Paul van het 266e

Paul van het 266e

In deze bijzondere blogpost, mijn 266e, aandacht voor een hobby die me al zo veel langer plezier oplevert dan dit blog. Ik blog al acht jaar maar Biggles is al veel langer in mijn leven. Het lijkt me aardig om daar eens aan terug te denken, herinneringen op te halen en wie weet zelfs nog toekomstplannen te delen.

Het begon voor mij allemaal toen ik nog op de basisschool zat. Ik zat in groep zeven of acht toen mijn fysiotherapeute aan mij vroeg: “Paul, jij houdt van lezen, nietwaar?” Dat klopte. Mijn therapeute vervolgde: “Ik heb mijn zolder opgeruimd en kwam nog een stuk of twintig avonturenboeken van vroeger tegen. Die breng ik volgende week wel voor je mee.”

De week erop was ik heel blij want het was inderdaad een hele stapel. “Begin vooral met Biggles want die vond ik vroeger zo spannend. Als je van Arendsoog houdt, dan is dat vast ook wat voor jou.” Ik was razend benieuwd en zodra ik het boek waaraan ik bezig was uit had, pakte ik er Met Biggles in vijandelijk gebied bij en begon te lezen. Dat was op een vrijdagavond en zaterdag moesten mijn ouders weg. Ik zou naar mijn oom en tante gaan die een straat verderop woonden. Maar ik zat dus al de hele zaterdag te lezen en vergat alles; dus ook om naar mijn oom en tante te gaan. Pas toen mijn nichtje het keukenraam ongeveer ingeslagen had – de voordeurbel hielp niet – ben ik met boek en al meegegaan.

Toen kon ik me nog totaal geen voorstelling maken van de grote invloed die Biggles op mijn leven zou krijgen. Maar al in die eerste vijf Prisma Juniores ontdekte ik dat er veel meer Biggles-boeken waren en die wilde ik allemaal lezen. Want zo spannend en een deel van de verhalen speelden zich in de Eerste en Tweede Wereldoorlog af en dat wakkerde mijn interesse in geschiedenis aan, dus ik wist al snel dat ik ze wilde verzamelen. Ik had toen al een grotendeels complete Arendsoog-serie en ik vond en vind het leuk om boekenmarkten of (antiquarische) boekhandels af te struinen. Het was in een tijd dat wij nog geen internet hadden.

Dus antiquariaten en lokale boekenmarkten. Genieten. Dat deed ik ook van al die prachtige boeken die ik vond. Ik ontdekte al snel dat er naast de Juniores-serie ook een eigen Biggles-serie was met gruwelijk veel deeltjes. En dat er bij Uitgeverij Verba nog nieuwe heruitgaven bestonden. En in de wachtkamer bij de oogarts – de man heette toevallig ook Paul van der Werf – ontdekte ik ook de Biggles strips van Bergèse. Het werd steeds leuker.

Mijn verzameling groeide en het werd steeds moeilijk om ontbrekende deeltjes te vinden. Op een boekenmarkt had ik al ooit van de I.B.A. gehoord maar ik was nog geen lid geworden. Dat deed ik pas in de zomer van 1999. Ik had dat jaar eindexamen gedaan maar door ziekte was dat volledig mislukt. Toen ik in de zomer beter werd, wist ik min of meer dat ik het jaar erop wel slagen.

Dus besloot ik vooral ook leuke dingen te gaan doen in dat jaar. En wat was er nou leuker dan Biggles? Dus werd ik lid van de I.B.A. en maakte mijn serie compleet. En Biggles News Magazine viel ook in de smaak. En er waren twee van de niet in het Nederlands vertaalde Biggles-boeken te koop. Het leek me ook wel leuk om die te lezen.

En wat ik daarna bedacht, veranderde letterlijk mijn leven. Ik had op school regelmatig gehoord dat je met Grieks en Latijn als ondergrond alles kon doen met taal wat je maar wilde: wilde ik die boeken vertalen? Ja, dat wilde ik.

Dus ik zocht contact met de toenmalige voorzitter van onze vereniging, de helaas veel te jong gestorven Marvel M. Wagenaar-Wilm. Zij nog het net als ik al helemaal voor zich. Zij zou The boy Biggles als eerste vertalen als het aan haar lag. En dat boek had ik net gekocht dus ik begon enthousiast. En Marvel ging een uitgeverij zoeken. In 1999 heb ik zo een maand of drie vertaald tot het toch wel handig leek om mijn diploma te halen en ik het vertalen even liet liggen. Maar op de eerste vrijdag van augustus 2000 belde Marvel nog enthousiaster dan ik een jaar eerder had vertaald: ze had in Claude Lefrancq een uitgever gevonden. Vanaf dat moment zijn we met z’n tweeën aan de slag gegaan. Ik vertalen; samen corrigeren.

Ik zal nooit de Biggles-bijeenkomst van maart 2001 in Geldermalsen vergeten. Het was mijn eerste jaarvergadering en bijeenkomst: Marvel had er geheimzinnig over gedaan in BNM en in de Airmail. Er zou een aankondiging zijn. Alleen Marvel, het bestuur en ik wisten van de hoed en de rand. We fluisterden onhoorbaar; keken elkaar geheimzinnig aan: “Ben jij Paul?” Afijn, het grote nieuws was natuurlijk de aankondiging van Biggles en zijn basis. Honderd man ongeveer waren in juni 2001 bij de presentatie van dat boek.

Biggles-bijeenkomsten werden een traditie. Helaas inmiddels alweer bijna vijftien jaar zonder Marvel. Maar dankzij een groepje enthousiastelingen is Biggles News Magazine er nog steeds en zijn er inmiddels elf vertalingen verschenen waarvan acht volledig in eigen beheer bij onze vereniging. En we zijn druk bezig bezig met Mossyface en hebben plannen waar we nog nog jaren mee vooruit kunnen. Want ook dat is mooi aan onze vereniging. Marvel en ik zijn weliswaar ooit met vertalen begonnen: maar we wisten ook anderen voor die hobby te winnen. Prachtig. En u weet: de Gimlet-serie telt tien delen. Ideeën genoeg. Ook voor BNM.

In de titel van dit blog had u natuurlijk allang Biggles van het 266e herkend. De I.B.A. is mijn 266e. Vliegt u mee?

Meer informatie over Biggles en de International Biggles Association: www.biggles.nl.