Verhalen: feiten én emoties

Eergisteren schreef ik naar aanleiding van de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant over de kracht van verhalen bij het herstel van mijn bipolaire stoornis. Had ik me het belang van verhalen maar eerder gerealiseerd. Niet zo slim van mezelf want ik ben nota bene afgestudeerd met een masterscriptie over avonturenverhalen. Arendsoog en Biggles, voor de liefhebbers. Het duurde even voor het kwartje viel en me eindelijk duidelijk was hoe belangrijk verhalen vertellen is bij herstel. Beter gezegd, ik ging op zoek naar mijn verhaal zonder dat ik daar bewust het label ”verhaal’ op plakte. Ik was op zoek naar waarom ik iedere keer manisch werd.

En dat deed ik door keer op keer mijn manische episodes na te lopen. Ik kon ze op een gegeven moment allemaal van A tot Z dromen. Daar heb ik typische vertel- en verhaaltechnieken voor gebruikt. Een journalistiek stuk geeft antwoord op de vragen Wie, Wat, Wanneer, Waarom, Waar en Hoe. En ik heb gemerkt, zo schreef ik eergisteren, dat die ook prima bruikbaar zijn voor het ontrafelen van een manie.

Emoties

Daarbij zijn nog een paar dingen van belang die ik vandaag wil bespreken. Het belangrijkste is dat goed verhaal bestaat uit feiten én emoties. Dus besteed met de vijf W’s en die ene H niet alleen aandacht aan de feiten, maar let vooral ook op hoe je voelde onder die feiten. De tijd dat we met z’n allen dachten dat we rationele wezens waren, ligt ver achter ons. In ieder geval achter mij. Ik weet dat voor een manie niet zozeer de feiten van belang zijn, maar de beleving van die feiten. De emotie bij de feiten bracht mij steeds in de problemen.

En daarom is het dus voor mij van groot belang om ook aandacht te besteden aan emoties. Het was de emotie ergernis die mij in de problemen bracht. Vroeger had ik niet in de gaten dat die ergernis mij op den duur ziek kon maken. Dus liet ik een ergernis z’n gang gaan en ging er dan tegenin. Nu weet ik gelukkig beter. Kom ik tegenwoordig een ergernis tegen dan stel ik me netjes voor en vraag ik me of die dan nog kleine ergernis de toekomstige moeite (en ellende) wel waard is. En dat is nooit het geval. Daarmee haal ik de emotie uit mijn ergernis en heb ik alsnog de keuze om nog eens naar de feiten van de ergernis te kijken. Als dat nog nodig is, want vaak blijkt dat iets helemaal niet zo erg is als ik dacht. Of ik heb het zelf niet in hand, maar dat is dan niet erg meer omdat de emotie er al uit is.

Kortom: besteed bij het vertellen van je eigen verhaal aandacht aan feiten, maar vergeet vooral de emoties niet. Met de emoties kom je veel beter tot de kern.

Naasten

Een tweede belangrijke punt is dat een verhaal de aanwezigheid van een ander veronderstelt. Je vertelt je verhaal aan een ander. Dat kan echt vertellen zijn. Aan een naaste, een lotgenoot of een behandelaar. Dat heeft als voordeel dat er nog iemand meer is die de vijf W’s en die ene H in kan zetten. Zelf heb ik daarnaast in mezelf aan vrienden verteld. Ik beeldde me in dat ze meedachten en vragen stelden die ik weer beantwoordde. Dat werkte voor mij prima, ook voor mijn boek. Zeker ook omdat ik naderhand nog echte feedback kreeg van proeflezers (aan wie ik al denkbeeldig had verteld).

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.