Geen TomTom voor mij

Door mijn ‘beperking’ is het mij niet gelukt mijn rijbewijs te halen. Beperking heb ik hier tussen aanhalingstekens gezet omdat ik de laatste tij steeds meer tot het inzicht kom dat datgene wat als mijn beperking wordt gezien, misschien juist wel mijn verrijking is. Ik begin mijn beperking in ieder geval steeds meer los te laten en of ik probeer juist de kansen die mijn beperking mij biedt te grijpen.

Terug naar het rijbewijs dat ik niet haalde. Dat was natuurlijk een grote teleurstelling. Ik had er nooit bij stilgestaan dat autorijden voor mij niet mogelijk zou zijn en de man van het CBR kennelijk ook niet want hij vertelde tijdens het kennismakingsgesprek enthousiast dat hij pas (we spreken over 1998) iemand had begeleid die zijn rijbewijs haalde en zijn auto met een rietje bestuurde. Voor mij zat het er niet in, hoewel ik mijn auto niet met een rietje hoefde te besturen.

Dus reis ik waar mogelijk met het openbaar vervoer. Ik reis weliswaar ook met regio- en Valystaxi, maar meestal ga ik met de bus en trein. Dat gaat prima.Ik doe dat zo ouderwets mogelijk. Natuurlijk kan ik op mijn mobieltje 9292.nl, ns.nl en Google Maps voetgangers aan. Maar ik gebruik die pagina’s niet. Nee, ik maak altijd een uitdraai op papier. Liefst eentje van het openbaar vervoer, plus Google Maps (voetgangangers dus) of, als ik naar een bedrijf of instelling, ga de routebeschrijving van hun site. Gewapend met deze paperassen ga ik op reis. Vooral het laatste stuk met de bus en/of te voet is interessant; zeker als je een routebeschrijving van de site van een groot bedrijf bij je hebt.

Waarom wordt het dan interessant?

In de bus probeer ik altijd een rij voor iemand te gaan zitten. Dan ga ik uitgebreid met die papieren zwaaien en bushaltes kijken. Gelukkig kan ik de route-informatie in de bus goed lezen. Achter mij klinkt het dan:

Oh, u moet de volgende halte hebben.

Mijn antwoord is dan:

Dank u. U had het bedrijfslogo gezien?

Meestal is dat de verklaring. De volgende stap in het gesprek is dat mijn behulpzame medereiziger verklaart dat hij of zij bij dat bedrijf werkt en met mij uitstapt. Dan hoop ik altijd dat we nog een stukje mogen lopen vanaf de bushalte. Mensen praten graag en hun werk is al helemaal een geliefd gespreksonderwerp waardoor ik het bedrijf of de instelling waar ik moet zijn nog beter leer kennen. Het levert mij soms echt leuke gesprekken op.

Daarom voor mij geen moderne technieken maar ouderwets papier!

PS: het werkt ook als je op bezoek moet in een woonwijk nabij een station of bushalte op bezoek moet. Daar kom ik nog een keer op terug.

Niet geblogd, wel veel gedaan

Het is alweer twee weken geleden dat ik mijn vorige blogpost schreef. Ik had even radiostilte nodig op mijn blog. Maar zelf heb ik allerminst stilgezeten. Allereerst door de vele reacties die mijn posts losmaakten. Volgens mij heb ik iedereen daar al persoonlijk voor bedankt, maar bij dezen doe ik het nogmaals. Ze waren een steun in de rug en in duwtje in een richting.

Welke richting is me nog niet helemaal duidelijk. Dat groeit nu langzaam. Nou ja, langzaam. Ideeën genoeg, inspiratie te over. Het was wel veel de laatste tijd. Ik heb de voorbije maand, iets meer dan een maand, veel bijeenkomsten bezocht die iets te maken hadden met het thema van dit blog. Het zette me aan het denken want wat ik hoorde en zag was zo herkenbaar. ‘Wat’ is een onzijdig woord en verwijst naar dingen. Het dekt de lading dus niet. Het gaat immers om de mensen die ik tijdens al die bijeenkomsten heb mogen ontmoeten en de inzichten die zij met mij deelden. En de mensen met wie zij mij weer in contact brachten. Mooi was dat, heel mooi. Inspirerend en tot actie manend, echter vooral buiten mijn blog dus. Vermoeiend, maar mijn hoofd is er helderder door geworden. Daar ben ik tevreden over en ik zal proberen mijn gedachten ook weer helder met jullie te delen.

Over de eerste bijeenkomst, waar dit blog voor mij eigenlijk begon, heb ik al voor mijn werk bij Reëlle geschreven. Ik was namelijk deelnemer aan de tweede sessie van Werken met een hooraandoening uit het project Ervaringskennis van de NVVS. Mijn verslag staat hier. 

De verhalen van de andere deelnemers waren herkenbaar. Sommige strategieën gebruikte ik ook. Mijn bierviltjesverhaal lijkt bijvoorbeeld sprekend op de vergaderingen met post-its van een andere deelnemer. Enthousiast kwam ik thuis maar het stemde ook tot nadenken over mijn eigen verleden. Niet dat ik te klagen heb. Allesbehalve, maar toch. De beruchte vraag doemde op: wat als. Ik kan niets meer veranderen aan het verleden maar erover nadenken doe ik wel. Gelukkig heb ik door deze bijeenkomsten, de hartverwarmende contacten die ze me brachten en mijn werk steeds meer het gevoel dat ik eindelijk mezelf ben. Kan zijn wie ik ben en wil zijn. Zonder overigens ontevreden te zijn over wie ik was in het verleden. Wel ben ik heel nieuwsgierig naar alle mooie mensen die ik in de toekomst (weer) ga ontmoeten en de mooie dingen die zij met mij gaan delen. En die ik dan ook weer met jullie ga delen.

Tips voor het fysieke netwerken

Of: een praktische handleiding voor het gebruik van bierviltjes

De afgelopen dagen heb ik het gehad over virtueel netwerken. Nu ga ik het hebben over fysieke fysieke netwerkborrels. Ik ga er regelmatig naartoe en ondanks dat ik weinig/niet alles kan verstaan, vermaak ik me er prima. Deels door sociale media. Maar dat geldt voor iedereen.

Jij vraagt toch ook van tevoren de gastenlijst op, bekijkt de blogs,Twitterfeeds, en LinkedIn-profielen van de gasten? Dus jouw en mijn voorkennis is in orde. Maar dan sta ik nog met de mond vol tanden en klapperende hoorapparaten.Toch vermaak ik me opperbest. Het congres/de bijeenkomst is immers leuk, maar het gaat om de borrel achteraf.

En wat ligt er onder dat borrelglas? Precies: een bierviltje. Gelukkig kwam ik er al in mijn toenmalige stamkroeg achter waar die dingen echt voor dienden. Niet tegen kringen in het tafelblad. Dat is een hardnekkig misverstand. En het gaat ook niet om het logo van de bierbrouwer. Nee, de achterkant, daar gaat het om. Die was meestal blanco. Dus loop ik voor ik ga netwerken altijd even langs de bar en verzamel ik een stapeltje bierviltjes. Dat levert meestal al een leuk gesprekje op met de barkeeper – het is dan immers nog redelijk rustig. Als het netwerken dan begint, begin ik met bierviltjes te strooien en ze vol te (laten) kladderen. Ja, natuurlijk heb ik visitekaartjes, maar die zijn vanwege mijn spasme te slap en te klein om notities bij te kunnen schrijven. Bierviltjes zijn hard en groot en daar kan ik mijn verhaal op kwijt. Dat geef ik dan af en ik zorg dat ik er zelf aan het einde van het gesprek eentje heb vol met details over die betreffende persoon.

Dus: mocht je ooit op een netwerkbijeenkomst iemand met bierviltjes bezig zien, dan bestaat de kans dat ik het ben.

Hoe sociale media nu echt (onbeperkt) te gebruiken?

Ja, je hebt het al wel begrepen. Een knipoog naar een (goed) boek van Bart Vermeiren en Jan Verdonck. Maar, een geruststelling: van mij hoef je geen 200 pagina’s te verwachten. Vandaag tenminste niet. Waar het uiteindelijk toe gaat leiden, zien we nog wel.

Wat je ook niet hoeft te verwachten is een claim van mijn kant dat je 24/7 met social media bezig moet zijn. Mag wel natuurlijk, daar laat ik iedereen vrij in.

Wat wil de titel dan wel? Nou ja, wat wil ik? Onbeperkt slaat op de overkoepelende naam van dit blog. Eerder betoogde ik al dat voor mensen met een beperking, of voor mensen van wie de samenleving meent dat ze een beperking hebben, sociale media een zegen kunnen zijn omdat de mogelijkheden tot het leggen van contacten er enorm door worden vergroot. Daarvan later voorbeelden.

Tot zover de preambule. Je had natuurlijk een lijstje van me verwacht. Met de x gouden tips voor het gebruik van sociale media. Nou, eerlijk gezegd heb ik geen idee. Ik schrijf ook maar wat tegen mijn computerscherm. Maar eigenlijk heb het idee dat sociale media niet veel verschillen van het leven zonder sociale media. Alleen geven de sociale media extra mogelijkheden. Bijvoorbeeld omdat slechtzienden of -horenden er communicatie door kunnen herkennen. En dat is de eerste stap natuurlijk. Misschien iets om bij stil te staan: vaak weet je als hoorapparatendrager niet dat er iets tegen je wordt gezegd. Idem dito voor mensen met oogafwijkingen.

Ik had al beloofd geen 200 pagina’s vol te schrijven vandaag. Maar toch wil ik je een kleine basisgedachte meegeven. En vooruit, ik maak er een mooi lijstje van drie punten van.

Hoe sociale media nu echt (onbeperkt) te gebruiken:

  1. Denk aan de ander. Geef een compliment, vraag na, geef antwoord. Dit kan lastig zijn, maar een tussenstap kun je je afvragen of jij datgene wat jij wilt delen, zelf wel zou willen ontvangen. Is het antwoord ‘nee’? Hou het dan voor jezelf.
  2. Voeg waarde toe. Laat zien dat je ergens goed in bent, maar dring je niet op. Deel je expertise, zorg dat je te vinden bent en dat je terugkoppelt op reacties.
  3. Pas punt 1 en 2 (ook) elektronisch toe. Dat geeft de meeste kans dat je boodschap zijn doelgroep bereikt en de meeste meeste kans dat jouw doelgroep jou bereikt. En waarom punt 3 voor mensen met een beperking belangrijk is, mag genoegzaam duidelijk zijn.

Dat is mijn notendop. Uiteraard is daar het nodige op aan te merken. Ik sta dan ook open voor discussie en voor aanvullingen. Het antwoord pretendeer ik immers niet te hebben. Maar ik hoop je wel aan te denken te hebben gezet.

Contact = horen?

Gisteren deed ik een belofte die iets te maken had met een citaat uit ‘Het meisje van de slijterij’. Laat ik voorop stellen: het is een goed boek, waar ik mijn voordeel mee heb gedaan. En zo zijn er wel meer boeken waar ik mijn voordeel mee heb gedaan. Ik ga ze nu niet noemen, maar bij je plaatselijke bibliotheek op ‘sociale media’ en ‘LinkedIn’ zoeken, brengt je een aardig eind de goede richting in, mocht je de praktijk ook vanuit de theorie willen beschouwen. Gelukkig met inspirerende praktijkvoorbeelden.

Maar ik had toch het gevoel dat de schrijvers deels oude wijn in nieuwe zakken verkochten. Nu bedoel ik dat allerminst negatief, maar ik vraag me of er met sociale media iets wezenlijks is veranderd. Ja, natuurlijk. Er is iets wezenlijks veranderd: je kunt nu zelf publiceren zonder dat je van de rubriek ‘Ingezonden brieven’ van een tijdschrift of de krant afhankelijk bent. En dat geeft mogelijkheden. Echter, niet de mogelijkheden die ik bedoel, al maak ik er hier dankbaar gebruik van.

Wat ik bedoel is iets anders. Sociale media veranderen de manier waarop mensen contact leggen. Je zult het wel met mee eens zijn dat dat een open deur is. Toch is het handig om er doorheen te lopen. Er daarom had ik moeite met de mening van Petra de Boevere dat wanneer je als kind weinig vrienden had, sociale media dan niets voor je zijn. Waar ze in haar boek keurig door alle open deuren heen loopt, lijkt ze dat hier te vergeten.

Nu chargeer ik om mijn punt te maken. Ik had als kind namelijk weinig vrienden. Daar was ik ook tevreden mee, want de weinige vrienden die ik had waren en zijn nog steeds goede vrienden, maar naarmate ik ouder werd, werd het lastiger. In grotere groepen – aula, klaslokalen, wat later in cafés e.d. – kon ik niets tot weinig volgen. Leg dan maar eens contacten. Idem dito op van die vermaledijde netwerkbijeenkomsten. Jacob Jan Voerman schrijft daar heel mooi over. Mooi om te lezen dat ik met dat probleem niet alleen zat.

Bijkomend probleem indertijd was dat niemand het in de gaten had, ondergetekende incluis. Dat neem ik niemand kwalijk. Wat je niet weet, kun je niet oplossen. En ervan geleden heb ik niet echt – wel heb ik er wat leerzame jaren studievertraging door opgelopen, laat ik het zo maar zeggen.

Tegenwoordig pak ik het anders aan. Ik lees blogs, reageer via mail of Twitter en op netwerkbijeenkomsten doe ik iets met enkelzijdig bedrukte bierviltjes en ben ik als het openbaar vervoer het toelaat degene die het licht uitdoet, als ik het een interessante bijeenkomst vind. En achteraf kom ik terug via sociale media. En dat leidt ook nog eens tot contacten buiten sociale media. In een bij voorkeur minder rumoerige ruimte.

Dus: ook als je weinig vrienden hebt, dan kunnen sociale media jouw ding zijn. Ik zeg met nadruk: kunnen, want niets moet.

En contact leggen staat dus niet gelijk aan horen. Misschien iets om als horende bij even bij stil te staan.

Dus ik doe mee, ik blog

Met Pinksteren las ik ‘Het meisje van de slijterij‘ van Petra de Boevere. Ik liep al een tijdje met de gedachte om ook te gaan bloggen. Vrienden raadden het mij aan: veel contacten en nieuwe uitdagingen. Pfauths, ‘Gij zult bloggen’ had ik ook al gelezen, evenals zijn papieren boek uit 2010.

Maar het was vooral 1 zin van De Boevere die mij in het verkeerde keelgat schoot. Onder het kopje ‘Wanneer kun je beter wegblijven van sociale media?’ schrijft ze:

1. Als je als kind weinig vrienden had, of moeite hebt met klanten of mensen om te gaan, blijf dan weg van social media.

Ik geef toe, er stond nog meer achter. Maar ik steigerde al: ik had als kind weinig vrienden, maar nu heb ik er veel meer. Juist door sociale media. Hoe dat zo kwam vertel ik morgen.