Iedere dag bloggen: een definitie. Of: dagen overslaan, mag dat?

Als je weleens wat over gewoontes aanleren of juist afleren leest, en ik kan zeggen dat ik dat heb gedaan, dan kom je onvermijdelijk een aantal discussies tegen. Hoe vaak moet je iets gedaan hebben voor het een gewoonte wordt? En: hoeveel dagen mag je overslaan voor je een gewoonte doorbroken hebt?

In het boek waarmee het voor mij allemaal begon, Zen habits – mastering the art of change van Leo Babauta, dat ik in eerste instantie in blogvorm volgde bij Peter Pellenaars, trekt Babauta vijf weken uit om zijn lezers een weinig tijdrovende gewoonte aan te leren. Vijf minuten wandelen, een glas water drinken enz. In de eerste week (oftewel zeven hoofdstukken uit het boek) wordt het fundament gelegd voor de gewoonte. Het is allemaal nog voorbereiding. Je begint nog niet aan je gewoonte. Maar ik zal vast niet zijn enige lezer zijn geweest die vanaf hoofdstuk één al enthousiast is begonnen.

In week twee t/m vijf is het wel de bedoeling dat je je kleine gewoonte dagelijks uitvoert. Babauta bespreekt in die weken allerlei valkuilen en methodes om die valkuilen te vermijden. Het hoeft allemaal niet spectaculair, als je je kleine gewoonte maar uitvoert. Later, als de gewoonte eenmaal in je systeem zit, mag je die gaan uitbreiden.

Maar wanneer zit een gewoonte dan in je systeem?

Babauta zegt dat als je vier weken je nieuwe gewoonte succesvol uitvoert en je haalt daarbij een succespercentage van 75 tot 80 procent en je slaat geen twee dagen achter elkaar over, dan heb je succesvol een nieuwe gewoonte aangeleerd. Dan kun je volgens hetzelfde principe een nieuwe kleine gewoonte aanleren. Op je eerste gewoonte moet je volgens Babauta dan nog zes weken alert blijven. Dan zit de gewoonte helemaal in je systeem.

En in Good habits, bad habits van Wendy Wood las dat veertig keer iets doen een goede voorspeller is of iets vaker zult blijven. Dat bleek althans bij een onderzoek naar het doneren van bloed. Volgens Wood kon het ook voor andere dingen. Zo bezien is de kans dat dit niet mijn laatste post is natuurlijk groot.

Ik combineer de bevindingen van Babauta en Wood tot: ik ben een dagelijkse blogger als ik 40 dagen na de start van de poging 32 dagen heb geblogd (= 80 procent) en ik heb nergens 2 dagen achter elkaar over geslagen. Daarna bekijk van maand tot of ik volgens deze maatstaf nog steeds iedere dag blog.

~~~

Afbeelding van dmvl via Pixabay

Hoe nu verder met mijn boek?

Vorige week schreef ik over de vraag of ik als schrijver verantwoordelijk ben voor wat lezers met mijn boek doen. Het antwoord op die vraag is uiteraard ‘Nee’. Maar het ging mij ook niet om het letterlijke antwoord. Het ging mij erom dat ik lezers wil helpen met mijn boek. Lotgenoten, mensen die dus ook de pech hebben een bipolaire stoornis te hebben. Of naasten want ik weet uit ervaring van zeer nabij dat het voor naasten ook niet altijd meevalt.

Hen wil ik helpen met mijn boek. Althans, ik schreef het voor mezelf om nog wat zaken scherper op een rij te krijgen. Maar al vrij snel was daar de wens om met het boek ook anderen te helpen. En toen doemde bij mij al snel de vraag op of een boek wel het geschikte medium was daarvoor.

Eigenlijk is er nog een andere vraag natuurlijk: is wat ik te zeggen heb überhaupt interessant voor andere mensen? Ik vind natuurlijk zelf van wel, maar uiteindelijk is het de lezer die dat bepaalt. Wat dat betreft is deze week wel een spannende. Ik wil het morgen nog een laatste keer doorlezen en dan heb het geluk dat ik proeflezers heb die ik het boek kan sturen. Ik zeg nog niet dat ik dat meteen morgen doe, want het kan zijn dat ik morgen besluit nog iets om te gooien en bovendien heeft er zich al iemand gemeld die voorrang krijgt omdat ze nogal een rol speelt in het boek.

Maar goed, hopelijk kan zij zich in het boek vinden en kan het boek daarna naar andere proeflezers. Die moet ik natuurlijk ook een fatsoenlijke kans geven het boek te lezen dus dan kan het het even duren. Maar goed, als de wereld (of het Nederlandstalige deel van de wereld dat op de een of andere manier met een bipolaire stoornis te maken heeft) op dit boek zit te wachten, dan moet ik daar natuurlijk alvast stappen voor gaan zetten. Geheel tegen mijn gewoonte in, sprak hij ironisch, ga ik daarvoor te rade bij een boek: Waanzinnige plannen: en hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Inmiddels al een flink stuk onderweg in het boek en ik zie het plan weer helemaal zitten. En ik heb natuurlijk het nodige gedaan.

~~~

Afbeelding van Peggy und Marco Lachmann-Anke via Pixabay

Het voelt als thuiskomen

Nu ik gisteren de vraag of ik wil helpen volmondig met ‘Ja’ heb beantwoord dien ik natuurlijk ook de vraag wie ik dan wil helpen en hoe dan te beantwoorden. Het antwoord op die vragen voelt als thuiskomen. In mijn eerste serieuze baan bij Reëlle had ik als ervaringsdeskundige het gevoel dat ik lotgenoten kon helpen. Lichamelijke handicap, slechthorend, bipolaire stoornis: er waren raakvlakken met diverse doelgroepen. Het gevoel die doelgroep een stem te kunnen geven, te kunnen helpen met mijn ervaring, samen met collega’s die allemaal ook tot een bepaalde doelgroep behoorden, die ook ervaringsdeskundigen waren, voelde zo ontzettend goed, dat ik merk dat dat gevoel van toen altijd een drijfveer is gebleven.

Dat was al toen ik me als columnist aansloot bij Onzichtbaar ziek en dat is zonder het echt uit te spreken of grote ambities te hebben, ook de drijfveer achter dit blog. En het waarom achter mijn boek in wording over hoe ik omga met en heb geleerd van mijn bipolaire stoornis. Dat doe ik bloggend of schrijvend omdat dat me voor mijn gevoel het beste ligt. Het voelt in ieder geval beter aan dan vloggen. Een podcast heb ik nooit geprobeerd, dus daar kan ik niets over zeggen.

Mijn ervaringen met mijn bipolaire stoornis heb ik hier en bij Onzichtbaar ziek uitgebreid gedeeld. Toch heb ik nu gekozen voor een boek. Ik wilde meer de diepte in dan met een blogpost of met een reeks blogposts zou lukken. Daarnaast wil ik pas publiceren als het af is en dat is het nog niet. Het is dan wel mijn verhaal maar ik zeg wel dingen over een stoornis waarvoor behandelaars jarenlang moeten studeren. Dat hebben ze niet voor niets gedaan en daarom wil voor ik besluit of en zo ja hoe ik mijn boek wil publiceren, het wel laten lezen door specialisten van de ggz. Het gaat in het boek dan wel over mijn ervaring en in die zin kan er geen ‘fout’ instaan, maar een bipolaire stoornis is een serieuze ziekte. Daarom voelt het beter als ook iemand van de ggz het ook gelezen heeft. Net als je voor wetenschappelijke artikelen ook ‘peer reviews’ hebt, en ik ben dan ook nog maar gewoon een leek.

Hoe dan ook, wat ik nu doe voelt als thuiskomen. En dat is een goed gevoel. Wordt vervolgd.

~~~

Afbeelding van Anke Sundermeier via Pixabay

Ik kon het toch niet laten

Gisteren gaf ik aan dat ik mijn boek een paar dagen wilde laten liggen en dat ik er pas maandag weer naar wilde kijken, maar dat ik niet zeker wist of dat ging lukken. Nou, vanmorgen schoten me dus nog een paar dingen te binnen die ik in mijn boek op wilde nemen. In plaats van een notitie in een kladblok besloot ik het maar meteen in het boek zelf op te nemen.

Daarmee heb ik voor nu het gevoel dat het echt af is en kijk ik er pas maandag naar. Ik ben de komende week vooral benieuwd of ik alles wat ik van belang vind in het boek heb opgenomen en of dat overeenkomt met de punten van de versie van vorig jaar. Volgens mij heb ik alles wat daaruit van belang was ook dit jaar opgenomen, al is de gekozen vorm anders. Maar daar controleer ik komende week dus op.

Gelukkig was ik maar kort met het boek bezig en kon ik verder genieten van de kerst. Dadelijk nog even een rondje Anki en omdat ik fan ben van Herman Finkers toch nog maar een keer kijken naar de beentjes van Sint-Hildegard.

En morgen weer een keer een boek lezen. Ik weet nog niet of verder ga in In de ban van de Ring waar ik eind vorig jaar/begin dit jaar het eerste deel van las maar aan het begin van deel 2 bleef hangen. Maar goed, ooit moesten mensen het ook in drie of vier verschillende jaren lezen, dus zou ik dat ook niet kunnen.

Het andere boek dat ik op de planning heb staan is Waanzinnige plannen – en hoe ze te realiseren van Marcel van Driel. Ik heb er al ooit stukjes uit gelezen maar nu mijn boek zo ver vordert, ben ik toch wel benieuwd of ik het als een waanzinnig plan mag zien en of er in het boek nog aanwijzingen in staan waar ik wat mee kan. Marcel van Twitter en een paar van zijn boeken kennende denk ik dat dat wel het geval zal zijn.

Overigens heb ik net alweer een notitie over mijn boek gemaakt, in Notepad++.

~~~

Afbeelding van hudsoncrafted via Pixabay

Het boek is bijna af

Vandaag heb ik toch nog een inleiding bij mijn boek geschreven. Die staat in bijna elk non-fictieboek dus het zal echt wel ergens goed voor zijn. Ik kon dus moeilijk achterlijven, vond ik. Toch even zeggen dat ik daadwerkelijk een bipolaire stoornis heb en dat mijn boek gaat over de manier waarop ik daarmee omga. En natuurlijk een teaser naar de reden dat ik het hele boek heb geschreven. Zonder die oorzaak was het er niet gekomen, daar ben ik van overtuigd.

Gelukkig is mijn boek hoopvol, dat vind ik zelf in ieder geval. Ik moet als schrijver dat oordeel natuurlijk aan de lezer overlaten maar zuiver en alleen voor mezelf gesproken vind ik het een hoopvol boek geworden. Ik merkte tijdens het schrijven echt dat ik er wat aan had, dat het me goed deed om het te schrijven. Maar ik merkte ook dat er nog steeds een open zenuw is. Eén hoofdstuk van het boek vond ik soms moeilijk om te schrijven. Door wat er aan emoties boven kwam drijven. Toch denk ik dat er goed aan heb gedaan dat hoofdstuk toch te schrijven. Omdat het de ellende die een bipolaire stoornis op kan leveren, laat zien en omdat het mij een spiegel voorhoudt, wat weer helpt bij het verwerken van opengereten oude wonden. Misschien leer ik er daardoor van.

Maar nu is het dus af. Niet helemaal. Ik moet er nog een paar keer helemaal doorheen om tik- en taalfoutjes eruit te halen en om te kijken of mijn verhaal als geheel goed overkomt. Dat vond ik van de eerste helft van het boek een paar weken geleden al wel dus dat zie ik met vertrouwen tegemoet.

Wat ik ook met vertrouwen tegemoet zie, is de fase die daarna komt: het boek laten lezen door proeflezers. Daarmee geef ik het uit handen en dat is spannend. Maar ik weet dat ik de opbouwende kritiek op de eerste versie van het boek in deze tweede versie zo goed mogelijk heb verwerkt. Het was commentaar waarvan ik de waarde inzag, al was het soms na enig nadenken en op en neer mailen.

Ik ben benieuwd of ik het boek tot na de Kerstdagen aan de kant kan leggen, omdat ik toch wat afstand tot het boek wil hebben voor ik het in zijn geheel ga lezen. Ik denk het wel maar ik zal het hier laten weten.

~~~

Afbeelding van Here and now, unfortunately, ends my journey on Pixabay via Pixabay

Het laatste hoofdstuk is geschreven

Vanmiddag heb ik het laatste hoofdstuk van mijn boek geschreven. Ik was van plan ook al meteen de inleiding te schrijven maar er kwam iets tussen. Die bewaar ik dus maar tot morgen.

Daarna ga ik het waarschijnlijk een paar dagen laten liggen om het begin volgende week nog een keer kritisch door te lezen. Dan is het spannende moment aangebroken om aan mijn proeflezers te vragen of zij het willen lezen. Ik ben namelijk heel benieuwd naar hun commentaar.

De eerste versie van vorig jaar lijkt weinig op de tweede versie van dit jaar. Ik heb het boek naar aanleiding van opmerkingen op de eerste versie volledig opnieuw geschreven. Ik hoop hiermee bereikt te hebben dat beter te zien is wat een bipolaire stoornis voor mij inhoudt. Dat had ik vorig jaar helemaal weggelaten omdat ik bang was dat het te persoonlijk zou worden. En misschien zouden mensen zichzelf herkennen.

Mijn proeflezers en het nodige nadenken overtuigden mij ervan om toch persoonlijker te worden. Ik vond een manier waarmee dat naar mijn mening mogelijk is. Vorig jaar schitterde dat stuk van het verhaal door afwezigheid. Ik denk dat de nieuwe versie wel laat zien wat een manie of depressie met mij doet, hoe ik daarmee omga en hoe ik ze probeer te voorkomen.

Vorig jaar was het een boek vol met tips. Nu staat er hoop ik geen tip meer in – daar ga ik volgende week op controleren – maar ik hoop wel dat die tips er impliciet toch in staan.

Maar goed: morgen eerst nog een inleiding. Ik weet nog niet precies welke richting ik daarmee op wil maar dat komt wel goed. Van het boek een raamvertelling maken is een optie, net als kort vertellen wie ik ben en waarom ik het boek heb geschreven. Daar kom ik wel uit.

~~~

Afbeelding van Here and now, unfortunately, ends my journey on Pixabay via Pixabay

Nog twee hoofdstukken

Vandaag heb ik het hoofdstuk over de life chart geschreven voor mijn boek. Het was een kort hoofdstuk want ik gebruik de eigenlijke life chart niet. Wel iets wat erop lijkt en daar heb ik dus over geschreven. Het heeft te maken met dagelijkse gewoontes waar ik me zo goed door voel.

Zo goed dat ik er hier op blog veel over heb geschreven. En dat heb ik natuurlijk niet onvermeld gelaten in mijn boek, misschien dat er lezers zijn die er interesse in hebben. En dan is het natuurlijk handig als ze weten waar ze het kunnen zoeken. Daardoor vroeg ik me af of ik wat meer kruisbestuiving tussen boek en blog moet laten plaats vinden. Moet ik een site bij het boek? En zo ja, hoort dat dan bij dit blog? Of moet er een aparte site bij het boek komen?

Maar ja, dan moet ik ook weer een domeinnaam vastleggen en ik ben er nog niet uit welke titel ik mijn boek wil geven. Begin met de titel las ik ooit in boek, dan kun je ieder geval controleren of de domeinnaam al is vastgelegd.

En dat heb ik dus niet gedaan maar ga ik nu meteen controleren. Heb je een paar minuten? Daar ben ik weer. Ik moet nog even verder zoeken. Niet bij SIDN, wel bij Libris. Daar moet ik dus over nadenken.

En ik moet nog nadenken over de laatste twee korte hoofdstukken en over de vraag of ik niet toch beter een kort(e) voorwoord/inleiding moet schrijven. Ik val nu wel heel erg in medias res, zoals ze in het oude Rome zeiden. En ik hoef nu ook weer geen avonturenroman te schrijven. Een informatief boek had ik in gedachten.

Weer vijf minuten later: ik had een nieuwe ingeving. Niet bij SIDN, niet bij Libris en ook niet bij dat blauwe mannetje. Dus ik heb maar gauw een aantekening gemaakt.

~~~

Afbeelding van KathrynMaloney via Pixabay

Nog drie hoofdstukken

Vandaag schreef ik in mijn boek over wat een bipolaire stoornis met mij doet en hoe ik daarmee heb leren omgaan een hoofdstuk over het signaleringsplan. Dat kan namelijk een handig instrument zijn. Als je het plan goed gebruikt, tenminste. En je raadt het al, dat deed ik niet.

Juist door op te schrijven wat er misging en wat ik ervan leerde, hoop ik zelf ook weer bij te leren. Dat een bipolaire stoornis een leven lang leren betekent, weet ik nu gelukkig wel. Of leren, het is meer alert blijven. En dat vergt dus dat het in je hoofd moet blijven rondzingen. Die verrekte stoornis kan op de meest onverwachte momenten toeslaan.

Die momenten moet ik dus zien te herkennen in te toekomst. Hopelijk heb ik nu met ergernissen een middel gevonden om al in een heel vroeg stadium de stoornis de kop in te drukken. Het scheelt zo’n zes tot acht weken en dat een slok op de borrel noemen, is een understatement.

De drijfveer van het boek was lotgenoten hun eigen ergernissen te laten vinden. Ik wil iedere lezer uitdagen zijn of haar startpunt te vinden. Wat gebeurde er net voor je manisch of depressief was? En belangrijker: wat voelde je? Het is heel simpel: gevoelens zijn de oorzaak, dingen die je doet het gevolg. Dus als ik erop let dat ik geen buitenlandse tijdschriften koop, loop ik achter de feiten aan. Wat ik eigenlijk wil weten is waarom ik die tijdschriften koop. Het antwoord is dat dat te maken had met ergernissen. Aan de taalfouten van een docente.

En ja, dat weet ik al jaren, dat ik me aan die docente ergerde, maar ik legde ondanks dat er meer ergernissen, ook aan andere mensen, bij kwamen nooit het verband met mijn bipolaire stoornis, tot ik aan het begin van de eerste lockdown een appje kreeg dat alles veranderde.

Nog drie hoofdstukken dus: life chart, net-niet-land en waar ik nu sta.

~~~

Afbeelding van Jan Vašek via Pixabay

Waarom schrijf ik niet wat meer?

Tijdens de eerste lockdown, vorig jaar voorjaar, had ik mij voorgenomen elke dag te gaan bloggen. Het kwam er niet van. Uiteraard niet, zou ik bijna zeggen. Nu we sinds vanmorgen 5:00 uur opnieuw in een lockdown zitten, neem ik mij opnieuw voor om elke dag te gaan bloggen. Deze eerste dag wordt het waarschijnlijk geen lang verhaal maar ik kan wel melden dat ik vanmiddag mijn boek tot nu toe heb herlezen. En het viel niet tegen.

Ik had er tien dagen niet naar gekeken omdat worstelde met de nieuwe opzet die ik had bedacht. Vorig jaar was het te veel een verhaal met allerlei tips. Tips die geen voedingsbodem hadden, zo kreeg ik van een proeflezer te horen. Vandaar dat ik dit jaar het persoonlijke verhaal er wel in heb zitten. Juist omdat je dan ziet waar de tips vandaan komen, op welke ervaring ze waren gestoeld. De tips kwamen min of meer uit de lucht vallen.

Vandaar dat ik dit jaar besloot om meer persoonlijke ervaring in mijn verhaal te stoppen en minder tips. De tips volgen nu logischer uit het verhaal; de tip ligt besloten in wat ik schrijf en hoef ik hopelijk niet meer te benomen. Ik heb nu nog vier hoofdstukken te gaan, merkte ik vanmiddag. Ik wil laten zien hoe ik hoe het signaleringsplan gebruik, wat daarin in de loop der jaren is veranderd en het daarmee nu voor mij betekent.

Een tweede punt waar ik nu bij stil wil staan is de life chart. Ik gebruik die boekjes of apps om je dag een score te geven niet, maar ik realiseer me steeds meer dat ik al jaren iets soortgelijks doe, wat voor mij minstens net zo effectief is, zeker nu mij bewust ben van het effect van ergernissen op mijn gezondheid.

Ook wil ik waarschuwen voor het net-niet-land. Ik weet niet waar dat ligt, je kunt het ook niet opzoeken in een atlas maar ik weet wel dat de heerser(es) in dat land een smerige rotzak/vileine heks is die het mij in het verleden meer dan lastig heeft gemaakt. Een waarschuwing wat dat betreft is in mijn boek geboden.

Tot slot wil ik nog laten zien waar ik nu sta want ik heb goede hoop dat ik mijn bipolaire stoornis nu echt onder controle heb.

Dat alles hoop ik voor Kerst te hebben geschreven.

~~~

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Een bekentenis

Voor wie mij een beetje kent, zal wat ik nu ga bekennen niet als een verrassing komen: ik ben ijdel. Daarom onderga ik zeker eens per jaar een behandeling. Deze week was het weer zover. Ik had er al maanden naar uitgekeken want er is voor zo’n behandeling uiteraard een flinke wachtlijst. 
Maar onlangs mocht ik dan eindelijk naar Eindhoven. Ik was wat vroeg en moest nog even wachten. Dat had ik er natuurlijk wel voor over want ik weet uit ervaring hoe goed de resultaten van deze behandeling bij mij zijn.

Nadat mijn geduld nog even ernstig op de proef was gesteld, mocht ik naar binnen en even later op de behandeltafel gaan liggen. Ik was binnengekomen met een assistente die even wat materiaal was gaan halen en net na mij was er tot mijn verbazing nog iemand binnen gekomen.

Daar lag ik dus, omringd door drie dames. Ja, wie mooi wil zijn moet pijn lijden. Terwijl de assistente druk bezig is, vraagt de arts aan de arts in opleiding: “Heb je al eerder spuiten gezet?” “Ja”, antwoordt zij, “maar dat is al even geleden”.  Mijn conclusie was dus juist geweest. Dat heb ik weer, dacht ik.  

Er wordt ondertussen ijverig met gel gesmeerd en niet veel later komen de injectienaalden wel erg dichtbij. De eerste naald gaat naar binnen. “Je zit te diep”, zegt de arts nog voor ik auw heb kunnen roepen tegen de arts in opleiding. Ze staren als gebiologeerd naar het scherm. Ik begin hem toch een beetje te knijpen want het scherm van de echo –wie zegt dat alleen vrouwen een echo laten maken?– staat net buiten mijn zicht. De naald wordt iets teruggehaald. Nu zit-ie wel goed, zo blijkt na bestudering van het schermpje. En de injectiespuit wordt leeg gespoten: daar gaat de botox.

Bovenstaand procedé wordt nog vier keer herhaald. Het blijft zoeken voor de arts in opleiding en het duurt daardoor wat langer dan gebruikelijk. Er vloeit wat bloed en helemaal pijnloos is het niet. Maar het oog wil ook wat, dus ik heb het er graag voor over. 

’s Avonds voor ik naar bed ga, trek ik vijf pleisters van mijn spastische rechterarm. Botox is weliswaar beroemd geworden als middel tegen de rimpels in het gezicht, maar eigenlijk is het gewoon een spierverslapper. Rimpels wegspuiten is eigenlijk gewoon spieren verslappen.

Maar wat van botox minder bekend is, is dat de spierverslappende werking ook ingezet wordt voor de behandeling van spasmes. Dat gebeurt ook mij bij. Ik vrees dat mijn bekentenis nu een stuk minder smeuïg is dan je misschien dacht en ik ging ook niet naar de schoonheidskliniek maar naar het revalidatiecentrum. 

Ik ben een groot liefhebber van botox: het houdt mijn arm veel soepeler en ik kan veel meer doen zonder dat mijn arm in de kramp schiet.

Deze column verscheen 20 december 2015 op Onzichtbaarziek.nl

Lees ook het vervolg op mijn eigen site: hoe een wandeling spectaculair werd (februari 2021). Gisteren was het weer zover.