Je moet er (bij) zijn geweest: als slechthorende (1)

Dit stukje is mijn antwoord op een vraag die mij op een ander blog werd gesteld. Het ging over dat er (bij) moet zijn geweest. Die blog is hier te lezen, net als mijn reactie daarop.

Ik zal de vraag kort proberen te beantwoorden aan de hand van een voorbeeld dat ik twee maanden geleden meemaakte. Ik heb enige jaren rondgelopen op de Universiteit van Tilburg – al had die toen ik begon nog een andere naam en toen ik mijn (voorlopig?) laatste papiertje alweer een andere – en ben lid geworden van de alumnivereniging  van de faculteit Geesteswetenschappen. En die organiseerde 20 april jl. een Dante Café. Daar kwam een oud-studente Letteren en Filosofie die nu in Frankrijk woont en schrijfster is. Dat leek mij wel interessant, zeker nadat ik op haar site de vooraankondiging had gelezen.

Gesprek

Interessant altijd, een lezing. Maar ik heb ooit van de latere Dichterkenner des Vaderlands 200/4/2008 geleerd dat de wandelgangen interessanter zijn dan het congres. Wie ben ik om deze literaire autoriteit tegen te spreken. Nou ja, daar waren wel redenen toe: hij was weliswaar al een literaire autoriteit, maar was pas 16 of 17 toen hij dat tegen mij zei terwijl ik nota bene bijna een heel jaar ouder was maar vertelde nogal enthousiasmerend over wandelgangen en Weimar zodat ik het allemaal voor zoete koek slikte.

Afijn,ik liet mij overtuigen door Bas en sindsdien heb ik meermaals meegemaakt dat zijn stelling op waarheid berust. Maar als slechthorende heb ik natuurlijk een probleem want wandelgangen galmen nogal. Hoe krijg ik dan toch de mensen te spreken die ik wil spreken?.

Een mogelijkheid is natuurlijk zwaaien met bierviltjes zoals ik al eerder heb beschreven in dit blog. Bierviltjes zijn helaas echter op steeds minder plekken voorhanden maar gelukkig heb ik ook nog andere strategieën.

Helaas noopt tijdgebrek mij er nu toe een eind te breien aan deze post, zodat ik jullie vanavond in deel 2 de strategie uit de doeken zal doen.