Manieën: van het opsporen en elimineren van de bron naar een betere stemming

Toen ik na mijn manie van 2019 dankzij de flink opgehoogde medicatie eindelijk weer eens een tijd fatsoenlijk sliep en ik langzaam bij mijn positieven kwam, waren er naast de teleurstelling dat het me toch weer opnieuw overkomen was (ik had al drie keer eerder een manie gehad) twee gevoelens die voor mij erg belangrijk waren en die houvast boden. Het eerste was het gevoel dat ik nog precies wist wat er in de aanloop naar deze manie was gebeurd. Het tweede gevoel was dat de sleutel ergens in deze manische episode verborgen moest zijn.

En dat waren gevoelens die hoop boden en waar ik me aan vastklampte want ik was het gebeuren met die manieën en die ellende daarna helemaal zat. En ik had dus een idee waar ik het moest zoeken. Maar hoe moest ik dat aanpakken? Als ik het idee dat ik nog zo goed wist, wat er alleen aan de manie vooraf was gegaan, moest ik dat ik ook maar bewijzen. Ik besloot dus de aanloop naar de manie zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Mezelf het verhaal vertellen van de manie. Wat had ik allemaal gedaan? Wie waren erbij betrokken? Wat deden die? Hoe voelde ik me (daaronder)? Ik paste min of meer de Kipling-methode toe. Zo veel mogelijk vragen bedenken met Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe? En die vragen vervolgens zo uitgebreid mogelijk beantwoorden.

Wat ook belangrijk was, was dat ik tijdens deze speurtocht speciaal aandacht had voor emoties die ik gevoeld. Dat had uit het verleden geleerd. Tijdens mijn manie van 2006 kocht ik allerlei buitenlandse tijdschriften. Het kwam in mijn signaleringsplan, dus wat deed ik tijdens mijn manie van 2012? Ik leende allerlei vertaalde buitenlandse dichtbundels en romans bij de bibliotheek. En ik maakte mezelf wijs dat dat totaal iets anders was. Gelukkig heb ik daarvan geleerd dat ze werden aangestuurd vanuit dezelfde emotie en dat het dus veel beter om de emotie in kaart te brengen die het handelen stuurt. Want een emotie regelt echt wel dat ik B doe als A niet mag.

Zo bracht ik dus de manie die net voorbij was in kaart. Daar heb ik wel de tijd voor genomen want het lukte me niet om het verhaal in één keer duidelijk te krijgen. Dat wilde ik ook niet want het was me duidelijk dat ik naar alle waarschijnlijk veel te snel klaar zou zijn en het risico zou lopen dat ik veel zou missen. In plaats daarvan heb ik de tijd voor genomen, dook ik zeg maar wekenlang regelmatig mijn eigen geschiedenisboeken in. Dat was niet makkelijk maar het leek me de manier om uiteindelijk de code te kraken. En daar had ik veel voor over.

Uiteindelijk leverde het een beeld op van de manie waarmee ik tevreden was. Maar omdat manieën volgens mij ontstaan bij de gratie van patronen heb ik daarna ook nog op dezelfde manier gekeken naar de manieën van 2012, 2006 en 2002. Daar bleek ik ook veel vanaf te weten en het in kaart brengen ging sneller. Toch had ik nog steeds niet beet.

Toch had het in kaart brengen van de manieën wel degelijk nut had, want toen ik een jaar later een bepaalde emotie, namelijk ergernis, in het wild waarnam, herkende ik die van de manie van 2019. En ik kon meteen doorschakelen: ook van 2012, 2006 en 2002. Iedere keer had ik een ergernis, steeds helemaal aan het begin van de episode. Zou ik dan echt?

Ja, wist ik meteen. Dit is het. Weliswaar had ik me tijdens iedere episode aan iets anders geërgerd, de ergernis was er wel degelijk geweest. En er werd me nog iets duidelijk: ik had me steeds geërgerd aan iets wat langere tijd voortduurde – bijvoorbeeld taalfouten in een reader van een vak met verplichte colleges – en de ergernis was steeds groter geworden. En omdat de ergernis steeds groter werd, ging ik er steeds harder tegenin. Denk daarbij aan bij alles en iedereen afgeven op de mevrouw die al die taalfouten maakte. En dat veroorzaakte dus uiteindelijk steeds een manie. Maar pas in april 2020, zo veel later, was me de oorzaak duidelijk geworden.

Daar had ik het dus: ergernissen. Maar wat moest ik nu met die kennis?

Gelukkig wist ik op die vraag meteen het antwoord. Ik was altijd meer dan bewust geweest van die ergernissen. Alleen bracht ik ze nooit in verband met mijn manieën. Nu ik dat wel deed, betekende dat dus dat ik alert moest zijn op ergernissen. En dat ik ze in het verleden zo duidelijk had gevoeld, was nu een steuntje in de rug. Ik had er alle vertrouwen in dat ik ergernissen kon herkennen als ze zich voordeden. Ik heb het echt wel door als ik me erger. De echte vraag was dan ook niet of ik ergernissen zou herkennen als ik ze tegenkwam, maar wat ik in zo’n geval moest doen.

En ook dat was duidelijk: ik moest anders reageren. Wat ik in het verleden had gedaan, ertegenin gaan, was een soort automatische reactie geweest. Misschien net zoiets als ’s avonds de televisie aanzetten als je gaat eten. Dat doe je ook zonder erbij na te denken, gewoon omdat je het gisteren, vorige week en vorige maand ook al deed. Het was dus zaak om deze automatische reactie eruit te halen. Het hielp daarbij enorm dat ik al bewust nadacht over die ergernissen. Voelde ik er eentje, dan was ik alert. Wat ik besloot te doen, en wat nu al 2,5 jaar goed werkt, was de ergernis goed te bekijken: wat was hier aan de hand? En vooral de vervolgvraag bleek erg goed te werken: is deze ergernis mij een manie en alle gevolgen daarna waard? Het antwoord is tot nu toe altijd nee geweest.

En zo heb ik steeds mijn ergernissen ontmanteld, want ik zag steeds dat de ergernis niet de moeite waard was om tegenin te gaan. De automatische ‘vecht’ reactie uit het verleden was weg en ik ging verder met datgene waar ik mee bezig was. Zonder me te ergeren. Soms moet ik dan nog iets dan waaraan ik me ergerde, maar door de emotie eruit te halen, de ergernis, vallen dat soort dingen ook best mee. Soms zijn ze zelfs onverwachts leuk.

Deze methode gebruik ik nu al 2,5 jaar tegen mijn bipolaire stoornis. Naast medicijnen en gesprekken. Deze drieslag werkt voor mij uitstekend. En het valt me de laatste tijd op dat er nog een leuke bijkomstigheid is bij het vroegtijdig signaleren van ergernissen. Ik had er nooit zo bij stilgestaan, maar het lijkt erop dat er veel emoties binnenkomen als kleine ergernissen. En dat hoe ik dan reageer, bepaalt wat ze worden. Ik krijg steeds meer het vermoeden dat ik zelf in hand de hand heb of ik ergens boos over word, of om moet mokken. Omdat ik ze klein binnen zie komen als ergernissen en er dan goed naar kijk, blaas ik ze veel minder snel op tot iets vervelends.

En dat leidt er weer toe dat ik merk dat mijn stemming beter wordt. Daar moet toch nog wat beter op letten want ik vind het wel een mooie bijkomstigheid. En natuurlijk, ik durf niet te zeggen of dit werkt voor iets zwaars als rouw, verdriet of trauma. Daar heb ik geen recente ervaring mee. En trauma heb ik gelukkig helemaal nooit meegemaakt. Dus daar kan ik niks over zeggen. Maar ik ben allang blij met de mooie resultaten die ik met deze methodiek voor mezelf bereik.

~~~

Afbeelding van Dan Fador via Pixabay

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.