#WOT Prikkels

Deze blogpost is deel 7 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Ik doe het uit vrije wil, ik was gewaarschuwd en ik was er dus op voorbereid. Dat dacht ik althans. Maar toch komen er door de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring’ soms/regelmatig/vaak veel prikkels op me af. Zo stond het huilen me zondag bij het maken van een huiswerkopdracht nader dan het lachen toen ik ontdekte dat ik mij lang geleden tijdens het opstellen van een signaleringsplan totaal niet gehoord voelde. Dat had grote gevolgen. En ik kon dus wel janken.

Maar de cursus biedt zo veel herkenning, erkenning, emoties en leermomenten dat ik het tot nu toe voor geen goud had willen missen. Ik leer zo veel van de andere deelnemers dat ik de vele prikkels graag voor lief neem. Zoals iemand zei: je komt niet weg met flauwekul. Juist door de ‘been there, done that’ herkenning die er is. Je weet het van elkaar, soms al zonder woorden. En ik wist dus op voorhand al dat ik er doorheen moest. En daar heb ik niet lang over getwijfeld, want voor mijn boek gold dat ook. Daarvoor moest ik ook een hoop drek door. Maar voor het goede doel heb ik dat zonder meer over. En ik zit eerlijk gezegd alweer verder te dromen. Maar daar droom ik nog even over verder voor ik er hier verder iets over loslaat.

Maar toch: ervaringsdeskundigheid draait voor een groot deel om omgaan met prikkels. En dat lukt me heel aardig, voor zover je daar na vier bijeenkomsten iets over kunt zeggen. Maar als ik er mijn signaleringsplan langs leg – dat korte van nu dat ik van buiten ken, niet dat lange van lang geleden waar ik geen touw aan vast kon knopen – dan staan alle signalen nog op groen, en hebben dat steeds gestaan. En dat is sinds tweeënhalf jaar mijn maatstaf.

En dat is allemaal zo gekomen omdat ik ontdekte dat ik voor mijn bipolaire stoornis last had van de prikkel ergernis. Met die prikkel ga ik nu heel anders om. Vroeger ging ik frontaal de aanval in, zeker als de ergernis langer aanhield. Tegenwoordig bekijk ik de ergernis en vraag me af of die een manie en de daaropvolgende anderhalf jaar ellende waard zijn. Dat is nooit het geval en daarmee is de angel uit de ergernis en kan ik als ik dat nodig vind nog inhoudelijk reageren op die voormalige ergernis. Bijvoorbeeld als het mij ergert dat ik iets moet doen. Als ik mij daar niet meer aan erger, kan datgene wat ik moest doen, veel makkelijker uitvoeren.

Het klinkt misschien als een filosofische kijk op ergernissen of prikkels maar voor mij werkt het. Het kostte een beetje oefening, maar ik heb ik zo veel baat bij dat ik er dus een boek over schreef en nu een cursus volg. En misschien ga ik dan nog wel ooit cursussen omgaan met ergernissen geven.

~~~

Afbeelding van OJart via Pixabay

Niet acuut? Wacht dan even met behandelen: luister eerst

Deze blogpost is deel 6 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag had ik weer een bijeenkomst van Wijzer Werken Met Ervaring bij GGZ Oost Brabant. Zondag merkte ik al tijdens de voorbereidingen dat het weleens een moeilijke bijeenkomst kon worden. Twee brokken verwerkt leed in één bijeenkomst was toch wat veel. Maar opnieuw verwerken heeft absoluut nut, ook daar ben ik van overtuigd, waarom zou ik anders een week twitteren op @NL_Buitenbeentjes of een boek schrijven over mijn ervaringen. Daar had ik al aan gemerkt dat het aangaan van de confrontatie positief uit kon pakken.

Eigen overleefde ellende kan namelijk heel goed een drijfveer zijn om te proberen anderen te behoeden voor dingen die jij meegemaakt hebt. En de afgelopen dagen zat daar een voorbeeld van in mijn hoofd waardoor ik dertien jaar eerder bepaalde kennis had kunnen hebben. En het is niet onwaarschijnlijk dat mijn leven er dan totaal anders uit had gezien.

We gaan terug naar eind januari 2007. Ik ben net weer hersteld van een manie. Tenminste, ik ben niet meer manisch omdat ik goed en snel reageerde op de opnieuw voorgeschreven medicijnen. En mijn behandelaar is ook nog eens razend enthousiast omdat hij gelezen heeft over het signaleringsplan. Dat was volgens hem zo ongeveer de heilige graal in de behandeling. En zo’n signaleringsplan gingen we samen opstellen.

Ik had zoiets van: het zal wel, ik slik weer medicijnen, dus het zal goed komen. Maar dat die gedachte bij mij postgevat heeft, lijkt mijn behandelaar totaal te ontgaan. Afijn, we gaan aan een signaleringsplan werken. Vraag na vraag krijg ik een aantal gesprekken lang op me afgevuurd. Ik vind het eigenlijk maar niks, maar het zal wel. Gelukkig resulteert onze noeste arbeid in een signaleringsplan. Maar ik heb nog steeds het gevoel van: het zal allemaal wel, laat mij mijn medicijnen maar slikken, dan komt alles goed.

Vijftien jaar lang heb ik er niet de vinger op kunnen leggen waarom ik zo onverschillig was. Tot we het vorige week tijdens de WWME-bijeenkomst kregen over je gehoord voelen. Dat dat zo belangrijk was. En dat was precies wat ik me niet voelde bij die behandelaar. Ik had wel al zijn vragen beantwoord, maar dat was ook het enige. Hij leek alleen interesse te hebben in zijn vragen en veel minder in mij. Hij liet mij ook totaal niet vertellen wat ik te vertellen had.

De gevolgen waren desastreus

  • Er lag een ellenlang signaleringsplan.
  • Het was abstract en er viel niks in te herkennen van de manie van nauwelijks een paar maanden eerder.
  • De belangrijkste signalen ontbraken. Dát waar ik weken tegen Jan en Alleman over bezig was geweest, stond er niet in.
  • Dus was er niks te signaleren en werd ik nog twee keer manisch, met grote gevolgen als een keer baanverlies en steeds malaise na afloop.

Het enthousiasme en de behandeldrang pakte totaal verkeerd uit. Het enige wat die beste man had hoeven doen, was mij te laten vertellen wat er was gebeurd. Dan had ik het hem in geuren en kleuren verteld. En dan had hij als klap op de vuurpijl zonder er verder iets voor te hoeven doen, een signaleringsplan op kunnen stellen. Of ik een beetje kan vertellen? Lees hier wat rond, zou ik zeggen. Of vraag het aan de taaldocenten van mijn middelbare school. Ik geef je op briefje dat die nog precies weten waar ze waren tijdens mijn boekenbeurt bij hen.

Uiteindelijk heb ik medio/eind 2019 mezelf het verhaal maar verteld, kwam ik er daardoor een paar maanden later achter dat aanhoudende ergernissen en mijn reactie daarop de bron van mijn manieën waren. Zo’n ergernis als waar ik het eind 2006 dus steeds over had.

Toegegeven, ik was er zelf bij maar dat was mogelijk dertien jaar vertraging alleen omdat een behandelaar vergeet te luisteren. Maar: juist daarom wil ik dáárbij helpen. Gelukkig hoorde ik vanmiddag dat dat ook kon.

~~~

Afbeelding van WikimediaImages via Pixabay

#WOT jarig

Deze blogpost is deel 5 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Sinds begin september ben ik het antwoord op alle vragen, ik ben dus nog lang niet jarig. Maar daar wil het vandaag niet over hebben, ik wil het hebben over kwartjes die langzaam vallen maar die zo mooi en troostend zijn dat het echte cadeautjes zijn die me het gevoel geven dat ik jarig ben. Zo’n kwartje viel bij mij vanmiddag tijdens de lunch. Het kwam door iets wat iemand gisteren tijdens de training tegen me ze zei. Dat drong ineens in volle schoonheid tot me door.

Het ging over empowerment en we mochten in tweetallen een pitch voorbereiden waarin iedereen een moment liet zien waarin hij of zij in zijn of haar kracht was gekomen. Achteraf moest iedereen dan die pitch houden en dat mocht ik dus ook doen. Na die pitch zei M. tegen mij en de groep dat ze het zo mooi vond dat ik veel dingen die ik tijdens een manie bedacht had, maar door die manie, niet tot uitvoering kon brengen, later alsnog deed.

Wat ze zei kwam gisteren al binnen, maar toen ik straks mijn soep neer binnen lepelde, drong pas echt door hoe waar de opmerking van M. was. En er drong nog iets tot me door, lees vooral verder. Ja, ik bedacht in 2012 een groepsblog, kon dat niet waarmaken, maar startte wel dit blog. En sloot me aan bij een soortgelijk blog als wat ik wilde starten, haalde er bijna een tijdschrift mee. En ik ben nog steeds bevriend met mensen die ik als gevolg van die manische actie leerde kennen.

Vanmiddag realiseerde ik me hoe waar en waardevol die opmerking van M. was. En nóg belangrijker: dat die niets zei over mijn manieën, maar over mijzelf. Want nadat ik hersteld was van een depressie haalde ik een jaar later alsnog mijn diploma en begon ik aan de vertaling van mijn eerste boek, vond iemand om het samen mee te doen. En 5 november is de presentatie van vertaling nr 11. Gimlet opnieuw in actie, zie www.biggles.nl voor meer details. Met inmiddels een heel team dat vertaalt en bijdraagt.

En toen ik hersteld was van mijn manie van 2019 en als klap op de vuurpijl na maanden dagelijks nadenken ook nog ontdekte dat ergernissen de basis van mijn manieën vormden, schreef ik daar met hulp en aanmoedigingen van onder anderen die eerdergenoemde en nieuwe vrienden in twee versies een boek over. Nu nog uitgeven, maar dat komt goed.

In een manische episode voel ik me geweldig en denk ik heel veel te kunnen. Het blijkt dat ik dan vooral verbaal een hoop kan. Maar het cadeautje waar ik me vandaag jarig door voelde, was het besef dat mijn creativiteit niks met mijn manieën te maken heeft, maar gewoon van mijzelf komt. En ik kan dankzij die creativiteit een heleboel. Dat doet me ook denken aan een compliment dat ik ooit kreeg van een vriendin. Zij zei ooit dat ze het zo mooi dat ik als ik dacht dat ik iets kon gebruiken, dat ik het dan gewoonte probeerde. En inderdaad, ook zij had gelijk. Ik kan die methode van harte aanbevelen, want wie zich jarig voelt, trakteert.

~~~

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Waardevolle verhalen voor iedereen

Deze blogpost is deel 4 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag was het weer ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant. Het is interessante leerstof, dat zeker, maar ik merk dat de verhalen van medecursisten en de facilitatoren nóg boeiender en inspirerender zijn. Die maken het echt leerzaam. Ieder heeft zijn eigen achtergrond en een labeltje (uit de DSM 5 bijvoorbeeld) maar wat zijn het stuk voor stuk prachtige en krachtige mensen. Daar kan iedereen wat van leren. En ik behoor ook tot de groep iedereen dus ik leer volop en ik heb er alle vertrouwen in dat ik blijf leren.

Vandaag hadden we het over stigma en empowerment. Je hebt stigma die je vanuit een groep opgelegd worden. Zo heb ik er wel eens last van dat mensen als ze mijn lichamelijke handicap zien, ze automatisch denken dat ik dan verstandelijk ook wel wat achterloop. Nou ja, ik heb er weleens ‘misbruik’ van gemaakt en ik heb toch maar een universitaire bachelor en master behaald.

Zelfstigma zijn ook lastig. Gelukkig heb ik er weinig last van gehad. Als iemand riep: ‘Dat kun jij niet, want dit of dat,’ liet ik me daar niet door in de put praten maar dacht ik vaak: ‘Dat zullen we nog weleens zien.’ En regelmatig lukte het me dan ook. Maar ik moet toegeven dat ik behoorlijk veel last heb gehad van de gedachte: ‘Waarom zou ik in godsnaam mijn studie proberen af te maken, als het dadelijk weer goed gaat, word ik toch weer manisch.’ En dat het misschien niet veel gescheeld of ik had het bijltje er zonder master bij neergegooid. Ik ben blij dat ik niet gedaan heb.

Zo’n verhalen komen tijdens de cursus bovendrijven, vooral ook bij anderen. En dat straalt zo’n kracht uit en dat geeft zo’n energie, maakt zo veel emotie vrij en geeft zo veel verbondenheid, dat ik het iedereen zou gunnen. Niet alleen iedereen die vanmiddag in dat zaaltje van de ggz aanwezig was, kan ervan leren, maar ik denk zelfs iedereen. En dat vind ik een mooie uitdaging. Want niet alleen deelnemen aan deze cursus is volgens mij empowerment – misschien kun je het vertalen met in je kracht komen -, het maakt bij mij veel los. En een deel daarvan zou weleens empowerment kunnen worden genoemd. Maar dat zien we wel in de toekomst.

~~~

Image by Victoria_rt from Pixabay

De Kipling-methode – 5W1H (hoe ik mijn manieën tackelde)

Deze blogpost is deel 3 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

De vijf W’s en de ene H waar ik vorige week twee keer over schreef (hier en hier), lieten me niet los. Ik ben er dieper ingedoken en dat leverde interessante weetjes op. Ik kende de methode als stramien voor de opbouw van een nieuwsbericht in de krant. Een bericht moet antwoord geven op de vragen:

  • Wie?
  • Wat?
  • Waar?
  • Wanneer?
  • Waarom?
  • Hoe?

Maar wat ik leuk vind, is dat ik ontdekte dat de methode ook wel bekend staat als de Kipling-methode omdat die voor het eerst genoemd wordt in het gedicht The Elephant’s child uit Just So Stories (1902) van Rudyard Kipling (1865-1936).

I Keep six honest serving-men:
       (They taught me all I knew)
     Their names are What and Where and When
       And How and Why and Who.
     I send them over land and sea,
       I send them east and west;
     But after they have worked for me,
       I give them all a rest.

     I let them rest from nine till five.
       For I am busy then,
     As well as breakfast, lunch, and tea,
       For they are hungry men:
     But different folk have different views:
       I know a person small—
     She keeps ten million serving-men,
       Who get no rest at all!
     She sends ‘em abroad on her own affairs,
       From the second she opens her eyes—
     One million Hows, two million Wheres,
       And seven million Whys!

Lees Just So Stories op Project Gutenberg.

De Kipling-methode heb ik bewust en onbewust toegepast op het verhaal van mijn manieën helder te krijgen. En als het mij helpt, kan het misschien ook anderen helpen. Ik stel vragen, maar geef hier vanwege de privacy geen antwoord. Maar hopelijk geeft het wel een beeld hoe je de methode kunt gebruiken:

  • Wat? De manie van 2012
  • Wanneer?
  • Hoe lang duurde die
  • Van wanneer tot wanneer?
  • Waarom denk je dat?
  • Wie waren er in die periode allemaal bij betrokken?
  • Wat deden die mensen?
  • Hoe voelde je je daaronder?
  • Waarom voelde je je zo?
  • Wat deed je zelf?
  • Hoe verhoudt zich dit tot je andere manieën?
  • Enz enz. Gebruik hier vooral je fantasie.

Dit soort vragen ben ik mij na mijn vierde manie in 2019 zo ongeveer dagelijks gaan stellen. En het hielp. Ik kreeg van alle manieën een verhaal. En dat leidde er weer toe ik in 2020 ergernissen herkende als gemeenschappelijke deler van al mijn manieën. And the rest, as they say, is history.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Verhalen: feiten én emoties

Deze blogpost is deel 2 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Eergisteren schreef ik naar aanleiding van de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant over de kracht van verhalen bij het herstel van mijn bipolaire stoornis. Had ik me het belang van verhalen maar eerder gerealiseerd. Niet zo slim van mezelf want ik ben nota bene afgestudeerd met een masterscriptie over avonturenverhalen. Arendsoog en Biggles, voor de liefhebbers. Het duurde even voor het kwartje viel en me eindelijk duidelijk was hoe belangrijk verhalen vertellen is bij herstel. Beter gezegd, ik ging op zoek naar mijn verhaal zonder dat ik daar bewust het label ”verhaal’ op plakte. Ik was op zoek naar waarom ik iedere keer manisch werd.

En dat deed ik door keer op keer mijn manische episodes na te lopen. Ik kon ze op een gegeven moment allemaal van A tot Z dromen. Daar heb ik typische vertel- en verhaaltechnieken voor gebruikt. Een journalistiek stuk geeft antwoord op de vragen Wie, Wat, Wanneer, Waarom, Waar en Hoe. En ik heb gemerkt, zo schreef ik eergisteren, dat die ook prima bruikbaar zijn voor het ontrafelen van een manie.

Emoties

Daarbij zijn nog een paar dingen van belang die ik vandaag wil bespreken. Het belangrijkste is dat goed verhaal bestaat uit feiten én emoties. Dus besteed met de vijf W’s en die ene H niet alleen aandacht aan de feiten, maar let vooral ook op hoe je voelde onder die feiten. De tijd dat we met z’n allen dachten dat we rationele wezens waren, ligt ver achter ons. In ieder geval achter mij. Ik weet dat voor een manie niet zozeer de feiten van belang zijn, maar de beleving van die feiten. De emotie bij de feiten bracht mij steeds in de problemen.

En daarom is het dus voor mij van groot belang om ook aandacht te besteden aan emoties. Het was de emotie ergernis die mij in de problemen bracht. Vroeger had ik niet in de gaten dat die ergernis mij op den duur ziek kon maken. Dus liet ik een ergernis z’n gang gaan en ging er dan tegenin. Nu weet ik gelukkig beter. Kom ik tegenwoordig een ergernis tegen dan stel ik me netjes voor en vraag ik me of die dan nog kleine ergernis de toekomstige moeite (en ellende) wel waard is. En dat is nooit het geval. Daarmee haal ik de emotie uit mijn ergernis en heb ik alsnog de keuze om nog eens naar de feiten van de ergernis te kijken. Als dat nog nodig is, want vaak blijkt dat iets helemaal niet zo erg is als ik dacht. Of ik heb het zelf niet in hand, maar dat is dan niet erg meer omdat de emotie er al uit is.

Kortom: besteed bij het vertellen van je eigen verhaal aandacht aan feiten, maar vergeet vooral de emoties niet. Met de emoties kom je veel beter tot de kern.

Naasten

Een tweede belangrijke punt is dat een verhaal de aanwezigheid van een ander veronderstelt. Je vertelt je verhaal aan een ander. Dat kan echt vertellen zijn. Aan een naaste, een lotgenoot of een behandelaar. Dat heeft als voordeel dat er nog iemand meer is die de vijf W’s en die ene H in kan zetten. Zelf heb ik daarnaast in mezelf aan vrienden verteld. Ik beeldde me in dat ze meedachten en vragen stelden die ik weer beantwoordde. Dat werkte voor mij prima, ook voor mijn boek. Zeker ook omdat ik naderhand nog echte feedback kreeg van proeflezers (aan wie ik al denkbeeldig had verteld).

~~~

Afbeelding van Gino Crescoli via Pixabay

#WOT Niet-storen

Eerst dacht ik nog: wat moet ik daar nou weer mee: #WOT niet-storen? Maar al snel werd het me duidelijk. Ik heb regelmatig niet-storen-momenten. En het heeft ook nog eens met mijn beperkingen te maken. Alleen al deze week twee voorvallen.

Maandag had ik een verjaardag. Die conona-verjaardagen waren maar balen. Toch waren ze voor mij niet eens zo heel onhandig. Dat bleek maandag. Weer met meer mensen bij elkaar: het was me al eerder opgevallen, dat dat voor mij niet handig is. Sterker nog, ik weet het al jaren. Het is een terugkomend fenomeen en dat het tijdens corona eindelijk eens niet speelde, beviel me eigenlijk wel. En het heeft allemaal met niet storen te maken.

Al die mensen, al die stemmen door elkaar heen. Het is voor mij ondanks mijn gehoorapparaten vaak haast ondoenlijk van die brij verstaanbare chocola te maken. Ik heb al de grootst mogelijke moeite om de buurman of buurvrouw te verstaan. Mijn hoorapparaten hebben tegenwoordig wel richtingsmicrofoontjes maar hoe drukker het is, hoe eerder die dingen dienst lijken te weigeren. En dan probeer ik een interessant gesprek te volgen, maar moet ik helaas regelmatig ‘niet storen!’ roepen. Helaas denk ik het dan alleen maar: iedereen behalve de spreker die ik wil volgen: even koppen dicht! Zodat ik wat kan verstaan. Om beurten praten, niet door elkaar heen! Ik hoor dan namelijk van alles behalve dat wat ik wil horen, namelijk de woorden van mijn gesprekspartner(s).

En gisteren had ik weer zoiets bij de hand tijdens de boeiende en interessante bijeenkomst van de cursus ‘Wijzer Werken Met Ervaring. We hadden een opdracht gemaakt en moesten we nabespreken met degene die naast je zat. Dat werd dus een kakofonie. En ik dacht regelmatig: niet storen! Met vragen om herhaling is het uiteindelijk toch goedgekomen. En ik merkte gelukkig dat anderen er ook last van hadden. Ik was al weer bijna vergeten hoe dat ging, maar ik ben wel blij dat het zich vanzelf oploste.

Toch was het een moment van: oh ja, die handicap heb ik ook. Ik kan me herinneren dat dit ook school ook altijd de nodige moeite kostte. Bij opdrachten in paren. Maar ook in de pauzes was het behelpen. Gelukkig dat het gisteren alleen wat doorzettingsvermogen vergde om het op te lossen. Dat geeft deze burger moed, want dit type doorzettingsvermogen is nou net niet mijn sterkste punt. Dus ik hoop dat ik daar gisteren wat stappen in heb gezet. Deze #WOT helpt ook bij dat proces, merk ik.

~~~

Afbeelding van Amy Z via Pixabay

Had ik mijn bipolaire stoornis maar eerder als een verhaal benaderd

Deze blogpost is deel 1 van 14 in de reeks Over 'Wijzer Werken Met Ervaring'

Vandaag was de tweede bijeenkomst van ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant. Het was weer interessant, boeiend en inspirerend. Ik heb met mezelf afgesproken alles binnenskamers te houden omdat het natuurlijk wel over privacy gaat. Toch heb ik behoefte aan enige reflectie dus ik denk ik erover iedere woensdagavond in de digitale pen te kruipen.

Vandaag ging het over herstel en wat dan is. Daar mag je zelf over nadenken. Ik merkte alleen achteraf dat ik misschien voor mezelf een punt ben vergeten. Natuurlijk gaat het erom dat ik mijn leven weer kan leiden zonder last te hebben van mijn stoornis. Maar soms denk ik ook dat de depressie en de manieën nut moeten hebben gehad. En misschien was ik zonder depressie wel nooit gaan vertalen. En zo kan ook positieve gevolgen noemen van mijn manieën.

Toch heb ik het gevoel dat er meer moet zijn. Dat ik iets doe met wat ik heb meegemaakt. Mijn bijdrage, zeg maar. Dat mijn verhaal lotgenoten kan helpen. Via mijn te verschijnen boek. Maar ook via de manier waarop ik dat verhaal heb geschreven want de kern zit misschien wel in het woord verhaal. Ik hoor steeds indrukkende verhalen tijdens de bijeenkomst. Dat is ook niet gek want de mens is volgens mij nou eenmaal geprogrammeerd om verhalen te vertellen of er naar te kijken/luisteren.

Het leven als cliffhanger

Op de terugweg in de taxi en daarna onder het wandelen filosofeerde ik erop door. Een kenmerk van een verhaal is dat het je bij de strot kan grijpen en niet meer loslaat. Je blijft ermee bezig; je moet naar de laatste pagina of aflevering. Je wordt helemaal gek van al die cliffhangers. Je kunt het nauwelijks loslaten.

Onbewust heb ik na mijn manie van 2019 een verhaal van mijn stoornis gemaakt. Ik bleef mezelf maar uitdagen door de verhalen van de (voor)geschiedenis van mijn manie voor de geest te halen. Ik gebruikte simpele journalistieke vragen als Wie, Wat, Waarom, Wanneer, Waar en Hoe? Die hielpen om het verhaal concreet te maken. Beter te visualiseren. Ik moest mijn verhaal vertellen en was er elke dag mee bezig, alsof mijn leven ervanaf hing. Er moest iets zijn wat mij steeds triggerde en het moest te vinden zijn rond mijn manieën.

Leren van het contrast

Het was een hele zoektocht en een groot contrast met hoe ik daarvoor mijn behandeling vaak benaderde. Ik nam mijn medicatie dagelijks in en had iedere drie maanden of zo een gesprek. Dan keek ik een dag dan tevoren soms nog wel even naar mijn signaleringsplan. Ik las pagina 1, met de fase 0 ‘Alles gaat goed’. Dat klopte helemaal en ik stopte met lezen. Signalen waar ik alert moest zijn, zag ik zo maar zelden. Denk aan signalen bij Fase 1 ‘Het gaat iets minder’.

Mijn nieuwe aanpak, de zoektocht naar een verhaal, leverde me uiteindelijk op dat ik het verhaal van iedere manie kon navertellen. Zodanig goed navertellen dat ik in kon grijpen toen ik een klein jaar later in een nieuwe situatie een fragment uit dat verhaal herkende. Het werd nog mooier want het fragment hoorde bij de inleiding van het verhaal. Ik kon nog alle kanten, was nog niet in de ban van de stoornis. Dat was de grote winst bij de speurtocht naar mijn verhaal.

Vertel je herstel?

Wat me vandaag nog duidelijker is geworden, is dat ik anderen wil helpen met hun verhaal. Verhaaltechnieken zijn namelijk volgens mij in elke fase van het herstelproces bruikbaar. En misschien heb ik dan ook nog wat aan mijn opleiding Cultuurwetenschappen omdat daarin verhalen en verteltechnieken een belangrijke rol speelden. Kan ik dat ook nog eens gebruiken.

~~~

#WOT Stemming

Gisteren was het woord ‘stemming’ de #WOT. Daar heb ik natuurlijk het nodige over te zeggen, maar ik kwam er niet eerder aan toe omdat ik nog bezig was met een vertaling. Stemming dus. Het is een belangrijk onderdeel in mijn leven omdat mijn bipolaire stoornis natuurlijk een stemmingsstoornis is. Als mijn stemming door ziekte schommelt, dan betekent dat heel wat meer dan een dipje of juist een opgewekt gevoel. Nee, als mijn stemming schommelt door mijn ziekte/stoornis, dan betekent dat dat ik niet meer gezond kan functioneren. Sterker nog, het betekent al snel dat ik niet meer kán functioneren.

En dat is ook precies de reden dat ik een stemmingsstabilisator slik. En nog een aanverwant medicijn ter ondersteuning. Gelukkig houden ze me stabiel. Op dit blog gaat het vaak over mijn bipolaire stoornis. Omdat die zo’n grote invloed op mijn leven heeft gehad. Ik schrijf ‘gehad’ met enige twijfel maar toch ook met overtuiging. Ik denk namelijk dat ik het beginpunt van mijn manieën gevonden heb. Dat is bij mij de emotie ergernis die alles in gang zet. Sinds ik dat weet, ben ik er ook meer over gaan schrijven. Op dit blog en in een boek waar proeflezers erg enthousiast over zijn. Ik hoop het snel te kunnen publiceren omdat ik echt hoop er anderen mee te kunnen helpen.

Ik wil wijzen op het risico van ergernissen. Ze kunnen namelijk met je aan de haal gaan en je hoeft nog niet eens een bipolaire stoornis te hebben om daar de kwalijke gevolgen van te ondervinden. Nu ik me bewust ben van die kwalijke rol van ergernissen, weet ik dat ze me simpelweg de ellende die ze me in het verleden hebben bezorgd, niet waard zijn. Dat besef helpt mij enorm.

Lotgenoten helpen

Met bovengenoemde inzichten zou ik graag lotgenoten willen helpen. En lotgenoten mag je breed opvatten. Het was een reden dat ik mijn boek schreef. En het was de reden dat ik begon met de cursus Wijzer Werken Met Ervaring bij GGZ Oost Brabant waar ik eergisteren over blogde. Omdat ik nogal een lezer ben, graag blog en zeker door de ervaring met het schrijven van mijn boek, ben ik me heel erg bewust van de kracht van verhalen. Een sterk punt van een verhaal is dat je er sneller dagelijks mee bezig bent. En ik heb geleerd dat dat belangrijk is. Als ik eerder dagelijks met het verhaal van mijn stoornis bezig was geweest, was me misschien een hoop ellende bespaard gebleven.

Tijdens de cursus wil ik graag de kracht van het verhaal inbrengen. Een uitdaging die ik eergisteren formuleerde was dan ook andere mensen helpen met het achterhalen en vertellen van hun verhaal. Want ik kan prima mijn eigen verhaal vertellen, maar lukt dat ook bij dat van een ander vertellen? Dat lijkt me een mooie uitdaging.

En of het zo moest zijn, had ik gisteren ook een telefoontje staan met iemand van het bestuur van de Vrienden van het Willibrord Gymnasium. Dat zou gaan over het blad Post Willibrord. Dat bleek te kloppen want ze zochten mensen om mee te helpen het blad te vullen. Oud-leerlingen interviewen en misschien nog wel meer. Of ik daar interesse in had? Gezien wat ik net schreef, was ik daar natuurlijk volledig voor in de stemming. Wordt vervolgd.

~~~

Afbeelding van -Rita-👩‍🍳 und 📷 mit ❤ via Pixabay

Begonnen aan cursus ‘Wijzer Werken met Ervaring’ – Wat ik hoop te bereiken

Vanmiddag is dan eindelijk mijn cursus ‘Wijzer Werken met Ervaring’ bij GGZ Oost Brabant begonnen. Ik keek er al maanden naar uit en na de eerste van vijftien bijeenkomsten ben ik nog enthousiaster geworden. Ik zie mezelf er wel Wijzer van worden. En misschien wil ik er wel in doorgaan. Vandaag was het puur kennismaken, verwachtingen duidelijk maken en doelen stellen. Ik heb vanmiddag in de cursus al aangegeven dat ik blog maar dat het voor mij uiteraard vanzelfsprekend is dat ik niets persoonlijks schrijf wat ik van anderen heb gehoord tijdens de cursus.

We hadden een klein maar divers gezelschap en ik hoop de komende weken juist van die diversiteit te leren. Ik ga de komende tijd nog wel meer vertellen over hoe ik de cursus ervaar maar ik wil vandaag aangeven waarom ik de cursus ben gaan doen. Dat ligt in het verlengde van mijn boek over mijn bipolaire stoornis. Dat boek beschouwde ik als een afsluiting van een lange tijd waarin ik zoekende ben geweest naar waarom ik iedere keer weer manisch werd. Van die manieën had ik immers vaker last dan van die ene depressie waarmee alles begon.

Zoals ik er nu naar kijk, is wat er allemaal is gebeurd tussen pak hem beet 6 juni 2015 en april 2020 erg belangrijk geweest voor mijn herstel. Dat moet ik overigens afkloppen, want je weet het maar nooit met herstel van een bipolaire stoornis. Ik blijf alert, niet zonder reden. Daar ga ik het later misschien nog over hebben. Nu niet.

Op 6 juni 2015 las ik een blog waardoor ik mij uit liet dagen om elke dag 5 minuten te gaan wandelen. Het werden al snel meer minuten en ik wandel nog steeds bijna iedere dag. En hoe vaker ik erover nadenk: dat ik toen iedere dag ging wandelen, heeft mijn leven veranderd. Nog niet meteen, maar wel in april 2019. Ik was totaal onverwacht na 7 jaar toch weer manisch geworden. Toen ik weer bij mijn positieven was, was het me door al dat dagelijkse wandelen snel duidelijk: als ik wilde weten waarom ik steeds manisch was geworden, dan dacht ik dat ik daar alleen maar achter zou komen door er dagelijks over na te denken.

En dat deed ik. Het leverde geen antwoord op, maar in april 2020 herkende ik daardoor wél een situatie van het jaar daarvoor. Een ergernis die ik vaker had gevoeld. Het was was mijn eureka moment. Ik sla wat stappen over, die ik later misschien nog invul, maar het werd een boek om lotgenoten te helpen. Door te wijzen op de rol van ergernissen. Ik ben vast niet de enige die er ziek van kan worden. Door te wijzen op de kracht van verhalen bij het nadenken over een ziekte of stoornis. Je eigen verhaal in lagen steeds verder afpellen en bij de kern komen. En door te wijzen op de rol van gewoontes. Vanaf vandaag dus ook in de cursus ‘Wijzer Werken met Ervaring.’

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay