Een optimist met af en toe een terugval – Dag 5 van 100

Over het algemeen ben ik smiley nummer 2.

Vandaag kom ik nog even terug op Existentiële twijfel van dag 2. De opmerking die Niek daaronder plaatste zette me aan het denken. Datgene waarop zij reageert, heb ik niet helemaal juist geformuleerd.

Wat als

Het gaat om het stukje ‘Wat als’. Ik beschreef dat ‘wat als’-scenario’s makkelijk opdoemen na afloop van een manie. Dat klopt niet; ze doemen al eerder op, tijdens de manie. Sterker nog, ik herken een manie aan een ‘wat als’-scenario. Heb ik daar last van, of zelfs van meerdere van dergelijke scenario’s, dan kon er wel eens iets aan de hand zijn. Dan moet ik alert worden en grijp ik in waardoor ik met een paar dagen van de echte manie af ben, hoewel het ‘wat als’ nog een week of wat kan blijven hangen.

‘Wat als’ komt dus al tijdens de (hypo)manie naar boven. In de vorm van boosheid op dingen uit het verleden. Normaal heb ik daar juist helemaal geen last van en daar ben ik blij mee.

Het is wat het is

Eigenlijk heb ik zelden of nooit last van boosheid om hoe dingen gelopen zijn. Ik ben niet boos vanwege mijn lichamelijke handicap, niet op mijn slechtere gehoor, niet terneergeslagen door de bipolaire stoornis waar ik af en toe hinder van heb. Eigenlijk ook nooit last van gehad ook. En daar ben ik heel blij want het heeft me dus ook weinig verdriet gedaan.

Natuurlijk, er zijn af en toe van die momenten, maar die spelen zich vooral af tijdens manieën. Verder gebeurt het me eigenlijk nooit dat ik me afvraag waarom mij dit allemaal moet overkomen. Het is wat het is en daar doe ik het zo goed mogelijk mee.

Wel leren van het verleden

Dat ik het ermee doe, wil niet zeggen dat ik alles wat me overkomt voor lief neem. Ik probeer wel van het verleden te leren. Voor de manie die net achter de rug is, wil dat zeggen dat ik binnenkort met mijn behandelaar om tafel ga zitten om te kijken wat er in aanloop naar die manie is gebeurd en hoe ik mij daarbij voelde. Ik ga met haar mijn signaleringsplan weer actualiseren zodat dingen die nieuw waren – vooral slapeloosheid en niet snel genoeg contact opnemen met de ggz en daardoor te lang wachten met het ophogen van de medicatie – mij in de toekomst niet meer verrassen.

Zo wil ik blijven leren, wat ook de reden is dat ik er ondanks het mogelijk stigmatiserende toch over blog. Uitleggen scherpt het denken. En het lucht op omdat het mij steeds duidelijker wordt dat ik niet in mijn eentje manisch ben. Anderen zien problemen misschien eerder dan ikzelf. Daarom mijn tip: als je samen met de ggz symptomen die op een manie of depressie kunnen duiden in kaart brengt, zorg er dan altijd voor dat er nog een derde persoon meer bij betrokken is. Iemand die jou goed kent en dus snel kan signaleren. Wat daarbij ook van groot belang is, is dat deze derde persoon – het mogen uiteraard ook personen zijn – goed contact heeft met de ggz en dat de signalen voor een manie of depressie die hij of zij waarneemt door jou en de ggz serieus genomen worden.

Binnenkort dus weer aan tafel, maar ik heb er alle vertrouwen dat ik weer voldoende heb bijgeleerd om misschien wel voorgoed van mijn bipolaire stoornis af te zijn. Vertrouwen in elkaar, signaleringsplan en medicatie. Dat geeft deze optimist hoop.

Bron afbeelding: Pixabay.