Signaleringsplan: is een signaal oorzaak of gevolg?

Gisteren en 30 maart schreef ik uit enthousiasme bijna twee keer dezelfde blogpost. Het viel me pas op toen ik op ‘Publiceren’ had geklikt. Vergelijk zelf maar. Ik laat beide posts staan want in de post van gisteren zit voor mij een belangrijke aanvulling op die van vorige week. Ik maak iets explicieter. Iets wat ik eerder had moeten weten. Dat ik het niet wist, zorgde namelijk voor een hoop ellende want ik liep daardoor steeds achter de feiten aan. Feiten die bovendien al met me aan de haal waren gegaan waardoor de situatie ombuigen voor mij of voor mensen in mijn omgeving erg moeilijk was.

Het heeft te maken met mijn bipolaire stoornis. Het gaat om een weeffout in mijn signaleringsplan dat ik al jaren gebruik. Althans, ik beschouw het als een weeffout. En uiteraard heb ik die inmiddels hersteld. Ik heb jarenlang een uitgebreid signaleringsplan gehad. Met vier stadia: het gaat goed, het gaat iets minder, het gaat slecht en psychotische crisis. En per onderdeel had ik dan liefst een volle pagina met allerlei signalen waarop ik moest letten. Dat waren vooral dingen die ik deed en veel minder over hoe ik me daarbij voelde. Ik lette dan ook vooral op dingen die ik deed. Maar de denkfout die ik maakte was dat ik dacht dat die dingen die ik deed mijn manie veroorzaakten. Vandaar dat ik bijvoorbeeld weinig twitterde.

Inmiddels hoop ik een stuk wijzer te zijn en is me duidelijk geworden dat die dingen die ik deed en waarvan ik dacht dat die mijn manie veroorzaakten zelf een gevolg waren van de manie. In mijn hoofd had ik oorzaak en gevolg omgedraaid. Niet wat ik deed veroorzaakte de manie maar wat ik voelde. Omdat ik iets voelde wat ik niet prettig vond, stapte ik als het ware in de trein richting manie en deed ik inderdaad dingen die in het signaleringsplan stonden. Maar dat was een gevolg van, nooit de oorzaak waar ik het jaren voor heb versleten. En omdat een gevolg na de oorzaak komt, was ik dus vaak te laat.

En zelfs al herkende ik een signaal dan zag het er in mijn beleving vaak net als anders uit dan eerder en wimpelde ik het af. Nu realiseer ik me dat dat kwam doordat ik in het verleden bij het signaleren dus al verder in de richting van mijn manie was dan ik zelf in de gaten had. En dus stuurde mijn manie mijn denken al veel meer dan ik dacht.

Gelukkig realiseer ik me nu dat ik veel moet letten op de gevoelens die leiden tot het doen van dingen uit mijn signaleringsplan. Dan vang ik zowel oorzaak – het gevoel – als het gevolg – wat ik doe. Dat is bij mij tamelijk onschuldig zoals veel buitenlandse tijdschriften kopen. Maar het had evengoed drankgebruik kunnen zijn. En dan is vroeg signaleren en ook letten op voorafgaande gevoelens erg belangrijk. Ik ben blij dat ik dat nu doe want daardoor ben ik er eerder bij en dat maakt dat al twee jaar goed gaat en daar ben ik ontzettend blij mee.

~~~

Afbeelding van SparrowsHome via Pixabay

Ik durf eindelijk op Twitter

Al jaren heb ik een Twitteraccount maar ik deed er nauwelijks iets mee. Ik beperkte me tot #blogpraat want dat voelde veilig. En ik postte de link naar mijn nieuwste blog. Dat was het eigenlijk wel. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik introvert ben maar ik kan er eigenlijk niet omheen dat mijn bipolaire stoornis ook een belangrijke rol speelde. In 2012 had ik namelijk een flinke manie die me helaas mijn baan kostte. Toen ik dankzij het ophogen van mijn medicijnen weer opgeknapt was, ging ik met mijn behandelaar analyseren.

En wat opviel: in de aanloop naar mijn manie had ik mijn blog opgestart en had ik veelvuldig contact met anderen via Twitter. Klopte als een bus, ik kon er niks tegen inbrengen. Ik kreeg het advies een tijdje te stoppen met bloggen en het twitteren te minderen. Beide heb ik gedaan. Bloggen miste ik na een half jaar zo erg dat ik toch weer begon, maar Twitter werd nooit echt wat behalve dat wat ik net al noemde. Ik had een verband gelegd tussen mijn manie en Twitter. En die connectie bleef lang hangen in mijn hoofd, hangt daar nu eigenlijk nog (een beetje).

Maar klopte dat verband eigenlijk wel?

Het was mijn behandelaar opgevallen dat ik meer twitterde en blogde dan eerder. Als ik daar nu over nadenk, zie ik echt wel in dat dat nergens op sloeg. Mijn blog was net nieuw en op mijn Twitteraccount zat ook nog geen stof. Ik ging het namelijk pas net gebruiken. Maar: het is een communicatiemiddel en ik gebruikte het inderdaad om mijn gelijk te halen en ik legde meer contacten. Maar ja, daar is het Twitter voor, ik zie de lol van in mijn eentje Twitteren niet in. Juist het vinden van gelijkgestemden maakt het zo leuk. Maar ik deed het nauwelijks meer na die manie. En zo ging de tijd voorbij zonder dat Twitter en ik echt vrienden werden, hoewel ik goede herinneringen bewaar aan #blogpraat en de #blogpraat meetups. Dat durfde en deed ik dan weer wel.

Er is een probleem met het verband

Twitteren zou een manie kunnen opwekken. Dat was de gedachte. Doordat mijn kijk op mijn manie radicaal veranderde, veranderde langzaam ook mijn kijk op Twitter en mijn manie. Er waren al die jaren best een hoop dingen waarop ik moest letten. En dat waren dan dingen die ik deed. Maar nu was ik tot de ontdekking gekomen dat wat ik deed voorafgegaan was door iets wat ik voelde. En dat gevoel was veel belangrijker, want dat gevoel ging vooraf aan wat ik deed.

Simpel gezegd: voel ik me boos of geërgerd en ga ik dan twitteren, dan kan het gevaarlijk zijn. Dan bestaat immers het risico dat ik ten koste van anderen mijn gelijk wil halen. Maar geldt dat eigenlijk niet voor iedereen dat het in die situatie niet handig is om te twitteren? Helaas heb ik het voor mezelf vaak genoeg mee gemaakt dat het vanuit dat gevoel scaleert. Dus ben ik hier alert op. Niet alleen op twitter, trouwens.

Maar als ik gewoon vrolijk ben en me opgewekt voel en ik wil dan twitteren om mijn gelijkgestemden te buurten? Prima toch?

Het gaat dus om het onderliggende gevoel. Dat maakt mijn signaleringsplan een stuk korter en eenvoudiger. En,veel belangrijker, het heeft even geduurd, maar de deur naar Twitter staat eindelijk open.

~~~

Afbeelding van raphaelsilva via Pixabay

Boek bijna af: spannende tijden op komst

Misschien ga ik voorlopig wel minder bloggen. Ik weet het nog niet zeker maar ik wil nu eindelijk eens mijn boek afronden en naar meer proeflezers sturen. Ik ben van plan er dit weekend nog een keer intensief naar te kijken en het dan wat mij betreft voorlopig als afgerond te beschouwen. Zodat ik begin volgende week mijn proeflezers kan inschakelen. Nou ja, inschakelen, dat klinkt ondankbaar en dat ben ik natuurlijk niet. Ik ben hen juist dankbaar dat ze zo in mijn droom geloven dat ze hun nek uit willen steken om mij te helpen.

En misschien is mijn droom wel groter dan één boek. Als mijn proeflezers net zo enthousiast zijn als ik hoop, dan moet ik misschien eens gaan oefenen op een liftpraatje. Maar laat ik niet al te zeer op de zaken vooruitlopen. Eerst dit weekend het manuscript grondig doornemen, hardop voorlezen en fouten eruit halen. De eerste proeflezer van de tweede versie waren vooral vergeten woorden opgevallen. Dat is iets waar ik al rekening mee had gehouden en ik heb ook een print van mijn manuscript gemaakt om dit en mogelijke euvels die in mijn ervaring vooral op papier opvallen, te verhelpen.

Ik heb er wat betreft alle vertrouwen in. Daarna begin volgende week het manuscript naar mijn proeflezers sturen. Informeren of ze het nog willen lezen, omdat het toch allemaal wat langer heeft geduurd dan voorzien. Maar daar verwacht ik eigenlijk geen problemen. En dan komt de echte test: wat vinden mijn proeflezers? Is het geworden wat ik hoopte? Zouden anderen er iets aan kunnen hebben? Ben ik niks vergeten? (Al maak ik me daar minder druk om want ik heb slechts mijn ervaring opgeschreven en dan heb ik misschien geen ervaring met bepaalde dingen, maar dan kán ik die ook niet beschrijven. Ik denk dat ik een aardig compleet beeld heb geschetst.) Fouten zullen er ook niet echt in staan, maar het is handig als het nergens te zeer tegen de richtlijnen van de ggz ingaat. Een beetje afwijken mag. Daarom ben ik blij dat mijn huidige behandelaar en twee oud behandelaars proeflezer willen zijn. En ik heb er nog meer.

Dat beloven spannende tijden te worden. Tijd die ik kan gebruiken om te blijven bloggen (maar de komende week dus misschien iets minder, afhankelijk van de vraag of ik die dag op schema lig of niet), om de Biggles site weer helemaal up to date te brengen en te werken aan de vertaling van Gimlet goes again waar mijn collega Roger al heel wat werk voor heeft verricht zodat een publicatie in het najaar haalbaar moet zijn.

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

Het boekenvak toen en nu

Voor mijn eigen boek in wording over hoe ik omga met mijn bipolaire stoornis en voor Biggles en zijn vrienden lees ik nu Publiceer jezelf! Maak je zichtbaar van Nanda Roep. Interessant leesvoer dat zeker nieuwe ideeën oplevert, maar het is ook een reis terug in de tijd. Toen ik in Tilburg studeerde was er bij de faculteit Letteren (later Cultuurwetenschappen) een sectie Marketing en sociologie van het boek. Die stond onder leiding van de helaas veel te vroeg overleden Hugo Verdaasdonk. In de jaren zeventig had hij de marketing van boeken naar de Letterenfaculteiten gebracht omdat hij vond dat het analyseren en interpreteren van boeken geen wetenschap was. Er moesten feiten zijn. Die kwamen er maar dat ging niet helemaal zonder slag of stoot en om die reden noemde Marita Mathijsen Verdaasdonk ‘het paard van Troje’ dat de Amsterdamse letterkunde binnengehaald werd.

In mijn tijd, aan het begin van de 21ste eeuw, was Verdaasdonk een stuk milder geworden. Zijn colleges gingen over de werking van het culturele veld en het boekenveld in het bijzonder. Maar wat is het veld hard veranderd in vijftien tot twintig jaar: er waren geen social media, publiceren ging alleen bij gerenommeerde uitgeverijen want over Printing on Demand, kleine oplages, zelf een ISBN aanvragen, daar hoorden wij niets over. Het bestond simpelweg niet, of de kinderschoenen waren nog zo klein dat nog niet in het studieprogramma was opgenomen, dat kan ook.

Het lezen van het boek van Roep brengt mijn kennis opgedaan tijdens mijn studie weer bij de tijd. Daarbij let ik goed op hoe schrijvers zich op sociale media presenteren. Omdat ik dat leuk en interessant vind, maar ook omdat ik er misschien wat van kan leren. Want natuurlijk wil ik dat mijn boek straks het publiek vindt dat er wat aan kan hebben: lotgenoten, naasten maar ook behandelaars. En uiteraard ga ik die groepen benaderen via lotgenotenverenigingen of ggz-instellingen. Maar laat ik het eerst maar eens afmaken en horen wat mij proeflezers ervan vinden. Ik heb geduld. En dat ik mezelf er mee heb geholpen doordat sommige dingen door het schrijven duidelijker zijn geworden, net zoals dat zo vaak gebeurt op dit blog, is natuurlijk al winst op zich.

Toch blijft anderen kunnen helpen de grote droom. Ik weet immers wat voor ellende mijn bipolaire stoornis mij heeft opgeleverd: na iedere manie maanden uit de running, een keer een baan kwijtgeraakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar: er is ook een positieve kant: misschien was ik wel nooit gaan vertalen als ik niet depressief was geworden. Ik stond er zo goed voor toen ik ziek werd, maar zakte toch. Toen ik voor het begin van het volgende schooljaar weer beter was, was ik ervan overtuigd dat ik wel zou slagen en vooral leuke dingen moest gaan doen. Dat was Biggles en al snel diende er zich een onvertaald boek aan. En de rest is geschiedenis.

~~~

Afbeelding van Birgit Böllinger via Pixabay

Meer interactie? Ik kan het aan

Mijn tweet afgelopen zondag over mijn blogpost Prachtig leesvoer dankzij Twitterdiscussie ging voor mijn doen viraal omdat hij opgepikt werd door Marcel van Driel. Dat Marcel de tweet met een leuk extra commentaar retweette, was niet zo gek want de post was een verslag van mijn avonturen op Twitter van de donderdag en vrijdag ervoor en daar maakte Marcel deel van uit. Ik heb me die dagen prima vermaakt en ook na de retweet en de reacties die dat teweegbracht had ik veel lol.

Toch is er nog een duiveltje dat schreeuwt dat ik op moet blijven passen dat ik het niet te gek maak, dat het niet met me aan de haal mag gaan. En dat stemmetje is een reden dat ik al die nauwelijks iets doe op social media. Waarschijnlijk speelt ook mee dat ik introvert ben, maar dat stemmetje is denk ik de belangrijkste reden. En dat stemmetje is er niet voor niets. Het heeft te maken met mijn bipolaire stoornis. Na mijn manie van 2012 werd vastgesteld dat ik meer met social media had gedaan dan anders en dat het daardoor een risicofactor was.

Daar heb ik inmiddels flink wat bedenkingen bij omdat er nogal wat aan te merken is op het signaleringsplan dat ik indertijd opstelde. Zo waren social media toen nieuw voor me, dus nogal wiedes dat ik ze meer gebruikte. En het plan ging vooral over gevolgen en veel minder over oorzaken. Nu valt dat niemand te verwijten want had toen nog lang niet mijn grote ontdekking over ergernissen gedaan. Nu ik dat wel weet, kan ik naar oorzaken kijken. Ik heb de indruk dat social media weinig kwaad kunnen als ik ze niet gebruik als vlucht uit een ergernis. En juist daar zit nu net de twijfel want als ik eerlijk ben was er begin vorige week wel een ergernis. Maar ik heb het idee dat ik die allang achter me had gelaten toen ik vorige week donderdag ging twitteren. En dat ik het echt puur voor de lol deed.

Toch is dat duiveltje er. En misschien is dat maar goed ook. Alert blijven is wel belangrijk zodat ik wat actiever kan worden op social media en nog meer lol kan beleven buiten de groepen op Facebook waar ik al actief ben.

~~~~

Afbeelding van Brian Merrill via Pixabay

Ik ben weer verdergegaan met mijn boek

Gisteren heb ik na iets meer dan twee weer iets gedaan voor mijn boek over mijn bipolaire stoornis gedaan. Van die bipolaire stoornis heb ik al meer dan twintig jaar last maar ik deed twee jaar geleden een ontdekking die alles op z’n kop zette: eindelijk leek ik iets gevonden te hebben waarmee ik mijn stoornis aan het begin kon tackelen en niet pas na een aantal weken, wanneer de stoornis mijn denken al had overgenomen en ingrijpen daardoor onmogelijk was. Zo bleek keer op keer achteraf. Je kunt het misschien vergelijken met een rood verkeerslicht. Als je op tijd remt, is er niks aan de hand. Rem je te laat, dan kan de schade niet meer te overzien zijn. En het mooie: we zijn nu twee jaar verder en mijn ontdekking blijkt te kloppen en dat geeft zoveel rust en vertrouwen.

En wat doet een blogger en hobbyvertaler na zo’n ontdekking? Die gaat schrijven. Om alles een keer helder te krijgen. De eerste versie schreef ik in november 2020 en liet ik aan wat vrienden lezen. Ze waren vriendelijk, maar ze hadden wel gelijk. Het kon beter. Dus ben ik november 2021 vrolijk opnieuw begonnen. En ben ik gaan schrijven wat ik eerst niet durfde te schrijven. Geen tips uit het luchtledige meer, maar mijn persoonlijke verhaal en wat ik daarvan leerde. Dat was best wel heftig want door mijn bipolaire stoornis is er het nodige misgegaan. Zo raakte ik een baan kwijt. En al schrijvende merkte ik steeds meer dat veel dingen voorkomen hadden kunnen worden. Daarmee werd mijn gedrevenheid om het boek te schrijven alleen maar groter. Immers, misschien kunnen lotgenoten gewapend met mijn kennis eigen ellende voorkomen. En behalve om alles voor mezelf helder op te schrijven, ben ik er misschien toch wel aan begonnen om anderen met mijn ervaringen te helpen. Want een bipolaire episode is allesbehalve leuk. Nou ja, een manie betekent even dat ik on top of the world ben maar de nasleep is doffe ellende.

Het boek ligt nu bij een proeflezer. Die tipte dat ik in plaats van namen initialen moest gebruiken. Dat heb ik dus vanavond aangepast. Verder zei ze dat het leek of ik af en toe in een manische bui had geschreven omdat hier en daar woorden ontbraken. Nou ben ik gelukkig niet bang dat dat eerste klopt omdat ik het met mijn blogposts ook wel heb, maar voor het tweede moet ik het gewoon hardop aan mezelf voorlezen. Dat ga ik waarschijnlijk in het weekend doen, want het vergt wat tijd. Ondertussen hoop ik dat het bestelde boek Publiceer jezelf van Nanda Roep morgen binnenkomt. Wie weet heb ik er wat aan voor mijn boek. En anders misschien voor Biggles en co.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Prachtig nieuw leesvoer dankzij Twitterdiscussie

Biggles en zijn basis

Donderdag- en vrijdagavond raakte ik verzeild in een leuke en leerzame discussie op Twitter. Ik had hem zelf aangezwengeld, geloof ik, met een reactie op Marcel van Driel. Iets over zijn nieuwe boek, Game Helden tegen De Monsters en dat ik dat nog niet aangeschaft had. Gelijk kwam een ander met een tip: Blitz van Rian Visser. Die staat nu op mijn e-reader. Maar ik ben vanmiddag eerst begonnen aan Aristoteles en Dante ontdekken de geheimen van het universum. Tot nu toe vind ik het geweldig.

De discussie donderdag kwam een beetje op gang nadat ik begon te quizzen met Marcel omdat het de dag erop precies twaalf jaar geleden was dat ik afstudeerde, op jeugdliteratuur bij Helma van Lierop in Tilburg. Mocht Marcel raden waarop ik afgestudeerd was. Superhelden bleek niet het juiste antwoord. Ik gaf een hint. Twee avonturenseries. Biggles kwam er gauw genoeg uit maar Arendsoog duurde even omdat Marcel door mijn hint op het verkeerde been was gezet, twee schrijvers. Terwijl hij dacht dat er maar één schrijver was, zo bleek na mijn hint: no way, dat jij het niet weet. Vader Jan en zoon Paul.

Maar dat kan toch eigenlijk niet meer, Arendsoog en Biggles? Dat vond de tipgever van het boek van Rian Visser. Biggles bleek zelfs meegegaan te zijn met het huisvuil. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Van mij mag iedereen Biggles lezen, maar ik heb graag dat die lezers ook veel andere dingen lezen.

Op vrijdag kreeg ik een bezorgd berichtje: of ze me niet wat te hard had aangepakt? Dat viel reuze mee, want ik kan echt wel tegen een stootje en Biggles ook wel (want hij schijnt niet echt te bestaan). Gelukkig bleken er meer diverse lezers te zijn die van Arendsoog houden. Ik lees divers: jeugdliteratuur, literatuur, thrillers, non-fictie. Daarom ben ik zo blij met discussies als die van donderdag en vrijdag. Ik leer er weer nieuwe schrijvers door kennen. Ik bleef een beetje hangen bij Thea Beckmann, Jan Terlouw, Tonke Dragt, Els Pelgrom enz.. Hoewel ik dan weer wel tijdens mijn studie iets las van Ted van Lieshout.

Maar recenter: alleen Marcel. En het eerste deel Harry Potter. De rest loop ik nog achter. Maar eerst in willekeurige volgorde: David Walliams, Blitz, Aristoteles en Dante. En wie weet wat ik nog meer ontdek.

En dan had ik ook nog verder willen gaan met mijn eigen boek. Maar ik ga lezen.

Update 4 april

Dit artikel zorgde net als de tweets waarop het is gebaseerd weer voor nieuwe tips. Vandaar een kleine update:

Omdat ik Ted van Lieshout noemde, kreeg ik de tip Spin op sokken en ik zocht op welk boek ik voor mijn studie las. Het bleek Gebr. te zijn.

Benjamin Alire Sáenz schreef nog een boek over Aristoteles en Dante: Aristoteles & Dante duiken in de wateren van de wereld. Ik kan het bijna niet geloven maar dat boek schijnt nog mooier te zijn dan het eerste deel. Ik kom er vanaf vanavond achter.

Daarnaast een aantal boeken over de werking van boeken, nog uit mijn studietijd: literaire technieken uitgelegd in Literair mechaniek. Je leert er de technieken niet mee, maar het geeft een beeld. Ik noemde ook nog ergens de heldenreis/hero’s journey. Daar weet je zoekmachine vast iets vanaf maar als je naar bron wilt: The hero with a thousand faces van Joseph Campbell. Zelf leerde ik hem kennen via Deconstructing the hero van Margery Hourihan. Dat gaat dus over archetypes. Archetypes van sprookjes vind je dan weer bij Vladimir Propp: Morphology of the Folktale (vertaling), via Introduction to Discourse Studies van Jan Renkema.

Tot slot nog enkele boeken die je kunnen helpen bij het schijven van boeken. Saves the cat! writes novel. Eerder verschenen in deze serie al een boeken over het schrijven van filmscenario’s. En volgende maand verschijnt een boek over het schrijven van Young Adult boeken. Tot slot een techniek die ook bij zoekmachines te vinden is: The snowflake methode over hoe je een plot en karakters voor boeken ontwikkelt: How to write a novel using the snowflake method van Randy Ingermanson. Ook dit boek is het begin een serie geworden.

Gewoontes en mijn bipolaire stoornis

Tijdens het wandelen vanmiddag dacht ik niet voor het eerst na over de combinatie van gewoontes en mijn bipolaire stoornis. Als ik voor mezelf mag spreken heb ik namelijk de indruk dat ze heel wat gemeen hebben en dan vooral waar het gaat over mijn manische episodes. Charles Duhigg heeft het in The Power of Habit over vier componenten van een gewoonte:

  1. Cue
  2. Routine
  3. Reward
  4. Belief

Eerst is er de cue, de aansporing of het signaal, dat ervoor zorgt dat je een bepaalde routine gaat uitvoeren, goed of slecht, die een bepaalde beloning oplevert. Als het gaat om slechte gewoontes kan het heel moeilijk zijn om die de breken. Het zijn namelijk automatische reacties. Dat kan nog versterkt worden door het geloof: ik kom nooit van die slechte gewoonte af.

Voor nieuwe gewoontes geldt weer dat het lastig is om een nieuwe routine aan te wennen. Wat volgens Duhigg kan helpen – en dat geldt voor zowel het aanleren van nieuwe gewoontes als voor het afleren van slechte – is om het signaal en de beloning hetzelfde te laten, maar de routine die daartussen zit te vervangen. En een sterk geloof, al dan niet religieus, kan daarbij helpen, stelt Duhigg.

En nu voor mijn manieën

Wat ik me steeds duidelijker realiseer, is dat mijn manieën ook dit patroon volgen. Een belangrijk instrument bij het voorkomen van een manie of depressie heet niet voor niets signaleringsplan. Laat ik een simpel praktijkvoorbeeld geven. Klinkt misschien ongeloofwaardig maar het is echt gebeurd: langdurig blootstelling aan spelfouten zorgde ervoor dat ik me gruwelijk aan een persoon en wat zij deed, ging ergeren. Ik begon steeds meer bij anderen op die persoon af te geven en voelde dat ik veel beter in taal was en begon me steeds beter te voelen in mijn gelijk. Beter en beter. Mijn geloof in mezelf groeide en groeide.

Maar dat beter was niet echt. Het ging van kwaad tot erger, zonder dat ik het merkte. Tot de bom barstte en er geen andere conclusie mogelijk was dat ik manisch was. En dat ik er al een tijd heerlijk naar op weg was geweest. De beloning is de manie en die moet ik in tegenstelling tot bij de gewoontes waar Duhigg het over heeft absoluut zien te vermijden. Ik moet dus hoe dan ook met een andere routine reageren op bepaalde signalen. Taalfouten kom ik echt nog wel vaker tegen. En ben ik al veel vaker tegen gekomen. Maar nu schiet ik niet meer in zo’n superioriteitsroutine. Misschien zeg ik het eens tegen iemand, maar ik raak niet meer streek. En de beloning is niet de manie maar juist dat ik rustig en evenwichtig blijf. Want een manie lijkt leuk, de ellende die daarna komt gun ik niemand.

Steeds duidelijker merk ik ook dat het geloof er is dat we de manie de baas kunnen en blijven. Ik zeg we want ik doe het niet alleen. Mijn huisgenoot, mijn behandelaar: ze zijn enorm belangrijk voor me. Als klankbord voor wederzijdse twijfels. Samen komen we er dan wel.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Een update na een ontdekking

Vandaag is het precies een jaar geleden dat ik schreef over mijn belangrijkste ontdekking over de stoornis waar ik al meer dan twintig met tussenpozen last heb. Ik kwam er in het voorjaar van 2020 achter dat de manieën die bij mijn bipolaire stoornis horen allemaal begonnen met een ergernis. Die kennis zorgde ervoor datik ineens zes tot acht weken eerder ingrijpen en dat is belangrijk omdat ik weet dat een manie nog niet heel sterk hoeft te zijn om ingrijpen erg moeilijk te maken.

Een manie heeft bij mij namelijk de neiging om al heel snel mijn denken over te nemen en bepaalde gedragingen die bij die manie horen te rationaliseren zonder dat ik het in de gaten heb. Dan wordt ingrijpen al snel heel lastig en hoewel mijn gedrag in het begin nog best te hanteren is, zit ik dan wel in een spiraal die, zo bleek, heel moeilijk te keren is. Ik heb vijf keer een manie gehad doordat ik onbewust een bepaalde afslag nam en noch ikzelf noch anderen het tij konden keren voor er een hoop ellende gebeurde. Eén keer is het me overigens wel gelukt een manie voor te zijn omdat ik die signaleerde op het moment dat het nog een hypomanie was – manische gedachten maar nog wel normaal kunnen functioneren. Helaas bleek dat een toevalstreffer, had ik geen idee wat ik nu had gesignaleerd en was ik een half jaar later alsnog manisch.

Na de ontdekking van twee jaar geleden lijkt het echt anders te zijn. Ik weet waar ik op moet letten, namelijk me niet ergeren, niet bij/op andere mensen afgeven als ik me toch erger, voldoende slapen en mijn medicijnen innemen. Dat is het eigenlijk, met nog een belangrijke component: alert zijn en signalen bespreken. Signalen dat er iets mis kan zijn. Dat kan weleens vervelend zijn maar het loont absoluut de moeite omdat het ons scherp houdt en ik heel goed weet wat er kan gebeuren als je bepaalde dingen laat gebeuren of niet bespreekt. Hoewel het af en toe niet meevalt omdat een binnenpretje soms al met argwaan wordt bekeken, zit ik wat dat betreft op één lijn met mijn huisgenoot en mijn behandelaar. Als zij zorgen hebben, herken ik die.

En dan geldt hetzelfde als voor het rode verkeerslicht: zolang je reactie op het signaal maar stoppen is, is er niks aan de hand. Dus heb ik af en toe gesprekken die niet iedereen heeft, houd ik me soms op voorhand in of trap ik af en toe op de rem. Dat is een kleine prijs die ik graag betaal want ik vind dat ik wel genoeg ellende heb meegemaakt met en vooral na mijn manieën. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

~~~

Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay

Door het oog van de zandloper – deel 1:

Al een aantal jaren hoorde ik tijdens bestuursvergaderingen van de International Biggles Association enthousiaste verhalen van mijn medebestuurslid Harry Sluyter over zijn boekenproject. Uiteindelijk bleek dat hij stof had voor liefst vier delen. Geen Biggles, want Harry wilde geen gedoe met toestemming enz. Maar wel over ene Arthur Wellesley Bigsworth en W.E. Johns.

Als die namen bekend voorkomen, ja: de eerste is de persoon waarop volgens de tweede het personage James C. Bigglesworth op is gebaseerd. Dat maakte mij natuurlijk razend nieuwsgierig naar de boeken, te beginnen met het eerste deel. De serie heet: Door het oog van de zandloper en het eerste deel heeft als titel Brits Indië meegekregen. Het gedeelte in Brits Indië speelt zich af in 1923 maar er zijn ook een aantal hoofdstukken die daaraan voorafgaan.

Zaterdag was de presentatie en ik heb het boek inmiddels met groot genoegen genoegen gelezen. Ik vind het knap hoe Harry erin is geslaagd om historische personages en gebeurtenissen tot een fictief geheel te smeden dat niet alleen geloofwaardig is omdat je als lezer denkt: ja, verrek, zo zou het wel eens gegaan kunnen zijn. Zo komen we bijvoorbeeld ook Anthony Fokker tegen. En ik leerde ook nog eens wat. Ik had nog nooit van de Wasserkuppe gehoord.

Het boek is ook geloofwaardig omdat je als liefhebber van Biggles-boeken allicht meer weet over zijn schepper, Captain W.E. Johns. dan de gemiddelde lezer. En dan opent Harry een deur naar een extra laag in het boek door allerlei gegevens uit het leven en werk van Johns in het boek te stoppen. En wel op zo’n manier dat je er als liefhebber alleen maar een grote glimlach van op je gezicht kunt krijgen.

Maar ook zonder diepgaande kennis over Biggles of zijn schepper is dit boek absoluut de moeite waard omdat Harry een prachtige verhaallijn heeft bedacht. En hij heeft het niet alleen geschreven maar ook zelf geïllustreerd.

Je begrijpt dat ik genoten heb van dit eerste boek en dat ik uitkijk naar delen twee t/m vier. Mocht ik je nu nieuwsgierig hebben gemaakt, kun je dit boek bestellen bij de I.B.A. Online Shop.