Ik wil gaan spreken van…

…een epos dat misschien geen epos is maar wat dan? Het is een boek dat 15 boekrollen beslaat en veel gedaantewisselingen heeft ondergaan.

Is het een leerdicht, een geschiedenis? Is het beide? Is het imitatie of nieuwdoen?

Die term komt niet van mij maar van vertaalster M. d’Hane-Scheltema en het boek waarover ik het heb is Metamorphosen van Publius Ovidius Naso (43 v. Chr. – 17 n. Chr.) In deze vreemde tijden waarin ook O tempora, o mores uit mijn examenonderwerp misschien van toepassing is, kies ik toch voor een optimistischer geluid dat wij in de vijfde bestudeerden. Want in deze tijden schijn je terug te grijpen naar klassiekers. Jaren geleden was al van plan iets te gaan met dit werk van Ovidius maar toen ben ik niet verder gekomen dan een aanloop en een inleiding. Nu wil toch verder komen.

Ik weet nog niet hoe ik ga het doen. Het zijn 15 boeken – boekrollen. Maar als ik iedere week 1 boekrol bespreek, is dat ongeveer 25 pagina’s per week in een stuk van vijfhonderd tot duizend worden. Dan wordt het zo’n verdunde hap dat ik misschien net zo goed niets kan zeggen. Dat lijkt me dus geen optie. Aan de andere kant heeft de vertaalster van mijn uitgave cursieve kopjes gebruikt om de verhalen die in elk boek worden verteld te duiden. Maar boek 1 telt al zo’n 24 vertellen op 779 versregels. Die optie kan dus ook een gebed zonder einde worden.

Maar er circuleren op internet andere hoofdstukindelingen en ik denk dat die ga aanhouden. Die geven me ook meer opties. Vertaalster M. d’Hane-Scheltema merkt in haar inleiding over het boek en het leven van auteur Ovidius terecht op dat literatuur in de Romeinse tijd en zeker in de tijd van Ovidius een belangrijkere rol speelt dan tegenwoordig. De opleidingen waren erg alfagericht en retorica speelde daarin een grote rol. Gegoede Romeinse burgers waren dan ook belezen en kenden hun klassiekers. En daarbij was van belang dat dichters lieten zien dat zij ook hun klassiekers kenden. Net een beetje beter dan andere burgers, het was immers hun vak.

Het was niet zo zeer dat dichters in hun gedichten (een epos Metamorphosen is simpelweg een lang gedicht) een origineel onderwerp een moesten snijden. Nee, ze mochten rustig bekende verhalen vertellen, nabootsen of imitatio maar vooral was het van belang dat er aemulatio – verbetering (of ‘nieuwdoen’ in de woorden van M. d’Hane-Scheltema) – te zien voor. Ieder Romeins epos gaat dan ook die strijd aan met voorgangers. En in die traditie kun je volgens mij ook Metamorphosen lezen. En dat ga ik vanaf volgende week hopelijk iedere zaterdag doen: ik ga kijken welk verhaal Ovidius vertelt, gelardeerd met citaten uit de vertaling) en dan kijken hoe dat verhaal (ook elders) verteld is. Daarvoor ga ik misschien gebruik maken van schoolvertalingen op internet, maar dat zien we dan wel weer.

Op die manier krijgen we in de loop van verschillende blogs dus niet alleen zien hoe Ovidius zijn gedaanteverwisselingen vormgeeft, maar leggen we meteen de werking van het in de klassieke oudheid zo belangrijke imitatio en aemulatio bloot door ook te verwijzen naar andere auteurs. En misschien kan ik tussendoor ook nog wat vertellen over hoe Romeinen lazen want daar ben ik ook benieuwd naar.