De proef op de som

Gisteren had ik na wat bladeren in Atomic habits geen zin om uit te werken hoe je een gewoonte aanleert, dan wel afleert. Van ‘ellende’ ook maar niet geblogd. Het is allemaal theorie en het gaat uiteindelijk om de praktijk. Je kunt op de site van James Clear een leuke samenvatting van zijn ideeën vinden en datzelfde geldt trouwens voor de ideeën van Charles Duhigg. Bij beiden betekent dat overigens inschrijven voor hun nieuwsbrief.

Vandaag had ik nog steeds geen zin om over de theorie te bloggen. Maar twee keer achter elkaar niet bloggen (een gewoonte uitvoeren) maar niet van Leo Babauta en niet van James Clear dus vandaar deze blogpost. Ik heb namelijk wat anders bedacht. Februari begint mooi op een maandag en duurt vier weken, dat is volgens Babauta precies genoeg om een nieuwe gewoonte aan te wennen. Bij succes telt dat je 75 à 80% een eentje hebt ingevuld (en dus geen twee daden op een rij hebt gemist). Die 80% is dus het streven. En hij telt daar eerst een week voorbereiding vooraf bij op, maar met al die boeken en blogs heb ik die er wil in zitten.

Wat ik wil doen is dit weekend alles wat ik de afgelopen jaren heb geleerd nogmaals doorkijken en op basis daarvan een soort plan bedenken om in ieder geval het dagelijkse bloggen vol te houden en wat slechte gewoontes af te leren. Misschien post ik dat plan begin volgende week nog, dat weet ik nog niet.

Echt van theorie naar praktijk

Dat is het eerste deel van het plan. Het tweede deel bestaat eruit om hier begin maart te bloggen hoe het gegaan is. Wat werkte, wat niet en hoe kwam. Misschien kom ik dan in maart wel met een eigen ‘methode’, om daarmee dan deze serie af te sluiten.

Dat lijkt me een stuk interessanter – en veel meer iets met een stok achter de deur – dan weer een samenvatting die ook al op internet staat. Echt in actie komen dus. Hopelijk kan ik begin maart iets tonen wat echt heeft gewerkt voor mij.

Achtergrond

In 2015 deed ik mee met een blogreeks van Peter Pellenaars over Zen Habits – Mastering the art of change. En ik schreef eind dat jaar een vervolgreeks over hetzelfde boek. Gewoontes bleken de afgelopen jaren nogal een invloed op mij te hebben gehad. Daarom nu een hernieuwd onderzoek met daarbij ook de boeken The power of habit van Charles Duhigg, Good habits, bad habits van Wendy Wood en Atomic habits van James Clear.

~~~

Afbeelding van Larisa Koshkina via Pixabay

Van @StHoormij bijeenkomst via #blogpraat vriendschappen naar een boek?

Na mijn blogpost van gisteren over mijn 3 woordenplan heb ik dat idee nog een tijdje op me laten inwerken en nu denk ik nog steeds dat het een goede zet was. Het probleem dat ik heb zit in mezelf motiveren. Het waarom van Simon Sinek. Ik weet niet of ik er echt in geloof, ik heb het boek gelezen en het vervolg over het vinden van je waarom.

Dat was begin vorig jaar en ik was niet helemaal overtuigd. Het waarom als een soort eeuwige brandstof om het doel van je leven voor jezelf helder te krijgen. Het klonk mij eerlijk gezegd als te mooi om waar te zijn en dat gevoel heb ik nog steeds een beetje. Natuurlijk, ik geloof best dat een onderscheidend waarom makkelijker klanten of contacten kan aantrekken. Dat een bedrijf succesvoller is als het kan uitleggen waarom het iets doet – de aarde schoner achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen, bijvoorbeeld. Als ik dat geloof van een bedrijf werkt dat beter dan minder bijtelling. Dat laatste interesseert me niet zo veel want ik heb een blauw-gele limousine waar ik buiten coronatijd graag gebruik van maak.

Voor wie?

Zelf merk ik steeds meer dat voor mij niet zo zeer het ‘Waarom?’ telt maar het ‘Voor wie?’. Daar kwam ik achter toen ik bij Reëlle werkte, een communicatiebureau van en voor mensen met een beperking. Dat ik iets voor die doelgroep mocht doen, voelde voor mij geweldig. Via het werk ging ik naar een @StHoormij bijeenkomst waar ik door een ontmoeting enigszins enthousiast werd over bloggen en later sloot ik vriendschappen met mensen die ik via #blogpraat leerde kennen. En, oh ja, ik las nog een boekje van Ernst-Jan Pfauth. Zie met die combinatie maar eens geen enthousiast bloggende wereldverbeteraar te worden.

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder. Maar het ‘Voor wie?’ is hetzelfde gebleven. En als het wat dan nog eens iets is wat ik een beetje kan – schrijven denk ik bijvoorbeeld te kunnen – en als er een ‘Hoe?’ is dat er uit bestaat dat er op de achtergrond wat mensen meedenken, dan voel ik mij helemaal senang en gaat er hopelijk een boek en nog vele blogposts volgen.

~~~

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Meer uit mijn blog halen?

Schrijven is in ieder geval geen geestesprojectie waar mijn kinderlijke geest zich met succes verzet. Dat gaat me al een hele tijd vrij goed af. Toch knaagt er ergens iets: ik heb er nu zeg maar een uur of wat per dag plezier plezier aan en daar ben ik blij mee. En natuurlijk vooraf wat plezier met brainstormen waar ik nu over wil schrijven. Toch knaagt er dus ergens iets: hoe meer ik schrijf, des te leuker vind ik het. Zo leuk dat ik meer wil schrijven. En het liefst over onderwerpen die mij interesseren: (omgaan met) beperkingen, gewoontes of leren. Dat zijn min of meer de kernonderwerpen van dit blog en ik denk dat ik daar lang niet over uitverteld ben omdat ik het gevoel heb dat het leven mij over alle drie de onderwerpen continu laat bijleren als ik er voor open sta.

Dus voorlopig verwacht ik nog wel een tijdje door te kunnen bloggen. Omdat ik er zelf van leer en misschien iemand anders ook wel. Dat zou ik mooi vinden. Toch heb ik twijfels: geef ik mezelf niet te veel bloot? Is dit schrijven en bloggen echt wat ik wil? Wil ik het als hoofdmoot en zo ja, hoe moet dat er dan uitzien? Ik weet wel dat ik geloof in de onderwerpen die ik zojuist noemde, ze zijn het waarom van dit blog, dat waar het lang geleden, juni 2012, mee begon. Goed, toen ging het vooral om de beperkingen en dacht ik nog dat mijn lichamelijke beperking de hoofdrol zou krijgen terwijl dat nu vermoedelijk toch echt anders is. Er is sindsdien wel meer anders gelopen dan ik toen had verwacht. Dat maakt niet uit. Wat wel uitmaakt is de vraag of ik nou eigenlijk voor mezelf schrijf (wat ik altijd denk) of dat ik toch echt een publiek wil voor dit blog.

En als het antwoord op die vraag ‘ja’ is, wat heeft dat dan voor consequenties? Moet ik dan anders gaan schrijven? Moet ik doelstellingen formuleren? Moet ik publiek zoeken voor dit blog? Moet ik weer elders gaan bloggen, zoals ik al eerder deed? Die blogs zijn overigens van internet gehaald. Ik loop wel vaker in dit cirkeltje, zoals begin vorig jaar.

Toen had ik geen antwoord. Nu denk ik dat wel te hebben: ik ga het gewoon proberen. Cursussen, oefenen, toepassen, kortom serieus proberen. Zodat ik weet wat er komt kijken bij ‘professionalisering’ en ik een beter idee heb of het bij me past.

~~~

Afbeelding van Werner Moser via Pixabay

De weegschaal en ik in 2021

Toen ik, alweer bijna 11 jaar geleden afstudeerde, vond ik dat ik te dik was. En naar de maatstaf van de Body Mass Index klopte dat ook. Ik woog 93 kilo en dat leverde een BMI van bijna 28 op, boven de 25 dus die de grens is voor een normaal gewicht (bewoording Wikipedia in voorgaande link). Het Voedingscentrum en de Hartstichting spreken tot 25 van een gezond gewicht. Nu hadden we gelukkig een boekje in huis van een zekere Sonja dus we gingen ijverig aan de slag en in 9 weken ging er bijna 8 kilo af. Maar mijn BMI zat nog net boven de 25.

Het viel ons op dat we niet zo zeer ongezond aten, maar vooral te veel. Warm eten vaak twee keer opscheppen, dat tikt uiteindelijk door op de weegschaal. En dat kon ik mooi zien want sinds ik aan het dieet begon heb ik de gewoonte iedere week op de weegschaal te gaan staan, eerst op vrijdagochtend en nu al jaren op zaterdagochtend.

Doordat ons eetpatroon dus niet ongezond was, maar we simpelweg te veel aten, lukte het ons na afloop van het dieet gemakkelijk nog wat extra kilo’s af te vallen. Uiteindelijk tikte ik halverwege 2012 zelfs twintig kilo minder aan dan mijn startgewicht in april 2010.

Nu moet ik wel zeggen de laatste drie à vier kilo er wel afgingen door ziekte en dat die kilo’s ook weer de afleiding waren voor de kentering. Er zat namelijk door mijn ziek zijn in 2012 niets anders op dan flink meer medicatie. Ik ging van een snufje (woorden van een behandelaar) naar een serieuze dosis medicatie (mijn typering).

En die medicijnen werken goed maar hebben voor je gewicht twee belangrijke bijwerkingen: 1) ze stimuleren de eetlust en 2) ze vertragen de stofwisseling. De medicijnen hebben volgens de bijsluiters dan ook bij meer dan 1 op de 3 mensen gewichtstoename tot gevolg.

Helaas behoor ik ook tot die groep

Het ging sluipenderwijs maar het kwam er – realiseerde ik me begin 2018 – op neer dat ik twee kilo per jaar aankwam. Op dat moment zat ik op 83 kilo met een nog net gezond BMI. Helaas kreeg ik in 2018 en 2019 toch weer te maken met episodes waardoor de medicatie uiteindelijk iets hoger uitkwam. Eind 2019 vertelde de weegschaal me dan ook dat ik 87 kilo woog en dat ik dus een te hoog BMI had. Mijn streven was dan ook aan om in 2020 zes kilo af te vallen zodat ik én een BMI onder de 25 had én een medicijnbuffer.

Het hele jaar door viel ik langzaam maar zeker af tot begin december 82,5 kilo. Het jaar duurde alleen een maand te lang, want vanmorgen stond de teller op 84,5. Net boven de BMI van 25, maar er wel weer een mooi stuk minder dan vorige week. Dat geeft vertrouwen en dus wil ik dit jaar dan ook opnieuw 6 kilo afvallen.

Hopelijk gaat de kolom Dieet, die ik aantrof in Elja’s projectenlijstje daarbij helpen. Die wil ik gebruiken voor dagen die ik niet snoep en geen caloriehoudende dranken nuttig. En het is de bedoeling dat de kolom Wandelen het bewegen blijft stimuleren. Vanmiddag in ieder geval weer tien kilometer gewandeld op de hei.

~~~

Afbeelding van Vidmir Raic via Pixabay

Toch naar Linux?

Na mijn propedeuse aan de UvT koos ik in het collegejaar 2001/2002 in eerste instantie voor de opleiding Taal & Kunstmatige Intelligentie (TKI). Algauw kwam ik erachter dat het erg veel grammatica was en daar had ik na al die jaren Latijn en iets minder jaren Grieks mijn buik wel van vol. En van een aantal andere vakken begreep ik niet al te veel. Vandaar dat ik al snel de overstap maakte naar Cultuur & Letteren. Dat paste beter bij me.

Waarschijnlijk is het aan die overstap te danken dat ik nooit Linux ben gaan gebruiken. TKI was een echt Linux bolwerk en al tijdens een propedeusevak kwamen we erachter dat een van de docenten, Hans Paijmans, coauteur was van het allereerste Nederlandstalige boek over Linux: Linux: de PC als Unix-workstation uit 1994. Het boek schijnt ook online te staan of hebben gestaan want ik kon geen link vinden die werkte. Linux zelf bestaat overigens sinds september 1991.

Als ik die opleiding serieus was gaan volgen, denk ik dat ik ook Linux was gaan gebruiken. De hele TKI-staf gebruikte het en had mijn distributie al gevonden en heb de cd’s zelfs nog ergens liggen. Door de overstap naar Cultuur & Letteren kwam het er niet van. Het had geen meerwaarde en mijn Groot Van Dale Woordenboek Engels draaide op Windows en ik had geen behoefte aan tijdens het vertalen een virtuele machine te installeren om Windows programma’s onder Linux te kunnen draaien. Dus bleef ik Windows gebruiken.

Vandaag echter deed zich echter op het werk een situatie voor waarin het handig zou zijn om Linux te gebruiken. Dat moet ik morgen nog even overleggen maar zelfs al komen we tot een andere oplossing dan denk ik toch dat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw toch een keer ga experimenteren met Linux. Waarschijnlijk via een Bootable USB stick. Ik ben nu namelijk toch wel nieuwsgierig geworden. Wordt vervolgd.

~~~

Image by OpenClipart-Vectors from Pixabay

Allemaal groene eentjes

Net las ik bij Elja dat ze dit jaar 92 keer gezwommen had Chapeau. Ik niet. Ik heb drie zwemdiploma’s. A, D en V. Oftewel Aanlopen, Duiken en Verzuipen. Dat zit zo. Vanwege mijn lichamelijke handicap ging ik naar de Mytylschool voor ik in groep zes de overstap maakte naar de basisschool. Op die Mytylschool hadden we wel zwemles maar dat was gewoon bezigheidstherapie. Er was in al die jaren geloof ik maar één jongen die er heeft leren zwemmen, maar dat kwam omdat hij ook elders zwemles kreeg.

Niet dat ik er veel van heb geleden, van een bestaan zonder te kunnen zwemmen maar goed. Dat was niet het onderwerp van dit blog. Ik wilde het eigenlijk gaan hebben om waarom Elja wist dat ze 92 keer gezwommen heeft dit jaar. Ze heeft een projectenlijstje en dat projectenlijstje laat precies zien hoe vaak je iets in een jaar tot nu hebt gedaan. Iedere keer dat je handeling x hebt uitgevoerd, vul je een 1 in bij de datum van die dag en het eentje kleurt automatisch groen. En telt dus op. Lijkt je dat wat, download dan Elja’s projectenlijstje als Excel of als Google Docs Spreadsheet (opent een Google Docs spreadsheet in een nieuw tabblad, File ->Download voor Excel, File -> Make a copy voor een kopie in je eigen Google Drive).

Dat lijstje heb ik dit jaar ook een hele tijd gebruikt. Je vult gewoon een aantal kolommen in met activiteiten die je regelmatig wilt doen et voilà. Nou ja, je moet ze natuurlijk wel gaan uitvoeren. En daar zat bij mij de crux. Ik had er een aantal projecten in staan waar ik dagelijks mee bezig wilde zijn maar waar ik bij nader inzien niet aan begon, maar ik liet de kolommen staan, want ja ooit. Dat werd een beetje deprimerend en was een belangrijke reden dat ik afhaakte.

Toch denk ik erover komend jaar een nieuwe poging te wagen. Maar als ik een tijdje niet aan een groot project werk, maak ik elders een notitie wat ik wanneer gedaan heb en haal het dan uit het projectenlijstje. Dan zit ik er niet elke dag tegenaan te kijken en gebruik ik het lijstje wel.

Het heeft namelijk ook voordelen

Elja beschrijft al dat het motiverend werkt en dat ben ik volmondig met haar eens. Ik zou vandaag mijn 20ste eentje op een rij mogen zetten bij bloggen, en 29 november mijn 29e dag op een rij een 1 bij boek schrijven – en toen was het af want handzaam. Volgend jaar hoop ik vanaf 1 februari weer heel wat eentjes te zetten bij revisie boek. En ergens vind ik het ook jammer dat ik nu niet kan zien hoeveel dagen ik dit jaar heb gewandeld. Ja, dat kan ik waarschijnlijk wel achterhalen via de stappenteller, maar in het projectenlijstje voelt het echter aan.

Aanpassingen

Omdat ik af en toe kamp met gezondheidsproblemen is regelmaat extra belangrijk. Nog een pluspunt van het projectenlijstje. Ik vulde het altijd in aan het einde van de dag, voor ik controleerde of ik mijn medicijnen eerder in de avond had ingenomen. Zodat dat eentje altijd klopt. En ik had nog een wijziging. Ik had een kolom waarin ik de dag een score van 1 tot 100 gaf. Zo hield ik een soort van life chart bij waarmee ik stemmingswisselingen snel merkte. Gelukkig was mijn stemming stabiel, al zit er sinds een paar maanden wel weer een stijgende lijn in.

Dus ik ga komend jaar toch weer met het projectenlijstje werken.

~~~

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Lockdownbezigheden

Vannacht ging ie in: de lockdown, nu geen intelligente maar het zwaardere werk. Dus vandaag niet die ene dag in de week naar kantoor maar 100% thuis werken. Jammer dat ik mijn collega’s even niet meer zie, maar gezien de omstandigheden geen groot offer. En Kerst ziet er anders uit dan gepland, so be it.

Werken aan mezelf dus maar zodat ik er hopelijk op een bepaalde manier ook (meer) voor een ander kan zijn. Nu en straks als dat rotte virus hopelijk onder controle is. Ik ben vandaag dan eindelijk aan de hoofdstukken van Mossyface begonnen die door ‘collega’ Roger Schenk en de optimist in mij hoopt het hele boek af te hebben als deze lockdown afgelopen is. We merken het wel. Dagelijks ergens mee bezig zijn, lukt me wel. Daarover later meer.

En ik heb al een tijdje een aantal cursussen liggen. Aan een van die cursussen ben ik vandaag begonnen. Ook daar graag een dagelijkse bezigheid. Hopelijk leer ik ook wat dingen waar ik hier profijt van heb. Het gaat over bloggen, dus dat zou dan zomaar kunnen.

Ten slotte wil die stapel boeken maar niet kleiner worden. Het is me deze maand nog niet gelukt om elke dag te lezen – doordat ik een soort ‘als dit niet, dan dat ook niet’- constructie had bedacht, maar ook daar mag verandering in komen want die constructie was natuurlijk van de zotte. Wat plezierig, nuttig en onschadelijk is, kun je beter niet inzetten om jezelf te aan te zetten tot nieuwe gewoontes, zeker niet als het niet werkt. Misschien is Leo Babauta het niet met me eens, maar ik stop met deze stomme constructie, of in ieder geval deze wat lezen betreft.

Ondanks corona ben ik dit jaar persoonlijk gezien vooral dankbaar. Dankbaar dat ik anders tegen een probleem aan ben gaan kijken. Dat die andere blik mij ruimte biedt. En dat ik mensen om me heen hem die me zo laten nadenken, dat ik anders ben gaan kijken.

Toch wel genoeg om dankbaar voor te te zijn dus, ondanks lockdown.

~~~

Afbeelding van Oberholster Venita via Pixabay

Voor mezelf of ook voor een ander?

In het redactioneel van Biggles News Magazine 172 schreef ik: “[…]Hoewel ik altijd beweer voor mezelf te schrijven, denk ik tijdens het schrijven toch weleens aan u.” Dat geldt natuurlijk ook voor dit blog. Ik schrijf om voor mezelf iets uit te zoeken, uit te denken of uit te leggen, maar ik denk wel aan potentiële lezers. Van sommigen zie ik het soms voor me dat ze het aan het lezen zijn. Of ze dat daadwerkelijk doen, is een ander verhaal maar het helpt om dingen duidelijk te maken als je je afvraagt of lezer x, y, of z het zou interesseren en zou begrijpen. En het motiveert. Als ik echt alleen voor mezelf zou doen, zou ik het denk ik laten.

Wil ik meer publiek?

Ik vraag me ook wel eens af: is dit interessant voor een ander? Het gaat toch vaak om persoonlijke dingen die ik beleef rondom mijn beperkingen. Zelfs van die serie over gewoontevorming doorzag ik deze week ineens hoezeer die toch verweven bleek te zijn met mijn beperkingen. Iemand had het me wel ooit gezegd, maar dat het zo persoonlijk zou zijn, had ik me toen nog niet gerealiseerd hoewel zij waarschijnlijk het eerste zaadje plantte voor die serie, of voor het idee om er nog een keer op terug te komen.

Ik denk dat ik nog voldoende blogs met zonder beperking kan schrijven, maar sinds ik in november een eerste versie van een boek heb geschreven, merk ik zowaar dat ik iets als ambities begin te krijgen met blog en boek. En dat is even wennen. Waar ik met tot op heden een voorstelling kon maken van een handjevol lezers, zie ik nu soms meer. Vooral voor mijn boek dan. Maar wil ik dat wel echt? Nu is zo mooi, leuk een stukje schrijven en that’s it. Ja, er komt af en toe een reactie en daar ben ik blij mee.

Ik heb ooit eerder grotere ambities gehad, wat toen reden was me bij de Stichting Onzichtbaar Ziek aan te sluiten en daar een hele tijd iedere maand een column voor te schrijven. Dat was een mooie tijd en het heeft me zeker dingen opgeleverd die ik nooit had verwacht. Het was een mooi avontuur maar zoiets zoek ik nu niet.

Nu zie ik vooral het avontuur in het boek. Net als voor mijn vertalingen wil ik ook daar een publiek voor vinden. Het blog mag dan mee. En dat voelt niet alleen vreemd aan maar is tegelijkertijd ook spannend.

~~~

Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay

Een nieuwe taal leren?

Mijn collega Rowena vertelde dinsdag dat ze bezig is met een cursus Spaans. Ze vindt het een mooie taal. Dat ben ik helemaal met haar eens en het kostte me dan ook moeite om niet te happen. Wel zette het me nogmaals aan het denken. Talen waren vroeger op school mijn beste vakken, ik had er vijf op mijn eindexamen. Alleen Grieks had na de vierde laten vallen, mede vanwege mijn ongelukkige handschrift en omdat ik toch wel voldoende vakken had.

Maar de talen gingen mij op school dus een stuk beter af dan de exacte vakken en ik vond ze dan ook een stuk leuker. Met mijn boekenbeurten in het examenjaar haalde ik behoorlijk goede punten en daar waren de docenten na afloop nog lang niet over uitgepraat. Uiteraard moest ik een vervolgopleiding kiezen en omdat ik in alle talen ongeveer even goed was, werd dat een lastige keuze. En ik zag mezelf nou ook weer geen docent worden. Voor bedrijven de buitenlandcorrespondentie doen, zag ik ook niet echt zitten, een globetrotter was ik ook al niet bepaald en aan vertaler worden had ik al helemaal niet serieus gedacht.

Dus werd het Letteren in Tilburg. Daar deden we ook van alles met taal wat ik boeiend vond. En tijdens vakanties probeerde ik mijn Frans bij te houden. In 2001 zaten we bijvoorbeeld op een kleine camping in de Provence. De eerste dag zag ik een groepje Franse jongeren zitten. Ik ben erbij gaan zitten, liet mijn oren een klein half uur acclimatiseren en daarna heb ik de hele vakantie met hen opgetrokken. Liedjes vertalen zoals het bekende Dimanche sanglant dimanche van U2. Toen we na een week naar de volgende camping gingen, zei de buurvrouw tegen mijn ouders: ‘Votre fils parle français très bien.’

Toch heb ik nooit veel met talen gedaan, behalve met Engels dan

Talen hebben wel altijd mijn warme belangstelling gehouden en ik was dan ook meteen geïnteresseerd toen ik van het boek Fluent forever en bijbehorende methode van Gabriel Wyner hoorde. Het leek erg op hoe ik leerde met Anki, gespreid herhalen is een belangrijk onderdeel van de methode. Het enige bezwaar dat ik had, was dat de methode ook erg auditief en uitspraakgericht was. Dat leek me met mijn slechtere gehoor wel een probleem en daarom ben ik de uitdaging nooit aangegaan.

Nu ik zoals ik gisteren beschreef zoveel beter hoor met mijn nieuwe hoorapparaten, neig ik ernaar dat wel te doen. Gewoon omdat ik nieuwsgierig ben naar de methode van Wyner, omdat talen mij altijd makkelijk afgingen en omdat ik graag blijf leren. En het lijkt me dan wel aardig om met Spaans te beginnen.

~~~

Bron afbeelding: Goodreads

Het kwartje viel; maar wat was dat kwartje ook alweer?

In deze maand van het traditionele terugkijken om daarna weer vooruit te kunnen, doe ik ook mee. Ik had straks een prachtig idee, maar dat heb ik niet opgeschreven dus het is weer weggevlogen. Maar ik vermoed dat het net als mijn mijn blog van gisteren nog even ging over terugkijken.

Het ging geloof ik over het beeld dat ik van mezelf had dat ik heb moeten wijzigen. En dat doet me goed merk ik. Wat ik van Charles Duhigg (The power of habit) heb geleerd, zo besefte ik vanmiddag, is dat een manie wel iets weg heeft van een (slechte) gewoonte. Daarmee wil ik voor alle duidelijkheid niet, ik herhaal, niet zeggen dat een manie net als een gewoonte begint met een handeling die je een x aantal keren bewust moet uitvoeren voor deze een gewoonte wordt. Als ik dat zou zeggen, zou ik eigenlijk beweren dat een manie een keuze is. En dat is het absoluut niet. Een manie is onderdeel van een ziekte, de bipolaire stoornis. Het is al erg genoeg als je eraan lijdt en dat is absoluut niet je eigen schuld.

Waar ik een manie wel kan vergelijken met een (slechte) gewoonte is in de manier waarop ze allebei kunnen ontstaan. Een manie is bij mij niet: pats boem, nu ben ik manisch. Nee, er gaat een traject van opbouw aan vooraf. En daar zit een gelijkenis met een gewoonte. Kijk maar: een gewoonte is volgens Duhigg opgebouwd uit drie onderdelen: 1) signaal; 2) routine; en 3) beloning. En volgens Wood (Good habits, bad habits) is ruim veertig procent van onze dagelijkse activiteiten opgebouwd uit gewoontes. En een gewoonte wordt volgens Duhigg nog sterker als er een 4e onderdeel aanwezig is, namelijk: geloof.

En dat is best akelig is het kader van een bipolaire stoornis.

Als je last hebt van een bipolaire stoornis reageer je extremer op 1) signalen; en 2) je routine bestaat uit het gedrag dat in je signaleringsplan staat; En 3) beloning; je acties brengen je gevoel weer in overeenstemming met je zelfbeeld. Maar 4) geloof; door je ziekte raakt je zelfbeeld vertekend geloof je steeds meer (of minder bij een depressie) in jezelf waardoor het steeds moeilijker wordt normaal te functioneren.

Dat vind ik dus best akelig. Maar er is ook een mooie kant aan want bij het afleren van slechte gewoontes kiest Duhigg voor de volgende methode. Laat 1) signaal en 3) beloning intact maar bouw een nieuwe 2) routine. En volgens mij viel mij vanmiddag op dat mijn behandelaar mij dat voor mijn manieën ook laat doen. Ze laat me signalen opsporen en leert me daar anders op reageren zodat de beloning gelijk blijft (en niet vergroot wordt door de stoornis).

Zo hoop ik dat ik kennis van gewoontes ook kan inzetten tegen mijn bipolaire stoornis. En het bevestigt mijn keuze om toch ook maar Atomic habits van James Clear te gaan lezen.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay