Had ik mijn bipolaire stoornis maar eerder als een verhaal benaderd

Deze blogpost is deel 1 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag was de tweede bijeenkomst van ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant. Het was weer interessant, boeiend en inspirerend. Ik heb met mezelf afgesproken alles binnenskamers te houden omdat het natuurlijk wel over privacy gaat. Toch heb ik behoefte aan enige reflectie dus ik denk ik erover iedere woensdagavond in de digitale pen te kruipen.

Vandaag ging het over herstel en wat dan is. Daar mag je zelf over nadenken. Ik merkte alleen achteraf dat ik misschien voor mezelf een punt ben vergeten. Natuurlijk gaat het erom dat ik mijn leven weer kan leiden zonder last te hebben van mijn stoornis. Maar soms denk ik ook dat de depressie en de manieën nut moeten hebben gehad. En misschien was ik zonder depressie wel nooit gaan vertalen. En zo kan ook positieve gevolgen noemen van mijn manieën.

Toch heb ik het gevoel dat er meer moet zijn. Dat ik iets doe met wat ik heb meegemaakt. Mijn bijdrage, zeg maar. Dat mijn verhaal lotgenoten kan helpen. Via mijn te verschijnen boek. Maar ook via de manier waarop ik dat verhaal heb geschreven want de kern zit misschien wel in het woord verhaal. Ik hoor steeds indrukkende verhalen tijdens de bijeenkomst. Dat is ook niet gek want de mens is volgens mij nou eenmaal geprogrammeerd om verhalen te vertellen of er naar te kijken/luisteren.

Het leven als cliffhanger

Op de terugweg in de taxi en daarna onder het wandelen filosofeerde ik erop door. Een kenmerk van een verhaal is dat het je bij de strot kan grijpen en niet meer loslaat. Je blijft ermee bezig; je moet naar de laatste pagina of aflevering. Je wordt helemaal gek van al die cliffhangers. Je kunt het nauwelijks loslaten.

Onbewust heb ik na mijn manie van 2019 een verhaal van mijn stoornis gemaakt. Ik bleef mezelf maar uitdagen door de verhalen van de (voor)geschiedenis van mijn manie voor de geest te halen. Ik gebruikte simpele journalistieke vragen als Wie, Wat, Waarom, Wanneer, Waar en Hoe? Die hielpen om het verhaal concreet te maken. Beter te visualiseren. Ik moest mijn verhaal vertellen en was er elke dag mee bezig, alsof mijn leven ervanaf hing. Er moest iets zijn wat mij steeds triggerde en het moest te vinden zijn rond mijn manieën.

Leren van het contrast

Het was een hele zoektocht en een groot contrast met hoe ik daarvoor mijn behandeling vaak benaderde. Ik nam mijn medicatie dagelijks in en had iedere drie maanden of zo een gesprek. Dan keek ik een dag dan tevoren soms nog wel even naar mijn signaleringsplan. Ik las pagina 1, met de fase 0 ‘Alles gaat goed’. Dat klopte helemaal en ik stopte met lezen. Signalen waar ik alert moest zijn, zag ik zo maar zelden. Denk aan signalen bij Fase 1 ‘Het gaat iets minder’.

Mijn nieuwe aanpak, de zoektocht naar een verhaal, leverde me uiteindelijk op dat ik het verhaal van iedere manie kon navertellen. Zodanig goed navertellen dat ik in kon grijpen toen ik een klein jaar later in een nieuwe situatie een fragment uit dat verhaal herkende. Het werd nog mooier want het fragment hoorde bij de inleiding van het verhaal. Ik kon nog alle kanten, was nog niet in de ban van de stoornis. Dat was de grote winst bij de speurtocht naar mijn verhaal.

Vertel je herstel?

Wat me vandaag nog duidelijker is geworden, is dat ik anderen wil helpen met hun verhaal. Verhaaltechnieken zijn namelijk volgens mij in elke fase van het herstelproces bruikbaar. En misschien heb ik dan ook nog wat aan mijn opleiding Cultuurwetenschappen omdat daarin verhalen en verteltechnieken een belangrijke rol speelden. Kan ik dat ook nog eens gebruiken.

~~~

Verhalen: feiten én emoties

Deze blogpost is deel 2 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Eergisteren schreef ik naar aanleiding van de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant over de kracht van verhalen bij het herstel van mijn bipolaire stoornis. Had ik me het belang van verhalen maar eerder gerealiseerd. Niet zo slim van mezelf want ik ben nota bene afgestudeerd met een masterscriptie over avonturenverhalen. Arendsoog en Biggles, voor de liefhebbers. Het duurde even voor het kwartje viel en me eindelijk duidelijk was hoe belangrijk verhalen vertellen is bij herstel. Beter gezegd, ik ging op zoek naar mijn verhaal zonder dat ik daar bewust het label ”verhaal’ op plakte. Ik was op zoek naar waarom ik iedere keer manisch werd.

En dat deed ik door keer op keer mijn manische episodes na te lopen. Ik kon ze op een gegeven moment allemaal van A tot Z dromen. Daar heb ik typische vertel- en verhaaltechnieken voor gebruikt. Een journalistiek stuk geeft antwoord op de vragen Wie, Wat, Wanneer, Waarom, Waar en Hoe. En ik heb gemerkt, zo schreef ik eergisteren, dat die ook prima bruikbaar zijn voor het ontrafelen van een manie.

Emoties

Daarbij zijn nog een paar dingen van belang die ik vandaag wil bespreken. Het belangrijkste is dat goed verhaal bestaat uit feiten én emoties. Dus besteed met de vijf W’s en die ene H niet alleen aandacht aan de feiten, maar let vooral ook op hoe je voelde onder die feiten. De tijd dat we met z’n allen dachten dat we rationele wezens waren, ligt ver achter ons. In ieder geval achter mij. Ik weet dat voor een manie niet zozeer de feiten van belang zijn, maar de beleving van die feiten. De emotie bij de feiten bracht mij steeds in de problemen.

En daarom is het dus voor mij van groot belang om ook aandacht te besteden aan emoties. Het was de emotie ergernis die mij in de problemen bracht. Vroeger had ik niet in de gaten dat die ergernis mij op den duur ziek kon maken. Dus liet ik een ergernis z’n gang gaan en ging er dan tegenin. Nu weet ik gelukkig beter. Kom ik tegenwoordig een ergernis tegen dan stel ik me netjes voor en vraag ik me of die dan nog kleine ergernis de toekomstige moeite (en ellende) wel waard is. En dat is nooit het geval. Daarmee haal ik de emotie uit mijn ergernis en heb ik alsnog de keuze om nog eens naar de feiten van de ergernis te kijken. Als dat nog nodig is, want vaak blijkt dat iets helemaal niet zo erg is als ik dacht. Of ik heb het zelf niet in hand, maar dat is dan niet erg meer omdat de emotie er al uit is.

Kortom: besteed bij het vertellen van je eigen verhaal aandacht aan feiten, maar vergeet vooral de emoties niet. Met de emoties kom je veel beter tot de kern.

Naasten

Een tweede belangrijke punt is dat een verhaal de aanwezigheid van een ander veronderstelt. Je vertelt je verhaal aan een ander. Dat kan echt vertellen zijn. Aan een naaste, een lotgenoot of een behandelaar. Dat heeft als voordeel dat er nog iemand meer is die de vijf W’s en die ene H in kan zetten. Zelf heb ik daarnaast in mezelf aan vrienden verteld. Ik beeldde me in dat ze meedachten en vragen stelden die ik weer beantwoordde. Dat werkte voor mij prima, ook voor mijn boek. Zeker ook omdat ik naderhand nog echte feedback kreeg van proeflezers (aan wie ik al denkbeeldig had verteld).

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

De Kipling-methode – 5W1H (hoe ik mijn manieën tackelde)

Deze blogpost is deel 3 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

De vijf W’s en de ene H waar ik vorige week twee keer over schreef (hier en hier), lieten me niet los. Ik ben er dieper ingedoken en dat leverde interessante weetjes op. Ik kende de methode als stramien voor de opbouw van een nieuwsbericht in de krant. Een bericht moet antwoord geven op de vragen:

  • Wie?
  • Wat?
  • Waar?
  • Wanneer?
  • Waarom?
  • Hoe?

Maar wat ik leuk vind, is dat ik ontdekte dat de methode ook wel bekend staat als de Kipling-methode omdat die voor het eerst genoemd wordt in het gedicht The Elephant’s child uit Just So Stories (1902) van Rudyard Kipling (1865-1936).

I Keep six honest serving-men:
       (They taught me all I knew)
     Their names are What and Where and When
       And How and Why and Who.
     I send them over land and sea,
       I send them east and west;
     But after they have worked for me,
       I give them all a rest.

     I let them rest from nine till five.
       For I am busy then,
     As well as breakfast, lunch, and tea,
       For they are hungry men:
     But different folk have different views:
       I know a person small—
     She keeps ten million serving-men,
       Who get no rest at all!
     She sends ‘em abroad on her own affairs,
       From the second she opens her eyes—
     One million Hows, two million Wheres,
       And seven million Whys!

Lees Just So Stories op Project Gutenberg.

De Kipling-methode heb ik bewust en onbewust toegepast op het verhaal van mijn manieën helder te krijgen. En als het mij helpt, kan het misschien ook anderen helpen. Ik stel vragen, maar geef hier vanwege de privacy geen antwoord. Maar hopelijk geeft het wel een beeld hoe je de methode kunt gebruiken:

  • Wat? De manie van 2012
  • Wanneer?
  • Hoe lang duurde die
  • Van wanneer tot wanneer?
  • Waarom denk je dat?
  • Wie waren er in die periode allemaal bij betrokken?
  • Wat deden die mensen?
  • Hoe voelde je je daaronder?
  • Waarom voelde je je zo?
  • Wat deed je zelf?
  • Hoe verhoudt zich dit tot je andere manieën?
  • Enz enz. Gebruik hier vooral je fantasie.

Dit soort vragen ben ik mij na mijn vierde manie in 2019 zo ongeveer dagelijks gaan stellen. En het hielp. Ik kreeg van alle manieën een verhaal. En dat leidde er weer toe ik in 2020 ergernissen herkende als gemeenschappelijke deler van al mijn manieën. And the rest, as they say, is history.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Waardevolle verhalen voor iedereen

Deze blogpost is deel 4 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag was het weer ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant. Het is interessante leerstof, dat zeker, maar ik merk dat de verhalen van medecursisten en de facilitatoren nóg boeiender en inspirerender zijn. Die maken het echt leerzaam. Ieder heeft zijn eigen achtergrond en een labeltje (uit de DSM 5 bijvoorbeeld) maar wat zijn het stuk voor stuk prachtige en krachtige mensen. Daar kan iedereen wat van leren. En ik behoor ook tot de groep iedereen dus ik leer volop en ik heb er alle vertrouwen in dat ik blijf leren.

Vandaag hadden we het over stigma en empowerment. Je hebt stigma die je vanuit een groep opgelegd worden. Zo heb ik er wel eens last van dat mensen als ze mijn lichamelijke handicap zien, ze automatisch denken dat ik dan verstandelijk ook wel wat achterloop. Nou ja, ik heb er weleens ‘misbruik’ van gemaakt en ik heb toch maar een universitaire bachelor en master behaald.

Zelfstigma zijn ook lastig. Gelukkig heb ik er weinig last van gehad. Als iemand riep: ‘Dat kun jij niet, want dit of dat,’ liet ik me daar niet door in de put praten maar dacht ik vaak: ‘Dat zullen we nog weleens zien.’ En regelmatig lukte het me dan ook. Maar ik moet toegeven dat ik behoorlijk veel last heb gehad van de gedachte: ‘Waarom zou ik in godsnaam mijn studie proberen af te maken, als het dadelijk weer goed gaat, word ik toch weer manisch.’ En dat het misschien niet veel gescheeld of ik had het bijltje er zonder master bij neergegooid. Ik ben blij dat ik niet gedaan heb.

Zo’n verhalen komen tijdens de cursus bovendrijven, vooral ook bij anderen. En dat straalt zo’n kracht uit en dat geeft zo’n energie, maakt zo veel emotie vrij en geeft zo veel verbondenheid, dat ik het iedereen zou gunnen. Niet alleen iedereen die vanmiddag in dat zaaltje van de ggz aanwezig was, kan ervan leren, maar ik denk zelfs iedereen. En dat vind ik een mooie uitdaging. Want niet alleen deelnemen aan deze cursus is volgens mij empowerment – misschien kun je het vertalen met in je kracht komen -, het maakt bij mij veel los. En een deel daarvan zou weleens empowerment kunnen worden genoemd. Maar dat zien we wel in de toekomst.

~~~

Image by Victoria_rt from Pixabay

#WOT jarig

Deze blogpost is deel 5 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Sinds begin september ben ik het antwoord op alle vragen, ik ben dus nog lang niet jarig. Maar daar wil het vandaag niet over hebben, ik wil het hebben over kwartjes die langzaam vallen maar die zo mooi en troostend zijn dat het echte cadeautjes zijn die me het gevoel geven dat ik jarig ben. Zo’n kwartje viel bij mij vanmiddag tijdens de lunch. Het kwam door iets wat iemand gisteren tijdens de training tegen me ze zei. Dat drong ineens in volle schoonheid tot me door.

Het ging over empowerment en we mochten in tweetallen een pitch voorbereiden waarin iedereen een moment liet zien waarin hij of zij in zijn of haar kracht was gekomen. Achteraf moest iedereen dan die pitch houden en dat mocht ik dus ook doen. Na die pitch zei M. tegen mij en de groep dat ze het zo mooi vond dat ik veel dingen die ik tijdens een manie bedacht had, maar door die manie, niet tot uitvoering kon brengen, later alsnog deed.

Wat ze zei kwam gisteren al binnen, maar toen ik straks mijn soep neer binnen lepelde, drong pas echt door hoe waar de opmerking van M. was. En er drong nog iets tot me door, lees vooral verder. Ja, ik bedacht in 2012 een groepsblog, kon dat niet waarmaken, maar startte wel dit blog. En sloot me aan bij een soortgelijk blog als wat ik wilde starten, haalde er bijna een tijdschrift mee. En ik ben nog steeds bevriend met mensen die ik als gevolg van die manische actie leerde kennen.

Vanmiddag realiseerde ik me hoe waar en waardevol die opmerking van M. was. En nóg belangrijker: dat die niets zei over mijn manieën, maar over mijzelf. Want nadat ik hersteld was van een depressie haalde ik een jaar later alsnog mijn diploma en begon ik aan de vertaling van mijn eerste boek, vond iemand om het samen mee te doen. En 5 november is de presentatie van vertaling nr 11. Gimlet opnieuw in actie, zie www.biggles.nl voor meer details. Met inmiddels een heel team dat vertaalt en bijdraagt.

En toen ik hersteld was van mijn manie van 2019 en als klap op de vuurpijl na maanden dagelijks nadenken ook nog ontdekte dat ergernissen de basis van mijn manieën vormden, schreef ik daar met hulp en aanmoedigingen van onder anderen die eerdergenoemde en nieuwe vrienden in twee versies een boek over. Nu nog uitgeven, maar dat komt goed.

In een manische episode voel ik me geweldig en denk ik heel veel te kunnen. Het blijkt dat ik dan vooral verbaal een hoop kan. Maar het cadeautje waar ik me vandaag jarig door voelde, was het besef dat mijn creativiteit niks met mijn manieën te maken heeft, maar gewoon van mijzelf komt. En ik kan dankzij die creativiteit een heleboel. Dat doet me ook denken aan een compliment dat ik ooit kreeg van een vriendin. Zij zei ooit dat ze het zo mooi dat ik als ik dacht dat ik iets kon gebruiken, dat ik het dan gewoonte probeerde. En inderdaad, ook zij had gelijk. Ik kan die methode van harte aanbevelen, want wie zich jarig voelt, trakteert.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Niet acuut? Wacht dan even met behandelen: luister eerst

Deze blogpost is deel 6 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag had ik weer een bijeenkomst van Wijzer Werken Met Ervaring bij GGZ Oost Brabant. Zondag merkte ik al tijdens de voorbereidingen dat het weleens een moeilijke bijeenkomst kon worden. Twee brokken verwerkt leed in één bijeenkomst was toch wat veel. Maar opnieuw verwerken heeft absoluut nut, ook daar ben ik van overtuigd, waarom zou ik anders een week twitteren op @NL_Buitenbeentjes of een boek schrijven over mijn ervaringen. Daar had ik al aan gemerkt dat het aangaan van de confrontatie positief uit kon pakken.

Eigen overleefde ellende kan namelijk heel goed een drijfveer zijn om te proberen anderen te behoeden voor dingen die jij meegemaakt hebt. En de afgelopen dagen zat daar een voorbeeld van in mijn hoofd waardoor ik dertien jaar eerder bepaalde kennis had kunnen hebben. En het is niet onwaarschijnlijk dat mijn leven er dan totaal anders uit had gezien.

We gaan terug naar eind januari 2007. Ik ben net weer hersteld van een manie. Tenminste, ik ben niet meer manisch omdat ik goed en snel reageerde op de opnieuw voorgeschreven medicijnen. En mijn behandelaar is ook nog eens razend enthousiast omdat hij gelezen heeft over het signaleringsplan. Dat was volgens hem zo ongeveer de heilige graal in de behandeling. En zo’n signaleringsplan gingen we samen opstellen.

Ik had zoiets van: het zal wel, ik slik weer medicijnen, dus het zal goed komen. Maar dat die gedachte bij mij postgevat heeft, lijkt mijn behandelaar totaal te ontgaan. Afijn, we gaan aan een signaleringsplan werken. Vraag na vraag krijg ik een aantal gesprekken lang op me afgevuurd. Ik vind het eigenlijk maar niks, maar het zal wel. Gelukkig resulteert onze noeste arbeid in een signaleringsplan. Maar ik heb nog steeds het gevoel van: het zal allemaal wel, laat mij mijn medicijnen maar slikken, dan komt alles goed.

Vijftien jaar lang heb ik er niet de vinger op kunnen leggen waarom ik zo onverschillig was. Tot we het vorige week tijdens de WWME-bijeenkomst kregen over je gehoord voelen. Dat dat zo belangrijk was. En dat was precies wat ik me niet voelde bij die behandelaar. Ik had wel al zijn vragen beantwoord, maar dat was ook het enige. Hij leek alleen interesse te hebben in zijn vragen en veel minder in mij. Hij liet mij ook totaal niet vertellen wat ik te vertellen had.

De gevolgen waren desastreus

  • Er lag een ellenlang signaleringsplan.
  • Het was abstract en er viel niks in te herkennen van de manie van nauwelijks een paar maanden eerder.
  • De belangrijkste signalen ontbraken. Dát waar ik weken tegen Jan en Alleman over bezig was geweest, stond er niet in.
  • Dus was er niks te signaleren en werd ik nog twee keer manisch, met grote gevolgen als een keer baanverlies en steeds malaise na afloop.

Het enthousiasme en de behandeldrang pakte totaal verkeerd uit. Het enige wat die beste man had hoeven doen, was mij te laten vertellen wat er was gebeurd. Dan had ik het hem in geuren en kleuren verteld. En dan had hij als klap op de vuurpijl zonder er verder iets voor te hoeven doen, een signaleringsplan op kunnen stellen. Of ik een beetje kan vertellen? Lees hier wat rond, zou ik zeggen. Of vraag het aan de taaldocenten van mijn middelbare school. Ik geef je op briefje dat die nog precies weten waar ze waren tijdens mijn boekenbeurt bij hen.

Uiteindelijk heb ik medio/eind 2019 mezelf het verhaal maar verteld, kwam ik er daardoor een paar maanden later achter dat aanhoudende ergernissen en mijn reactie daarop de bron van mijn manieën waren. Zo’n ergernis als waar ik het eind 2006 dus steeds over had.

Toegegeven, ik was er zelf bij maar dat was mogelijk dertien jaar vertraging alleen omdat een behandelaar vergeet te luisteren. Maar: juist daarom wil ik dáárbij helpen. Gelukkig hoorde ik vanmiddag dat dat ook kon.

~~~

Afbeelding van WikimediaImages via Pixabay

#WOT Prikkels

Deze blogpost is deel 7 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Ik doe het uit vrije wil, ik was gewaarschuwd en ik was er dus op voorbereid. Dat dacht ik althans. Maar toch komen er door de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring’ soms/regelmatig/vaak veel prikkels op me af. Zo stond het huilen me zondag bij het maken van een huiswerkopdracht nader dan het lachen toen ik ontdekte dat ik mij lang geleden tijdens het opstellen van een signaleringsplan totaal niet gehoord voelde. Dat had grote gevolgen. En ik kon dus wel janken.

Maar de cursus biedt zo veel herkenning, erkenning, emoties en leermomenten dat ik het tot nu toe voor geen goud had willen missen. Ik leer zo veel van de andere deelnemers dat ik de vele prikkels graag voor lief neem. Zoals iemand zei: je komt niet weg met flauwekul. Juist door de ‘been there, done that’ herkenning die er is. Je weet het van elkaar, soms al zonder woorden. En ik wist dus op voorhand al dat ik er doorheen moest. En daar heb ik niet lang over getwijfeld, want voor mijn boek gold dat ook. Daarvoor moest ik ook een hoop drek door. Maar voor het goede doel heb ik dat zonder meer over. En ik zit eerlijk gezegd alweer verder te dromen. Maar daar droom ik nog even over verder voor ik er hier verder iets over loslaat.

Maar toch: ervaringsdeskundigheid draait voor een groot deel om omgaan met prikkels. En dat lukt me heel aardig, voor zover je daar na vier bijeenkomsten iets over kunt zeggen. Maar als ik er mijn signaleringsplan langs leg – dat korte van nu dat ik van buiten ken, niet dat lange van lang geleden waar ik geen touw aan vast kon knopen – dan staan alle signalen nog op groen, en hebben dat steeds gestaan. En dat is sinds tweeënhalf jaar mijn maatstaf.

En dat is allemaal zo gekomen omdat ik ontdekte dat ik voor mijn bipolaire stoornis last had van de prikkel ergernis. Met die prikkel ga ik nu heel anders om. Vroeger ging ik frontaal de aanval in, zeker als de ergernis langer aanhield. Tegenwoordig bekijk ik de ergernis en vraag me af of die een manie en de daaropvolgende anderhalf jaar ellende waard zijn. Dat is nooit het geval en daarmee is de angel uit de ergernis en kan ik als ik dat nodig vind nog inhoudelijk reageren op die voormalige ergernis. Bijvoorbeeld als het mij ergert dat ik iets moet doen. Als ik mij daar niet meer aan erger, kan datgene wat ik moest doen, veel makkelijker uitvoeren.

Het klinkt misschien als een filosofische kijk op ergernissen of prikkels maar voor mij werkt het. Het kostte een beetje oefening, maar ik heb ik zo veel baat bij dat ik er dus een boek over schreef en nu een cursus volg. En misschien ga ik dan nog wel ooit cursussen omgaan met ergernissen geven.

~~~

Afbeelding van OJart via Pixabay

Manieën: van het opsporen en elimineren van de bron naar een betere stemming

Deze blogpost is deel 8 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Toen ik na mijn manie van 2019 dankzij de flink opgehoogde medicatie eindelijk weer eens een tijd fatsoenlijk sliep en ik langzaam bij mijn positieven kwam, waren er naast de teleurstelling dat het me toch weer opnieuw overkomen was (ik had al drie keer eerder een manie gehad) twee gevoelens die voor mij erg belangrijk waren en die houvast boden. Het eerste was het gevoel dat ik nog precies wist wat er in de aanloop naar deze manie was gebeurd. Het tweede gevoel was dat de sleutel ergens in deze manische episode verborgen moest zijn.

En dat waren gevoelens die hoop boden en waar ik me aan vastklampte want ik was het gebeuren met die manieën en die ellende daarna helemaal zat. En ik had dus een idee waar ik het moest zoeken. Maar hoe moest ik dat aanpakken? Als ik het idee dat ik nog zo goed wist, wat er alleen aan de manie vooraf was gegaan, moest ik dat ik ook maar bewijzen. Ik besloot dus de aanloop naar de manie zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Mezelf het verhaal vertellen van de manie. Wat had ik allemaal gedaan? Wie waren erbij betrokken? Wat deden die? Hoe voelde ik me (daaronder)? Ik paste min of meer de Kipling-methode toe. Zo veel mogelijk vragen bedenken met Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe? En die vragen vervolgens zo uitgebreid mogelijk beantwoorden.

Wat ook belangrijk was, was dat ik tijdens deze speurtocht speciaal aandacht had voor emoties die ik gevoeld. Dat had uit het verleden geleerd. Tijdens mijn manie van 2006 kocht ik allerlei buitenlandse tijdschriften. Het kwam in mijn signaleringsplan, dus wat deed ik tijdens mijn manie van 2012? Ik leende allerlei vertaalde buitenlandse dichtbundels en romans bij de bibliotheek. En ik maakte mezelf wijs dat dat totaal iets anders was. Gelukkig heb ik daarvan geleerd dat ze werden aangestuurd vanuit dezelfde emotie en dat het dus veel beter om de emotie in kaart te brengen die het handelen stuurt. Want een emotie regelt echt wel dat ik B doe als A niet mag.

Zo bracht ik dus de manie die net voorbij was in kaart. Daar heb ik wel de tijd voor genomen want het lukte me niet om het verhaal in één keer duidelijk te krijgen. Dat wilde ik ook niet want het was me duidelijk dat ik naar alle waarschijnlijk veel te snel klaar zou zijn en het risico zou lopen dat ik veel zou missen. In plaats daarvan heb ik de tijd voor genomen, dook ik zeg maar wekenlang regelmatig mijn eigen geschiedenisboeken in. Dat was niet makkelijk maar het leek me de manier om uiteindelijk de code te kraken. En daar had ik veel voor over.

Uiteindelijk leverde het een beeld op van de manie waarmee ik tevreden was. Maar omdat manieën volgens mij ontstaan bij de gratie van patronen heb ik daarna ook nog op dezelfde manier gekeken naar de manieën van 2012, 2006 en 2002. Daar bleek ik ook veel vanaf te weten en het in kaart brengen ging sneller. Toch had ik nog steeds niet beet.

Toch had het in kaart brengen van de manieën wel degelijk nut had, want toen ik een jaar later een bepaalde emotie, namelijk ergernis, in het wild waarnam, herkende ik die van de manie van 2019. En ik kon meteen doorschakelen: ook van 2012, 2006 en 2002. Iedere keer had ik een ergernis, steeds helemaal aan het begin van de episode. Zou ik dan echt?

Ja, wist ik meteen. Dit is het. Weliswaar had ik me tijdens iedere episode aan iets anders geërgerd, de ergernis was er wel degelijk geweest. En er werd me nog iets duidelijk: ik had me steeds geërgerd aan iets wat langere tijd voortduurde – bijvoorbeeld taalfouten in een reader van een vak met verplichte colleges – en de ergernis was steeds groter geworden. En omdat de ergernis steeds groter werd, ging ik er steeds harder tegenin. Denk daarbij aan bij alles en iedereen afgeven op de mevrouw die al die taalfouten maakte. En dat veroorzaakte dus uiteindelijk steeds een manie. Maar pas in april 2020, zo veel later, was me de oorzaak duidelijk geworden.

Daar had ik het dus: ergernissen. Maar wat moest ik nu met die kennis?

Gelukkig wist ik op die vraag meteen het antwoord. Ik was altijd meer dan bewust geweest van die ergernissen. Alleen bracht ik ze nooit in verband met mijn manieën. Nu ik dat wel deed, betekende dat dus dat ik alert moest zijn op ergernissen. En dat ik ze in het verleden zo duidelijk had gevoeld, was nu een steuntje in de rug. Ik had er alle vertrouwen in dat ik ergernissen kon herkennen als ze zich voordeden. Ik heb het echt wel door als ik me erger. De echte vraag was dan ook niet of ik ergernissen zou herkennen als ik ze tegenkwam, maar wat ik in zo’n geval moest doen.

En ook dat was duidelijk: ik moest anders reageren. Wat ik in het verleden had gedaan, ertegenin gaan, was een soort automatische reactie geweest. Misschien net zoiets als ’s avonds de televisie aanzetten als je gaat eten. Dat doe je ook zonder erbij na te denken, gewoon omdat je het gisteren, vorige week en vorige maand ook al deed. Het was dus zaak om deze automatische reactie eruit te halen. Het hielp daarbij enorm dat ik al bewust nadacht over die ergernissen. Voelde ik er eentje, dan was ik alert. Wat ik besloot te doen, en wat nu al 2,5 jaar goed werkt, was de ergernis goed te bekijken: wat was hier aan de hand? En vooral de vervolgvraag bleek erg goed te werken: is deze ergernis mij een manie en alle gevolgen daarna waard? Het antwoord is tot nu toe altijd nee geweest.

En zo heb ik steeds mijn ergernissen ontmanteld, want ik zag steeds dat de ergernis niet de moeite waard was om tegenin te gaan. De automatische ‘vecht’ reactie uit het verleden was weg en ik ging verder met datgene waar ik mee bezig was. Zonder me te ergeren. Soms moet ik dan nog iets dan waaraan ik me ergerde, maar door de emotie eruit te halen, de ergernis, vallen dat soort dingen ook best mee. Soms zijn ze zelfs onverwachts leuk.

Deze methode gebruik ik nu al 2,5 jaar tegen mijn bipolaire stoornis. Naast medicijnen en gesprekken. Deze drieslag werkt voor mij uitstekend. En het valt me de laatste tijd op dat er nog een leuke bijkomstigheid is bij het vroegtijdig signaleren van ergernissen. Ik had er nooit zo bij stilgestaan, maar het lijkt erop dat er veel emoties binnenkomen als kleine ergernissen. En dat hoe ik dan reageer, bepaalt wat ze worden. Ik krijg steeds meer het vermoeden dat ik zelf in hand de hand heb of ik ergens boos over word, of om moet mokken. Omdat ik ze klein binnen zie komen als ergernissen en er dan goed naar kijk, blaas ik ze veel minder snel op tot iets vervelends.

En dat leidt er weer toe dat ik merk dat mijn stemming beter wordt. Daar moet toch nog wat beter op letten want ik vind het wel een mooie bijkomstigheid. En natuurlijk, ik durf niet te zeggen of dit werkt voor iets zwaars als rouw, verdriet of trauma. Daar heb ik geen recente ervaring mee. En trauma heb ik gelukkig helemaal nooit meegemaakt. Dus daar kan ik niks over zeggen. Maar ik ben allang blij met de mooie resultaten die ik met deze methodiek voor mezelf bereik.

~~~

Afbeelding van Dan Fador via Pixabay

Een diagnose kan niet zonder luisterend oor

Deze blogpost is deel 9 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Ben ik gehandicapt of heb ik een handicap? Het maakt me weinig uit, ik weet dat ik zo veel meer ben dan mijn handicap. Toch realiseer ik me dat er meer aan de hand is. Ik was ooit blij dat manische depressiviteit een bipolaire stoornis ging heten. De depressiviteit is bij mij nooit manisch geweest en in mijn beleving gaat het vooral om twee polen. Toch ben ik me ervan bewust dat het woord stoornis in bipolaire stoornis voor problemen kan zorgen. Een stoornis kun je beschouwen als een afwijking van het normale. En dat vind ik bedenkelijk. Wie bepaalt immers wat normaal is? Jij? Ik? De dokter? (En welke dokter dan?) De maatschappij?

Het risico dat hier ontstaat, zit in het normatieve. Dat bipolaire voldoet niet aan de norm, dus heet het een bipolaire stoornis. En aan een stoornis moet je wat doen. Behandelen bijvoorbeeld. En daar is niks mis mee zo lang je altijd oog hebt voor de mens die toevallig de stoornis heeft die moet worden behandeld. En dat behandelen is op zich een goede zaak want zowel de patiënt als de mensen om hem of haar heen kunnen last hebben van die stoornis. Het is daarom heel verstandig om goed te kijken of er handreikingen te vinden zijn die leven met een bepaalde stoornis eenvoudiger maken.

De stoornis maakt het leven namelijk niet eenvoudiger. Dus is hulp meer dan welkom. Helaas heb ik in de praktijk meegemaakt dat het een stuk ingewikkelder is dan het moet zijn. En ik heb de indruk at dat in mijn geval – en ik wil hier verder niet generaliseren – niet helemaal goed gegaan is. Ik had het label ‘bipolaire stoornis’ en daar was ooit een nieuwe behandelmethode voor. En toen ik eind 2006 een manie kreeg, wilde mijn behandelaar – nadat ik met extra medicijnen begin 2007 weer was geland – mij gaan behandelen met die nieuwe methode. Rare gedachte natuurlijk, een behandelaar die wil behandelen. Maar blijf even bij me, ik kom zo bij mijn punt.

Er had meer moeten zijn dan het signaleringsplan

Die nieuwe methode was het signaleringsplan. De bedoeling daarvan is de je signalen in kaart brengt die erop kunnen wijzen dat er iets met je aan de hand is. Zo plotseling veel minder slapen maar toch fitter worden een beruchte aanwijzing dat er een manie aan kan komen. En ten overvloede en voor alle duidelijkheid: nu én begin 2007, wilde ik nooit meer een manie of depressie want is een doffe ellende. Dus ik was erop gebrand mezelf die ellende voortaan te besparen. Gelukkig hadden we na een reeks gesprekken een signaleringsplan.

Helaas bleek dat signaleringsplan totaal niet toereikend. Toen ik bezig was aan mijn boek heb ik het nogmaals doorgelezen. Het was een regelrechte ramp. Er was niets maar dan ook werkelijk niets wat te herleiden was tot de manie van een paar maanden voor ik met mijn behandelaar het signaleringsplan opstelde. Ik ben er zelf bij geweest, maar ik begreep er jarenlang niets van. Na de manie van 2012 heb ik weliswaar een paar herleidbare signalen toegevoegd maar ook dat baatte later niet.

Pas vorige maand werd me duidelijk wat er misging. Dat kwam door de cursus Wijzer Werken Met Ervaring. Daar kwam aan de orde dat het zo belangrijk is dat je gehoord voelt. En precies dat gevoel had ik nooit bij die behandelaar. Hij wilde vooral behandelen met dat signaleringsplan waar hij zo hoog over opgaf. (En een goed signaleringsplan is prachtig. Ik heb er 2,5 jaar geleden zelf eentje gemaakt, lees dat binnenkort maar in mijn boek.) Maar hij was zó druk bezig met dat plan, dat hij vooral vragen stelde en amper naar mijn antwoorden luisterde. Had hij maar wat meer geluisterd en minder vragen gesteld.

Toevallig ben ik goed in het vertellen van verhalen, daar komt af en toe iets zinnigs uit. Maar doordat hij mij nooit echt liet vertellen, voelde ik me niet gehoord en nam ik het signaleringsplan niet serieus. Terwijl het een mooie aanvulling is op de medicijnen waar ik wél in geloofde. Had de beste man maar meer oog voor mij gehad. Aandacht voor de ander is volgens mij de eerste stap (niet alleen binnen de ggz). Luister naar elkaar. Bekijk hoe je elkaar samen kunt helpen. Volgens mij kan dat nuttig zijn, los van labels of diagnoses. Een diagnose kan handreikingen bieden, maar vergeet nooit dat bij een diagnose een mens hoort.

En mijn ervaring met de ggz is dat dat behandelen begint bij luisteren, luisteren, dan nog eens luisteren. En daarna komt weer luisteren. Dat geldt voor behandelaars, cliënten en naasten. Luister naar elkaar, leer van elkaar, kijk wat nodig is, pas je aan elkaar aan. Het kunnen soms hele kleine dingen zijn. Misschien was ik in 2006 wel nooit manisch geworden als een bepaalde docente de moeite had genomen om haar reader op spelfouten te laten controleren. Ik ergerde me wekenlang gruwelijk aan al die spelfouten en ik kwam er 2,5 jaar geleden achter dat dát mijn trigger was. Het is maar een simpel voorbeeld van rekening houden met elkaar, maar het kan helpen je in elkaar te verdiepen én blijven verdiepen.

~~~

Afbeelding van Couleur via Pixabay

#wot kissebissen

Deze blogpost is deel 10 van 15 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Normaal ben ik niet zo van het kissebissen, zonde van mijn tijd, ik gun de ander zijn of haar mening en ben in de regel vrij meegaand. Maar niet nu…

Gisteren was het namelijk weer Wijzer Werken Met Ervaring en we moesten een onderzoeksvraag bedenken over een aspect van ervaringsdeskundigheid dat je wilde bestuderen en/of waar je zelf mee aan de slag wilde gaan. En ja, dat kon in mijn geval natuurlijk maar één onderwerp zijn. Immers: veel lezen wat los en vast zit, Cultuurwetenschappen gestudeerd, boeken vertaald, tien jaar bloggen, zelf een boek geschreven over mijn bipolaire stoornis en hoe ik daarmee heb geleerd om te gaan.

Dan blijft alleen deze onderzoeksvraag staan: hoe kan ik als ervaringsdeskundige verhalen inzetten?

Inmiddels heb ik wat rondgekeken hier en daar en dan zie ik toch enige aanleiding om te kissebissen. Ik bekeek wat cursussen herstelverhalen schrijven. En daar was niks mee, want ik ben ervan overtuigd dat je er inderdaad goede herstelverhalen mee kunt schrijven. Maar ik miste behoorlijk wat elementen die in mijn ogen onmisbaar zijn bij het vertellen van verhalen binnen de ggz, binnen elk verband eigenlijk.

De manier waarop ik zelf verhalen heb ingezet, verschilt namelijk behoorlijk van de aangeboden cursussen. Nou heb je misschien al het verschil gemerkt in bewoording. Herstelverhaal of verhaal. En dat maakt een slok op de borrel uit. Strikt genomen klopt dat overigens ook weer niet omdat er verschillende fases zijn in het herstelproces, je kunt bijvoorbeeld nog helemaal overweldigd zijn door je ziekte (fase 1); of een fase zitten dat je leeft voorbij je ziekte (4e, laatste fase).

Ik ga het nogmaals bekijken maar ik had de indruk dat veel cursussen vooral terugblikken vanaf het moment dat de ziekte/stoornis al behoorlijk onder controle is. Verwerking van geleden leed. In de cursus wordt het overigens ook min of meer zo gebruikt.

Het is namelijk precies datgene waar ik over wil kissebissen, als dat nodig is. De verhalen die ik heb verteld, hebben ervoor gezorgd dat ik – afkloppen – mijn bipolaire stoornis onder controle kreeg. Die technieken waren namelijk dezelfde als ik daarna heb gebruikt bij het schrijven van mijn boek. Minus het typen dan. Ze hebben hét verschil gemaakt in het beloop van mijn ziekte.

Ik wil daarom een lans breken voor het inzetten van verhalen bij het herstel, niet alleen bij het schrijven van herstelverhalen. En dan heb ik ook nog wel een paar technieken achter de hand die daarbij kunnen helpen. Die verder reiken dan alleen verhalen.

#WOT Word on Thursday

~~~

Afbeelding van marioosh via Pixabay