Had ik mijn bipolaire stoornis maar eerder als een verhaal benaderd

Vandaag was de tweede bijeenkomst van ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant. Het was weer interessant, boeiend en inspirerend. Ik heb met mezelf afgesproken alles binnenskamers te houden omdat het natuurlijk wel over privacy gaat. Toch heb ik behoefte aan enige reflectie dus ik denk ik erover iedere woensdagavond in de digitale pen te kruipen.

Vandaag ging het over herstel en wat dan is. Daar mag je zelf over nadenken. Ik merkte alleen achteraf dat ik misschien voor mezelf een punt ben vergeten. Natuurlijk gaat het erom dat ik mijn leven weer kan leiden zonder last te hebben van mijn stoornis. Maar soms denk ik ook dat de depressie en de manieën nut moeten hebben gehad. En misschien was ik zonder depressie wel nooit gaan vertalen. En zo kan ook positieve gevolgen noemen van mijn manieën.

Toch heb ik het gevoel dat er meer moet zijn. Dat ik iets doe met wat ik heb meegemaakt. Mijn bijdrage, zeg maar. Dat mijn verhaal lotgenoten kan helpen. Via mijn te verschijnen boek. Maar ook via de manier waarop ik dat verhaal heb geschreven want de kern zit misschien wel in het woord verhaal. Ik hoor steeds indrukkende verhalen tijdens de bijeenkomst. Dat is ook niet gek want de mens is volgens mij nou eenmaal geprogrammeerd om verhalen te vertellen of er naar te kijken/luisteren.

Het leven als cliffhanger

Op de terugweg in de taxi en daarna onder het wandelen filosofeerde ik erop door. Een kenmerk van een verhaal is dat het je bij de strot kan grijpen en niet meer loslaat. Je blijft ermee bezig; je moet naar de laatste pagina of aflevering. Je wordt helemaal gek van al die cliffhangers. Je kunt het nauwelijks loslaten.

Onbewust heb ik na mijn manie van 2019 een verhaal van mijn stoornis gemaakt. Ik bleef mezelf maar uitdagen door de verhalen van de (voor)geschiedenis van mijn manie voor de geest te halen. Ik gebruikte simpele journalistieke vragen als Wie, Wat, Waarom, Wanneer, Waar en Hoe? Die hielpen om het verhaal concreet te maken. Beter te visualiseren. Ik moest mijn verhaal vertellen en was er elke dag mee bezig, alsof mijn leven ervanaf hing. Er moest iets zijn wat mij steeds triggerde en het moest te vinden zijn rond mijn manieën.

Leren van het contrast

Het was een hele zoektocht en een groot contrast met hoe ik daarvoor mijn behandeling vaak benaderde. Ik nam mijn medicatie dagelijks in en had iedere drie maanden of zo een gesprek. Dan keek ik een dag dan tevoren soms nog wel even naar mijn signaleringsplan. Ik las pagina 1, met de fase 0 ‘Alles gaat goed’. Dat klopte helemaal en ik stopte met lezen. Signalen waar ik alert moest zijn, zag ik zo maar zelden. Denk aan signalen bij Fase 1 ‘Het gaat iets minder’.

Mijn nieuwe aanpak, de zoektocht naar een verhaal, leverde me uiteindelijk op dat ik het verhaal van iedere manie kon navertellen. Zodanig goed navertellen dat ik in kon grijpen toen ik een klein jaar later in een nieuwe situatie een fragment uit dat verhaal herkende. Het werd nog mooier want het fragment hoorde bij de inleiding van het verhaal. Ik kon nog alle kanten, was nog niet in de ban van de stoornis. Dat was de grote winst bij de speurtocht naar mijn verhaal.

Vertel je herstel?

Wat me vandaag nog duidelijker is geworden, is dat ik anderen wil helpen met hun verhaal. Verhaaltechnieken zijn namelijk volgens mij in elke fase van het herstelproces bruikbaar. En misschien heb ik dan ook nog wat aan mijn opleiding Cultuurwetenschappen omdat daarin verhalen en verteltechnieken een belangrijke rol speelden. Kan ik dat ook nog eens gebruiken.

~~~

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.