Musea met andere ogen – Dag 6 van 100

Door Jazz in Duketown was het vandaag iets drukker.

Je zou het misschien niet verwachten van iemand die een universitaire bachelor en master Algemene Cultuurwetenschappen afgerond heeft, maar toch kijk ik met een andere blik naar musea sinds ik met mijn medebestuursleden de tentoonstelling ‘Biggles en de Keizer’ in Huis Doorn mocht inrichten.

Hoe bijzonder die ervaring was, bleek vanmiddag maar weer eens in Den Bosch, in het Noord-Brabants Museum en het Design Museum, dat daar nog niet zo lang zit. Over de tentoonstellingen die indruk op me maakten, kom ik een een latere blogpost nog wel te spreken. Maar het gekke was dat ik niet alleen van de tentoonstellingen genoot, maar ook het gevoel had als een halve curator rond te lopen.

Een verhaal vertellen

Normaal bekijk ik de individuele kunstwerken die te zien zijn, probeer ik een beetje te onthouden over de kunstenaars, maar merk ik achteraf dat er weinig blijft hangen. Ja, misschien kon ik me een week of wat later nog een paar schilderijen of voorwerpen herinneren. Ik denk dat dat vandaag anders gaat zijn.

Dat komt denk ik omdat ik me door ‘Doorn’ nog meer ben gaan realiseren dat musea verhalen willen vertellen. En daardoor had ik het gevoel met een heel andere blik rond te kijken. Nee, ik heb nog steeds geen tentoonstellingscatalogi gekocht, maar ik weet vrijwel zeker dat ik me verder ga verdiepen in de exposanten. Juist omdat ik nu niet naar losse schilderijen en objecten keek maar naar de samenhang die het museum heeft willen aanbrengen. Daarop kom ik volgende week voor deze tentoonstellingen nog terug.

Biggles in Huis Doorn

Het lijkt me namelijk leuk om eens te beschrijven hoe de inrichting van de tentoonstelling ‘Biggles en Keizer’ in zijn werk ging. Het begon er allemaal mee dat Jan de Haas, ons hoofd evenementen na zijn pensioen vrijwilligerswerk ging doen bij Huis Doorn. Er lag toch wel een connectie met Biggles dus Jan hield zijn ogen en oren open en polste regelmatig bij het museum. Biggles heeft toch wel enige naam en uiteindelijk kwam de ruimte voor gasttentoonstelling tijdelijk leeg te staan.

Zouden wij? – Ja, dat mocht

Maar dan kom je er dus achter dat een tentoonstelling inrichten nog niet zo makkelijk is. Gelukkig had een enkeling van ons nog ervaring uit de tijd van de Biggles in Holland tentoonstelling uit 1993. Maar goed, we wisten hoeveel vitrines we mochten vullen en dat we een groot televisiescherm hadden.

Dan ga je dus kijken welk verhaal je wilt vertellen, hoe ga je de vitrines vullen. Via een lid van onze vereniging kregen we de beschikking over modelvliegtuigjes, zowel Britse als Duitse, dus die konden altijd. Verder hadden we natuurlijk heel veel boeken van Johns uit die tijd. Die konden ook.

Er bleek ook wat documentatie te zijn over Der rote Baron en over 55 Squadron waar Johns zelf diende tijdens de Eerste Wereldoorlog. En natuurlijk kwamen de uitgaven van onszelf ook aan bod. Het was leuk om mijn eigen werk en naam in het museum te zien.

Zelf had ik een videopresentatie met Johns als publieke intellectueel tijdens de jaren dertig. Voor wat een publieke intellectueel is, zie volgende week. Heeft iets met mijn studie te maken.

Al met al een leuke ervaring die mijn kijk op musea veranderd heeft.

Bron afbeelding: Wikipedia.