Doelen voor mijn 43e levensjaar

Drie dagen gelden was ik jarig en tussen alle festiviteiten door heb ik nagedacht over wat ik het komende jaar wil bereiken. Ik ben er al druk mee bezig, want het ligt in het verlengde van waar ik vorig jaar (en het jaar daarvoor) mee bezig ben geweest. Misschien handig om het toch op te schrijven, ook in het openbaar, zodat ik in jullie als lezers een accountability partner heb. In goed Nederlands: een stok achter de deur. Zonder verder dralen:

  1. Mijn boek over hoe ik leerde omgaan met mijn bipolaire stoornis afronden. Dat ga ik de komende week doen, de laatste van mijn vakantie.
  2. Het boek opsturen naar een uitgever en daadwerkelijk laten uitgeven. Benieuwd hoe dat gaat. En of het voor herhaling vatbaar is, zie punt vier.
  3. Wie kan ik helpen met mijn boek? Dat is een vraag waar ik uiteraard al eens over heb nagedacht. Het is geschreven als ervaringsverhaal rond mijn bipolaire stoornis, dus zijn mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving de eerste doelgroep. Ik heb ook al wat ideeën over hoe ik die kan bereiken, maar wat ik vooral spannend vind, is dat het boek volgens proeflezers ook voor andere doelgroepen interessant kan zijn. Om er een paar te noemen: arbeidsdeskundigen (vanwege een ongelukkige rapport waar ik last van had, mild gezegd) en er stond iets in dat ook bleek te werken voor iemand die last had van overprikkeling. Daarmee wordt mijn doelgroep een stuk groter. En dat vind ik een heel mooie uitdaging. Uitzoeken of en hoe ik meer mensen kan bereiken dan gedacht en gehoopt.
  4. Ik zou het prachtig vinden als ik van mijn boek een serie kan maken. Juist omdat ik merk dat ik mijn stoornis onder controle heb gekregen, afkloppen, door het verhaal over wat er tijdens een manie gebeurde in mijn hoofd steeds opnieuw te vertellen. Dat zorgde ervoor dat ik steeds dieper ging graven en uiteindelijk zo’n beeld kreeg van het begin van een crisissituatie, dat ik die herkende toen ie zich weer liet zien. En dat was het moment dat ik kon ingrijpen. Dat had ik niet zozeer geleerd dankzij hulpverlening, maar het leverde wel veel op. Onder andere dus mijn boek. Ik zou het heel mooi als ik anderen op zo’n zelfde manier kon helpen. En misschien kan dat ook nog wel boeken opleveren.
  5. Gewoontes spelen een belangrijke rol bij mijn ontdekking. Ik heb het gevoel dat ik erover kan blijven leren, bijvoorbeeld over gewoontes overdragen, en dat doe ik natuurlijk graag. En ik zou graag willen leren over mijn gewoonte mezelf terug te trekken als ik iets spannend vind. Maar bovenal wil ik bij gewoontes vooral van theorie naar praktijk gaan. Want ik weet vaak goed wat ik moet doen, maar ik doe het dan vervolgens toch niet.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Opnieuw in actie: hou ik het nu langer dan een maand vol?

Zo volop in de vakantiemodus ben ik toch wat aan het mijmeren geslagen. Er valt me dan iets op. Ik ben best veel met gewoontes bezig geweest en ik er ook meer dan het een en ander over geschreven. En daarvoor bij anderen over gelezen. Maar toch lijkt het of ik alle nieuwe gewoontes die mezelf probeer aan te wennen, ongeveer een maand volhoud. Dan houdt het op. Heel raar, want een maand is volgens schrijvers over gewoontes zo ongeveer de periode die je nodig hebt om van iets een gewoonte te maken. Waar je juist gewoontegetrouw mee door gaat. Heeft ermee te maken dat de activiteit dan niet meer vanuit de evolutionair gezien jonge prefrontale cortex wordt aangestuurd maar vanuit de veel oudere basale ganglia. Daarover later misschien meer.

En ik haak op dat punt dus juist af. Daarnaast ben ik een kei in uitstellen, dus het afleren van slechte gewoontes valt ook zwaar tegen. Eigenlijk heb ik het alleen langer volgehouden toen ik bezig was met mijn omscholing tot websitebouwer. Daarvoor heb ik een jaar met Anki iedere dag oefeningen gemaakt. Dat hielp enorm en ik vond het nog leuk ook.

Voor de rest is alleen het dagelijkse wandelen een blijvertje. En, toegegeven, sinds tweeënhalf jaar ’s avonds de vraag of ik mij die dag heb geërgerd en ’s morgens of ik goed geslapen heb. Dat zijn verreweg de belangrijkste gewoontes die ik heb. Meer daarover in mijn boek, dat hopelijk in het najaar verschijnt. Als het tenminste niet later wordt, doordat ik het steeds uitstel. Want ook aan dat boek werk op en af in periodes die ongeveer een maand duren.

Om gek van te worden. En binnenkort ga ik iets doen wat ik minimaal vijftien weken vol moet houden, naast mijn baan – die houd ik wel vol. Vandaar dat ik bedacht had de komende tijd nogmaals naar gewoontes en uitstelgedrag te kijken. Het waarom en hoe volgt, want ik ben van plan dagelijks verslag te doen. En dat langer dan een maand vol te houden. Misschien kan ik er anderen mee helpen.

Wordt vervolgd dus. Links en afbeelding komen later want vakantiemodus. En ik wil nu vooral een beginpunt markeren. Om het echter te maken. Dat helpt volgens schrijvers over gewoontes.

Boek verwacht in het najaar

Het gaat richting hoop maar dit is een beetje zoals ik me de laatste tijd voel. Heeft ook met mijn bipolaire stoornis te maken. Het schommelt gewoon. Ik moet onder andere duidelijke to do’s hebben en ze ook gewoon uitvoeren, ondanks dat soms mijn hoofd er niet naar staat. En soms laat ik dan wat liggen, stel ik uit. Terwijl ik weet dat ik me daar niet beter door ga voelen. Dus die 2 dingen die ik voor vandaag nog op de planning heb, die doe ik.

Mijn boek over mijn bipolaire stoornis is een ervaringsverhaal. Het begon totaal uit het niets met een depressie. Dat was in februari 1999. Ik zat in mijn eindexamenjaar gymnasium en had er net het tweede schoolonderzoek op zitten. Vooral de boekenbeurten voor de drie moderne vreemde talen waren nogal spectaculair gegaan. Voor Engels een 8, voor Frans een 8,8 en voor Duits een 9,5. Bij Duits had ik stomtoevallig het boek op mijn lijst gezet waarop mijn Duits afgestudeerd. En ik maakte precies dezelfde fout als hij. Het ging om Leben des Galilei van Bertolt Brecht. Ik moet het een keer herlezen om te kijken hoe het nou precies zat met dat boek.

Het ging toch mis

Hoe dan ook, ik stond er goed voor na die schoolonderzoeken. Er kon niks meer misgaan en ik hoefde mijn diploma bij wijze van spreken alleen nog maar op te halen. Dat liep alleen heel anders. Ik werd van de ene op de andere dag depressief. Het lukte mij niet vervoer te regelen naar een bioscoopfilm waar we vanuit school naar toe gingen. Ik wilde op het laatste moment ook mee. Alleen vervoer regelen lukte niet. En als zoiets eenvoudigs al niet wil lukken, dan zou iets moeilijks als het halen van een vwo-diploma óók mislukken.

Ja, als ik er op terugkijk, klinkt het belachelijk. Toch was ik er dus van de ene op de andere dag van overtuigd dat het helemaal mis zou gaan met mij. En ik ga verraden hoe het afliep: ik zakte als een baksteen. Ik had acht vakken en nog één voldoende over. Voor Latijn. Iedereen had me uit de put proberen te praten, maar dat was totaal niet gelukt. Pas toen ik in de zomer eindelijk bij een psychiater kwam en een antidepressivum voorgeschreven kreeg, kwam er een kentering. Maar helaas bleek een paar jaar later dat dit slechts een voorproefje was van een bipolaire stoornis. Ik kreeg namelijk verschillende keren een manie: in 2002, in 2006, in 2012 en 2019. In 2018 een hypomanie, net als in 2021. Beide keren wist ik erger te voorkomen. In 2018 min of meer per ongeluk, in 2021 gericht dankzij een ontdekking die ik deed.

Blijf het boek volgen

Mijn boek gaat over die manieën en de ontdekking waarmee ik (afkloppen) mijn manieën onder controle kreeg. Misschien hebben lotgenoten er ook wat aan. En een proeflezer vertelde me dat zij er met een totaal andere diagnose ook wat aan had. Dat is natuurlijk het mooiste wat je als schrijver kunt horen. Hou deze site dus in de gaten, laat een berichtje achter of volg me op Twitter via paul_vd_werf zodat je niks mist over dit boek. Vrij naar een docent op de middelbare school: als zelfs de schrijver het kan, kunnen jullie het als lezers zeker!

Ik voel weer dezelfde gedrevenheid als tien jaar geleden

Ik voel weer de gedrevenheid van tien jaar geleden. En die gedrevenheid voel ik eigenlijk al zo’n twee jaar. Sinds de grote ontdekking van de ergernissen. En het wordt me steeds duidelijker dat die ontdekking echt helpt. Natuurlijk, ik zeg niet dat ik nooit meer een manie ga krijgen, ik zou niet durven. Maar ik durf wel te zeggen dat de kans daarop nu een stuk kleiner is. Nu ik echt weet waar ik op moet letten. Voeg daarbij mijn grote geluk dat ik snel en goed op een extra dosis medicijnen reageer, mocht dat nodig zijn. En het misschien nog wel grotere geluk dat ik nooit zo ver in de greep ben gekomen van een manie dat ik dacht dat ik de medicijnen überhaupt niet meer nodig had. Ik lees en hoor dat dat wel een probleem is. Ik ben blij dat dat voor mij niet geldt.

Nu de eerste reacties op de tweede versie van mijn boek positief zijn, begin ik toch langzaam verder te denken. Nog niet zo lang geleden begon het me te dagen dat ergernissen misschien niet alleen voor manieën een katalysator kunnen zijn. Hoe vaak doe je niet iets omdat je aan iets of iemand ergert? En dan bestaat de kans dat je iets in gang zet dat escaleert, waar je misschien spijt van krijgt. Terwijl de reactie waarmee het begon, totaal achterwege had kunnen blijven, als je je had gerealiseerd dat je uit ergernis reageerde. En dat er andere, betere manieren zijn om met een ergernis om te gaan.

Die conclusie trok ik dus. Dat er in z’n algemeenheid een hoop ellende voortkomt uit ergernissen. En dat was min of meer ook de conclusie van mijn webhost toen hij me een factuur stuurde en we aan de praat raakten over hoe het met ons ging.

Op dat punt van ergernissen hoop ik dat mijn boek kan helpen. In eerste instantie misschien vooral mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving, maar ik denk dus dat ik het breder kan en wil trekken. Waar ik op dit moment echter vooral dankbaar voor ben, is voor het gevoel dat ik met mijn ervaringen weer mensen kan helpen, noem ze lotgenoten, als je wilt. Precies het gevoel dat ik tien jaar geleden ook had bij Reëlle. Alleen moet ik er nu wat meer zelf aan trekken en heb ik er nog een baan langs. Gelukkig heb ik wel vrienden die me steunen, dus al gaat het even duren, het gaat lukken.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

De eerste reacties zijn positief

Vorige week had ik van een proeflezer al een aantal positieve eerste indrukken te horen gekregen over mijn boek en vandaag had iemand het al helemaal gelezen. En hij was erg positief. Daar ben ik heel blij mee want hoewel ik zelf een veel beter gevoel had bij versie 2.0 van het boek dan van de eerste en ik het dit keer zonder bedenkingen uit handen durfde te geven, is het toch wel prettig om dat goede gevoel ook extern bevestigd te krijgen.

En hij gaf me ook nog een tip voor een potentiële doelgroep van het boek. Ik begin zo langzamerhand echt te geloven dat dit boek meer kan zijn dan mijn memoires over een belangrijk deel van mijn leven dat niet helemaal zo gelopen is als ik wilde, maar waarvan ik wel leerde. Die lessen heb ik verwerkt in het boek. Omdat ik graag schrijf en leer en schrijven voor mij een vorm van leren is. Dat telt dus dubbel.

Van mijn weekje @NBuitenbeentjes leerde ik dat ik het verhaal ook op een andere manier kan vertellen. Dat ik dat ook prettig vond. Dat ik het verhaal belangrijker vind dan de vorm waarin ik het vertel. Ik heb rond mijn bipolaire stoornis ook voldoende mee gemaakt om me te realiseren dat er nog heel wat onbegrip is. En daar wil ik graag wat tegen doen. Door mijn verhaal te vertellen. Door duidelijk te maken dat ogenschijnlijk onschuldige dingen onder invloed van een manie helemaal niet zo onschuldig meer zijn. Natuurlijk bedoel ik dat niet beschuldigend. Maar als je beseft dat iets veel zwaarder opgevat kan worden dan je het bedoelt, heb je in ieder geval de mogelijkheid nog eens te denken of je boodschap wel zo handig is en of deze bij de ander landt zoals je het bedoeld hebt.

Als er meer begrip zou zijn, zou dat helpen. Misschien kan mijn boek daar een steentje aan bijdragen. En wat voor steentjes dat dan gaan worden, vertel ik ongetwijfeld hier op dit blog.

Voorlopig geniet ik echter nog een beetje na en wacht ik met een gerust hart meer reacties af. En ik verwerk langzaam de ‘wat als ik dit eerder had geweten?’ vraag die mijn boek oproept. Dat ik misschien wel minder vaak manisch had hoeven worden als … enz. Die vraag kan ik niet beantwoorden maar ik gun niemand (de gevolgen van) een bipolaire stoornis. Dat dat een drijfveer was voor het boek moge duidelijk zijn, maar dat heb ik vast al eens een keer geschreven.

~~~

Afbeelding van Jill Wellington via Pixabay

Lezen en schrijven

Of je met mij kunt lezen en schrijven kan ik natuurlijk zelf moeilijk beoordelen. Je kunt in ieder geval lezen wat ik schrijf en je kunt ook nog eens wat terugschrijven. Maar dat laat ik natuurlijk helemaal aan jou over 😉 Wat ik bedoel met de kop van deze post is dat lezen en schrijven de twee hobby’s zijn waarvan ik het meeste geniet. En wandelen telt natuurlijk ook mee, maar dat staat qua plezier dat ik eraan beleef toch net iets onder lezen en schrijven.

Het wandelen wil ik er wel gewoon in houden, daar vind ik het te leuk voor en het is bovendien nog goed voor mijn gezondheid ook. Terug naar lezen en schrijven. Met het lezen gaat het sinds begin dit jaar eindelijk zo goed als ik me haast ieder jaar voorneem. Ik wil eigenlijk elke dag lezen, dat wil zeggen: een boek op papier of als e-book. En dat lukt nu eindelijk.

Maar misschien vind ik schrijven nog wel leuker dan lezen. Fictie vind ik prachtig om te lezen, als schrijver heb ik het idee dat ik er niet goed in ben. Ik ben liever bezig met non-fictie en dan het liefste non-fictie waarmee ik het idee heb dat ik anderen kan helpen. Het boek over mijn bipolaire stoornis scoort voor mijn gevoel hoog op dat vlak.

Het is ook niet alleen het schrijven dat ik leuk vind. Het is het hele proces eromheen. Het bedenken wat ik wil schrijven, het schrijven zelf en het herschrijven van wat ik geschreven heb. En de discussies die dat oplevert met proeflezers, voor mijn boek maar zeker ook voor mijn vertalingen. Ik kan er echt van genieten omdat het einddoel steeds helder is: een zo goed mogelijk boek voor uiteindelijke lezers.

Mijn vertaalhobby valt dus ook onder lezen en schrijven. Vanmiddag ben ik dan eindelijk serieus begonnen met het lezen van de vertaling van de volgende Gimlet. Mijn collega Roger heeft het dit keer helemaal vertaald omdat hij dit jaar minder lesgaf en omdat hij enthousiast werd toen ik hem over mijn boek vertelde en me daarvoor de ruimte wilde geven.

Het leest heerlijk weg, die nieuwe Gimlet. Hier en daar heb ik nog wel wat opmerkingen die het hopelijk nog beter maken. Ik probeer het rond Hemelvaart af te ronden.

Nu kan ik nog een heel verhaal gaan vertellen maar het komt erop neer dat ik vaker wil schrijven. Misschien wel hier. Iedere dag. Ik ga het gewoon proberen en dan zie ik wel waar het schip niet strandt.

En vanavond herlees ik nog een keer een artikel dat ik voor Biggles News Magzine schreef en dat het begin van een serie moet worden.

~~~

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

Goede voornemens reprise

Op Twitter vroeg ik me vanmiddag half gekscherend af of het zo slecht ging met mijn goede voornemens doordat ik mijn lijstje met die goede voornemens voor 2022 al sinds 22 februari niet meer had aangeraakt. Het kan best. Vandaar dat ik ze er nu weer dagelijks bij pak nadat ik mijn medicijnen heb ingenomen. Dat gaat namelijk gelukkig wel elke dag goed.

Ik wil namelijk weer werk maken van mijn goede voornemens. We zijn al halverwege de derde maand van het jaar en van veel goede voornemens heb ik eigenlijk geen idee of ik voortgang heb gemaakt. Ja, ik weet het wel, maar ik heb het niet gedocumenteerd. En dat terwijl ik weet dat het documenteren van mijn goede goede voornemens mij juist zo’n goed gevoel geeft.

Voor de goede orde: mijn goede voornemens zijn dingen die ik iedere dag wil doen. Wandelen gaat prima, maar veel andere dingen gaan maar zo, zo. Ik ben bijvoorbeeld te weinig met Anki bezig, ik doe te weinig aan Frans, maar zie mijn post van gisteren. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mijn idee is dat het openen en invullen van het lijstje in Excel mij weer extra motivatie gaat geven. Ik gebruik een bewerking van een lijstje van Elja en ik moet zeggen dat ze iets verdomd motiverends heeft bedacht. Iedere keer dat je een 1 invult omdat je dat die dag hebt gedaan, kleurt de cel groen en telt het bovendien op bij eerdere keren dat je bijvoorbeeld hebt geblogd. Voorwaarde daarvoor is natuurlijk wel dat je het lijstje bijhoudt. En dat heb ik dus niet gedaan. Van mijn blogdrift is in het lijstje dan ook weinig te vinden.

Nu kan ik natuurlijk aan de hand van WordPress wel zien wanneer ik allemaal heb geblogd maar het kan best zijn dat ik een streep onder de dag van gisteren zet en dat ik vandaag met een schone lei opnieuw begin. Daar denk ik nog even over na. Maar ik open het lijstje vast.

~~~

Afbeelding van hojun Kang via Pixabay

Iedere dag bloggen: een definitie. Of: dagen overslaan, mag dat?

Als je weleens wat over gewoontes aanleren of juist afleren leest, en ik kan zeggen dat ik dat heb gedaan, dan kom je onvermijdelijk een aantal discussies tegen. Hoe vaak moet je iets gedaan hebben voor het een gewoonte wordt? En: hoeveel dagen mag je overslaan voor je een gewoonte doorbroken hebt?

In het boek waarmee het voor mij allemaal begon, Zen habits – mastering the art of change van Leo Babauta, dat ik in eerste instantie in blogvorm volgde bij Peter Pellenaars, trekt Babauta vijf weken uit om zijn lezers een weinig tijdrovende gewoonte aan te leren. Vijf minuten wandelen, een glas water drinken enz. In de eerste week (oftewel zeven hoofdstukken uit het boek) wordt het fundament gelegd voor de gewoonte. Het is allemaal nog voorbereiding. Je begint nog niet aan je gewoonte. Maar ik zal vast niet zijn enige lezer zijn geweest die vanaf hoofdstuk één al enthousiast is begonnen.

In week twee t/m vijf is het wel de bedoeling dat je je kleine gewoonte dagelijks uitvoert. Babauta bespreekt in die weken allerlei valkuilen en methodes om die valkuilen te vermijden. Het hoeft allemaal niet spectaculair, als je je kleine gewoonte maar uitvoert. Later, als de gewoonte eenmaal in je systeem zit, mag je die gaan uitbreiden.

Maar wanneer zit een gewoonte dan in je systeem?

Babauta zegt dat als je vier weken je nieuwe gewoonte succesvol uitvoert en je haalt daarbij een succespercentage van 75 tot 80 procent en je slaat geen twee dagen achter elkaar over, dan heb je succesvol een nieuwe gewoonte aangeleerd. Dan kun je volgens hetzelfde principe een nieuwe kleine gewoonte aanleren. Op je eerste gewoonte moet je volgens Babauta dan nog zes weken alert blijven. Dan zit de gewoonte helemaal in je systeem.

En in Good habits, bad habits van Wendy Wood las dat veertig keer iets doen een goede voorspeller is of iets vaker zult blijven. Dat bleek althans bij een onderzoek naar het doneren van bloed. Volgens Wood kon het ook voor andere dingen. Zo bezien is de kans dat dit niet mijn laatste post is natuurlijk groot.

Ik combineer de bevindingen van Babauta en Wood tot: ik ben een dagelijkse blogger als ik 40 dagen na de start van de poging 32 dagen heb geblogd (= 80 procent) en ik heb nergens 2 dagen achter elkaar over geslagen. Daarna bekijk van maand tot of ik volgens deze maatstaf nog steeds iedere dag blog.

~~~

Afbeelding van dmvl via Pixabay

Hoe nu verder met mijn boek?

Vorige week schreef ik over de vraag of ik als schrijver verantwoordelijk ben voor wat lezers met mijn boek doen. Het antwoord op die vraag is uiteraard ‘Nee’. Maar het ging mij ook niet om het letterlijke antwoord. Het ging mij erom dat ik lezers wil helpen met mijn boek. Lotgenoten, mensen die dus ook de pech hebben een bipolaire stoornis te hebben. Of naasten want ik weet uit ervaring van zeer nabij dat het voor naasten ook niet altijd meevalt.

Hen wil ik helpen met mijn boek. Althans, ik schreef het voor mezelf om nog wat zaken scherper op een rij te krijgen. Maar al vrij snel was daar de wens om met het boek ook anderen te helpen. En toen doemde bij mij al snel de vraag op of een boek wel het geschikte medium was daarvoor.

Eigenlijk is er nog een andere vraag natuurlijk: is wat ik te zeggen heb überhaupt interessant voor andere mensen? Ik vind natuurlijk zelf van wel, maar uiteindelijk is het de lezer die dat bepaalt. Wat dat betreft is deze week wel een spannende. Ik wil het morgen nog een laatste keer doorlezen en dan heb het geluk dat ik proeflezers heb die ik het boek kan sturen. Ik zeg nog niet dat ik dat meteen morgen doe, want het kan zijn dat ik morgen besluit nog iets om te gooien en bovendien heeft er zich al iemand gemeld die voorrang krijgt omdat ze nogal een rol speelt in het boek.

Maar goed, hopelijk kan zij zich in het boek vinden en kan het boek daarna naar andere proeflezers. Die moet ik natuurlijk ook een fatsoenlijke kans geven het boek te lezen dus dan kan het het even duren. Maar goed, als de wereld (of het Nederlandstalige deel van de wereld dat op de een of andere manier met een bipolaire stoornis te maken heeft) op dit boek zit te wachten, dan moet ik daar natuurlijk alvast stappen voor gaan zetten. Geheel tegen mijn gewoonte in, sprak hij ironisch, ga ik daarvoor te rade bij een boek: Waanzinnige plannen: en hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Inmiddels al een flink stuk onderweg in het boek en ik zie het plan weer helemaal zitten. En ik heb natuurlijk het nodige gedaan.

~~~

Afbeelding van Peggy und Marco Lachmann-Anke via Pixabay

Het voelt als thuiskomen

Nu ik gisteren de vraag of ik wil helpen volmondig met ‘Ja’ heb beantwoord dien ik natuurlijk ook de vraag wie ik dan wil helpen en hoe dan te beantwoorden. Het antwoord op die vragen voelt als thuiskomen. In mijn eerste serieuze baan bij Reëlle had ik als ervaringsdeskundige het gevoel dat ik lotgenoten kon helpen. Lichamelijke handicap, slechthorend, bipolaire stoornis: er waren raakvlakken met diverse doelgroepen. Het gevoel die doelgroep een stem te kunnen geven, te kunnen helpen met mijn ervaring, samen met collega’s die allemaal ook tot een bepaalde doelgroep behoorden, die ook ervaringsdeskundigen waren, voelde zo ontzettend goed, dat ik merk dat dat gevoel van toen altijd een drijfveer is gebleven.

Dat was al toen ik me als columnist aansloot bij Onzichtbaar ziek en dat is zonder het echt uit te spreken of grote ambities te hebben, ook de drijfveer achter dit blog. En het waarom achter mijn boek in wording over hoe ik omga met en heb geleerd van mijn bipolaire stoornis. Dat doe ik bloggend of schrijvend omdat dat me voor mijn gevoel het beste ligt. Het voelt in ieder geval beter aan dan vloggen. Een podcast heb ik nooit geprobeerd, dus daar kan ik niets over zeggen.

Mijn ervaringen met mijn bipolaire stoornis heb ik hier en bij Onzichtbaar ziek uitgebreid gedeeld. Toch heb ik nu gekozen voor een boek. Ik wilde meer de diepte in dan met een blogpost of met een reeks blogposts zou lukken. Daarnaast wil ik pas publiceren als het af is en dat is het nog niet. Het is dan wel mijn verhaal maar ik zeg wel dingen over een stoornis waarvoor behandelaars jarenlang moeten studeren. Dat hebben ze niet voor niets gedaan en daarom wil voor ik besluit of en zo ja hoe ik mijn boek wil publiceren, het wel laten lezen door specialisten van de ggz. Het gaat in het boek dan wel over mijn ervaring en in die zin kan er geen ‘fout’ instaan, maar een bipolaire stoornis is een serieuze ziekte. Daarom voelt het beter als ook iemand van de ggz het ook gelezen heeft. Net als je voor wetenschappelijke artikelen ook ‘peer reviews’ hebt, en ik ben dan ook nog maar gewoon een leek.

Hoe dan ook, wat ik nu doe voelt als thuiskomen. En dat is een goed gevoel. Wordt vervolgd.

~~~

Afbeelding van Anke Sundermeier via Pixabay