeg me definitief zover dat ik iedere dag de ene voet voor de andere wilde zetten.

Waar het om gaat, is dat ik de waarde van dagelijkse gewoontes begon in te zien en ze langzaam ook ging toepassen op mijn bipolaire stoornis. Ik ben ervan overtuigd dat het feit dat ik dagelijks over mijn stoornis nadacht mij uiteindelijk misschien wel de oplossing bracht.

Terwijl ik diezelfde oplossing misschien al eerder had bereikt als ik bereid was geweest dagelijks mijn life chart in te vullen. Maar in 2007 en 2014 – toen ik er in mijn behandeling mee in aanraking kwam – vond ik die boekjes maar lastig en apps waren er nog niet (of misschien nauwelijks). Ik denk echter dat dat niet het grote probleem: het probleem was dat ik niet dagelijks en structureel na wilde denken over mijn stoornis. Ik geloofde in medicijnen en die nam ik trouw in. Maar dat hielp niet altijd.

Ik denk dat de ommekeer kwam met het besef dat het wél dagelijks moest. Nadenken over die vervelende stoornis. Ook al is het niet leuk. Maar het mooie is dat nu ik er tóch dagelijks over na ben gaan denken, ik zie dat je véél meer controle over mijn stoornis heb dan ik ooit had durven dromen. En misschien ook wel méér controle dan medici voor mogelijk houden. Ik ben bezig dát uit te zoeken, het wijst nu wel een beetje die kant op. Ik kom er uiteraard op terug want ik vind het een belangrijk vraagstuk. Net als die vraag: hoe krijg je mensen zover dat ze ergens dagelijks mee bezig willen zijn.

En dat alles dankzij de oratie van Chantal Bleeker.

Wat hier onder staat, schreef ik gister voor ik de oratie bekeek, maar het hangt er wel mee samen.

Nu ik de afgelopen bijna twee jaar zo druk bezig ben geweest met het boek over mijn bipolaire stoornis, of liever over hoe ik ermee heb leren omgaan, heb ik gemerkt hoe fijn ik schrijven aan een boek vind. Natuurlijk, ik wist het al een beetje van mijn vertalingen, maar het viel bij het werken aan mijn boek nog meer op.

Ik bleek het heerlijk te vinden om niet meteen op ‘Publiceren’ te hoeven klikken. En dat wat ik wilde schrijven, hoefde ook niet in één dag af. Het boek gaf mij min of meer de gelegenheid om nog een keer na te denken over iets, als ik nog niet helemaal tevreden over was. Het gaf de gelegenheid dieper op een onderwerp in te gaan, te schaven als dat nodig was. Wat dat betreft ben ik ook heel blij met mijn proeflezers. Meer dan bloggen voelde het schrijven van een boek aan als een teamprestatie.

Dit blog tik ik zelf en ik druk ook zelf op de al genoemde knop ‘Publiceren’. Natuurlijk, er zijn ooit reacties. Maar dat valt in het niet bij wat ik mee mocht maken als schrijver van een boek. En ik zal het ook maar meteen zeggen: ik wil het zo nog wel een paar keer doen. Ik heb ideeën genoeg. Misschien zijn het wel dingen waar de wereld op zit te wachten.

Zo valt er over het onderwerp dagelijkse gewoontes meer te zeggen dan ik heb gedaan in het boek dat hopelijk in het najaar verschijnt. Volgens mij is een groot deel van de daarin beschreven successen te danken aan dagelijkse gewoontes. Ze kunnen daarom volgens mij van belang zijn binnen een ggz-behandeling. En ik zie dat belang ook bij revalidatie. Dus wie weet wordt dat nog een boek.

Een andere dwarsstraat is dat er volgens mij veel meer mensen rondlopen met een verhaal dat het ook waard is om te vertellen. Omdat het inzicht biedt, omdat het inspirerend is, of omdat het vertellen en het lezen zelfvertrouwen geeft.

Nou was ik eigenlijk van plan te gaan zeggen dat ik voorlopig wilde stoppen met bloggen, maar na dit korte blog denk ik daar toch weer anders over. Ik wil nog wat promotie blijven doen voor mijn boek en ik heb nog wat onderwerpen liggen waar ik posts van kan maken. En ik kan vast onderzoek doen voor nieuwe boeken en dat misschien hier vastleggen. Bloggen heeft voor mij toch al jaren een bepaalde charme en het zou zonde zijn om niet van die charme te blijven genieten.

~~~

Afbeelding van Larisa Koshkina via Pixabay

#WOT plot – plotwending

In september 1999 begon ik The boy Biggles te vertalen. Het kwam voort uit het einde van een donkere periode uit mijn leven. Een depressie die me mijn eindexamen kostte. Toen ik weer beter was, wilde ik leuke dingen gaan doen. Iets met Biggles leek me aan de kwalificatie te voldoen. En in meer dan twintig jaar is me wel gebleken dat dat een juiste inschatting was. Het vertalen was en is heel leuk maar veel belangrijker vind ik de vriendschappen het me heeft opgeleverd. Dat had ik van tevoren echt niet kunnen bedenken.

In mei 2012 kreeg ik het idee om een groepsblog te starten. Iets met handicaps en ziektes. Niet iedereen begreep het en dat leverde een hoop ellende op die me uiteindelijk anderhalf jaar min of meer van de kaart veegde. Het waren onder andere een zekere Gimlet en mijn vrienden van de I.B.A. die mij er toen weer bovenop hielpen door de vertaling Gimlet van de Commando’s mogelijk te maken. Het lukte mij op dat moment niet alleen. Ik had steun nodig en die kreeg ik, ook van anderen en het ging over meer dan boeken.

Het was dus kommer en kwel in 2012/2013. Toch had ik het niet willen missen want het groepsblog werd dit persoonlijke blog en ik had al veel nieuwe vrienden gemaakt rond dat groepsblog. En die vriendschappen die duren wat mij betreft nog lang. Vorig jaar citeerde ik Queen:

Friends will be friends
Right till the end
And even beyond

Die onderste regel had ik zelf bedacht. Het citaat kwam in een reeks op Facebook. Ik kreeg bezorgde reacties: was ik niet manisch aan het woorden? Gelukkig niet, maar dank voor het bezorgde meedenken.

En toen was het 2020 en besloot ik een boek te schrijven. De eerste versie werd terecht afgekeurd door vrienden. Dus begon ik eind 2021 aan een tweede versie. Die lijkt nu beter en komt hopelijk in het najaar uit. Over wat ik geleerd heb van mijn bipolaire stoornis. Ik merk nu alweer dezelfde positieve effecten als in 1999 en 2012. Maar ik doe het rustig aan want ik wil wel graag de negatieve effecten van 2012 vermijden. Ik heb er gelukkig alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Daar gaat het boek ook over. Maar te hard van stapel lopen is niet verstandig, dat heb ik wel geleerd.

De moraal van dit verhaal: geef de plot van je leven af en toe een twist. Kan je zomaar veel moois opleveren. En een plot twist van het leven zelf, kan ook positiever uitpakken dan je soms denkt, hoe vervelend zo’n twist ook kan zijn.

~~~

Afbeelding van 0fjd125gk87 via Pixabay

Boek bijna af: spannende tijden op komst

Misschien ga ik voorlopig wel minder bloggen. Ik weet het nog niet zeker maar ik wil nu eindelijk eens mijn boek afronden en naar meer proeflezers sturen. Ik ben van plan er dit weekend nog een keer intensief naar te kijken en het dan wat mij betreft voorlopig als afgerond te beschouwen. Zodat ik begin volgende week mijn proeflezers kan inschakelen. Nou ja, inschakelen, dat klinkt ondankbaar en dat ben ik natuurlijk niet. Ik ben hen juist dankbaar dat ze zo in mijn droom geloven dat ze hun nek uit willen steken om mij te helpen.

En misschien is mijn droom wel groter dan één boek. Als mijn proeflezers net zo enthousiast zijn als ik hoop, dan moet ik misschien eens gaan oefenen op een liftpraatje. Maar laat ik niet al te zeer op de zaken vooruitlopen. Eerst dit weekend het manuscript grondig doornemen, hardop voorlezen en fouten eruit halen. De eerste proeflezer van de tweede versie waren vooral vergeten woorden opgevallen. Dat is iets waar ik al rekening mee had gehouden en ik heb ook een print van mijn manuscript gemaakt om dit en mogelijke euvels die in mijn ervaring vooral op papier opvallen, te verhelpen.

Ik heb er wat betreft alle vertrouwen in. Daarna begin volgende week het manuscript naar mijn proeflezers sturen. Informeren of ze het nog willen lezen, omdat het toch allemaal wat langer heeft geduurd dan voorzien. Maar daar verwacht ik eigenlijk geen problemen. En dan komt de echte test: wat vinden mijn proeflezers? Is het geworden wat ik hoopte? Zouden anderen er iets aan kunnen hebben? Ben ik niks vergeten? (Al maak ik me daar minder druk om want ik heb slechts mijn ervaring opgeschreven en dan heb ik misschien geen ervaring met bepaalde dingen, maar dan kán ik die ook niet beschrijven. Ik denk dat ik een aardig compleet beeld heb geschetst.) Fouten zullen er ook niet echt in staan, maar het is handig als het nergens te zeer tegen de richtlijnen van de ggz ingaat. Een beetje afwijken mag. Daarom ben ik blij dat mijn huidige behandelaar en twee oud behandelaars proeflezer willen zijn. En ik heb er nog meer.

Dat beloven spannende tijden te worden. Tijd die ik kan gebruiken om te blijven bloggen (maar de komende week dus misschien iets minder, afhankelijk van de vraag of ik die dag op schema lig of niet), om de Biggles site weer helemaal up to date te brengen en te werken aan de vertaling van Gimlet goes again waar mijn collega Roger al heel wat werk voor heeft verricht zodat een publicatie in het najaar haalbaar moet zijn.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Het boekenvak toen en nu

Voor mijn eigen boek in wording over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis en voor Biggles en zijn vrienden lees ik nu Publiceer jezelf! Maak je zichtbaar van Nanda Roep. Interessant leesvoer dat zeker nieuwe ideeën oplevert, maar het is ook een reis terug in de tijd. Toen ik in Tilburg studeerde was er bij de faculteit Letteren (later Cultuurwetenschappen) een sectie Marketing en sociologie van het boek. Die stond onder leiding van de helaas veel te vroeg overleden Hugo Verdaasdonk. In de jaren zeventig had hij de marketing van boeken naar de Letterenfaculteiten gebracht omdat hij vond dat het analyseren en interpreteren van boeken geen wetenschap was. Er moesten feiten zijn. Die kwamen er maar dat ging niet helemaal zonder slag of stoot en om die reden noemde Marita Mathijsen Verdaasdonk ‘het paard van Troje’ dat de Amsterdamse letterkunde binnengehaald werd.

In mijn tijd, aan het begin van de 21ste eeuw, was Verdaasdonk een stuk milder geworden. Zijn colleges gingen over de werking van het culturele veld en het boekenveld in het bijzonder. Maar wat is het veld hard veranderd in vijftien tot twintig jaar: er waren geen social media, publiceren ging alleen bij gerenommeerde uitgeverijen want over Printing on Demand, kleine oplages, zelf een ISBN aanvragen, daar hoorden wij niets over. Het bestond simpelweg niet, of de kinderschoenen waren nog zo klein dat nog niet in het studieprogramma was opgenomen, dat kan ook.

Het lezen van het boek van Roep brengt mijn kennis opgedaan tijdens mijn studie weer bij de tijd. Daarbij let ik goed op hoe schrijvers zich op sociale media presenteren. Omdat ik dat leuk en interessant vind, maar ook omdat ik er misschien wat van kan leren. Want natuurlijk wil ik dat mijn boek straks het publiek vindt dat er wat aan kan hebben: lotgenoten, naasten maar ook behandelaars. En uiteraard ga ik die groepen benaderen via lotgenotenverenigingen of ggz-instellingen. Maar laat ik het eerst maar eens afmaken en horen wat mij proeflezers ervan vinden. Ik heb geduld. En dat ik mezelf er mee heb geholpen doordat sommige dingen door het schrijven duidelijker zijn geworden, net zoals dat zo vaak gebeurt op dit blog, is natuurlijk al winst op zich.

Toch blijft anderen kunnen helpen de grote droom. Ik weet immers wat voor ellende mijn bipolaire stoornis mij heeft opgeleverd: na iedere manie maanden uit de running, een keer een baan kwijtgeraakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar: er is ook een positieve kant: misschien was ik wel nooit gaan vertalen als ik niet depressief was geworden. Ik stond er zo goed voor toen ik ziek werd, maar zakte toch. Toen ik voor het begin van het volgende schooljaar weer beter was, was ik ervan overtuigd dat ik wel zou slagen en vooral leuke dingen moest gaan doen. Dat was Biggles en al snel diende er zich een onvertaald boek aan. En de rest is geschiedenis.

~~~

Afbeelding van Birgit Böllinger via Pixabay

Prachtig nieuw leesvoer dankzij Twitterdiscussie

Biggles en zijn basis

Donderdag- en vrijdagavond raakte ik verzeild in een leuke en leerzame discussie op Twitter. Ik had hem zelf aangezwengeld, geloof ik, met een reactie op Marcel van Driel. Iets over zijn nieuwe boek, Game Helden tegen De Monsters en dat ik dat nog niet aangeschaft had. Gelijk kwam een ander met een tip: Blitz van Rian Visser. Die staat nu op mijn e-reader. Maar ik ben vanmiddag eerst begonnen aan Aristoteles en Dante ontdekken de geheimen van het universum. Tot nu toe vind ik het geweldig.

De discussie donderdag kwam een beetje op gang nadat ik begon te quizzen met Marcel omdat het de dag erop precies twaalf jaar geleden was dat ik afstudeerde, op jeugdliteratuur bij Helma van Lierop in Tilburg. Mocht Marcel raden waarop ik afgestudeerd was. Superhelden bleek niet het juiste antwoord. Ik gaf een hint. Twee avonturenseries. Biggles kwam er gauw genoeg uit maar Arendsoog duurde even omdat Marcel door mijn hint op het verkeerde been was gezet, twee schrijvers. Terwijl hij dacht dat er maar één schrijver was, zo bleek na mijn hint: no way, dat jij het niet weet. Vader Jan en zoon Paul.

Maar dat kan toch eigenlijk niet meer, Arendsoog en Biggles? Dat vond de tipgever van het boek van Rian Visser. Biggles bleek zelfs meegegaan te zijn met het huisvuil. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Van mij mag iedereen Biggles lezen, maar ik heb graag dat die lezers ook veel andere dingen lezen.

Op vrijdag kreeg ik een bezorgd berichtje: of ze me niet wat te hard had aangepakt? Dat viel reuze mee, want ik kan echt wel tegen een stootje en Biggles ook wel (want hij schijnt niet echt te bestaan). Gelukkig bleken er meer diverse lezers te zijn die van Arendsoog houden. Ik lees divers: jeugdliteratuur, literatuur, thrillers, non-fictie. Daarom ben ik zo blij met discussies als die van donderdag en vrijdag. Ik leer er weer nieuwe schrijvers door kennen. Ik bleef een beetje hangen bij Thea Beckmann, Jan Terlouw, Tonke Dragt, Els Pelgrom enz.. Hoewel ik dan weer wel tijdens mijn studie iets las van Ted van Lieshout.

Maar recenter: alleen Marcel. En het eerste deel Harry Potter. De rest loop ik nog achter. Maar eerst in willekeurige volgorde: David Walliams, Blitz, Aristoteles en Dante. En wie weet wat ik nog meer ontdek.

En dan had ik ook nog verder willen gaan met mijn eigen boek. Maar ik ga lezen.

Update 4 april

Dit artikel zorgde net als de tweets waarop het is gebaseerd weer voor nieuwe tips. Vandaar een kleine update:

Omdat ik Ted van Lieshout noemde, kreeg ik de tip Spin op sokken en ik zocht op welk boek ik voor mijn studie las. Het bleek Gebr. te zijn.

Benjamin Alire Sáenz schreef nog een boek over Aristoteles en Dante: Aristoteles & Dante duiken in de wateren van de wereld. Ik kan het bijna niet geloven maar dat boek schijnt nog mooier te zijn dan het eerste deel. Ik kom er vanaf vanavond achter.

Daarnaast een aantal boeken over de werking van boeken, nog uit mijn studietijd: literaire technieken uitgelegd in Literair mechaniek. Je leert er de technieken niet mee, maar het geeft een beeld. Ik noemde ook nog ergens de heldenreis/hero’s journey. Daar weet je zoekmachine vast iets vanaf maar als je naar bron wilt: The hero with a thousand faces van Joseph Campbell. Zelf leerde ik hem kennen via Deconstructing the hero van Margery Hourihan. Dat gaat dus over archetypes. Archetypes van sprookjes vind je dan weer bij Vladimir Propp: Morphology of the Folktale (vertaling), via Introduction to Discourse Studies van Jan Renkema.

Tot slot nog enkele boeken die je kunnen helpen bij het schijven van boeken. Saves the cat! writes novel. Eerder verschenen in deze serie al een boeken over het schrijven van filmscenario’s. En volgende maand verschijnt een boek over het schrijven van Young Adult boeken. Tot slot een techniek die ook bij zoekmachines te vinden is: The snowflake methode over hoe je een plot en karakters voor boeken ontwikkelt: How to write a novel using the snowflake method van Randy Ingermanson. Ook dit boek is het begin een serie geworden.

Door het oog van de zandloper – deel 1:

Al een aantal jaren hoorde ik tijdens bestuursvergaderingen van de International Biggles Association enthousiaste verhalen van mijn medebestuurslid Harry Sluyter over zijn boekenproject. Uiteindelijk bleek dat hij stof had voor liefst vier delen. Geen Biggles, want Harry wilde geen gedoe met toestemming enz. Maar wel over ene Arthur Wellesley Bigsworth en W.E. Johns.

Als die namen bekend voorkomen, ja: de eerste is de persoon waarop volgens de tweede het personage James C. Bigglesworth op is gebaseerd. Dat maakte mij natuurlijk razend nieuwsgierig naar de boeken, te beginnen met het eerste deel. De serie heet: Door het oog van de zandloper en het eerste deel heeft als titel Brits Indië meegekregen. Het gedeelte in Brits Indië speelt zich af in 1923 maar er zijn ook een aantal hoofdstukken die daaraan voorafgaan.

Zaterdag was de presentatie en ik heb het boek inmiddels met groot genoegen genoegen gelezen. Ik vind het knap hoe Harry erin is geslaagd om historische personages en gebeurtenissen tot een fictief geheel te smeden dat niet alleen geloofwaardig is omdat je als lezer denkt: ja, verrek, zo zou het wel eens gegaan kunnen zijn. Zo komen we bijvoorbeeld ook Anthony Fokker tegen. En ik leerde ook nog eens wat. Ik had nog nooit van de Wasserkuppe gehoord.

Het boek is ook geloofwaardig omdat je als liefhebber van Biggles-boeken allicht meer weet over zijn schepper, Captain W.E. Johns. dan de gemiddelde lezer. En dan opent Harry een deur naar een extra laag in het boek door allerlei gegevens uit het leven en werk van Johns in het boek te stoppen. En wel op zo’n manier dat je er als liefhebber alleen maar een grote glimlach van op je gezicht kunt krijgen.

Maar ook zonder diepgaande kennis over Biggles of zijn schepper is dit boek absoluut de moeite waard omdat Harry een prachtige verhaallijn heeft bedacht. En hij heeft het niet alleen geschreven maar ook zelf geïllustreerd.

Je begrijpt dat ik genoten heb van dit eerste boek en dat ik uitkijk naar delen twee t/m vier. Mocht ik je nu nieuwsgierig hebben gemaakt, kun je dit boek bestellen bij de I.B.A. Online Shop.

Wat luisterde Biggles dan op de radio?

Vorige week schreef ik dat Biggles radio luisterde. Toen ik Biggles’ geheime opdracht voor het eerst las, vielen mij de beginwoorden meteen op: Nadat de veelzeggende woorden: ‘Van dit ogenblik af is Engeland in staat van oorlog met Duitsland’ door de radio hadden weerklonken, zette majoor James Bigglesworth, D.S.O., beter bekend als Biggles, het toestel af en keek zijn vrienden, de Honourable Algernon Lacey en ‘Rooie’ Hebblethwaite aan. Er speelde een merkwaardig lachje om zijn lippen.

Dat ‘Rooie’ heb ik nooit zo kunnen waarderen bij vertalers die Ginger als naam niet gewoon lieten staan. Maar goed, C. Verlinden-Bakx vertaalt het hier wel. Jammer, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat ik voor me zag hoe Biggles en zijn vrienden naar de oorlogsverklaring luisterden en dat ik me afvroeg: zou het echt zo hebben geklonken? Hoe zou dat er in het Engels hebben gestaan? Jaren later las ik het in het Engels, Biggles in the Baltic. Daar stond:

As the momentous words ‘England is now, therefore, in a state of war with Germany’ came somberly over the radio, Major James Bigglesworth, D.S.O., better known as Biggles, switched off the device and turned to face his friends, the Honourable Algernon Lacey and ‘Ginger’ Hebblethwaite. There was a peculiar smile on his face.

Zou dat daadwerkelijk zo gezegd zijn op de radio? Zouden Britten dit net als Biggles te horen hebben gekregen? Voor de lezing van afgelopen zaterdag besloot ik het op the zoeken: ‘3 september 1939 declaration of war’

Of in je favoriete zoekmachine: ‘3 september 1939 declaration of war transcript’

Neville Chamberlain zei: ‘”This morning the British Ambassador in Berlin handed the German Government a final Note stating that, unless we heard from them by 11 o’clock that they were prepared at once to withdraw their troops from Poland, a state of war would exist between us.
I have to tell you now that no such undertaking has been received, and that consequently this country is at war with Germany.

Net iets anders dan wat Johns schreef, maar het idee blijft. En natuurlijk had Johns geen internet of YouTube om het snel even na te kijken. Dat was slechts één van de dingen die ik zaterdag vertelde over Biggles in the Baltic. De rest bewaar ik voor Biggles News Magazine.