Ik voel weer dezelfde gedrevenheid als tien jaar geleden

Ik voel weer de gedrevenheid van tien jaar geleden. En die gedrevenheid voel ik eigenlijk al zo’n twee jaar. Sinds de grote ontdekking van de ergernissen. En het wordt me steeds duidelijker dat die ontdekking echt helpt. Natuurlijk, ik zeg niet dat ik nooit meer een manie ga krijgen, ik zou niet durven. Maar ik durf wel te zeggen dat de kans daarop nu een stuk kleiner is. Nu ik echt weet waar ik op moet letten. Voeg daarbij mijn grote geluk dat ik snel en goed op een extra dosis medicijnen reageer, mocht dat nodig zijn. En het misschien nog wel grotere geluk dat ik nooit zo ver in de greep ben gekomen van een manie dat ik dacht dat ik de medicijnen überhaupt niet meer nodig had. Ik lees en hoor dat dat wel een probleem is. Ik ben blij dat dat voor mij niet geldt.

Nu de eerste reacties op de tweede versie van mijn boek positief zijn, begin ik toch langzaam verder te denken. Nog niet zo lang geleden begon het me te dagen dat ergernissen misschien niet alleen voor manieën een katalysator kunnen zijn. Hoe vaak doe je niet iets omdat je aan iets of iemand ergert? En dan bestaat de kans dat je iets in gang zet dat escaleert, waar je misschien spijt van krijgt. Terwijl de reactie waarmee het begon, totaal achterwege had kunnen blijven, als je je had gerealiseerd dat je uit ergernis reageerde. En dat er andere, betere manieren zijn om met een ergernis om te gaan.

Die conclusie trok ik dus. Dat er in z’n algemeenheid een hoop ellende voortkomt uit ergernissen. En dat was min of meer ook de conclusie van mijn webhost toen hij me een factuur stuurde en we aan de praat raakten over hoe het met ons ging.

Op dat punt van ergernissen hoop ik dat mijn boek kan helpen. In eerste instantie misschien vooral mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving, maar ik denk dus dat ik het breder kan en wil trekken. Waar ik op dit moment echter vooral dankbaar voor ben, is voor het gevoel dat ik met mijn ervaringen weer mensen kan helpen, noem ze lotgenoten, als je wilt. Precies het gevoel dat ik tien jaar geleden ook had bij Reëlle. Alleen moet ik er nu wat meer zelf aan trekken en heb ik er nog een baan langs. Gelukkig heb ik wel vrienden die me steunen, dus al gaat het even duren, het gaat lukken.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De eerste reacties zijn positief

Vorige week had ik van een proeflezer al een aantal positieve eerste indrukken te horen gekregen over mijn boek en vandaag had iemand het al helemaal gelezen. En hij was erg positief. Daar ben ik heel blij mee want hoewel ik zelf een veel beter gevoel had bij versie 2.0 van het boek dan van de eerste en ik het dit keer zonder bedenkingen uit handen durfde te geven, is het toch wel prettig om dat goede gevoel ook extern bevestigd te krijgen.

En hij gaf me ook nog een tip voor een potentiële doelgroep van het boek. Ik begin zo langzamerhand echt te geloven dat dit boek meer kan zijn dan mijn memoires over een belangrijk deel van mijn leven dat niet helemaal zo gelopen is als ik wilde, maar waarvan ik wel leerde. Die lessen heb ik verwerkt in het boek. Omdat ik graag schrijf en leer en schrijven voor mij een vorm van leren is. Dat telt dus dubbel.

Van mijn weekje @NBuitenbeentjes leerde ik dat ik het verhaal ook op een andere manier kan vertellen. Dat ik dat ook prettig vond. Dat ik het verhaal belangrijker vind dan de vorm waarin ik het vertel. Ik heb rond mijn bipolaire stoornis ook voldoende mee gemaakt om me te realiseren dat er nog heel wat onbegrip is. En daar wil ik graag wat tegen doen. Door mijn verhaal te vertellen. Door duidelijk te maken dat ogenschijnlijk onschuldige dingen onder invloed van een manie helemaal niet zo onschuldig meer zijn. Natuurlijk bedoel ik dat niet beschuldigend. Maar als je beseft dat iets veel zwaarder opgevat kan worden dan je het bedoelt, heb je in ieder geval de mogelijkheid nog eens te denken of je boodschap wel zo handig is en of deze bij de ander landt zoals je het bedoeld hebt.

Als er meer begrip zou zijn, zou dat helpen. Misschien kan mijn boek daar een steentje aan bijdragen. En wat voor steentjes dat dan gaan worden, vertel ik ongetwijfeld hier op dit blog.

Voorlopig geniet ik echter nog een beetje na en wacht ik met een gerust hart meer reacties af. En ik verwerk langzaam de ‘wat als ik dit eerder had geweten?’ vraag die mijn boek oproept. Dat ik misschien wel minder vaak manisch had hoeven worden als … enz. Die vraag kan ik niet beantwoorden maar ik gun niemand (de gevolgen van) een bipolaire stoornis. Dat dat een drijfveer was voor het boek moge duidelijk zijn, maar dat heb ik vast al eens een keer geschreven.

~~~

Afbeelding van Jill Wellington via Pixabay

Lezen en schrijven

Of je met mij kunt lezen en schrijven kan ik natuurlijk zelf moeilijk beoordelen. Je kunt in ieder geval lezen wat ik schrijf en je kunt ook nog eens wat terugschrijven. Maar dat laat ik natuurlijk helemaal aan jou over 😉 Wat ik bedoel met de kop van deze post is dat lezen en schrijven de twee hobby’s zijn waarvan ik het meeste geniet. En wandelen telt natuurlijk ook mee, maar dat staat qua plezier dat ik eraan beleef toch net iets onder lezen en schrijven.

Het wandelen wil ik er wel gewoon in houden, daar vind ik het te leuk voor en het is bovendien nog goed voor mijn gezondheid ook. Terug naar lezen en schrijven. Met het lezen gaat het sinds begin dit jaar eindelijk zo goed als ik me haast ieder jaar voorneem. Ik wil eigenlijk elke dag lezen, dat wil zeggen: een boek op papier of als e-book. En dat lukt nu eindelijk.

Maar misschien vind ik schrijven nog wel leuker dan lezen. Fictie vind ik prachtig om te lezen, als schrijver heb ik het idee dat ik er niet goed in ben. Ik ben liever bezig met non-fictie en dan het liefste non-fictie waarmee ik het idee heb dat ik anderen kan helpen. Het boek over mijn bipolaire stoornis scoort voor mijn gevoel hoog op dat vlak.

Het is ook niet alleen het schrijven dat ik leuk vind. Het is het hele proces eromheen. Het bedenken wat ik wil schrijven, het schrijven zelf en het herschrijven van wat ik geschreven heb. En de discussies die dat oplevert met proeflezers, voor mijn boek maar zeker ook voor mijn vertalingen. Ik kan er echt van genieten omdat het einddoel steeds helder is: een zo goed mogelijk boek voor uiteindelijke lezers.

Mijn vertaalhobby valt dus ook onder lezen en schrijven. Vanmiddag ben ik dan eindelijk serieus begonnen met het lezen van de vertaling van de volgende Gimlet. Mijn collega Roger heeft het dit keer helemaal vertaald omdat hij dit jaar minder lesgaf en omdat hij enthousiast werd toen ik hem over mijn boek vertelde en me daarvoor de ruimte wilde geven.

Het leest heerlijk weg, die nieuwe Gimlet. Hier en daar heb ik nog wel wat opmerkingen die het hopelijk nog beter maken. Ik probeer het rond Hemelvaart af te ronden.

Nu kan ik nog een heel verhaal gaan vertellen maar het komt erop neer dat ik vaker wil schrijven. Misschien wel hier. Iedere dag. Ik ga het gewoon proberen en dan zie ik wel waar het schip niet strandt.

En vanavond herlees ik nog een keer een artikel dat ik voor Biggles News Magzine schreef en dat het begin van een serie moet worden.

~~~

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

Goede voornemens reprise

Op Twitter vroeg ik me vanmiddag half gekscherend af of het zo slecht ging met mijn goede voornemens doordat ik mijn lijstje met die goede voornemens voor 2022 al sinds 22 februari niet meer had aangeraakt. Het kan best. Vandaar dat ik ze er nu weer dagelijks bij pak nadat ik mijn medicijnen heb ingenomen. Dat gaat namelijk gelukkig wel elke dag goed.

Ik wil namelijk weer werk maken van mijn goede voornemens. We zijn al halverwege de derde maand van het jaar en van veel goede voornemens heb ik eigenlijk geen idee of ik voortgang heb gemaakt. Ja, ik weet het wel, maar ik heb het niet gedocumenteerd. En dat terwijl ik weet dat het documenteren van mijn goede goede voornemens mij juist zo’n goed gevoel geeft.

Voor de goede orde: mijn goede voornemens zijn dingen die ik iedere dag wil doen. Wandelen gaat prima, maar veel andere dingen gaan maar zo, zo. Ik ben bijvoorbeeld te weinig met Anki bezig, ik doe te weinig aan Frans, maar zie mijn post van gisteren. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mijn idee is dat het openen en invullen van het lijstje in Excel mij weer extra motivatie gaat geven. Ik gebruik een bewerking van een lijstje van Elja en ik moet zeggen dat ze iets verdomd motiverends heeft bedacht. Iedere keer dat je een 1 invult omdat je dat die dag hebt gedaan, kleurt de cel groen en telt het bovendien op bij eerdere keren dat je bijvoorbeeld hebt geblogd. Voorwaarde daarvoor is natuurlijk wel dat je het lijstje bijhoudt. En dat heb ik dus niet gedaan. Van mijn blogdrift is in het lijstje dan ook weinig te vinden.

Nu kan ik natuurlijk aan de hand van WordPress wel zien wanneer ik allemaal heb geblogd maar het kan best zijn dat ik een streep onder de dag van gisteren zet en dat ik vandaag met een schone lei opnieuw begin. Daar denk ik nog even over na. Maar ik open het lijstje vast.

~~~

Afbeelding van hojun Kang via Pixabay

Iedere dag bloggen: een definitie. Of: dagen overslaan, mag dat?

Als je weleens wat over gewoontes aanleren of juist afleren leest, en ik kan zeggen dat ik dat heb gedaan, dan kom je onvermijdelijk een aantal discussies tegen. Hoe vaak moet je iets gedaan hebben voor het een gewoonte wordt? En: hoeveel dagen mag je overslaan voor je een gewoonte doorbroken hebt?

In het boek waarmee het voor mij allemaal begon, Zen habits – mastering the art of change van Leo Babauta, dat ik in eerste instantie in blogvorm volgde bij Peter Pellenaars, trekt Babauta vijf weken uit om zijn lezers een weinig tijdrovende gewoonte aan te leren. Vijf minuten wandelen, een glas water drinken enz. In de eerste week (oftewel zeven hoofdstukken uit het boek) wordt het fundament gelegd voor de gewoonte. Het is allemaal nog voorbereiding. Je begint nog niet aan je gewoonte. Maar ik zal vast niet zijn enige lezer zijn geweest die vanaf hoofdstuk één al enthousiast is begonnen.

In week twee t/m vijf is het wel de bedoeling dat je je kleine gewoonte dagelijks uitvoert. Babauta bespreekt in die weken allerlei valkuilen en methodes om die valkuilen te vermijden. Het hoeft allemaal niet spectaculair, als je je kleine gewoonte maar uitvoert. Later, als de gewoonte eenmaal in je systeem zit, mag je die gaan uitbreiden.

Maar wanneer zit een gewoonte dan in je systeem?

Babauta zegt dat als je vier weken je nieuwe gewoonte succesvol uitvoert en je haalt daarbij een succespercentage van 75 tot 80 procent en je slaat geen twee dagen achter elkaar over, dan heb je succesvol een nieuwe gewoonte aangeleerd. Dan kun je volgens hetzelfde principe een nieuwe kleine gewoonte aanleren. Op je eerste gewoonte moet je volgens Babauta dan nog zes weken alert blijven. Dan zit de gewoonte helemaal in je systeem.

En in Good habits, bad habits van Wendy Wood las dat veertig keer iets doen een goede voorspeller is of iets vaker zult blijven. Dat bleek althans bij een onderzoek naar het doneren van bloed. Volgens Wood kon het ook voor andere dingen. Zo bezien is de kans dat dit niet mijn laatste post is natuurlijk groot.

Ik combineer de bevindingen van Babauta en Wood tot: ik ben een dagelijkse blogger als ik 40 dagen na de start van de poging 32 dagen heb geblogd (= 80 procent) en ik heb nergens 2 dagen achter elkaar over geslagen. Daarna bekijk van maand tot of ik volgens deze maatstaf nog steeds iedere dag blog.

~~~

Afbeelding van dmvl via Pixabay

Hoe nu verder met mijn boek?

Vorige week schreef ik over de vraag of ik als schrijver verantwoordelijk ben voor wat lezers met mijn boek doen. Het antwoord op die vraag is uiteraard ‘Nee’. Maar het ging mij ook niet om het letterlijke antwoord. Het ging mij erom dat ik lezers wil helpen met mijn boek. Lotgenoten, mensen die dus ook de pech hebben een bipolaire stoornis te hebben. Of naasten want ik weet uit ervaring van zeer nabij dat het voor naasten ook niet altijd meevalt.

Hen wil ik helpen met mijn boek. Althans, ik schreef het voor mezelf om nog wat zaken scherper op een rij te krijgen. Maar al vrij snel was daar de wens om met het boek ook anderen te helpen. En toen doemde bij mij al snel de vraag op of een boek wel het geschikte medium was daarvoor.

Eigenlijk is er nog een andere vraag natuurlijk: is wat ik te zeggen heb überhaupt interessant voor andere mensen? Ik vind natuurlijk zelf van wel, maar uiteindelijk is het de lezer die dat bepaalt. Wat dat betreft is deze week wel een spannende. Ik wil het morgen nog een laatste keer doorlezen en dan heb het geluk dat ik proeflezers heb die ik het boek kan sturen. Ik zeg nog niet dat ik dat meteen morgen doe, want het kan zijn dat ik morgen besluit nog iets om te gooien en bovendien heeft er zich al iemand gemeld die voorrang krijgt omdat ze nogal een rol speelt in het boek.

Maar goed, hopelijk kan zij zich in het boek vinden en kan het boek daarna naar andere proeflezers. Die moet ik natuurlijk ook een fatsoenlijke kans geven het boek te lezen dus dan kan het het even duren. Maar goed, als de wereld (of het Nederlandstalige deel van de wereld dat op de een of andere manier met een bipolaire stoornis te maken heeft) op dit boek zit te wachten, dan moet ik daar natuurlijk alvast stappen voor gaan zetten. Geheel tegen mijn gewoonte in, sprak hij ironisch, ga ik daarvoor te rade bij een boek: Waanzinnige plannen: en hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Inmiddels al een flink stuk onderweg in het boek en ik zie het plan weer helemaal zitten. En ik heb natuurlijk het nodige gedaan.

~~~

Afbeelding van Peggy und Marco Lachmann-Anke via Pixabay

Het voelt als thuiskomen

Nu ik gisteren de vraag of ik wil helpen volmondig met ‘Ja’ heb beantwoord dien ik natuurlijk ook de vraag wie ik dan wil helpen en hoe dan te beantwoorden. Het antwoord op die vragen voelt als thuiskomen. In mijn eerste serieuze baan bij Reëlle had ik als ervaringsdeskundige het gevoel dat ik lotgenoten kon helpen. Lichamelijke handicap, slechthorend, bipolaire stoornis: er waren raakvlakken met diverse doelgroepen. Het gevoel die doelgroep een stem te kunnen geven, te kunnen helpen met mijn ervaring, samen met collega’s die allemaal ook tot een bepaalde doelgroep behoorden, die ook ervaringsdeskundigen waren, voelde zo ontzettend goed, dat ik merk dat dat gevoel van toen altijd een drijfveer is gebleven.

Dat was al toen ik me als columnist aansloot bij Onzichtbaar ziek en dat is zonder het echt uit te spreken of grote ambities te hebben, ook de drijfveer achter dit blog. En het waarom achter mijn boek in wording over hoe ik omga met en heb geleerd van mijn bipolaire stoornis. Dat doe ik bloggend of schrijvend omdat dat me voor mijn gevoel het beste ligt. Het voelt in ieder geval beter aan dan vloggen. Een podcast heb ik nooit geprobeerd, dus daar kan ik niets over zeggen.

Mijn ervaringen met mijn bipolaire stoornis heb ik hier en bij Onzichtbaar ziek uitgebreid gedeeld. Toch heb ik nu gekozen voor een boek. Ik wilde meer de diepte in dan met een blogpost of met een reeks blogposts zou lukken. Daarnaast wil ik pas publiceren als het af is en dat is het nog niet. Het is dan wel mijn verhaal maar ik zeg wel dingen over een stoornis waarvoor behandelaars jarenlang moeten studeren. Dat hebben ze niet voor niets gedaan en daarom wil voor ik besluit of en zo ja hoe ik mijn boek wil publiceren, het wel laten lezen door specialisten van de ggz. Het gaat in het boek dan wel over mijn ervaring en in die zin kan er geen ‘fout’ instaan, maar een bipolaire stoornis is een serieuze ziekte. Daarom voelt het beter als ook iemand van de ggz het ook gelezen heeft. Net als je voor wetenschappelijke artikelen ook ‘peer reviews’ hebt, en ik ben dan ook nog maar gewoon een leek.

Hoe dan ook, wat ik nu doe voelt als thuiskomen. En dat is een goed gevoel. Wordt vervolgd.

~~~

Afbeelding van Anke Sundermeier via Pixabay

Ik kon het toch niet laten

Gisteren gaf ik aan dat ik mijn boek een paar dagen wilde laten liggen en dat ik er pas maandag weer naar wilde kijken, maar dat ik niet zeker wist of dat ging lukken. Nou, vanmorgen schoten me dus nog een paar dingen te binnen die ik in mijn boek op wilde nemen. In plaats van een notitie in een kladblok besloot ik het maar meteen in het boek zelf op te nemen.

Daarmee heb ik voor nu het gevoel dat het echt af is en kijk ik er pas maandag naar. Ik ben de komende week vooral benieuwd of ik alles wat ik van belang vind in het boek heb opgenomen en of dat overeenkomt met de punten van de versie van vorig jaar. Volgens mij heb ik alles wat daaruit van belang was ook dit jaar opgenomen, al is de gekozen vorm anders. Maar daar controleer ik komende week dus op.

Gelukkig was ik maar kort met het boek bezig en kon ik verder genieten van de kerst. Dadelijk nog even een rondje Anki en omdat ik fan ben van Herman Finkers toch nog maar een keer kijken naar de beentjes van Sint-Hildegard.

En morgen weer een keer een boek lezen. Ik weet nog niet of verder ga in In de ban van de Ring waar ik eind vorig jaar/begin dit jaar het eerste deel van las maar aan het begin van deel 2 bleef hangen. Maar goed, ooit moesten mensen het ook in drie of vier verschillende jaren lezen, dus zou ik dat ook niet kunnen.

Het andere boek dat ik op de planning heb staan is Waanzinnige plannen – en hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Ik heb er al ooit stukjes uit gelezen maar nu mijn boek zo ver vordert, ben ik toch wel benieuwd of ik het als een waanzinnig plan mag zien en of er in het boek nog aanwijzingen in staan waar ik wat mee kan. Marcel van Twitter en een paar van zijn boeken kennende denk ik dat dat wel het geval zal zijn.

Overigens heb ik net alweer een notitie over mijn boek gemaakt, in Notepad++.

~~~

Afbeelding van hudsoncrafted via Pixabay

Het boek is bijna af

Vandaag heb ik toch nog een inleiding bij mijn boek geschreven. Die staat in bijna elk non-fictieboek dus het zal echt wel ergens goed voor zijn. Ik kon dus moeilijk achterlijven, vond ik. Toch even zeggen dat ik daadwerkelijk een bipolaire stoornis heb en dat mijn boek gaat over de manier waarop ik daarmee omga. En natuurlijk een teaser naar de reden dat ik het hele boek heb geschreven. Zonder die oorzaak was het er niet gekomen, daar ben ik van overtuigd.

Gelukkig is mijn boek hoopvol, dat vind ik zelf in ieder geval. Ik moet als schrijver dat oordeel natuurlijk aan de lezer overlaten maar zuiver en alleen voor mezelf gesproken vind ik het een hoopvol boek geworden. Ik merkte tijdens het schrijven echt dat ik er wat aan had, dat het me goed deed om het te schrijven. Maar ik merkte ook dat er nog steeds een open zenuw is. Eén hoofdstuk van het boek vond ik soms moeilijk om te schrijven. Door wat er aan emoties boven kwam drijven. Toch denk ik dat er goed aan heb gedaan dat hoofdstuk toch te schrijven. Omdat het de ellende die een bipolaire stoornis op kan leveren, laat zien en omdat het mij een spiegel voorhoudt, wat weer helpt bij het verwerken van opengereten oude wonden. Misschien leer ik er daardoor van.

Maar nu is het dus af. Niet helemaal. Ik moet er nog een paar keer helemaal doorheen om tik- en taalfoutjes eruit te halen en om te kijken of mijn verhaal als geheel goed overkomt. Dat vond ik van de eerste helft van het boek een paar weken geleden al wel dus dat zie ik met vertrouwen tegemoet.

Wat ik ook met vertrouwen tegemoet zie, is de fase die daarna komt: het boek laten lezen door proeflezers. Daarmee geef ik het uit handen en dat is spannend. Maar ik weet dat ik de opbouwende kritiek op de eerste versie van het boek in deze tweede versie zo goed mogelijk heb verwerkt. Het was commentaar waarvan ik de waarde inzag, al was het soms na enig nadenken en op en neer mailen.

Ik ben benieuwd of ik het boek tot na de Kerstdagen aan de kant kan leggen, omdat ik toch wat afstand tot het boek wil hebben voor ik het in zijn geheel ga lezen. Ik denk het wel maar ik zal het hier laten weten.

~~~

Afbeelding van Here and now, unfortunately, ends my journey on Pixabay via Pixabay

Het laatste hoofdstuk is geschreven

Vanmiddag heb ik het laatste hoofdstuk van mijn boek geschreven. Ik was van plan ook al meteen de inleiding te schrijven maar er kwam iets tussen. Die bewaar ik dus maar tot morgen.

Daarna ga ik het waarschijnlijk een paar dagen laten liggen om het begin volgende week nog een keer kritisch door te lezen. Dan is het spannende moment aangebroken om aan mijn proeflezers te vragen of zij het willen lezen. Ik ben namelijk heel benieuwd naar hun commentaar.

De eerste versie van vorig jaar lijkt weinig op de tweede versie van dit jaar. Ik heb het boek naar aanleiding van opmerkingen op de eerste versie volledig opnieuw geschreven. Ik hoop hiermee bereikt te hebben dat beter te zien is wat een bipolaire stoornis voor mij inhoudt. Dat had ik vorig jaar helemaal weggelaten omdat ik bang was dat het te persoonlijk zou worden. En misschien zouden mensen zichzelf herkennen.

Mijn proeflezers en het nodige nadenken overtuigden mij ervan om toch persoonlijker te worden. Ik vond een manier waarmee dat naar mijn mening mogelijk is. Vorig jaar schitterde dat stuk van het verhaal door afwezigheid. Ik denk dat de nieuwe versie wel laat zien wat een manie of depressie met mij doet, hoe ik daarmee omga en hoe ik ze probeer te voorkomen.

Vorig jaar was het een boek vol met tips. Nu staat er hoop ik geen tip meer in – daar ga ik volgende week op controleren – maar ik hoop wel dat die tips er impliciet toch in staan.

Maar goed: morgen eerst nog een inleiding. Ik weet nog niet precies welke richting ik daarmee op wil maar dat komt wel goed. Van het boek een raamvertelling maken is een optie, net als kort vertellen wie ik ben en waarom ik het boek heb geschreven. Daar kom ik wel uit.

~~~

Afbeelding van Here and now, unfortunately, ends my journey on Pixabay via Pixabay