Gewoontes en mijn bipolaire stoornis

Tijdens het wandelen vanmiddag dacht ik niet voor het eerst na over de combinatie van gewoontes en mijn bipolaire stoornis. Als ik voor mezelf mag spreken heb ik namelijk de indruk dat ze heel wat gemeen hebben en dan vooral waar het gaat over mijn manische episodes. Charles Duhigg heeft het in The Power of Habit over vier componenten van een gewoonte:

  1. Cue
  2. Routine
  3. Reward
  4. Belief

Eerst is er de cue, de aansporing of het signaal, dat ervoor zorgt dat je een bepaalde routine gaat uitvoeren, goed of slecht, die een bepaalde beloning oplevert. Als het gaat om slechte gewoontes kan het heel moeilijk zijn om die de breken. Het zijn namelijk automatische reacties. Dat kan nog versterkt worden door het geloof: ik kom nooit van die slechte gewoonte af.

Voor nieuwe gewoontes geldt weer dat het lastig is om een nieuwe routine aan te wennen. Wat volgens Duhigg kan helpen – en dat geldt voor zowel het aanleren van nieuwe gewoontes als voor het afleren van slechte – is om het signaal en de beloning hetzelfde te laten, maar de routine die daartussen zit te vervangen. En een sterk geloof, al dan niet religieus, kan daarbij helpen, stelt Duhigg.

En nu voor mijn manieën

Wat ik me steeds duidelijker realiseer, is dat mijn manieën ook dit patroon volgen. Een belangrijk instrument bij het voorkomen van een manie of depressie heet niet voor niets signaleringsplan. Laat ik een simpel praktijkvoorbeeld geven. Klinkt misschien ongeloofwaardig maar het is echt gebeurd: langdurig blootstelling aan spelfouten zorgde ervoor dat ik me gruwelijk aan een persoon en wat zij deed, ging ergeren. Ik begon steeds meer bij anderen op die persoon af te geven en voelde dat ik veel beter in taal was en begon me steeds beter te voelen in mijn gelijk. Beter en beter. Mijn geloof in mezelf groeide en groeide.

Maar dat beter was niet echt. Het ging van kwaad tot erger, zonder dat ik het merkte. Tot de bom barstte en er geen andere conclusie mogelijk was dat ik manisch was. En dat ik er al een tijd heerlijk naar op weg was geweest. De beloning is de manie en die moet ik in tegenstelling tot bij de gewoontes waar Duhigg het over heeft absoluut zien te vermijden. Ik moet dus hoe dan ook met een andere routine reageren op bepaalde signalen. Taalfouten kom ik echt nog wel vaker tegen. En ben ik al veel vaker tegen gekomen. Maar nu schiet ik niet meer in zo’n superioriteitsroutine. Misschien zeg ik het eens tegen iemand, maar ik raak niet meer streek. En de beloning is niet de manie maar juist dat ik rustig en evenwichtig blijf. Want een manie lijkt leuk, de ellende die daarna komt gun ik niemand.

Steeds duidelijker merk ik ook dat het geloof er is dat we de manie de baas kunnen en blijven. Ik zeg we want ik doe het niet alleen. Mijn huisgenoot, mijn behandelaar: ze zijn enorm belangrijk voor me. Als klankbord voor wederzijdse twijfels. Samen komen we er dan wel.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.