Existentiële twijfel? Dag 2 van 100

Gisteren had ik het over existentiële twijfel. Dat is nogal een zware term dus laat ik die maar meteen uit de lucht halen. Ik heb het niet over twijfels in de zin van “Waartoe zijn we op aarde?” Wat dat betreft sluit ik me graag aan bij de 19e eeuwse Britse auteur Anthony Trollope die schreef: “I’m here on earth to do good to others. What the others are here for, I don’t know.”

Dat bedoel ik dus niet. Wat ik wel bedoel is dat ik me tijdens een manie beter voel dan ooit. Nou ja, dat klopt niet: minstens net zo goed als tijdens mijn vorige manie. Waar het op neer komt is dat een manie bij mij een soort roes is waarin me heel goed voel. Ik heb het geluk dat ik inmiddels door schade en schande wijzer ben geworden en er tegenwoordig in slaag om mijn manie in kleine, bekende kring te beleven zodat de gevolgen te overzien zijn. Ook heb ik het geluk dat geen hele gekke dingen meer doe. Ik klamp niet meer bij iedereen die ik ken aan met een vaag idee en ik doe ook geen onverantwoorde uitgaven.

So far so good dus. En ik reageer snel en goed op extra medicatie. Ben ook bereid die in te blijven nemen. Ik begrijp van mijn behandelaars dat er ook patiënten zijn die zich zo goed voelen dat ze denken dat ze hun medicatie niet nodig hebben. En dat is een probleem.

Dat geldt dus allemaal niet voor mij. Toch is er die knagende twijfel. Die heeft een rol gespeeld bij het bedenken van deze blogreeks.

Wat is er dan aan de hand?

Iedere keer dat ik een manie heb, komt na afloop de wat als vraag. En die komt met terugwerkende kracht. Het lijkt er nu dus op dat mijn huidige manie met een sisser afgelopen is; ik heb mijn baan nog steeds en ben daar blij en dankbaar over. Maar wat als ik 7 jaar geleden niet manisch was geworden? Had ik dan die prachtige baan wel kunnen houden? Wat als ik tijdens mijn studie niet twee keer manisch was geworden? Had ik dan niet de laatste jaren gedemotiveerd rondlopen op de universiteit en mijn toenmalige ambitie om te promoveren wel waargemaakt of op z’n minst uitgezocht wat ik ermee wilde?

Dat dus.

Het is overigens niet zo zwart/wit als het lijkt. Ondanks dat het zware periodes zijn geweest heb ik wel het gevoel dat ik er steeds sterker uit ben gekomen en hopelijk gaat deze blogreeks er mede voor zorgen dat dat nu ook weer het geval is.

En bovendien: als ik niet in mijn eindexamenjaar gymnasium depressief was geworden; had ik mijn prachtige 2e eindexamenjaar nooit meegemaakt. En de gedachte dat ik toch wel zou slagen zorgde ervoor dat ik er iets leuks naast wilde doen nooit: dus maakte ik mijn Biggles-verzameling in het Nederlands compleet en begon ik The Boy Biggles te vertalen.

Bron afbeelding: Pixabay.